Algemene Beschouwingen 1997

Bijdrage aan de Algemene politieke beschouwingen
17 en 18 september 1997

Eerste termijn

De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter! De sociale voorzieningen en uitkeringen zijn geen weeffouten uit het verleden. Zij zijn het resultaat van een bewust streven van onze samenleving om sociale rechtvaardigheid inhoud en vorm te geven. Een grote meerderheid van de bevolking wil niet dat die sociale rechtvaardigheid wordt losgelaten. Deze woorden zullen de minister-president bekend in de oren klinken, want hij sprak ze destijds als fractievoorzitter van de PvdA bij de begrotingsbehandeling 1988 uit. De woorden van de toenmalige oppositieleider waren mij uit het hart gegrepen, maar het kan verkeren. Toen gisteren door Ferry Mingelen van Den Haag Vandaag aan de premier werd gevraagd of de macroresultaten van Paars alleen de verdiensten van Paars zijn of dat eerdere kabinetten hier ook aan bijgedragen hebben, liet hij ook de kabinetten-Lubbers royaal meedelen in het succes. Het zei: Lubbers I heeft veel baanbrekend werk verricht. Ik mag erop wijzen dat het wel Lubbers I was dat de ambtenarensalarissen en de uitkeringen met 3% verlaagde. Ook de WAO-, de Ziektewet- en de WW-uitkeringen werden bij de systeemwijziging teruggebracht van 80% naar 70%. Ik vraag mij af hoe dit te rijmen valt met de opmerkingen van de PvdA in de tijd dat zij nog de oppositiebanken bevolkte. Volgens mij valt dit niet te rijmen; er zit een wereld van verschil tussen. En dat hebben veel mensen dan ook ondervonden in de afgelopen jaren.

Deze Paarse coalitie heeft op het punt van de sociale zekerheid veel meer verslechteringen dan verbeteringen doorgevoerd. PvdA, VVD en D66 hebben niets wezenlijks gedaan voor een eerlijker verdeling van de rijkdom, ook niet toen de economische groei daar de mogelijkheden voor creëerde Veel voorzieningen zijn er onder Paars kwantitatief en kwalitatief op achteruitgegaan. Onder het mom van flexibilisering heeft deze regering arbeiders door middel van de Winkeltijdenwet en de nieuwe Arbeidstijdenwet uitgeleverd aan de nukken van werkgevers. De ideologische rechtvaardiging van al deze verslechteringen wordt gezocht in de rechtstreeks uit het VVD-verkiezingsprogramma overgeschreven opvatting, namelijk meer eigen verantwoordelijkheid en minder gemeenschappelijke regelingen. Dit kabinet ging op zoek naar een nieuw evenwicht tussen de behoefte aan bescherming en de noodzaak van dynamiek, zo staat in het regeerakkoord. En wij hebben het wederom geweten. Het is op veel terreinen de dynamiek van de jungle geworden, met name daar waar marktwerking werd geïntroduceerd. Voor vele miljarden is er gesneden in de sociale zekerheid. Alle sociale wetten hebben een beurt gehad, van de AWW tot de bijstand en van de Ziektewet tot de kinderbijslag. Er zijn vele miljarden onthouden aan de gezondheidszorg, het onderwijs, het milieu, het openbaar vervoer en de sociale huisvesting. Tegenover de 450.000 mensen die tijdens deze kabinetsperiode een baan hebben gevonden, staan globaal nog zo’n 1,5 tot 2 miljoen mensen aan de kant. Zij zijn aangewezen op een uitkering. De OESO spreekt over een werkloosheidspercentage van 27,5 als het over Nederland gaat. De relatief lage lonen in ons land geven de Nederlandse export nu weliswaar een voordeel, maar mijn vraag aan de minister-president is wat er gebeurt wanneer de andere Europese landen het zoveel geroemde poldermodel overnemen. Zal zich dan niet wreken dat het Nederlandse bedrijfsleven, lui geworden van de successen als gevolg van de lage lonen, jarenlang te weinig heeft geïnvesteerd in R&D? Krijgen wij dan niet te maken met de wet van de remmende voorsprong? Ook op de kwaliteit van de groei van de werkgelegenheid is nog wel af te dingen. Tijdens de behandeling van de regeringsverklaring van het tweede kabinet-Lubbers waarschuwde de huidige premier nog voor ”losse arbeidsplaatsen en contracten in de afroepsfeer die de kiem leggen voor de welvaart van sommigen, alsmede voor achterstanden van anderen”. Maar de recente Nederlandse banengroei bestaat volgens Delsen en De Jong in ESB van 23 april van dit jaar voor 60% juist uit marginale banen, zoals afroepcontracten en uitzendbanen! Wat gebeurt er met die banen wanneer zich een nieuwe recessie aandient? Is de minister-president het met mij eens dat de sociale gevolgen van de nieuwe recessie, die door sommigen al wordt verwacht aan het begin van de nieuwe eeuw, ernstiger zullen zijn en dat meer mensen in de armoede zullen komen te verkeren, omdat er zoveel is verslechterd in de sociale zekerheid? Ik durf hier wel een voorspelling te doen. Wanneer de sneeuw van de euforie, die nu alles in de polder bedekt, is gesmolten, staan wij met z’n allen in de modder.

De laatste jaren hebben wij de tweedeling op veel terreinen zien toenemen. Het meest in het oog springend, is ongetwijfeld de puissante rijkdom van sommigen tegenover de armoede, waarin bijna een miljoen huishoudens verkeert. De vaak schaamteloze verrijking, niet alleen op de beurs, maar ook door toplieden van het bedrijfsleven, komt onder andere tot uiting in de explosieve groei van het aantal miljonairs in ons land. De laatste tien jaar is hun aantal meer dan verviervoudigd en ligt nu ruim boven de 100.000. Terwijl het rijke deel der natie zich verrijkt door middel van het dobbelen op de beurzen, betalen de mensen die het werk doen, zij die eigenlijk de haver verdienen, de tol. Immers, de koopkracht van de arbeiders in dit land is de laatste tien jaar nauwelijks gestegen. Als de FNV, waarschijnlijk de meest brave vakbond van Europa, een reële loonstijging van 1,5% vraagt, dan worden wij onmiddellijk weer geconfronteerd met de geconditioneerde reflex van VNO-NCW, dat zegt: niet doen, levensgevaarlijk! Maar ook de uitkeringen in dit land zijn de laatste twintig jaar fors achtergebleven bij de ontwikkeling van de economie. De economie groeide met zo’n 60% de laatste twintig jaar. De mensen met een uitkering, ouderen, weduwen, gehandicapten en langdurig werklozen, hebben daar echter weinig van gezien. Uit het SER-rapport ”Economische dynamiek en sociale uitsluiting 1997” blijkt dat de mensen met een uitkering er in de periode 1977-1994 bijna een kwart op achteruit zijn gegaan in hun reëel besteedbaar inkomen. Volgens het SCP zat in 1995 bijna een miljoen huishoudens, 16% van het totaal, op of onder de armoedegrens. Volgens het CBS-jaarboek ”Welvaarts-verdeling 1997” steeg in de periode 1977-1995 het inkomen van het rijkere kwart van de bevolking met 50% en daalde in dezelfde periode het inkomen van het armste deel van de bevolking. Wat ik het Paarse kabinet verwijt, is dat het aan deze zaken weinig of helemaal niets heeft gedaan. Ik heb het echt niet over een procentje meer of minder. Dat debat laat ik het liefst voor wat het is, maar ik kijk naar de grotere lijn en het wijdere perspectief van de laatste twee, drie decennia. Ik kan dan niet anders vaststellen dan dat het Paarse kabinet, hoewel het in economisch opzicht de wind mee had, aan al deze cijfers weinig of niets heeft gedaan. Het probleem van de armoede is niet voor niets door tal van groeperingen op de welvaartsagenda geplaatst. De SP heeft al vaak gepleit voor een forse verhoging van het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen. Onder onze medestanders bevinden zich inmiddels Divosa, VNG, wethouders van sociale zaken van de vijf grootste gemeenten, vertegenwoordigers van alle grote politieke partijen, 60 gemeenteraden en de fusiebonden van de FNV. Als het zo goed gaat met de Nederlandse economie, waarom dan geen algemene verhoging van de uitkeringen, zodat iedereen kan meeprofiteren van de gegroeide rijkdom, zo vraag ik de minister-president.

Jarenlang is de mensen in het land immers voorgehouden dat de afbraak van de sociale zekerheid en de collectieve voorzieningen noodzakelijk was vanwege de te hoge collectieve lasten. Nu de polder overstroomt van het geld, wordt dit als lastenverlichting weggegeven aan het bedrijfsleven, maar liefst 8 mld. totaal over deze kabinetsperiode! Dit geld had ook geïnvesteerd kunnen worden in de zorg, het onderwijs of het openbaar vervoer. Het kabinet verwijst bij de bestrijding van de armoede onder andere naar de huursubsidie en de bijzondere bijstand. De maatregelen die genomen zijn ten aanzien van de huursubsidie betekenen voor de mensen met de laagste inkomens in veel gevallen toch dat er een huurquote blijft bestaan die gemiddeld zo’n 10% tot 15% te hoog is. Zowel wat betreft de huursubsidie als de bijzondere bijstand is bekend bij iedereen in deze Kamer dat zeer velen die er recht op hebben er om wat voor reden dan ook geen beroep op doen. Waarom, zo vraag ik de minister-president, is het wel mogelijk om allerlei koppelingen tussen bestanden tot stand te brengen om fraude op te sporen, maar niet om dergelijke koppelingen te maken om rechthebbenden op huursubsidie en bijzondere bijstand op te sporen en hen te geven waar zij recht op hebben? Ik hoorde de minister-president gisteren zeggen dat deze begroting, als het gaat om de armoedebestrijding, vraagt om meer en dat er nog een krachtig vervolg zal moeten komen.
Mijnheer de voorzitter! Ik begrijp dat de Partij van de Arbeid voor een dilemma staat. Aan de ene kant moet het succes van dit Paarse kabinet en in het bijzonder de premier te gelde gemaakt worden bij de verkiezingen, maar aan de andere kant is de vraag hoe de Partij van de Arbeid zich nog profileert als zij zich alleen maar identificeert met het kabinetsbeleid. Daarom zegt de premier natuurlijk dat er nog veel moet gebeuren op het gebied van de armoedebestrijding. Mag ik aan deze premier de volgende vragen stellen?
1. Waarom hebt u nú dan niet gedaan waarvan u vindt dat het nog zal moeten gebeuren?
2. Waarom moeten uitgerekend deze mensen juist weer wachten?
3. Wat, indien een volgend kabinet besluit om weer verder te gaan op het vlak van bezuinigingen op weg naar een financieringstekort van 0%? En dat is niet uit de duim gezogen, want iedereen weet dat minister Zalm dat als zijn heilige doelstelling heeft geformuleerd. Mijnheer de voorzitter! Er is nog meer dat Paars verweten kan worden en de zelfgenoegzaamheid van de Partij van de Arbeid, de VVD en D66 wat zal moeten temperen. Ik heb een willekeurige keuze gemaakt uit de kranten van de afgelopen dagen. Misschien kan de minister-president mij uitleggen waarom de volgende punten acceptabel zijn in een land waar het zo goed gaat. Het kabinet stelt 45 mln. ter beschikking voor de dagopvang van zwaar geestelijk gehandicapte mensen, terwijl mensen die er dagelijks mee te maken hebben, stellen dat 190 mln. nodig is. Deze zomer stonden er 79.000 mensen langer dan een maand op een wachtlijst voor bijvoorbeeld hulp door een chirurg of een oogarts. Het geld dat het kabinet nu ter beschikking stelt, is wederom op lange na niet voldoende om deze misstanden weg te werken. U hoeft het niet van mij te geloven, maar geloof het van de mensen uit het veld. Chronisch zieken en mensen met een erfelijke afwijking in de familie ondervinden steeds vaker grote problemen bij het afsluiten van een hypotheek, maken weinig kans op promotie en kunnen zich vaak niet bijverzekeren tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Slechts 6% van de mensen met een bijstandsuitkering kan het vakantiegeld voor vakantie gebruiken. In Breda stelt de GGD vast dat 10% van de kinderen geen lid is van een sportclub vanwege geldgebrek bij de ouders. Door jeugdartsen wordt gesteld dat voor 6% van de Bredase basisschoolkinderen geldt dat hun gezondheid en ontwikkeling bedreigd worden door geldgebrek bij de ouders. In een groep kinderen uit gezinnen die drie jaar of langer van een uitkering moeten leven, is dat zelfs 35%. Uit onderzoek van de FNV blijkt dat na privatisering van de Ziektewet het ziekteverzuim nauwelijks is afgenomen, maar dat werkgevers wel steeds meer selecteren op gezondheid wanneer zij nieuw personeel aannemen. Tot slot in deze serie: weduwen en weduwnaars lopen massaal te hoop tegen de nieuwe ANW. Voorzitter! Wie niet ziende blind of horende doof is, moet erkennen dat op vele terreinen van de samenleving de tweedeling heeft toegeslagen, niet alleen op het punt van inkomen maar ook als we kijken naar de vermogens. 5% van de bevolking bezit 50% van het totale vermogen, terwijl 1 miljoen huishoudens meer schulden heeft dan bezit. Wanneer vandaag 1500 topmanagers zouden besluiten hun opties te verzilveren, kunnen zij 4 mld. incasseren. Op het punt van de gezondheid: deze zomer berichtte het RIVM dat ook de sociaal-economische gezondheidsverschillen zelfs gegroeid waren. Op het gebied van de toegang tot de zorg, waar eigen bijdragen en bijverzekeren de sleutelwoorden zijn geworden. Op het gebied van het onderwijs, waar sponsoring, ouderbijdragen en een uit sociaal oogpunt onevenwichtige opbouw van de leerlingenbestanden steeds meer bijdragen aan een nieuw soort standenonderwijs. Uit een rapport van de OESO blijkt dat Nederland bij de uitgaven voor het onderwijs achterblijft ten opzichte van omliggende landen. Op het gebied van de huisvesting, omdat er steeds meer onderscheid komt tussen arme en rijke wijken. Ik verwijs hierbij naar hetzelfde SER-rapport. Op het punt van de veiligheid, omdat het in de volkswijken, waar men wordt geconfronteerd met een opeenhoping van problemen, vaak aanzienlijk gevaarlijker is dan in de rijke wijken. Of zelfs op het punt van de toegang tot het recht, omdat veel mensen zich als gevolg van de eigen bijdrage geen advocaat meer kunnen permitteren.

Dit kabinet heeft willens en wetens het neoliberale denken als richtsnoer genomen; heeft willens en wetens de tweedeling op al deze terreinen bevorderd en heeft willens en wetens de weg vrijgemaakt voor een volgend kabinet dat ongestoord op deze weg verder kan gaan. Immers, hoe kan de Partij van de Arbeid nog ooit een geloofwaardige oppositie voeren tegen een voortzetting van de neoliberale koers onder een volgend kabinet, mogelijk bestaande uit een combinatie van VVD en CDA, al dan niet aangevuld met D66?

De heer Wolffensperger (D66): Als ik de lange opsomming van de heer Marijnissen hoor van alles wat verkeerd is, heb ik één vraag. Hij was niet bereid om naar de beleidsvoornemens van het kabinet in de Troonrede te luisteren. Is hij niet blij dat het kabinet zo beleefd is om wel naar hem te luisteren?

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter!

De Troonrede is weliswaar een rede die wordt uitgesproken door het staatshoofd, maar is geschreven door de minister-president, onder verantwoordelijkheid van het kabinet. Wij hebben op Prinsjesdag een daad willen stellen naar aanleiding van de hoofdpunten van het regeringsbeleid, neergelegd in de Miljoenennota. Om een zwart randje aan die feestdag voor dit Paarse kabinet te geven, hebben wij gemeend een daad te moeten stellen. Wij deden dat niet om de Koningin te beledigen. Ik kan verklappen dat wij haar zelfs een brief hebben gestuurd waarin wij hebben uitgelegd wat de achtergrond van onze beslissing was, die geheel niets te maken heeft met beleefdheid ten opzichte van dit kabinet. Dat is bij ons geen seconde een punt van overweging geweest. Met bewindslieden van dit kabinet heb ik inmiddels al tientallen zo niet honderden malen de degens gekruist. Dat zijn gevechten geweest waarbij beide partijen elkaar steeds hebben aangehoord. Als wij van onze vrijheid gebruikmaken om niet bij de opening van het nieuwe parlementaire jaar aanwezig te zijn, is dat onze beslissing. De heer Wolffensperger kan dat vervelend vinden, maar wij vinden dat niet. Wij hebben gemeend om van ons recht gebruik te moeten maken om, zoals de voorzitter van de Eerste Kamer, de heer Korthals, heeft gezegd, om politieke redenen niet te gaan.

De heer Wolffensperger (D66): Als ik uw verhaal vergelijk met de inhoud van de Troonrede, had het kabinet meer reden om bij uw verhaal weg te blijven dan u reden had om bij de Troonrede weg te blijven.

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter!

Dit is een beoordeling van de heer Wolffensperger. Hij is duidelijk ongelukkig met het feit dat wij gisteren een daad hebben gesteld. Eenieder zijn opvatting. Wij hebben gemeend dat te moeten doen. Vandaag debatteren wij en bespreken wij de begroting voor volgend jaar. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de minister-president.
Ik zal er met plezier naar luisteren.

Tweede termijn

De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter! Mevrouw Jansen is 73 jaar. Zij zei vorige week tegen mij: Mijnheer Marijnissen, ik heb de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Toen de oorlog voorbij was, lag het land in duigen. Wij hadden niks. Er moesten ziekenhuizen, woningen, wegen en bruggen komen en wij hadden geen nagel om onze kont te krabben. Mevrouw Van Galen vroeg mij: Mijnheer Marijnissen, hoe is het mogelijk dat wij, nu wij zo rijk zijn, niet kunnen wat wij toen wel konden, namelijk vooruitgang boeken op een aantal terreinen, de benodigde ziekenhuizen bouwen, de benodigde bruggen bouwen, de problemen van de mensen oplossen en ervoor zorgen dat mensen een beroep konden doen op hun sociale zekerheid wanneer dat noodzakelijk was?
Voorzitter! Dit dilemma, die vraag staat voor mij centraal in de beoordeling van het beleid van het Paarse kabinet van de afgelopen jaren en de begroting voor het komend jaar. Wij kunnen immers niet anders dan vaststellen dat de collectieve voorziening, met name de zorg, de laatste jaren veel geld tekort is gekomen. Het RIVM en vóór het RIVM al vele andere gezaghebbende instituten hebben becijferd dat de jaarlijkse groei ruim 2% zou moeten zijn om aan de zorgvraag van mensen te kunnen voldoen. Zelfs minister Borst stelde dat wij ervan uit mogen gaan dat het wetenschappelijk onderbouwd is als het RIVM bepaalt dat het 2% of meer moet zijn. Dan dient dit dus ook te geschieden. Vandaar de volgende motie.

Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat het RIVM in ”Volksgezondheid, toekomst-verkenningen” op grond van wetenschappelijk onderbouwde argumenten concludeert dat een jaarlijkse volumegroei van circa 2,4% voor de zorg noodzakelijk is;
overwegende, dat het in de begroting voor 1998 toegestane groeipercentage van circa 1,5 onvoldoende is om te voldoen aan de toenemende zorgvraag, onvoldoende is om de ontstane zorgkloof op te heffen en onvermijdelijk zal leiden tot toenemende wachttijden en verdere verschraling van de noodzakelijke zorg;
verzoekt de regering in 1998 500 mln. extra voor de zorg ter beschikking te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 30 (25600).

De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter! In tegenstelling tot de trend die vandaag gezet schijnt te worden, wil ik graag de dekking aangeven. Het zal neerkomen op ongeveer 500 mln. Wij stellen voor, de eerste en tweede schijf niet te verlengen, hetgeen een opbrengst van 400 mln. betekent, en de vermogensbelasting niet te verlagen, hetgeen 200 mln. oplevert. En dan houden wij nog geld over.

Mijnheer de voorzitter! Er is gesproken over de dagvoorziening, onder anderen door de heer Van der Vlies. Ik steun zijn motie. Ik dien een andere motie in met betrekking tot de gezondheidszorg.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat het kabinet het voornemen heeft bij opname in een psychiatrisch ziekenhuis of een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis vanaf de eerste dag een eigen bijdrage te heffen;
overwegende, dat opname in het eerste jaar gericht is op genezing en dus niet vergelijkbaar is met AWBZ-bijdragen voor verzorging;
overwegende, dat psychiatrische patiënten vaak financiële problemen hebben, zodat het risico bestaat dat mensen zullen afzien van noodzakelijke zorg of een beroep op zorg zullen uitstellen, waardoor de kwaal in ernst kan toenemen;
verzoekt de regering af te zien van deze maatregel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 31 (25600).

De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter! Mijn eerste termijn heb ik vooral in het teken van de tweedeling geplaatst. Het was mijn stelling dat de solidariteit meer en meer uit de samenleving verdwijnt. Ik heb het dan niet zozeer over de spontane solidariteit, als wel over de georganiseerde solidariteit. Ik heb vele voorbeelden genoemd en die zal ik hier niet herhalen. Maar toen ik de minister-president, die overigens niet is ingegaan op alle punten die ik in eerste termijn naar voren heb gebracht, hoorde spreken over poldermodel, over overleg en evenwicht, over een samenleving die één gemeenschap vormt, dacht ik toch wel even: hier slaat de minister-president de plank echt mis. Ik vind dat niet gesproken kan worden over een evenwicht dat aanwezig is op het punt van sociaal en economisch beleid. En ik vind allerminst dat wij kunnen stellen dat wij te maken hebben met één gemeenschap; in eerste termijn heb ik juist voorbeelden gegeven van toename van de tweedeling.
Mijnheer de voorzitter! De Wiardi Beckmanstichting van de PvdA heeft ervoor gepleit meer te kiezen voor algemene verhoging van het sociaal minimum, in plaats van voor allerlei maatregelen die de armoedeval tevens zouden moeten bestrijden. Ik wijs erop dat de commissie-Derksen vandaag haar rapport heeft gepubliceerd en dat zij bij de bestrijding van de armoede haar voorkeur uitspreekt voor generiek beleid dat is gericht op de lage inkomens, boven specifiek beleid dat is gericht op mensen met lage inkomens die gebruikmaken van bepaalde voorzieningen. Daarom tot slot de volgende motie, die betrekking heeft op de individuele huursubsidie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat het niet-gebruik van huursubsidie onaanvaardbaar hoog is;
overwegende, dat de verhuurder jaarlijks gegevens kan leveren over de hoogte van de huren van zijn woningen, alsmede over de gezinssamenstelling van zijn huurders;
overwegende, dat door de koppeling van deze gegevens aan die van de belastingdienst de huursubsidie kan worden berekend, waardoor automatische toekenning van de huursubsidie aan de rechthebbenden mogelijk wordt;
verzoekt de regering op korte termijn dit plan, of een ander plan dat als resultaat heeft dat iedereen die recht heeft op huursubsidie, die ook krijgt, uit te werken en aan de Kamer voor te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 32 (25600).

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

woensdag 17 september 1997 :: 14.14 uur

Reacties uitgeschakeld