De Nederlandse slaapwagon

Je zal er maar werken. Nee, erger nog: je werkt er echt, en je buurman weet dat. ‘Jij zit toch bij de NS? Kom je nu ook te laat als je naar de film gaat?’ Dat soort flauwe grapjes moet je je dan laten welgevallen. Niet leuk.
Van de PvdA tot de VVD waren ze allemaal vóór het privatiseren van de NS. Want op de tekentafel leek dat alleen maar voordelen te bevatten. Maar dat gold alleen voor de leken die niet gehinderd werden door enige kennis van zaken over hoe het er boven de bielzen écht aan toe gaat.

Aan het begin van de vorige eeuw hadden we in ons land veel verschillende spoorwegbedrijfjes. Dat bleek totaal niet efficiënt te zijn en dus besloot men ze om te vormen tot één nationale spoorwegmaatschappij, de Nederlandse Spoorwegen. De politiek van toen vond het een vorm van beschaving om te zorgen voor een goed systeem van openbaar vervoer: zo fijnmazig als mogelijk was, betaalbaar, comfortabel en veilig. Allemaal in het algemeen belang.

Maar Paars wist het beter. Het wilde af van de verantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer. ‘Besturen op afstand’ heet dat. De kostendekkendheid moest fors omhoog, zodat de overheidsbijdrage omlaag kon. Het busvervoer werd vervolgens in de uitverkoop gedaan, en de spoorwegen moeten volgen, vindt Paars. Daartoe is het bedrijf enkele jaren geleden al verzelfstandigd en opgesplitst in allerlei afzonderlijke bedrijfjes. Dat verkoopt namelijk makkelijker. Dat hierdoor de bureaucratie toeneemt, de kosten enorm oplopen en de veiligheid even hard afneemt, wordt op de koop toe genomen. Met als gevolg dat tegenwoordig niemand nog aangesproken kan worden op het totale spoorvervoer: het ene bedrijfje gaat over de treinen, het andere over de rails, het derde over het schoonmaken, het vierde over de dienstregeling, en ga maar door. Bij allemaal staat het eigen bedrijfsresultaat voorop, en is samenwerking met de andere wel het allerlaatste dat telt. Voor deze NS-nieuwe stijl is het ook logisch dat er pas in treinen geïnvesteerd wordt als het veel te laat is; het opkopen van spoorbedrijven in Engeland en Polen is immers belangrijker. Het bedrijf werkt niet langer vanuit een maatschappelijke taak om voor goed openbaar vervoer te zorgen, maar laat zich leiden door het perspectief van een beter bedrijfsresultaat.

Ik geloof dat de ellende rond het vervoer (en in het bijzonder bij de NS) nu wel duidelijk genoeg heeft aangetoond dat dit ‘paarse experiment’ is mislukt. Het openbaar vervoer is van ons. Het openbaar vervoer maakt een wezenlijk onderdeel uit van de publieke sector en moet gewoon weer in overheidshanden komen.

Deze column verscheen september 2001 in de Tribune

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

zaterdag 01 september 2001 :: 12.43 uur

Reacties uitgeschakeld