Algemene Beschouwingen 2000

woensdag 20 september 2000 :: 14.20 uur

Bijdrage Algemene politieke beschouwingen
20 en 21 september 2000

Eerste termijn

De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter! ”Iedere tijd smacht naar een schonere wereld. Hoe dieper de wanhoop en verslagenheid over het verwarde heden, des te inniger dat smachten”, schrijft de historicus Huizinga in zijn ”Herfsttij der Middeleeuwen”. Hoe paradoxaal het in deze tijd van aanhoudende economische groei op het eerste gezicht ook mag lijken: wij leven in een verward en verwarrend heden. Aanleiding voor wanhoop en verslagenheid is er zelfs ook en dus ook voor het smachten naar een schonere wereld. De tegenstellingen wereldwijd, onder andere tussen arm en rijk, nemen nog steeds toe, net als de tegenstellingen in ons eigen land. En dat niet alleen. Belangrijke waarden die de Europese beschaving heeft voortgebracht, lijken, nu wij ze kunnen realiseren, steeds verder te wijken achter de horizon. Het zijn verwarrende tijden. Meest verwarrend is misschien nog wel het verschil tussen hoe velen de deplorabele staat van Nederland zien, en het gebrek aan gevoel van urgentie bij het kabinet en de meerderheid van de Kamer. De afgelopen twintig jaar heeft zich in ons land een ware revolutie voltrokken. Het concept van de verzorgingsstaat werd ingeruild voor een kille zakelijke waarborgstaat. De publieke zaak is verweesd. En omdat de publieke zaak de kern vormt van de beschaving, kon de nonchalante wijze waarop door Paars met de publieke zaak is omgegaan, niet zonder gevolgen blijven. Inmiddels staan wij op een cruciaal punt in de geschiedenis: gaan wij rechtsaf, gaan wij door op de eerder door Paars ingeslagen weg, recht richting Amerikaanse toestanden; of gaan wij linksaf en wijken wij af van het door de VVD gedomineerde beleid in de richting van een samenleving met fatsoenlijke collectieve voorzieningen, een fatsoenlijke inkomensverdeling, een samenleving die recht doet aan de rechten van elk individu?

Natuurlijk, mijnheer de voorzitter, zijn niet alle problemen die door Paars zijn veroorzaakt in één klap op te lossen, maar een mijlenlange weg begint met een eerste stap en vooral met het kiezen van de goede richting. En die richting wordt bepaald door het antwoord op de vraag: willen wij links- of rechtsaf? De fixatie van de achtereenvolgende kabinetten vanaf het begin van de jaren tachtig op de macro-economische cijfers – de economische groei, het terugdringen van het financieringstekort en de staatsschuld – heeft de blik op de samenleving vertroebeld. De korte horizonten van maximaal vier jaar voor herverkiezing (meestal zelfs één jaar, het begrotingsjaar) hebben verhinderd dat de heersende politiek tijdig heeft ingezien dat er schraalheid of erger ontstaat aan het eind van de kaasschaaf. Overtollig vet wegsnijden in organisaties kan geen kwaad, maar daarmee doorgaan, ook als het bot reeds zichtbaar is, leidt tot een verzwakking van het skelet. De prijs die wij nu betalen voor het systematisch verkrappen van budgetten is hoog. Die prijs betalen wij door middel van verlies aan kwaliteit en toegankelijkheid van wezenlijke voorzieningen. Maar die prijs omvat ook – en dat is nog erger – de onvoorwaardelijke en onbetaalbare loyaliteit van de leraar aan het onderwijs en ”zijn” leerlingen, van de verpleger aan de zorg en ”zijn” patiënten, van de politieagent aan de beveiliging van de openbare ruimte en ”zijn” wijkbewoners, van de academicus aan de wetenschap en ”zijn” onderzoek, van de kunstenaar aan de kunsten en ”zijn” werkstuk, van de conducteur aan het openbaar vervoer en ”zijn” passagiers. Velen van de infanteristen van de publieke zaak, zij die in de frontlinie staan van de dagelijkse werkelijkheid, hebben hun vertrouwen in het beleid van de overheid verloren. Zij hebben het gevoel er alleen voor te staan en niet de steun te krijgen waarop zij recht denken te hebben en die zij volgens mij ook hebben. Cynisme uit zelfbehoud is het onvermijdelijke gevolg. Het tekort aan wervingskracht van het werken in de publieke sector en voor de publieke zaak, het gebrekkige imago ervan, is een zelfstandig probleem geworden. Het goedkoop van de overheid is duurkoop voor de samenleving geworden en uiteindelijk ook weer voor de overheid zelf. Nu er spanning op de arbeidsmarkt is – onder andere omdat het kabinet er maar niet in slaagt het enorme reserveleger van bijna een miljoen arbeidsongeschikten aan het werk te helpen – worden de gevolgen van de stiefmoederlijke behandeling van de publieke zaak door Paars extra duidelijk en extra schrijnend. De concurrentie met de markt bij het werven van personeel wordt op alle fronten verloren. En daarom moeten er kunstgrepen gepleegd worden, zoals het invliegen van verpleegkundigen uit Zuid-Afrika. Ik wil het kabinet in dit verband iets vragen. Ik heb begrepen dat er wel eens contacten zijn met de heer Mandela. Mij is verteld dat de heer Mandela het Verenigd Koninkrijk opgeroepen zou hebben, geen verpleegsters uit Zuid-Afrika naar Engeland over te vliegen, omdat zij voor Zuid-Afrika belangrijk zijn. Zijn dit soort geluiden uit Zuid-Afrika ook tot het kabinet doorgedrongen?

Mijnheer de voorzitter! Ik geef nog een aantal voorbeelden van de kunstgrepen die noodzakelijk zijn, omdat de collectieve sector zijn wervingskracht heeft verloren: kinderen vier dagen per week naar school, onbevoegden voor de klas, premies voor het aanbrengen van collega’s, premies voor uitzendbureaus voor het leveren van nieuwe leraren. De rij is eindeloos. Zo wordt geprobeerd de grootste nood te lenigen. De impopulariteit van de publieke sector (in de ruimste zin) heeft diverse oorzaken: natuurlijk het loon dat beslist niet marktconform is, natuurlijk ook de mindere secundaire arbeidsvoorwaarden, maar vooral de bezoedeling van het imago van het werk, of dat nu in het onderwijs is, in de zorg, bij de politie of in het vervoer. Een baan in de publieke sector lijkt het laatste te zijn waar jongeren naar streven.

Mijnheer de voorzitter! ”Minder overheid en meer markt” werd het adagium van Paars. Privatisering, deregulering, decentralisering en budgettering werden de instrumenten van het beleid. Ideologisch verwoordde Paars het in het regeerakkoord ”Keuzen voor de toekomst” van 1994 aldus: ”De leidende gedachte in dit programma is het herijken van de verhouding tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid. ” En verder: ”Zo kan een nieuw evenwicht groeien tussen de behoefte aan bescherming en de noodzaak van dynamiek.” Een herijking en een nieuw evenwicht dus, dat was wat de paarse bewindslieden wilden bereiken. En zij hebben waarlijk niet stilgezeten. Alle sociale wetten zijn door de molen gegaan en zijn vrijwel zonder uitzondering verslechterd. De Arbeidstijdenwet werd verzuimd; de huren werden fors verhoogd en de sociale volkshuisvesting bijna ontmanteld. De zorg werd gebudgetteerd; het onderwijs kreeg te maken met systematische tekorten terwijl de verantwoordelijkheid in belangrijke mate werd gedecentraliseerd. De NS werd verzelfstandigd. Nutstaken als gas en elektra werden klaar gemaakt voor de markt; er moest immers concurrentie komen. De PTT werd KPN en ging naar de markt. Er werd/wordt door Paars voor tientallen miljarden aan lastenverlichting voor bedrijven en burgers doorgevoerd.

Voorzitter! Deze herijking leidde inderdaad tot een ander evenwicht: de bescherming nam af en er kwam marktdynamiek voor in de plaats. De herijking leidde naast eindeloze verrijking voor enkelen aan de top – over het vorige jaar gemiddeld weer 13% – kortom particuliere rijkdom voor enkelen, tot publieke armoede bij de wachters van de publieke zaak. Steeds vaker hoor je specialisten en andere kenners van de gezondheidszorg spreken over ”dood door schuld van de overheid” als ze de gegroeide wantoestanden in de vorm van wachtlijsten beschrijven. Hoogleraar Knape, anesthesioloog in het UMC, spreekt over onnodige sterfgevallen. De Gezondheidsraad spreekt schande over het feit dat kankerpatiënten in 13 van de 21 bestralingscentra drie tot zeven weken moeten wachten voordat ze behandeld kunnen worden, terwijl volgens internationale richtlijnen de wachttijd niet langer mag zijn dan twee weken. Het aantal wachtenden voor een openhartoperatie neemt weer toe. Het tekort aan IC-bedden maakt dat er vaak geleurd moet worden met patiënten. De Nederlandse Hartstichting komt met voorbeelden uit Limburg waar hartpatiënten overleden omdat er geen plek was in een naburig ziekenhuis. Chirurg Maurits de Brauw zegt in NRC Handelsblad van 20 mei 2000: ”Ik maak de mensen niet beter, ik maak ze zieker.” en: ”Mensen die vanwege galstenen op de wachtlijst stonden, kwamen plotseling met een ontstoken alvleesklier of galblaas binnen. We hebben nog geen doden gehad, maar daar kun je op wachten.” Uit een recent vergelijkend onderzoek van de OESO blijkt dat de specialisten- en huisartsendichtheid in ons land laag is; we geven betrekkelijk weinig uit aan zorg en daarom hebben we onder andere wachtlijsten. En niet alleen in de cure, maar ook in de care: meer dan 10.000 mensen wachten op een plaats in een verpleeghuis, ruim 32.000 mensen wachten op een plekje in een verzorgingshuis. Let wel, dit zijn opgeschoonde cijfers! Bijna 60.000 mensen krijgen geen of onvoldoende thuiszorg. De inspectie voor de gezondheidszorg laat weten dat voor 7000 meervoudig gehandicapten de behandeling en behuizing onvoldoende zijn. Bijna 10.000 kinderen wachten op hulp of een plaats in een instelling. Deze cijfers zijn niet nieuw maar al jaren bekend. Paars heeft zich al die tijd Oost-Indisch doof getoond en niets ondernomen om de negatieve ontwikkelingen om te zetten in positieve. Men wilde immers ”een nieuw evenwicht”. Wat we als percentage van het BBP uitgeven aan zorg is onder Paars gedaald van 9 naar 8,2, terwijl de behoefte aan zorg door bijvoorbeeld de vergrijzing is toegenomen. Waar de publieke sector tekortschiet, bereidt zij de weg voor de commercie. AEGON heeft nu een polis in de aanbieding die de verzekerde in staat stelt de wachtlijsten te omzeilen door middel van een arrangement in het buitenland, te betalen door de verzekeraar. Maar voor wat hoort wat: de premie ligt wel ƒ 180 per maand hoger dan die voor andere polissen. We zien trouwens de premiedifferentiatie sowieso enorm oprukken binnen het verzekeringswezen; het is de bijl aan de wortel van de solidariteitsgedachte die ten grondslag ligt aan elke verzekering. Tweedeling is het onvermijdelijke gevolg, zelfs op het terrein van de zorg. En het gekke is: de minister erkent dat ook in de zorgnota en zegt het een slechte zaak te vinden omdat zo ”de sociale cohesie en de solidariteit verloren gaan”. Maar, voorzitter, is hier niet de aanklager tevens de schuldige? Het lijkt mij een ongemakkelijke positie: twee zielen in één Borst. Ik heb het al vaker gezegd: aan de ene kant het erkennen van de problemen en aan de andere kant er niets of in elk geval onvoldoende aan doen.

Voorzitter! De tweedeling komt allang niet meer alleen tot uitdrukking in zich vergrotende inkomens en vermogensverschillen. Op vele maatschappelijke terreinen zien we die ontwikkeling, niet alleen in de zorg maar ook in het onderwijs. Prive´ -scholen, ƒ 36.000 per kind per jaar, werden door de politiek goedgekeurd. Het belang van sponsoring door bedrijven van Coca-Cola tot Shell neemt in het onderwijs steeds verder toe, net als het belang van hoge ouderbijdragen voor scholen. Minister Hermans spreekt in dit verband eufemistisch over ”differentiatie” en ”diversiteit”. In werkelijkheid gaat het erom dat ouders graag extra betalen om zich te verzekeren van goed onderwijs voor hun kinderen, iets dat dus niet meer vanzelfsprekend aan de overheid wordt of kan worden overgelaten. Alleen, niet iedereen ka´ n extra betalen. Die ”differentiatie” heeft niets, zoals wel beweerd wordt, met pedagogische of didactische diversiteit te maken, maar met segregatie langs een sociaal-economische lijn. Graag wil ik weten of de minister-president het eens is met de minister van Onderwijs als die in een interview in de Haagsche Courant van 29 januari jl. zegt: ”Waar haal ik het recht vandaan om tegen ouders te zeggen dat zij hun geld beter kunnen besteden aan een reis naar Kenia dan aan de school van hun kinderen?”. Dit citaat moet gezien worden in het perspectief van hetgeen ik zojuist heb gezegd. En: ”Je kunt wel tegen commerciële invloed op scholen zijn, maar het is er nu eenmaal, en daar doe je niets meer aan.” Internationaal gezien dalen we steeds verder op de ladder als het om goed onderwijs gaat. Onze klassen zijn groter, onze leraren moeten langer werken, en dat kan niet anders dan leiden tot een lager niveau. En wat ook lager is, is het percentage BBP dat wij uitgeven aan onderwijs: het OESO-gemiddelde ligt nu op 6,5%; in ons land komen we niet verder dan 5,1%. Let wel, in de Verenigde Staten is het 7,1%. Als wij weer op het gemiddelde willen uitkomen, moet er 12 mld. extra worden vrijgemaakt voor het onderwijs. Pedagogen vroegen zich vroeger nog wel eens af of onderwijs het volgieten van een emmer is of het ontsteken van een licht. Deze vraag is achterhaald. Voor geen van beide kwalificaties lijken wij nog de middelen beschikbaar te hebben. Vandaar dat mensen als Roel in ‘t Veld oproepen tot bestuurlijke ongehoorzaamheid en opstand. Hij vraagt minimaal 10 mld. voor onderwijs. Oud-voorzitter Rottenberg van de PvdA gaat nog een stapje verder en zegt in Het Parool dat zeker 20 mld. nodig is om Nederland in tien jaar weer in de top drie van Europa terug te brengen. Sprekende over onderwijs wil ik ook nog iets zeggen over de recente acties van migrantenouders om ervoor te zorgen dat er iets gedaan wordt aan de scheiding van allochtone en autochtone kinderen. De SP steunt deze acties in Utrecht en Deventer van harte. Deze ouders begrijpen dat het belang van hun kind niet is gediend met scheiding: samen leven begint met samen wonen en samen naar school. Deze ouders begrijpen dat. Graag hoor ik de mening van de minister-president over de doelen van deze acties.

De collectieve armoede heeft ook geleid tot minder aandacht voor de structurele individuele armoede in onze samenleving. In de kabinetsstukken komt het woord armoede helemaal niet meer voor. Is de minister-president van mening dat dit woord niet meer gebruik behoeft te worden, omdat er geen armoede meer bestaat in dit land? Denkt hij werkelijk dat het probleem is verdwenen als bisschop Muskens even een tijdje uit het nieuws is geweest? Mag ik hem eraan herinneren dat in dit land nog altijd 300.000 kinderen zijn die, met gevolgen voor hun verdere leven, nu in armoede worden grootgebracht? Het lijkt mij dat dit echt niet kan. Een kabinet onder leiding van een sociaal-democraat wil dit probleem kennelijk niet meer echt erkennen. Ondertussen is ons land op de lijst van West-Europese landen en hun sociale zekerheid van de top (in de jaren tachtig) weggezakt naar de achterhoede, ruim achter Denemarken, België en zelfs Italië. De publieke zaak is verweesd, en daarmee de publieke moraal. De politiek van de afgelopen twintig jaar, met de PvdA gedurende de hele tweede helft in het hart van de regering, heeft de vanzelfsprekendheid van de solidariteit van de haves met de have-nots doen verdwijnen, net zoals de vanzelfsprekendheid van fatsoenlijke publieke voorzieningen. Er kwam een nieuw belastingplan dat niets deed voor de verkleining van de inkomens- en vermogensverschillen; de publieke armoede van de overheid werd niet aangepakt. Integendeel, tientallen miljarden lastenverlichting werden richting bedrijven en burgers geschoven. En nu er dan eindelijk een begrotingsoverschot is bereikt, heeft de heer Melkert in navolging van de VVD het aflossen van de staatsschuld in 25 jaar als nieuw politiek doel geformuleerd. De verleiding zal groot zijn voor de PvdA om hierin een nieuw alibi te zien om niet te doen waar de samenleving om schreeuwt: voldoende investeren in de voorzieningen waar wij allemaal voor zeggen te staan. Het effect van dit beleid op de samenleving kan niet uitblijven. De suggestie als zou de overheid geen rol hebben in het doen aanslaan van bepaalde normen en waarden in de samenleving is een liberale opvatting die mijn partij niet deelt. Wij zijn van mening, dat de overheid wel degelijk – of zij dat nu wil of niet, dus tegen wil en dank – in haar wetgeving, in haar regelgeving en in haar beleid iets tot uitdrukking moet brengen dat resoneert met de samenleving. Als een overheid niet langer bereid is om in georganiseerde solidariteit te investeren, leidt dat ook tot een ander soort burgers, namelijk calculerende burgers en burgers die soms ook maar wat roepen. Ik heb de laatste weken een lijstje voorbeelden gemaakt. Het MKB stelt voor om weer een 45-urige werkweek in te voeren. VNO-NCW ziet wel iets in de afschaffing van de VUT ten faveure van de individuele prepensionering, waarvan wij allemaal weten dat dit iets is wat de solidariteit op het gebied van het vervroegd uittreden uitholt. Voor prepensionering moet je immers voor jezelf betalen. Het is dus duidelijk dat degenen die het kunnen betalen er ook eerder uit kunnen en met een hogere uitkering. Wat vindt de minister-president van die suggestie? Werkgevers stellen een toename van de flexibele beloning van werknemers voor. Ook daar zou ik graag willen weten wat de oud-vakbondsman en nu minister-president hiervan denkt, met name als het gaat om de gevolgen hiervan voor de werkdruk op de werkvloer die al erg hoog is in ons land maar ook als het gaat om de betekenis van het fenomeen van CAO en dus ook van de vakbonden. Maar het kan nóg gekker: De WRR laat weten, voorstander te zijn van een verlaging van het ziekengeld van 100% naar 70%. En jawel, daar stond de oude Kok weer even op – immers, in het begin van de jaren tachtig ooit actieleider geweest tegen plannen van zijn PvdA-voorganger-partijleider om datzelfde ziekengeld te verlagen – en verwierp deze suggestie van de WRR. Wat is hier trouwens ”wetenschappelijk” aan deze suggestie? Voorzitter! Ik heb nog een ander voorbeeld. De NS laten ijskoud weten dat de reizigers meer zullen moeten staan omdat zij het aanbod niet goed kunnen verwerken. Hoe kan dat nou, zo vraag je je dan toch af. De NS hebben geen nieuwe treinen kunnen bestellen zolang zij geen zekerheid hadden over de concessie voor het hoofdnet. Tel uit je winst als het gaat om de introductie van marktwerking, die het nooit werd in Nederland. Maar het ergste komt nog: de een of andere gladde marketingdeskundige heeft vervolgens voor de NS bedacht om van de nood een marketingdeugd te maken en een derde klasse te creëren en die Space te noemen. Treinen worden daar nu al voor omgebouwd en de mensen kunnen daar ook nu al mee rijden. Mensen voelen zich gelijk vee in een te kleine wagon – geen space dus! – maar betalen wel het volle pond, namelijk de prijs voor de tweede klasse. Wat denkt het kabinet aan dit soort excessen te doen, behalve de NS meer speelruimte te geven op het gebied van de tarieven zoals in de stukken te lezen valt? Ondertussen gaat het kabinet onverdroten voort met het rekeningrijden. De steden werden met miljarden bewerkt en de VVD’er Blaauw had het in dat verband over ”prostitutie met overheidsgeld”. Die steden waren vervolgens plotseling wel bereid het rekeningrijden voor lief te nemen. In de ogen van mijn fractie blijft het een schijnoplossing. De kwestie is en blijft – hoe moeilijk ook – dat er veel te weinig is en wordt geïnvesteerd in een betaalbaar, goed en comfortabel net van openbaarvervoersvoorzieningen. Waar het kabinet ondanks alle waarschuwingen en vernietigende rapporten van onder andere de Rekenkamer mee door blijft gaan, is de Betuwelijn. Bij dezen geef ik aan graag te zijner tijd voorzitter te worden van de parlementaire enquêtecommissie die dit echec gaat onderzoeken.

Voorzitter! Ondertussen heeft het er alle schijn van dat zaken die echt van waarde zijn het onderspit blijven delven. De kunsten en het cultuurbeleid zouden uit de brand zijn wanneer zij 200 mln. extra zouden krijgen. Maar dat kan niet. Onze universiteiten schreeuwen om geld voor onderzoek en voor onderzoekers, die nu massaal richting het bedrijfsleven gaan. Natuur, de ruimte en het milieu zijn bij Paars ook niet in goede handen – zie het gesjoemel met de eisen voor de luchtvaart in het algemeen en Schiphol in het bijzonder – de manier waarop ons land de afgelopen jaren is ingericht, een minister van Landbouw die zijn verbazing uitspreekt over het feit dat er nog mensen zijn die boer willen blijven en niet voor het grote geld gaan door landbouwgrond te verkopen, en het gevecht voor de Waddenzee dat nog steeds niet definitief in het voordeel van de natuur is beslist. Het kabinet heeft laten weten de genetische manipulatie van gewassen en dieren op een pragmatische wijze tegemoet te willen treden. Het voorzorgprincipe is in navolging van de Europese Commissie verlaten ten behoeve van de wensen van het bedrijfsleven. Met uitspraken zoals ”het is toch niet tegen te houden” en ”de risico’s moeten we voor lief nemen” denkt Paars de dilemma’s rondom dit thema te hebben geëlimineerd. Een misverstand, en ik verzeker u, u zult dat de komende tijd ook gaan merken want de weerstand van veel mensen tegen de commerciële manipulatie van wat de evolutie zelfstandig gebracht heeft, neemt eerder toe dan af. En de SP zal er alles aan doen om die weerstand te bevorderen. Alle partijen in deze Kamer spreken over het recht op veiligheid van de burgers. Ik heb zojuist ook de heer Dijkstal daarover gehoord. We zien echter dat de openbare veiligheid steeds meer iets wordt waarmee ook particuliere beveiligingsbedrijven zich gaan bemoeien, soms betaald door de overheid en soms door particulieren. Ook hier geldt dat een terugtredende overheid ruimte maakt voor de markt en dus voor tweedeling. Van Duijn, voorzitter van de NPB zegt daarover zeer terecht: ”De overheid maakt haar kerntaken tot speelbal van de commercie.”

Voorzitter! Ik heb kort een aantal zaken willen noemen die mij bij het schrijven van mijn algemene beschouwing te innen schoten naar aanleiding van recente perspublicaties, de nota van het kabinet en de Troonrede. Ik hoorde deze week toevallig – ik luister normaal niet naar de beursberichten – dat de Amsterdamse effectenbeurs door de 700-grens is geschoten. Euro’s neem ik aan? Ik weet nog dat de beurs door de ƒ 1000-grens ging en dat heel Nederland dacht dat wij waarlijk het paradijs waren binnengetreden. Nu zit die grens dus al op meer dan ƒ 1400! Dat bedoel ik met particuliere rijkdom versus publieke armoede!

Voorzitter! Een beschaving kenmerkt zich door de waarden die zij centraal stelt. De waarden die de westerse beschaving ons gebracht en geleerd heeft, zoals het recht op een menswaardig bestaan voor élk individu, de diepe overtuiging dat élk mens telt en de vanzelfsprekendheid van solidariteit, lijken hun basis in politiek – en daardoor ook in de samenleving – steeds meer te verliezen en dat in een tijd waarin we juist een nieuwe agenda voor de homo universalis zouden kunnen schrijven! De economische groei en de welvaart stellen ons daartoe in staat. Maar juist nu lijken fantasie, creativiteit en politieke durf te ontbreken. De utopische oasen lijken opgedroogd, en – zoals Jurgen Habermas al eens waarschuwde – dan ontstaat er een woestijn van banaliteit en radeloosheid. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen onze ouders met de wederopbouw, terwijl er niets was en alles in puin lag. Waarom kunnen wij, nu het ons economisch zo voor de wind gaat, niet beginnen aan een nieuwe wederopbouw van de beschaving? In een vandaag al eerder aangehaald interessant artikel in Socialisme en Democratie zegt Ferd Crone: ”De collectieve sector is niet meegegroeid met de welvaart. Hoe lang valt dat nog vol te houden?”. Als percentage van het BBP is de collectievelastendruk gedaald van 66 in 1987 naar 40 nu. Hij pleit voor verruiming van de middelen voor publieke investeringen en voor modernisering van de begrotingsregels. Misschien mag ik de heer Crone een voorstel doen? Kieper om te beginnen de Zalmnorm in de Hofvijver! Het is toch volslagen onzinnig om te zien dat er voor 2001 een inkomstenmeevaller wordt verwacht van ruim 20 mld. en er als sociaal-democraat in toe te stemmen dat dat volledig naar de staatsschuld gaat, terwijl hij zelf vaststelt dat de collectieve uitgaven achterblijven. Investeren in het onderwijs rendeert beter – ook financieel-economisch – dan het aflossen van de schuld, al zal dat op enig moment natuurlijk ook wel moeten gebeuren. De heer Crone is helaas niet aanwezig, maar ook hij heeft er in eerdere interviews op gewezen dat de OESO heeft becijferd dat investeringen in het onderwijs ook uit financieel-economisch oogpunt nuttiger zijn en kunnen renderen met 8% a` 12%, terwijl aflossing van de staatsschuld slechts 5% oplevert.
Voorzitter! Ik zie mijn klokje op ”pauze 46 seconden” staan.
De voorzitter: Nu verraadt u mijn vriendelijkheid jegens u. Ik heb de klok stopgezet vanwege de verdeling over eenieder, maar u moet nu inderdaad gaan afronden.
De heer Marijnissen (SP): Ik ga nu snel afronden. Ik heb bij uw voorgangster die coulance ook gemerkt bij de andere sprekers.
De voorzitter: Vandaar!
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter! Ik deed dus de suggestie om de Zalmnorm in de Hofvijver te kieperen en het extra geld vooral niet te besteden aan aflossing van de staatsschuld, maar om dat te investeren in de sectoren waar het zo hard nodig is. Investeren in het onderwijs rendeert ten slotte beter. Als de uitkomst van de toepassing van de regels is, dat er naast ”exhibitionistische”, particuliere verrijking publieke armoede bestaat, dan deugen de regels niet. Natuurlijk stelt het kabinet weer extra geld ter beschikking voor zorg en onderwijs, maar het is allemaal weer te weinig. Zoals gezegd, mijnheer de voorzitter, het gevoel van urgentie ontbreekt. Willen we de negatieve spiraal doorbreken, dan zal er meer moeten gebeuren. Wil de overheid de samenleving laten zien, dat het haar ernst is met de wederopbouw van de beschaving, dan zal ze alles in het werk moeten stellen, ook financieel, om de betrokkenen en de samenleving als geheel te overtuigen. Voorzitter! Tot slot: Susan Sontag sprak onlangs in een column over zinloze rijkdom. Het bleek dat zij schatplichtig was aan de Volkskrant, dus voor hen alle credits voor deze fantastische woordcombinatie. We stikken momenteel van de zinloze rijkdom. Geldgebrek kan dus nooit het argument zijn om de individuele ellende die velen nu treft, te laten voortbestaan. Maar veel hoop op een fundamentele koerswijziging van Paars onder regie van deze minister-president heb ik niet. Ik heb zijn artikel, dat hij samen met Blair, Schro¨ der en Persson onlangs schreef, gelezen. En ik zeg het Mark Kranenburg van NRC Handelsblad na: het stuk heeft een hoog Jomandagehalte. Veel woorden, weinig inhoud. Of je bent het eens met wat er staat en dan zijn het open deuren of het is te algemeen. De ideologische veren zijn afgeschud, het liberale instrumentarium is overgenomen en we noemen het ”de derde weg”. Maar met die derde weg worden we wel allemaal het bos ingestuurd, want wat staat er te lezen: ”De resultaten spreken voor zich: (…) toenemende kwaliteit in gezondheidszorg en onderwijs.” Wie anno 2000 zoiets in Nederland durft te schrijven is of niet van deze wereld en dus familie van Jomanda of moet eens in de spiegel kijken en controleren of zijn neus misschien de afgelopen maanden iets is gegroeid. Plaatst de opmerking van de Koningin ”de leugen regeert” dit alles misschien ook in bepaald perspectief?

Voorzitter! Ik begon met het ”verwarde heden” van Huizinga. Het heden is nog steeds verward en verwarrend. Het smachten naar een schonere wereld is inniger dan ooit. Mijn fractie wil de eerste afslag links!

Tweede termijn

De heer Marijnissen (SP): Zo, is iedereen weer gerustgesteld! Mevrouw de voorzitter! Het centrale thema dezer dagen is toch eigenlijk wel de publieke zaak geweest. Zeer terecht overigens. Mijn stelling gisteren en vandaag is geweest, dat onder Paars de publieke zaak is verweesd. Er is simpelweg te weinig naar omgekeken. Er is te veel gekeken naar de macrocijfers, en te weinig naar de gevolgen voor de samenleving. Er is te veel gekeken naar de korte termijn, en niet naar de lange termijn. Er is te veel gekeken naar de Haagse partijpolitieke inzet, en te weinig naar de echte samenleving buiten de deur. Er was te veel vertrouwen in zichzelf bij het Paarse kabinet, en te weinig in de mensen die het werk moeten doen in de publieke sector. Er is te veel uitgegaan van minder overheid en meer markt, en er was te weinig oog voor het gegeven dat de markt onvolkomenheden kent als het om de basisvoorzieningen gaat. Daarbij gaat het natuurlijk met name om de aspecten kwaliteitstoegang en dreigende tweedeling.
Mevrouw de voorzitter! Niet om pedanterig te doen, maar het is wel de rode draad geweest van mijn bijdrages in deze Kamer vanaf 1994. Het was niet alleen de SP-fractie die daarvoor heeft gewaarschuwd, zeer velen ook buiten de Kamer hebben dat gedaan. Maar toch zijn die signalen uit het veld genegeerd, de signalen uit de zorg, uit het onderwijs, uit de jeugdhulpverlening, uit de sociale advocatuur, uit de politiewereld en ga zo maar door. De Partij van de Arbeid, de VVD en D66 dragen dan ook een grote politieke verantwoordelijkheid voor de staat van Nederland op dit punt.

Mevrouw de voorzitter! De minister-president was vanmorgen een beetje boos op de fracties, met name uit de oppositie, die naar zijn idee wat te veel oog hadden voor de tekortkomingen in de samenleving, en te weinig oog hadden voor datgene wat Paars toch allemaal tot stand heeft gebracht. Laat er geen misverstand over bestaan: ook de SP-fractie is buitengewoon verheugd over de 7 mld. investeringen. Dat punt hebben we dan gehad! Maar het gaat natuurlijk wel over de maatvoering, en de mate waarin het kabinet de urgentie erkent en onderkent van de problemen die zijn ontstaan.
Mevrouw de voorzitter! Op dat punt ben ik absoluut niet overtuigd van het feit dat het kabinet die urgentie dan ook werkelijk inziet. Ik kom nog even terug op de uitspraak van de minister-president, die hij waarlijk vanmorgen nog heeft verdedigd in deze Kamer, als zouden zorg en onderwijs kwalitatief zijn verbeterd in de afgelopen jaren. Wij hebben daarover gesproken, het is nader gepreciseerd, maar ik heb toch stellig het idee dat bij de 16 miljoen Nederlanders toch vooral de indruk bestaat dat die situatie is verslechterd. Het gaat dan met name over datgene waarop de mensen dagelijks zijn aangewezen.

Mevrouw de voorzitter! In dit verband wil ik de Kamer een voorstel doen, hoewel ik niet weet hoe dat procedureel moet. Als wij spreken over de publieke zaak, heb ik het idee dat we juist geen verkokerde discussie moeten voeren. Als het over de zorg gaat, moeten we niet zeggen: dan gaat het naar de vaste commissie voor VWS, en als het over onderwijs gaat, gaat het naar de vaste commissie voor OCW. Ik heb het idee dat de discussie van gisteren en vandaag illustreert dat het misschien de moeite waard zou zijn als de Kamer gezien de urgentie van het probleem nadenkt over een commissie, een onderzoek, een tijdelijke parlementaire commissie, die zich specifiek bezighoudt met de kwestie van de tegenstelling tussen de publieke zaak en de collectieve sector enerzijds, en de private sector anderzijds. Ik zeg dat hierom, omdat onze discussies hier vaak worden beheerst door de waan van de dag, incidenten, krantenartikelen enzovoorts, terwijl het debat van gisteren en vandaag volgens mij illustreert dat het gaat om processen die eerder de middellange termijn bestrijken. Mijn voorstel is daarom om met de fracties nader te kijken of er geen modus is te vinden, waarbij ook op de Kameragenda nadrukkelijker aandacht is en blijft voor alle aspecten van de tegenstelling tussen de publieke en de private sector.
Ik wil nog specifiek op een aantal punten ingaan. Het eerste punt betreft het onderwijs. Vanwege de al of niet vermeende slechte kwaliteit van het basisonderwijs kiezen steeds meer ouders in dit land voor particuliere scholen. In het afgelopen jaar is dat aantal scholen met 16% toegenomen. Ik wil erop wijzen dat in de Verenigde Staten – de heer Melkert heeft naar Chili verwezen, maar die hebben veel geleerd van de Verenigde Staten met de Chicago-school – dat proces ook is doorlopen. Ook daar waren mensen die de publieke scholen verlieten en naar de private scholen toegingen omdat de publieke scholen in zo’n deplorabele toestand verkeerden en verkeren. Dat geeft maar weer aan hoe groot de verantwoordelijkheid van het kabinet is om te zorgen voor goed onderwijs dat voor iedereen beschikbaar is. In de schriftelijke antwoorden op mijn vragen over de particuliere scholen werd gezegd dat enig verschil niet te vermijden is. Maar om nu te spreken over ”enig verschil” als het gaat om klassen met 6 kinderen op particuliere scholen of klassen met 34 kinderen op publieke scholen! Dat is meer dan enig verschil. Mijn fractie wil, aansluitend op de discussie die dezer dagen is gevoerd, een motie indienen die betrekking heeft op de dreigende tweedeling langs de lijn van de ouderbijdrage. Die motie luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat scholen in basis-en voortgezet onderwijs ouderbijdragen vragen die in hoogte steeds meer gaan verschillen;
overwegende, dat door die verschillen de toegankelijkheid van sommige scholen in gevaar komt;
overwegende, dat die ouderbijdrage beperkt zou kunnen blijven, aangezien deze alleen is bedoeld voor aanvullende voorzieningen die niet tot het gewone onderwijs behoren;
verzoekt de regering de ouderbijdragen in het basis- en voortgezet onderwijs aan een wettelijke maximum te binden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 18 (27400).

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter! Ik zag vandaag een stukje in Trouw – het is weer een krantenartikel, maar het is voor een parlementariër een buitengewoon nuttige bron – dat aansluit bij wat ik gisteren heb gezegd over de behandeling van mensen die bestralingsbehandelingen moeten ondergaan. Daarin staat: Bestralingscentra behandelen kankerpatiënten met een hogere dosis straling om zo het aantal behandelingen te verminderen, zodat de wachtlijsten korter worden. Voor de patiënten betekent dit een grotere kans op bijwerkingen, zoals een zere huid en een ongewenste lidtekenvorming. Tot zover het artikel in Trouw. Je waant je toch werkelijk in een derdewereldland als je dit leest. Dat wij in een tijd waarin wij nu leven, dit soort krantenberichten moeten lezen. Dit is er maar een, maar er zijn er honderden. Dat geeft maar weer aan wat de urgentie is van de problematiek waarover wij spreken. Er is een brief van de huisartsen, waarin zij zeggen dat ons land een uniek stelsel van eerstelijnsvoorziening heeft, waarin de huisartsen een centrale rol spelen. De Landelijke huisartsenvereniging heeft echter een brief aan alle fractievoorzitters geschreven, waarin staat dat op korte termijn minimaal 1 mld. nodig is om de dringende problemen op te kunnen lossen. Dat is toch van een totaal andere orde dan wat het kabinet met de Miljoenennota heeft gepresenteerd. Ikwil ook op dit terrein een motie indienen en die heeft betrekking op de beloning. ”Marktconform” is namelijk een buitengewoon vaag begrip. Voor mij gaat het erom of er in de sector van de zorg wel voldoende betaald wordt. Nu 91, de bond van verzorgenden, heeft een gemotiveerde berekening gemaakt en die stelt vast dat het salaris van de beroepsbeoefenaren in de zorg een achterstand vertoont van 10 tot 14%. Het is leuk dat juist het ministerie van VWS opdracht heeft gegeven voor een onderzoek door de Organisatie voor strategisch arbeidsonderzoek. Het is aardig om te lezen wat mensen in de zorg zeggen te waarderen, wat zij hoog vinden scoren in hun functie. Zij vinden het werk inhoudelijk leuk, zij waarderen de prettige sfeer op de afdeling en de waardering van de cliënten en zij vinden dat het werk veel voldoening geeft. Dat zijn precies de dingen die wij allemaal zo bewonderen in die mensen. De negatieve punten zijn het gebrek aan loonbaanperspectieven, de beloningen, het werken onder tijdsdruk en de geringe tijd die zij hebben voor de cliënten. Dat zijn precies de punten waarvan ik denk: daar is nu juist de overheid voor. De overheid is er niet voor die andere punten, want dat zijn de punten waarom de mensen daarvoor kiezen. Dat verstaan zij onder ”iets doen voor de medemens”. Juist als de overheid ervoor kan zorgen dat die mensen hun motivatie niet verliezen, schiet zij tekort. Ik zal er verder niet over uitweiden. Ik wil de volgende motie graag indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat het van groot maatschappelijk belang is dat werkers in de zorgsector minimaal gelijk beloond worden en vergelijkbare (financiële) loonbaanperspectieven hebben als werkers met vergelijkbare functies in de marktsector;
overwegende, dat volgens diverse onderzoeken de uurlonen in de zorgsector lager liggen dan de uurlonen van vergelijkbare functies in de markt;
overwegende, dat de nieuwe Functiewaardering gezondheidszorg (FWG 3.0) die per 1 januari in het grootste deel van de zorgsector van toepassing is, naar verwachting voor veel functies tot schaalverhoging zal leiden en dus een opwaarderend effect zal hebben;
overwegende, dat aanpassing van de FWG met uitloopschalen goede mogelijkheden biedt om werkers in de zorg een beter financieel perspectief te bieden;
verzoekt de regering de werkgevers de financiële middelen toe te zeggen die nodig zijn om de nieuwe FWG zorgvuldig en gezien het maatschappelijk belang ruimhartig toe te passen en tevens financiële ruimte te maken om een aanpassing van FWG 3.0 met uitloopschalen mogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 19 (27400).

De heer Marijnissen (SP): Mevrouw de voorzitter! Ik ben toch een beetje teleurgesteld over het feit dat noch in de Miljoenennota, noch in de Troonrede, noch in de hoofdlijnen van het regeringsbeleid gesproken is over de armoede in dit land. Ik heb de minister-president om opheldering gevraagd, maar die heb ik vanmorgen helaas niet gekregen. Daarom kom ik daarop in tweede termijn terug. Ik kies daarbij voor een bijzondere invalshoek, namelijk voor de invalshoek van de vrachtwagenchauffeurs. Ik heb de minister-president vanmorgen uitdrukkelijk horen zeggen dat hij met name uit compassie de mensen met eenmansbedrijven op sociale gronden tegemoet wil komen. Mijn fractie steunt dat. Mijn fractie steunt het kabinet ook als het vindt dat de slachtoffers van de ramp in Enschede of de slachtoffers van watersnoodrampen moeten worden gesteund. Maar is het dan raar om in deze tijd structurele steun te vragen voor mensen die in structurele armoede verkeren? Dat lijkt mij nu toch niet te veel gevraagd. De armoede bestaat nog wel degelijk in ons land, de achterstand eveneens. Het is volgens onze fractie nu of nooit om daar echt iets aan te doen. Daarom dien ik de volgende motie in, met een zeer bescheiden verzoek. Degene die de SP-moties kent, weet dat het een bescheiden verzoek is.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat het kabinet bij de algemene politieke beschouwingen 2000 de mensen met een minimumuitkering met kinderen en de mensen die langdurig van een minimumuitkering moeten zien rond te komen, een extra koopkrachtverhoging van 1% in het vooruitzicht heeft gesteld;
constaterende, dat volgens de Macro-economische verkenningen 2001 van die extra verhoging slechts 0,5% is gerealiseerd;
voorts constaterende, dat uit diezelfde Macro-economische verkenningen 2001 blijkt dat de koopkracht van mensen met een minimumuitkering met kinderen voor 2001 1,75% achterblijft bij modaal; van mening, dat de economie bloeit als nooit tevoren zodat het niet meer dan rechtvaardig is dat de mensen met een minimumuitkering daarvan ten minste evenredig meeprofiteren en er bovendien een begin wordt gemaakt met het inlopen van de achterstand;
verzoekt de regering de koopkracht van mensen met een minimumuitkering extra te verhogen met 2,5%,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 20 (27400).

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter! Ik wil nog kort ingaan op de WAO en de integratie van de arbeidsgehandicapten. Al vele jaren vraagt deze minister-president bij het najaarsoverleg aan werkgevers – hij maakt dat ook bekend in de Kamer – mee te werken aan de uitstroom uit de WAO. Ik vind werkelijk dat het zo langzamerhand niet meer bij verzoeken mag blijven. Immers, in belangrijke mate zijn die bedrijven medeverantwoordelijk voor de instroom in de WAO. Zij zijn de werkgevers in dit land. Zo worden zij graag genoemd. Laat hen dan werk geven; zij hebben bijna het monopolie op dat terrein. De overheid heeft heel veel gedaan voor de werkgevers. Zij heeft gezorgd voor een fantastisch ondernemingsklimaat en het mede mogelijk gemaakt dat er hoge winsten zijn. Nu mag er, dacht ik, toch ook wel iets teruggevraagd en teruggeëist worden. Ik wil nogmaals mijn teleurstelling uitspreken over het feit dat de minister-president er klaarblijkelijk nog niet aan toe is om van deze werkgevers iets te eisen en de Wet REA gewoon te activeren door middel van het instellen van een sanctie voor bedrijven die niet voldoen aan de eis van 5%.

Mevrouw de voorzitter! Ik vind dat het gevoel van urgentie bij het kabinet en bij de paarse partijen ontbreekt. De problemen worden wel erkend, maar dat kan ook moeilijk anders. Ik hoorde de minister-president afgelopen dinsdag in Netwerk over zijn eigen gezondheidszorg in Nederland zeggen dat het een zwaktebod is dat mensen elders operaties moeten ondergaan, maar wij zijn nog zeer ver verwijderd van het oplossen van de problemen. Ik heb in eerste termijn gesproken over een vertrouwensbreuk tussen de mensen die werken in de publieke sector en het kabinet. Er is te laat te weinig gedaan. Er is te laat ingezien dat het fout ging. Om de problemen echt te kunnen oplossen en het vertrouwen van die mensen te kunnen terugwinnen, zijn budgetten nodig die bijna het tienvoudige bedragen van wat het kabinet nu voor zorg en onderwijs voteert. Dat zeg ik niet zomaar met de vinger in de lucht, maar dat is gebaseerd op onderzoek in het veld dat mijn fractie de afgelopen weken heeft verricht. Nu het kabinet eindelijk toegeeft dat er problemen zijn, is het feit dat het te weinig doet eigenlijk nog ernstiger dan in eerdere jaren, temeer omdat het excuus dat er geen geld is, is ontvallen, dankzij de economische groei en de ruim 21 mld. meevallers aan de inkomstenkant die nu in hun geheel worden weggegeven aan de staatsschuld. Het is maar waar je prioriteit aan geeft.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

Reacties uitgeschakeld