Een dubbeltje

Als je voor een dubbeltje geboren bent,
word je nooit een kwartje.

Vrijheid, ontplooiing, rijkdom,
Voor iedereen, behalve voor jou.
Jij bent tot niets in staat, dom.
Tweedeling, oneerlijkheid, rauw

Kansen, kansen, kansen te over voor hen, voor de meerderheid.
Voor jou is er geen uitweg. Je voorbeeld, je wijk, je identificatie.

Eén op de tien kinderen leeft in armoede.
Armoede is erfelijk, lijkt het wel.

Hoezo, eigen verantwoordelijkheid, zoals de liberalen beweren?
Moeten we dan de ongelijke kansen voor kinderen accepteren?

Velen vonden een goed gevulde schoen,
Ook onder de kerstboom zal het wel weer ‘druk’ zijn.
De jouwe had een gat in de zool;
Wat kerstboom? Géén boom, geen lichtjes.

Eén op de tien, één op de tien, tien procent;
Een, twee, drie, vier, vijf,
zes, zeven, acht, negen, TIEN

Niks rijkdom, niks overvloed, niks kansen
Jij kijkt uit door het beslagen raam.
Het praat en praat, gelijk ganzen: kwaak
Schiet de huichelaars… raak!

Beschaafd, netjes, fatsoen:
Rust zacht.
Waar is het leven? Kan dat nog?
Voor de een, én voor de ander?

Een goed, gezond en eerlijk 2001 toegewenst!

Deze column verscheen december 2000 in de Tribune

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

vrijdag 01 december 2000 :: 11.39 uur

Reacties uitgeschakeld