‘Leiderschap kenmerkt zich door visie en realiteitszin’

Het probleem van de vergrijzing wordt schromelijk overdreven
Pensioen Advies, december 2002

De vergrijzing is meer dan een financieel probleem. Toch is geld vaak het draaipunt bij de plannen voor de toekomst. Jan Marijnissen zoekt het meer in solidariteit, de menselijke maat en de moraal. Daarbij wordt belastingverhoging voor de echt hoge inkomens niet uitgesloten en wordt minder krampachtig omgegaan met de staatsschuld.

Hij is zelf een ‘babyboomer’, Jan Marijnissen is geboren in 1952 en zal dus de gevolgen van de vergrijzing aan den lijve ondervinden, zoals dat wordt genoemd. Hoe Nederland moet omgaan met de stormachtige aanwas van bejaarden de komende jaren, is het onderwerp in menig wetenschappelijk rapport en voer voor politieke discussies. Enkele voorstellen tenderen in de richting van het bevorderen van immigratie om zo het toekomstige arbeidspotentieel veilig te stellen. Het is een gedachtegang waar Marijnissen geen heil in ziet. Zijn pleidooi de grenzen gesloten te houden, heeft echter niets te maken met xenofobie maar met betrokkenheid bij de samenlevingen waaruit deze ‘gastarbeiders’ waarschijnlijk worden gerekruteerd. Ook twijfelt hij aan de zwarte scenario’s die over de vergrijzing de ronde doen.

Cover

‘Het probleem van de vergrijzing wordt schromelijk overdreven’

Geen arbeidsmigratie
‘Laat ik vooropstellen’, zegt Marijnissen, ‘dat ik vind dat het probleem schromelijk overdreven wordt. Ook als je de meest sombere scenario’s bekijkt – voor 2020 – vind ik dat het nog redelijk te overzien is. Mits wij anticiperen op de ontwikkelingen en nu maatregelen nemen om de toekomstige problemen het hoofd te bieden. In dat verband wordt inderdaad veel gesproken over een nieuwe kans voor de arbeidsmigratie, maar de SP is daar geen voorstander van. Ik zal uitleggen waarom. Op de eerste plaats niet zozeer omdat er – gezien de vergrijzing – geen reden voor zal zijn, maar wij vinden uit ethisch oogpunt dat zo’n georganiseerde braindrain absoluut moet worden voorkomen. Het is zeer onjuist om bijvoorbeeld verpleegsters te halen uit Zuid-Afrika, Indonesië of de Filippijnen. Wij hebben daar ook vragen over gesteld in de Kamer. Overigens hoorde ik onlangs Bolkestein hetzelfde standpunt verkondigen. Dat klonk mij als muziek in de oren, een verstandig man. Wij vinden het uit ethisch oogpunt onjuist, omdat die mensen in hun eigen land harder nodig zijn en omdat die arme landen veel geld hebben geïnvesteerd in de opleiding. Van dat geld zien zij uiteindelijk niets terug. Alle andere argumenten voor arbeidsmigratie zijn oneigenlijk. Mag ik er trouwens op wijzen dat er jaarlijks in dit land 30.000 mensen reeds binnenkomen op basis van arbeidsvergunningen? Er is al sprake van arbeidsmigratie, het is alleen nog onbekend bij veel mensen. Wij vinden dat wij het hierbij moeten laten en niet moeten proberen specialisten en verpleegkundigen elders weg te halen. Een van de gevolgen van de uitbereiding van de EU is natuurlijk de vrijheid van verkeer, wat kan betekenen dat bijvoorbeeld mensen uit Polen naar het Westen komen. Maar ik hoop niet dat in de toekomst iemand die Pools spreekt onze bejaarden moet gaan verzorgen. Dat lijkt me weinig aanbevelenswaardig. Overigens verwacht ik dat dit probleem zich niet zal voordoen. Ongetwijfeld komt er arbeidsmigratie uit de nieuwe EU-landen, maar dan waarschijnlijk in andere sectoren dan daar waar de mens centraal staat zoals onderwijs en verzorging.’

‘Maar wij hebben wel een maatschappijvisie’

Zorgen voor elkaar
Het standpunt van de Socialistische Partij is duidelijk, maar geen oplossing voor het probleem. De vergrijzende bevolking heeft in toenemende mate behoefte aan verzorging en iemand zal die zorg moeten geven. Ook Marijnissen onderkent het probleem, maar zoekt in een andere richting. ‘Natuurlijk dringt zich de vraag op, wie er voor al die ouderen moet gaan zorgen. Dat is een probleem waarmee ook wij worstelen. Maar wij hebben wel en maatschappijvisie. Ons beginselprogramma heet ‘Heel de mens’, dat klinkt heel erg bevlogen en heel erg braaf, maar wij bedoelen daarmee dat mensen in beginsel de kans moeten hebben om alle facetten van het leven te doorleven. Om het concreet te zeggen; mensen moeten onderwijzen, maar ook onderwezen worden. Mensen moeten verzorgen, maar ook verzorgd worden. Wij hebben in onze samenleving heel veel uitgeorganiseerd aan professies, denk aan thuiszorg, aan ouderenzorg en noem maar op. Alles is uitgeorganiseerd. Tegenwoordig is het zelfs mogelijk je boodschappen door een ander te laten doen. En dat allemaal om ons in staat stellen te kunnen werken, werken, werken. En daarna gebruiken we de helft van het salaris om al die andere mensen te betalen. Het is een ontwikkeling die de vervreemding in de hand werkt. Het zou een goede zaak zijn om eens na te denken over het drie-generatie-model. Eerst zorgen de ouders voor de kinderen en later de kinderen voor de ouders. En dat met het oogpunt op een goede oude dag. Mijn moeder zat eerst in een verpleeghuis en moest op 93- jarige leeftijd nog verkassen naar een verzorgingstehuis. Ik vind dat een erg slechte zaak. Dat het anders kan, bewijst Humanitas Rotterdam. Daar zijn gebouwen neergezet waar mensen kunnen blijven als zij eenmaal zijn opgenomen, ook als de aard van de verzorging verandert. Dat is toekomst volgens mij. Dat wij ons veel meer richten op de mogelijkheid om ouders thuis te laten, dan wel op te nemen in één van de gezinnen van de kinderen. Soms is het nodig de verzorging in handen te geven van professionele instellingen en dan moeten wij zorgen dat er plaatsen zijn waar die mensen kunnen blijven zodat zij niet worden gedwongen op hele hoge leeftijd nogmaals de verkassen.’

‘Voor verpleegkundigen trekken wij ook voldoende geld uit’

Toenemende mantelzorg onvermijdelijk
‘Als kinderen bereid zijn hun ouders in huis te nemen – en ik zie steeds meer mensen om mij heen die dat een aanspreekbaar alternatief vinden – dan moeten er natuurlijk ook huizen zijn waarin het kan. Het is al een beetje staand beleid dat ouderen zolang mogelijk zelfstandig moeten blijven, maar dan moet het volkshuisvestingsbeleid daarmee wel in overeenstemming zijn. Overigens zijn het standpunten in ontwikkeling en moeten een aantal antwoorden nog worden gezocht. Maar wij kunnen niet zonder de mantelzorg, denk ik. Die wordt op dit moment al veel verleend en veel mensen in verzorgingstehuizen zijn al aangewezen op de familie voor het doen van leuke dingen. Verpleegkundigen hebben de handen vol, met als gevolg dat het kan gebeuren dat ouderen de eerste uren van de dag in hun eigen ontlasting moeten doorbrengen, of genoegen moeten nemen met een koude warme maaltijd. Die misstanden zijn er; we moeten als samenleving zoeken naar mogelijkheden om dat te veranderen. De mantelzorg speelt daarbij belangrijke rol. Het is onvermijdelijk dat kinderen meer betrokken worden bij de verzorging van hun ouders, of die ouders nu zelfstandig wonen of zijn opgenomen in een verzorgingstehuis. Natuurlijk zetten wij als SP in op meer verpleegkundigen, daar trekken wij ook voldoende geld voor uit in ons verkiezingsprogramma. Maar ja, de economie – waar al dat geld verdiend moet worden -, moet ook draaien. We hebben de laatste jaren spanningen gezien op de arbeidsmarkt, met als gevolg dat er enorme slagen zijn toegebracht aan de publieke sector. In de verpleging is er sprake van slechte arbeidsvoorwaarden en een magere beloning, met als gevolg dat mensen afhaken of er helemaal niet aan beginnen. Wij zullen er alles aan doen om het imago van die sectoren te verbeteren. En dat zal geld kosten. Maar zelfs als dat geld er komt, blijft er een kwantitatief probleem in de verzorging. Je komt er niet omheen dat kinderen meer betrokken moeten worden bij de verzorging van de ouders.’

‘Als we ergens een pokkehekel aan hebben, dan is het aan regels en wetten’

Meer obstakels dan geld alleen
De plannen klinken mensvriendelijk maar er zijn meer obstakels dan geld alleen. Wie in Nederland plannen heeft het huis uit te breiden zodat er ruimte komt voor de ouders, loopt vast op wetten en voorschriften. Vóór de ambtelijke molens zijn verslagen, hoeft het vaak al niet meer. Het blijkt een opmerking die Jan Marijnissen prikkelt tot een ongezouten mening. ‘Wat dat betreft bent u bij de SP aan het juiste adres. Als wij ergens een pokkehekel aan hebben, dan is het aan regels en wetten. Daarmee wil ik niet zeggen dat zij overbodig zijn, maar regels en wetten die blokkeren wat wij allemaal maatschappelijk gewenst vinden, daar maken wij korte metten mee. De overheid moet niet in een kringetje ronddraaien. Zo van, we hadden een probleem en daar hebben we een wet voor gemaakt, nu hebben we een nieuw probleem maar een oude wet die een oplossing in de weg staat. Dat kan natuurlijk niet. Daar moet de bezem door.’

Verlofsubsidie
Zelfs als de wet- en regelgeving weer in dienst komt van de burger, blijft de vraag hoe de financiële aspecten kunnen worden opgelost. Kinderen kunnen wel de bereidheid hebben om de verzorging van de ouders op de schouders te nemen, maar er moet ook brood op de plank komen. Om dit vraagstuk op te lossen, bestaan bij de SP al vergevorderde plannen, zo blijkt uit het antwoord van Jan Marijnissen. ‘Wij hebben daar een prachtig plan voor bedacht, een regeling die mensen in staat stelt om langdurig verlof op te nemen. Dat is een ander plan dan de levensloopregeling, want die is gebaseerd op eigen financiering. Ons plan is een collectieve regeling, al moet ik toegeven dat de details nog moeten worden uitgekristalliseerd. Het grootste probleem: een volslagen taboe om te praten over belastingverhoging. Wij zijn daar vóór, als je tenminste wilt komen tot een fatsoenlijke publieke sector. Als je wilt dat er meer verpleegkundigen komen, dan moet daar voor worden betaald. Ik ben niet de grote pleitbezorger voor marktwerking. Dat zijn de anderen. En daar zeg ik tegen, als je uitgaat van termen als marktwerking en je spreekt over een arbeidsmarkt, dan moet je dus meer geld betalen als je mensen zoekt voor de publieke sector. Overigens hebben wij ook plannen om de arbeidsparticipatie te verhogen.’

‘Het SER-akkoord is eigenlijk meer een cosmetische truc’

Arbeidsparticipatie
‘Pak bijvoorbeeld de armoedeval eens echt aan door verhoging van de arbeidskorting. En dan bedoel ik geen verhoging voor iedereen, maar voor die groepen waar het werkelijk verschil maakt, zoals de mensen met een minimumloon. Zorg dat het nettoloon inderdaad flink wordt verhoogd, zodat het aantrekkelijker wordt aan het arbeidsproces deel te nemen. Maar ook op het gebied van de WAO zijn er mogelijkheden. Er zitten veel mensen in de WAO die graag deelnemen aan het arbeidsproces – er zijn er ook al veel die dat doen – en wij willen deze mensen op weg helpen. Bij ons zijn er geen plannen om de WAO als sociale uitkering om zeep te helpen. Het SER-akkoord waar het CDA en de VVD achteraanlopen, is eigenlijk meer een cosmetische truc. Wij moeten de arbeidsongeschiktheid aanpakken en niet de WAO. Daar hebben we concrete plannen voor, onder andere voor de vraag hoe de instroom kan verminderen. Dat blijkt veel te maken te hebben met arbeidsomstandigheden. Als je daar veel vroeger bij bent, kiener bent en zorgt dat je snel reageert, dan kun je daarmee scoren. Dat wijzen Duitse cijfers uit. En verder willen we de uitstroom bevorderen. Wij hebben een plan bedacht, waarmee zo 25.000 mensen aan het werk kunnen worden geholpen. Dat gebeurt op het moment dat bedrijven verplicht worden een deel van het werknemersbestand te laten bestaan uit gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Bedrijven kunnen daarop worden aangesproken, omdat zij ook gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor een deel van de arbeidsongeschiktheid. Zij claimen het monopolie te hebben op het geven van werk, vandaar werkgevers. Daar worden zij op aangesproken. Wij zullen er naartoe moeten, dat arbeidsparticipatie van mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn normaal wordt. Nu laten wij restpotentieel zitten. Er zijn sectoren waar die mensen uitermate goed werk kunnen doen en ook weer betekenis aan hun leven kunnen geven. Dan denk ik met name aan zorg en verzorging. We kunnen die mensen daarvoor opleiden. Maar zij kunnen ontzettend veel doen, ook voor de babyboomgeneratie die straks in een rolstoel zit.’

‘De verzorging mag niet afhangen van de dikte van de portemonnee’

Daadkracht gevraagd
Eerdere kabinetten hebben geprobeerd de instroom in de WAO aan banden te leggen. Eén van de maatregelen die is is het bepalen van de grens. Als een ouder moet zorgen voor een doodziek kind of een stervende moeder, dan is het duidelijk. Maar waar trek je de streep? De bedoeling is dat de regeling gedeeltelijk wordt gefinancierd uit publieke middelen, waarmee wij expliciet willen erkennen dat dit een probleem voor de hele samenleving is. Dan is het ook niet verkeerd om er een collectieve regeling voor in het leven te roepen en de verzorging niet alleen te laten afhangen van de dikte van de portemonnee. Kijk, er is de afgelopen tien jaar verschrikkelijk veel gebeurd in Nederland. Noem het maar een mentale revolutie. Iedereen ziet nu wel dat we elkaar met die 24-uurs economie verschrikkelijk aan het opjagen zijn. Het is een ratrace waarin iedereen die niet bovengemiddeld presteert het moet afleggen. Het is dus sowieso slecht. Er komen nu wel maatregelen om het tij te keren, maar ik betwijfel of de huidige voorstellen voldoende zijn. Ik denk dat het niet snel genoeg gaat en niet intensief genoeg wordt aangepakt.’

‘We hebben een economie die gebaseerd is op de ‘vervreemde mens’

De menselijke maat
Gedeeltelijke financiering van verlof uit publieke middelen veroorzaakt weer een paradox. Gezien de ‘ontgroening’ van onze samenleving is het aannemelijk dat de arbeidsmarkt veel mensen vraagt. Het zijn deze mensen die de schatkist moeten vullen. Maar het zijn dezelfde mensen die waarschijnlijk gebruik (moeten) maken van het langdurig zorgverlof. Het is op dat punt waar frictie ontstaat. Het is een redeneertrant die – volgens Jan Marijnissen – precies aangeeft waar het in onze maatschappij is misgegaan. ‘Je komt nu bij wat volgens de Socialistische Partij het kernpunt van de kapitalistische economie is. Het is een economie, die is gebaseerd op de ‘vervreemde mens’. De mens wordt losgezien van wat hij eigenlijk is, namelijk als producent als hij werkt en als consument in alle andere gevallen. Maar niet meer als de mens, zoals hij werkelijk is. Als iemand die ook moet zorgen voor kinderen, of voor een zieke partner, of voor hulpbehoevende ouders. Daar hebben we niet eens een economische term voor.

‘Weg met die belachelijke marktwerking en de gelukzoekers’

Wat mij wel opvalt, is dat op dit moment sprake is van een culturele omwenteling. Het besef is aan het veranderen, maar dat heeft wel een prijs. Dat zou betekenen dat wij die neurotische drang om altijd maar economische groei te realiseren en ons inkomen netto te zien stijgen, moeten beteugelen. Daar ben ik absoluut van overtuigd. Wij zijn ook de enige partij die voor belastingverhoging is, weliswaar boven twee keer modaal, maar bij de andere partijen is het genomen, is de Wet Poortwachter. Het is een regeling waar Marijnissen geen hoge pet van opheeft, zo blijkt uit zijn reactie. ‘Poortwachter is een vreselijk bureaucratisch model. De hele reïntegratie in Nederland en dat hele bouwwerk dat er weer omheen gebouwd is, met marktwerking, het behandelen van kavels en dat soort onzin. Het is typerend hoe bestuurlijk Nederland denkt. Wij zijn er echt dus voor om dat allemaal weer terug te brengen in politieke handen. Weg met die belachelijke marktwerking en die gelukzoekers die allemaal gaan investeren in reïntegratiebedrijfjes, daar de ballen verstand van hebben en alleen de krenten uit de pap halen. Zij scoren dertig procent, maar uit onderzoek blijkt dat bij helemaal nietsdoen er ook dertig procent weer aan het werk gaat. Er wordt daar dik geld verdient en er wordt helemaal niets bereikt. Dat hangt ook samen met een falende overheid. En dat is wat wij zullen moeten leren. We moeten leren de overheid efficiënt te laten zijn en daadkrachtig. Dat hangt onherroepelijk samen met goede bestuurders. En wat is een goede bestuurder? Dat is iemand die leiderschap toont. En wat is dan leiderschap? Leiderschap is wijsheid plus moed en aan die dingen ontbreekt het weleens een keer in de Nederlandse politiek, vind ik. Voor die sectoren die horen tot de kerntaken van de overheid, moet worden gezocht naar mogelijkheden om de efficiëntie te verbeteren. Dat heeft te maken met leiderschap. Leiderschap kenmerkt zich door visie en realiteitszin. Wat die visie betreft, de boog van de gemiddelde politicus is niet langer dan vier jaar. Dat kan je moeilijk visionair noemen. En realistisch zijn ze vaak ook niet. En realist zou nooit op het idee zijn gekomen de NS-organisatie op te splitsen in verschillende voor de markt interessante partijen. Alleen een studeerkamergeleerde komt daarop, iemand die niet weet hoe het werkt bij de NS en bij de mensen daar op de werkvloer. Het leiderschap moet weer leren refereren aan wat ik noem de institutionele moraal.’

‘Een top die geld verbrast, dat moeten we moreel onaanvaardbaar vinden’

Institutioneel moraal
‘Een organisatie heeft altijd een bepaalde doelstelling. Bijvoorbeeld, een ziekenhuis heeft als doel mensen beter te maken. En dat willen we doen met zomin mogelijk pijn en zomin mogelijk leed. Dat is de doelstelling van een ziekenhuis! Ik zou willen dat iedereen die in een ziekenhuis werkt, verplicht is elke morgen de doelstelling te lezen. Maar wat zie je in de praktijk? Een top die helemaal niet geïnteresseerd is in de verzorging van mensen. Managers die zich druk maken over de vraag of zij lid kunnen worden van de Rotary, waar zij kunnen zeggen: ‘ik ben ook manager, ik verdien ook heel veel geld.’ Aan de top van instellingen zoals ziekenhuizen wordt tegenwoordig meer verdiend dan het salaris van de minister-president. En hoe kan het dat de sociale woningbouw zo degenereerde? Dat was ook omdat de coöperaties, allemaal eens opgericht met veel strijd, zijn overgenomen door yuppen die de verenigingen hebben opgeheven en alleen nog maar geïnteresseerd zijn in het vergaren van geld. Zij speculeren op de beurs, bouwen voor mensen met een ruimere beurs en zijn het oorspronkelijke doel totaal uit het oog verloren. Ik wil dat wij in Nederland meer respect leren hebben voor hetgeen is opgebouwd aan collectieve sector. Dat wij weer bewondering krijgen voor bijvoorbeeld leraren, mensen die zich verrot werken om kinderen iets bij te brengen. Wat ik bedoel is het volgende. Als je wilt refereren aan de institutionele moraal, dan moet de doelstelling van de organisatie centraal komen te staan. En alles wat aan het realiseren van die doelstelling dienstbaar is, moet worden gestimuleerd. Wij moeten weer in staat zijn een aantal begrippen die zijn weggesijpeld in het dagelijks vocabulaire op te nemen. Begrippen als solidariteit, gelijkwaardigheid en ook geldverspilling. Een top die geld verbrast, dat moeten wij moreel onaanvaardbaar vinden en daar steeds over in discussie blijven. Ook in de publieke sector kan efficiënt worden gewerkt, als daar maar mensen zitten die bereid zijn verantwoording af te leggen over wat zij doen. En we moeten terug naar de menselijke maat, een begrip dat de SP een jaar of vijftien geleden heeft geïntroduceerd en daarna door diverse partijen is overgenomen. Het idee van schaalvergroting is achterhaald. Schaalvergroting leidt niet tot betere kwaliteit, maar alleen tot anonieme organisaties waarin mensen zich verloren voelen.’

Staatsschuld

Een van de maatregelen van (een aantal) politieke partijen om de komende vergrijzing het hoofd te bieden, is het aflossen van de staatsschuld. Volgens Jan Marijnissen is het onzinnig om te spreken over ‘een steen om de nek van toekomstige generaties’ als het gaat om de staatsschuld. ‘Er zit heel veel geld bij de pensioenfondsen – in vergelijking met andere landen hebben wij een heel goede uitgangspositie – en is een geld in het AOW-spaarfonds en wij gaan uit van de solidariteit van de komende generaties. Om in deze situatie de staatsschuld af te schilderen als een groot gevaar voor toekomstige generaties, is bangmakerij. Daarbij komt dat de overheidsgelden zijn gebruikt voor nuttige zaken. Dankzij die staatsschuld hebben we Deltawerken, bruggen en wegen. Er is onderwijs en een mooi maatschappelijk bestel gerealiseerd, zodat de kinderen in een gespreid bedje komen. Dat erven zij ook! Wij zien dan ook geen gevaar in de staatsschuld. Veel gevaarlijker is de uitholling van de publieke moraal. Dat keren is veel effectiever voor de samenleving dan het aflossen van de staatsschuld in één generatie. Dan missen we het moment om een groot offensief te beginnen om de publieke sector weer boven Jan te krijgen.’

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

zondag 01 december 2002 :: 14.58 uur

Reacties uitgeschakeld