Algemene Beschouwingen 1996

Bijdrage Eerste en Tweede Termijn Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer
18 en 19 september 1996

Eerste termijn

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter! Al in 1931 zei de Britse economisch historicus Torny: ”Bepalend voor een samenleving is niet zozeer wat zij bezit als wel wat zij is en hoe zij haar rijkdom gebruikt. Zij is beschaafd in zoverre haar materiële hulpbronnen aanwendt om de waardigheid en de ontwikkeling te bevorderen van de mensen, die die samenleving vormen. ”Het lijkt mij een aardig motto voor mijn verhaal vanavond. Het lijkt mij een aardig motto om wat tegenwicht te geven tegen de euforie en de zelfgenoegzaamheid van de paarse rekenmeesters, die wel pochen met de mooie macrocijfers maar er niet bij vertellen – nergens; ook niet in de Troonrede – welke ellende zij op microniveau hebben aangericht.
Mijnheer de voorzitter! Het moet aardig schrikken zijn geweest voor de paarse partijen en het kabinet, toen zij hoorden dat er een opstandige bisschop woont in Breda. Monseigneur Muskens is boos, heel erg boos. Hij roept de mensen op in verzet te komen tegen het regeringsbeleid. Geld is er genoeg – weet de bisschop – het wordt alleen niet eerlijk verdeeld: het geld blijft in de handen van de rijken, terwijl het aantal armen steeds verder toeneemt. Maar ook op andere plaatsen lijkt een nieuw bewustzijn door te breken. Dankzij Vrij Nederland weten wij dat een aantal prominente CDA- en PvdA-leden gezamenlijk een stuk hebben opgesteld over ”de democratie en de sociale rechtsstaat”. Het is een opruiend stuk geworden, net zo opruiend als de woorden van de bisschop, want wat schrijven deze critici? De herijking van de verzorgingsstaat heeft tot nu toe vooral indruk gemaakt als bezuinigingsoperatie. Tot nu toe springt vooral het snoeiwerk in het oog. Men spreekt zelfs over ”kaalslag” en zegt, dat excessieve rijkdom gelijk staat aan diefstal van de armen. Op het einde van de brief komen de opstellers met hun bekentenis. Zij schrijven: ”Wij ervaren een pijnlijk en gevaarlijk contrast tussen onze overeenstemming – in de Rode Hoed – en het heersende denken, tussen het gesprek over de sociale dimensie van onze samenleving en de praktische inzet ervoor.” Inderdaad, er bestaat een pijnlijk contrast tussen wat de waarnemend voorzitter van de PvdA in De Rode Hoed ondertekende en wat zijn partij hier in de Kamer en in het kabinet allemaal doet. Ik begrijp nu ook waarom het in De Rode Hoed was: het is een voormalige schuilkerk. Als ik zo’n stuk zou ondertekenen en lid zou zijn van zo’n partij, zou ik mij ook verscholen houden!

Voorzitter! Dat het patent op politieke lenigheid niet ligt bij de CDA- en PvdA-leden van de gespreksgroep ”grondslagen sociale rechtsstaat”, mag blijken uit het volgende. De vorige week vond in het vakbondsmuseum te Amsterdam de uitreiking plaats van de Rooie Reusprijs en ik was daarbij aanwezig. Op de bovenste verdieping van dat mooie gebouw was een galerij van foto’s met onderschriften van oud-vakbondsbestuurders. Zo hing daar ook de foto van de voorzitter van de FNV in 1979. De tekst onder zijn foto luidde: ”De sociale zekerheid die we met bloed, zweet en tranen hebben opgebouwd, die laten we niet onder onze ogen afbreken.” Nederland zuchtte in die dagen onder het juk van het eerste kabinet Van Agt/Wiegel en de vakbondsbestuurder was onze huidige minister-president, de man die nu leiding geeft aan een kabinet dat verantwoordelijk is voor ”een kaalslag” – uit het Rode Hoedverslag – op het gebied van de sociale zekerheid. Ik roep even in herinnering de Ziektewet, de bijstandswet, de AOW, de WW, de kinderbijslag, enz., een kabinet dat door menigeen wordt gezien als een primair liberaal kabinet en een kabinet, dat in weerwil van alle mooie woorden er actief aan heeft bijgedragen dat de tweedeling in onze samenleving vaste grond onder de voeten heeft gekregen.

Voorzitter! Als er één ding de afgelopen twee jaar duidelijk is geworden, is het wel dat de Nederlanders bij de verkiezingen van 1994 met dit kabinet het ”paars van Troje” hebben binnengehaald. Zeker, ons land staat er naar de maatstaven van het CPB goed voor. Wij zullen zeker kunnen voldoen aan de criteria voor toetreding tot de EMU, en de werkloosheid daalt, evenals de langdurige werkloosheid. Maar ten koste van wat allemaal? Een op de drie wijken in de vier grote steden behoort tot de zogenaamde achterstandswijken; de segregatie neemt toe: langs inkomenslijnen, maar ook steeds meer langs etnische lijnen; het standenonderwijs is weer terug; er komen steeds meer prive´ -klinieken en sommigen krijgen op niet-medische gronden voorrang in het ziekenhuis; tandzorg, fysiotherapie en psychiatrische hulp zijn niet meer voor iedereen bereikbaar; steeds meer mensen moeten leven van een minimum; de armoede neemt toe; de fragmentarisering van de samenleving gaat door; op het terrein van milieu- en natuurbeleid krijgt het kabinet van het RIVM een dikke onvoldoende; de CO2 -uitstoot neemt toe in plaats van af, terwijl de grote ondernemingen hun energievoorziening nog steeds krijgen tegen afbraakprijzen; Schiphol, de Betuwelijn en de HSL krijgen prioriteit boven belangen van natuur en milieu; het openbaar vervoer versplintert en kan het potentiële aanbod niet aan. De enigen die juichen zijn de leden van het kabinet zelf, de rijken en – getuige een onderzoek van het blad Forum – de ondernemers. Zij hebben, als wij naar de winstcijfers kijken, dan ook weinig te klagen. Premier Kok en zijn makkers in het kabinet krijgen van de ondernemers een dikke voldoende. Dat was in de tijd van Joop den Uyl wel anders, die kreeg nog een heuse vermaning van de grootindustriëlen. Maar ja, het valt ook niet mee, voorzitter, als je moet optreden als premier van een kabinet dat voor het belangrijkste deel gedomineerd wordt door de VVD. Iedereen weet het inmiddels wel: Bolkestein is de Geert Hofmans van paars. Voor de goede orde, ik zei geen Greet maar Geert. Ik weet niet waarom er gelachen werd. Hij was de man wiens betovering zich in de zomer van 1994 meester maakte van de schrijver van de proeve. Hij haalde zijn 18 mld. bezuinigingen binnen. Hij wist te bereiken dat dit kabinet unaniem zou meewerken aan méér marktwerking, deregulering en privatisering. Hij wist gedaan te krijgen dat een aantal fundamentele kenmerken van een beschaafde samenleving, zoals menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, overboord werden gezet als uitgangspunten van beleid. Hij wist te bereiken dat de sociaal-democratie haar afkomst zou verloochenen! Als ik mensen wil uitleggen dat paars kortzichtig bezig is, noem ik altijd drie voorbeelden. Ten eerste het milieubeleid, dat lijkt me evident. Ten tweede de afbraak van de georganiseerde solidariteit, in de veronderstelling dat iedereen het wel af kan met de eigen verantwoordelijkheid en anders de spontane solidariteit het wel overneemt. Ik zie de minister van Buitenlandse Zaken lachen. Dat is waarschijnlijk omdat ik het eerste punt, het milieubeleid, zo snel afdeed. Maar een fractie als de onze moet het met 15 minuten doen, dus je moet wel. Ten derde, voorzitter, de stiefmoederlijke wijze waarop wordt omgesprongen met onze kinderen, met name tot uitdrukking komend in de wijze waarop met het basisonderwijs wordt omgesprongen. In 25% van de klassen zitten méér dan 30 leerlingen; de budgetten voor de scholen zijn te krap en het onderwijzend personeel loopt over van cynisme over het kabinetsbeleid. Wat iedereen die een beetje in de wereld van het basisonderwijs thuis is, natuurlijk allang weet, is nu wetenschappelijk bewezen door een langlopend onderzoek in de Verenigde Staten.

Mijnheer de voorzitter! Theo Thijssen was niet alleen de auteur van ”Kees de jongen”, hij was ook onderwijzer en later ook Kamerlid voor de SDAP. Reeds in 1938 – ik heb het opgezocht – zei hij in de Tweede Kamer: ”Alle gepraat over hervorming, differentiatie, verbetering en aansluiten aan het praktische leven, is nutteloos, zoolang wij zitten met overvolle klassen, die alle verbetering onmogelijk maken. Daarom is de behandeling van de leerlingenschaal voor mij hoofdzaak.” En verder: ”Bij de defensie vragen wij ook niet of het geld er is, er moet dan gedáán worden. Zo is het ook met de zaak van het onderwijs. Het hangt er maar van af, hoe groot men het belang van het onderwijs ziet.” Dat was 1938 en sindsdien zijn de klassen inderdaad kleiner geworden, zeker. Maar er is veel meer veranderd: het leven zelf is ook veranderd, de overzichtelijkheid is verdwenen, lesgeven is moeilijker geworden, meer kinderen dan toen hebben leer-en opvoedingsproblemen en meer ouders dan toen leven gescheiden. De woorden van Thijssen van bijna zestig jaar geleden zijn in hun politieke betekenis nog steeds actueel.
Mijnheer de voorzitter! De voorzitter van het NOC, de heer Huibregtsen – ik meen dat hij ook directeur van McKinsey is – zei onlangs: ”We proberen alsmaar problemen op te lossen, ware het niet beter te proberen problemen te voorkomen.” Met ”we” bedoelde hij het paarse kabinet. Welnu, mijnheer de voorzitter, als we over onderwijs spreken en in het bijzonder over het basisonderwijs, is een betere illustratie van dat gezegde van Huibregtsen niet te vinden. Mijnheer de voorzitter! Gelet op het belang dat het kabinet aan Europa hecht, ontkom ik er niet aan ook daarover hier iets te zeggen. Ik vertel waarschijnlijk niemand iets nieuws wanneer ik zeg dat de SP, om het zacht uit te drukken, zeer sceptisch staat tegenover een verdergaande Europese integratie, zeker wanneer dat moet in het tempo dat dit kabinet voor ogen staat. Het monetaire strafkamp van de EMU is voor ons een gruwel. Uit een enquête onder de bevolking, uitgevoerd in opdracht van NRC Handelsblad, blijkt dat de meerderheid van de Nederlanders niets ziet in de ambities van dit kabinet en de meerderheid van de Kamer. Nog even los van de vraag of het dan uit democratisch oogpunt juist is om toch door te gaan, heeft de SP-fractie ook ernstige fundamentele bezwaren. Zonder enige twijfel zal door een verder opschuiven in de richting van een politieke unie het democratisch gehalte van de besluiten dalen. Wat de nationale regeringen en parlementen aan zeggenschap wordt ontnomen – er wordt daarmee ook een democratisch gat geslagen – kan nooit worden goedgemaakt door Brussel en het Europees Parlement, iets wat de PvdA-fractie voor lief schijnt te willen nemen, blijkens hun vorige week verschenen rapport. Bovendien is er de miskenning van het feit dat mensen zich niet kunnen of willen identificeren met Europa en zeker niet met Brussel. Dit is iets wat, naar mijn opvatting, een serieus gevaar voor de toekomst inhoudt, wanneer daar door de politiek onvoldoende rekening mee wordt gehouden. De weeffout die er in het project van de Europese gelijkschakeling zit is, dat eigenlijk alleen de geo-economische en geopolitieke argumenten serieus worden gewogen. Alle andere aspecten worden ten behoeve daarvan onder het vloerkleed geveegd.

Mijnheer de voorzitter! Ik blijf het dan ook hoogst ongewenst vinden dat het Nederlandse volk, de kiezers dus, er bij de herziening van het Verdrag van Maastricht weer niet aan te pas komen. Zij mogen hun oordeel weer niet geven, net zomin als over de toetreding tot de EMU. Mijnheer de voorzitter! Het volume van het bruto binnenlands product is volgens de macro-economische verkenning tussen 1980 en nu per hoofd van de bevolking gestegen met bijna 30%. Het is aan verstandige mensen niet uit te leggen waarom we, dat wetende, ons op de drempel van de 21ste eeuw waar het gaat om rechtvaardigheid en menswaardigheid geen ambitieuzere doelen zouden kunnen stellen dan paars ons wil doen geloven. Daarom wil ik de resterende tijd gebruiken om de minister-president een aantal vragen te stellen. De mensen met een uitkering zijn volgens het Sociaal en cultureel planbureau in de laatste tien jaar met hun inkomen bijna 25% achter gebleven bij de mensen met een modaal inkomen. Kan de minister-president mij uitleggen waarom de mensen met een uitkering nu nog een koopkrachtverbetering kunnen krijgen? Terwijl we weer forse economische groei tegemoet kunnen zien en het aantal miljonairs inmiddels is gestegen tot boven de 100.000, verkeren velen in diepe armoede. Zou de minister-president mij willen uitleggen waarom van de integratie van mensen met een handicap in het arbeidsproces zo weinig terechtkomt en waarom het kabinet, dat wetende, de WAGW, de Wet activering gehandicapte werknemers, niet activeert? Waarin is de redelijkheid van de nieuwe plannen met de WSW gelegen? Waarom moeten de betrokkenen daar tien jaar lang zien toe te komen met eenzelfde budget dat of ten koste gaat van de 20.000 mensen op de wachtlijst of ten koste van het loon en de arbeidsvoorwaarden van de arbeiders? Waarom wordt in het kabinet gesproken over demotie? Waarom wordt er gewerkt aan een WW-uitkering op basis van het middelloon? Waarom vindt het kabinet een jaarlijkse huurstijging van 3,5% redelijk, terwijl de huren de laatste vier jaar al met 25% zijn gestegen, de Nederlandse huren tot de hoogste van Europa behoren en mensen met lage inkomens nu al vaak meer dan 30% van hun inkomen kwijt zijn aan woonlasten? Kan de minister-president mij ten slotte uitleggen wat de logica is van het verwijderen van delen van de tandartszorg uit het ziekenfondspakket om daarmee 420 mln. te bezuinigen op de collectieve lasten, terwijl de mensen, wanneer ze zich allemaal zouden bijverzekeren, in totaal het dubbele kwijt zijn? De andere vragen kan ik helaas niet meer stellen.

Tweede termijn

De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter! Ik wil mijn tweede termijn niet gebruiken om te spreken over de thuiszorg, de WAGW, de armoede, de tweedeling of wat dan ook. Ik wil deze termijn gebruiken voor enige reflectie over wat er gisteren en vandaag hier heeft plaatsgevonden. Tijdens de dagen van de algemene beschouwingen wordt er veel overhoopgehaald, maar er gebeurt weinig of niets. Er is gesproken over de wachtlijsten in de gezondheidszorg, natuurgebieden, Aruba, Suriname, Bosnië , criminaliteit, Schiphol en wat al niet. Alles wordt aangeraakt, maar niets wordt behandeld. Wie valt dat kwalijk te nemen? Valt dat de minister-president kwalijk te nemen? Dat lijkt mij niet. De minister-president reageert in de eerste plaats op datgene wat door de fractievoorzitters wordt ingebracht. Sterker nog: het is alleen fysiek al een prestatie van formaat om zo lang, alle departementen langslopend, hier het woord te voeren. Is het dan de fractievoorzitters aan te rekenen? Dat lijkt mij ook niet. Het lijkt mij bovendien nu niet het moment om iemand verwijten te maken. Natuurlijk heeft de gang van zaken bij de algemene beschouwingen alles te maken met de historie en zeker ook met de machtsverhoudingen in de politiek. Ik heb drie algemene beschouwingen meegemaakt en een debat over de regeringsverklaring. Het debat over de regeringsverklaring misschien uitgezonderd, komen de algemene beschouwingen bij mij toch over als een soort toogdagen. De vraag dringt zich immers op wat de mensen, letterlijk en figuurlijk, wijzer worden van deze debatten.

Tot welke aanpassingen leidt een en ander? Vorig jaar culmineerde de discussie in 100 mln. extra voor de onderwijsspecialisten. Wij moeten nu vaststellen dat dit door de heer Wallage, naar mijn idee terecht, een politiek incident wordt genoemd. Natuurlijk is het zo dat zij die in het kabinet zitten, daar zitten omdat de meerderheid van het parlement dat wil. Die meerderheid moet het kabinet controleren. Daar ligt natuurlijk al een probleem en een belangrijke verklaring voor het feit dat er bij de algemene beschouwingen niet echt veel verandert. Moeten wij daarom genoegen nemen met de huidige gang van zaken? Ik dacht van niet. Laten wij ons de vraag stellen of wij deze dagen een echt politiek debat hebben gehad. Het antwoord lijkt mij duidelijk en klip en klaar, namelijk ”nee”. Ligt dat aan de vergaderorde, aan de spreektijden of de inmiddels geklokte interrupties of aan het feit dat het allemaal in twee dagen moet worden afgehandeld? Of ligt het aan de genoegzame deken waaronder paars zichzelf verkneukelt? Ligt het aan het feit dat het land gelukkig is en is er daarom geen echt debat? Ligt het aan de moeite die het CDA toch nog heeft met haar nieuwe oppositionele rol? Het kan allemaal waar zijn, maar ik heb eigenlijk niet de indruk dat het andere jaren of met andere kabinetten zoveel anders was. Eens in de vier jaar mogen mensen stemmen. Vervolgens vinden er maandenlange gesprekken plaats met als resultaat een regeerakkoord en een uitgavenkader. En dat is het dan! Wanneer er evidente problemen gesignaleerd worden in de gezondheidszorg is een verwijzing naar het uitgavenkader vaak al voldoende om de kritiek dood te zwijgen of onder het vloerkleed te vegen. Bij de algemene beschouwingen zou het naar mijn idee moeten gaan over de analyse van de werkelijkheid, de visie van partijen op mens, economie en samenleving en in het bijzonder over de opvattingen waar wij naartoe willen op middellange en lange termijn. De minister-president zei in de beantwoording in eerste termijn dat hij visies genoeg heeft, zeker op het gebied van onderwijs en veiligheid. Ik zou die bijzonder graag horen en ik zou er bijzonder graag een keer met de minister-president de degens over kruisen. Feit blijft wel dat de visie vooraf dient te gaan aan de vraag hoe wij er komen en hoe wij het betalen. Naar mijn idee dient het politieke debat in die volgorde plaats te hebben. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het woord visie bij paars meestal met de f van financiën geschreven wordt. Sommigen verwensen de ideologieën anderen wensen de terugkeer ervan. Feit is natuurlijk dat zij nooit zijn weg geweest en dat politiek per definitie alles met ideologie te maken heeft. Politiek zonder een integrale visie op mens, economie en samenleving is uitgesloten. Ware dat niet zo, dan konden wij alles overlaten aan de ambtenaren. Die zouden het er dan knap moeilijk mee hebben. Immers, niet alleen de politiek, maar ook het landsbestuur heeft per definitie te maken met ideologie. Ik wil een voorstel doen en een motie indienen. Het voorstel doe ik slechts ter overweging. Het is immers een tweede termijn van reflectie. Hoe zou het beter kunnen? Wij zouden bijvoorbeeld kunnen besluiten om de algemene beschouwingen in een bepaald jaar in een bepaald teken te plaatsen. Men kan denken aan het motto van de tweedeling. Het punt is dat de tweedeling in de samenleving in al haar facetten bij alle ministeries inmiddels aan de orde is. Een integrale discussie over het probleem van de samenleving? Ik weet, na twee jaar hier, niet waar ik die in de Kamer moet voeren. Ik wil de Kamer om een uitspraak vragen en wel om het Presidium hier eens naar te laten kijken en met voorstellen te komen.

Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de algemene politieke beschouwingen bij uitstek een algemeen politiek karakter zouden moeten hebben;
van mening, dat de huidige gang van zaken een geheel andere is;
van mening, dat een wijziging van de opzet van de algemene politieke beschouwingen gewenst is;
verzoekt het Presidium dit te bezien, voorstellen daarover uit te werken en de Kamer te berichten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 25 (25000).

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

woensdag 18 september 1996 :: 14.11 uur

Reacties uitgeschakeld