Antillen

Ik hoorde vanmiddag op de radio dat een commissie uit de Tweede Kamer – net terug van de Antillen – het voorstel doet om de landsregering van de Antillen op te heffen. Nederland zou dan directe relaties kunnen aangaan met de vijf Antilliaanse eilanden en Aruba. Mij lijkt het een heel goed plan. Anderhalf jaar geleden was ik op Curaçao en heb daar met veel mensen gesproken over de problemen. Uit al die gesprekken bleek dat men de stroperigheid van het Antilliaans bestuur onder andere weet aan de tussenlaag van de landsregering.

De problemen op de Antillen moeten echt worden opgelost. Vergeet niet: de helft van de mensen op Curaçao leeft in armoede en de cocaïnehandel en de daarbij behorende criminaliteit heeft z’n tentakels in alle hoeken en spelonken van de samenleving.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

zaterdag 24 januari 2004 :: 13.45 uur

15 Comments

15 reacties

  1. Ik vind eigenlijk eerder dat we ze zelfstandig moeten laten worden. Dat scheelt toch weer een aantal kopzorgen lijkt me zo.

    Reactie door Frozen — zaterdag 24 januari 2004 @ 13.47 uur

  2. Das net zoiets als in Nederland de landsregering opheffen en iedere provincie voor zich.
    Laat ze daar maar eens hun best doen om samen te werken.

    Reactie door Archibald — zaterdag 24 januari 2004 @ 13.59 uur

  3. Ik hoorde het ook en de woordvoerder was Frank de Grave(vvd).Die partij hakt in op ontwikkelingshulp en stemt in met onderzoek naar ‘verzelfstandiging van de Antillen’ omdat de productiviteit en de greep op opbrengsten uit de ex-kolonie ze uit de handen is geglipt en de huidige status quo handenvol geld kost om het verval en de associatie met nederland als Narco- (import/export) staat te verbloemen. Een uitgeputte kolonie teruggeven aan een corrupt en berooid land, da’s de makkelijke weg ,een laffe terugtocht. Het is voor mij onbegrijpelijk dat er nederlandse militairen wel in Afghanistan, Irak en Liberia allerlei taken verrichten maar hun aanwezigheid in ‘onze achtertuin’ niet mogen laten gelden. Als ze ervan af willen dan toch met een schoon erf..?
    Opzouten met die narco kartels en corrupte ambtenarij..oppakken en investeren in schone, drugsvrije landbouw, onderwijs, technische kennis, ontginning aan energie en minaralen, schoon ,drugsvrij toerisme.
    Maar ja, iedereen is gedegenereerd en in de ‘greep van het grote geld’ terechtgekomen.Er is geen andere motivatie meer.

    Reactie door Novecento — zaterdag 24 januari 2004 @ 16.02 uur

  4. Het opheffen van de tweede bestuurslaag (de Landsregering) is een goed idee. Dit idee is overigens niet van vandaag of gisteren, het is op de Antillen al lang bekend dat de regering die we nu hebben de laatste op Landsnivo is.
    De haat en nijd tussen met name Sint Maarten en Curacao dragen nu eenmaal niet echt bij tot het vinden van oplossingen. Los daarvan valt het niet mee om op een bevolking van zo’n 180.000 mensen twee bestuurslagen te bemannen/bevrouwen. En het kost klauwen met geld.
    Toch liggen de ECHTE problemen niet op het gebied van Staatskundige inrichting.
    (Volgens mij is Thom de Graaf daar nu (pas) achter aan het komen)

    Reactie door CasaSpider — zondag 25 januari 2004 @ 1.48 uur

  5. Er zijn naar mijn mening maar 2 oplossingen, ofwel handen eraf en het koninkrijksverband opheffen, volledige onafhankelijkheid dus. Of maak van de eilanden een volwaardige provincie met alles wat daarbij hoort, dus ook het nederlandse sociale systeem, en om het helemaal compleet te maken laat de mensen daar zelf kiezen middels een referendum

    Reactie door Stephan Wijering — zondag 25 januari 2004 @ 3.53 uur

  6. als je de cocainehandel legaliseert ben je ook van het probleem af. bespaart een hele hoop centjes aan douanebeampten en “bijbehorende” apparatuur.

    ik weet het, in het huidige (internationale) politieke klimaat onhaalbaar, maar zelfs enige vvd’ers vinden dit een goed plan.

    door drugs uit de criminele sector te halen voorkom je dat de criminaliteit er met de inkomsten vandoor gaan, en plaats je de spin-off (stelende junks) buiten spel.

    misschien iets vergaand, maar europa en een tolerant drugsbeleid zou een goed idee zijn.
    duitsland heeft de smaak al aardig te pakken. frankrijk in de praktijk ook wel, alleen op papier niet, omdat ze niet durfden vanwege de vs. zuid-europa doet liever ook makkelijk dan moeilijk. oost europa weet ik niet, maar handel is handel volgens de bereboot.
    als de ‘war on drugs’ eens tot wapenstilstand kwam zag de wereld er een stuk beter uit denk ik.

    Reactie door rene — zondag 25 januari 2004 @ 4.39 uur

  7. Een Nederlandse versie van het Franse systeem klinkt niet verkeerd. Een of twee overzeese provincies (Curacao en Bonaire samen en de drie bovenwindse eilanden samen). Maar het zal inderdaad niet van vandaag op morgen kunnen aangezien daarvoor het Statuut aangepast moet worden waar alle drie de landen mee moeten instemmen. Of….. is dat iets voor 2004 om het Statuut nieuw leven in te blazen of op te heffen?

    Reactie door Tuur — zondag 25 januari 2004 @ 12.25 uur

  8. Als je kijkt naar de relatieve welvaart van de Franse provincies buiten Frankrijk zou je het met Tuur eens willen zijn. Nederland zou zich verantwoordelijk voelen voor de levensstandaard van de “Antilliaan”.
    Nederland zou dan moeten zorgen voor:
    - een fatsoenlijk minimum inkomen om de armoede te bestrijden, zodat mensen hun geluk niet in de drugshandel hoeven te zoeken;
    - het beëindigen van de corruptie;
    - het investeren in het onderwijs, zodat het onderwijs aangepast wordt aan de eisen die in Nederland ook gelden (denk aan ict, leermethodes uitgaande van de moderne didactiek, verbeteren van het technisch en administratief onderwijs, en van opleidingen voor de toeristische sector enz.)
    - investeren in buurthuizen en in (sport)activiteiten voor de jeugd;
    - goede huisvesting voor iedereen (niet zoals op Seroe Fortuna)
    - een afkick- en resocialisatiecentrum voor drugsverslaafden;
    - enz.
    Maar voor realisatie van dit plan zal men de handen in Sint Maarten (kan op eigen benen staan!?) en Curacao (nationalisme is erg groot bij de heersende elite)niet op elkaar krijgen.
    Er zal een nieuwe vorm van samenwerking moeten ontstaan op zo weinig mogelijk gebieden en een grotere rol voor Nederland op de ontwikkeling van de eilanden op het terrein van rechtspraak, onderwijs, gezondheidszorg, criminaliteitsbestrijding, financiën e.d.
    Natuurlijk zal de werkgelegenheid moeten worden bevorderd, zodat de eilanden in de toekomst weer selfsupporting zullen zijn.
    Maar als ik naar het afbraakbeleid van Balkenende cs kijk in Nederland, dan zal de toekomst van de ploeterende Antilliaan voorlopig bepaald worden door armoede.

    Reactie door Anton Thie — zondag 25 januari 2004 @ 14.37 uur

  9. De dames en heren aan de andere kant vertelden vol bravour: Eerst maar eens een half uurtje kijken hoe dat gaat met die ministers uit Nederland, bevalt het me niet dan stuur ik zeg weg (mw. Goddet zei dit)
    Nou mevrouw uw halfuurtje is al geweest…afkoppelen, verzelfstandigen en klaar met dit verhaal. Vele vele miljoenen zijn verdwenen en resultaat..niets..helemaal niets…en al helemaal niet voor de mensen waar dit het allemaal bedoeld was…groot voorstander van: inpakken en wegwezen

    Reactie door Cor — donderdag 29 januari 2004 @ 15.26 uur

  10. niet luisteren ,geen geld!

    Reactie door hans van leeuwen — zondag 1 februari 2004 @ 8.48 uur

  11. Ik ben van mening dat de Nederlandse politieke opinie wordt gedreven door een aantal nare kleingeestige elementen in de Nederlandse pers. Hou er rekening mee dat Nederland noch de Antillen een overeenkomst kan krijgen met Venezuela als het gaat om de doorvoer van cocaine.

    Houdt er ook rekening mee dat de Antillen gewoon Nederlands is. De oorspronkelijke bewoners zijn ergens in 1800 volledig uitgeroeid. Iedereen die daar woont is Nederlander of door Nederlanders gedwongen migranten.

    Ter illustratie een artikeltje uit de Antillenmonitor van de website zakelijkcuracao.nl

    “Het is niet de taak van Nederlandse media om een positief beeld over de Antillen te schetsen.” Zo stellen zes toonaangevende Nederlandse media tijdens een debat over de berichtgeving omtrent de Antillen, georganiseerd door de Vereniging Antilliaans Netwerk. De berichtgeving in Nederland over de Antillen kenmerkt zich in grote lijnen echter al jaren door een dermate verkeerde en ongenuanceerde voorstelling van zaken, dat een evenwichtige beeldvorming nagenoeg uitgesloten is. De verhoudingen in het Koninkrijk zijn hierdoor niet zelden nodeloos vertroebeld. Onderstaand enkele voorbeelden van verkeerde berichtgeving die al jaren de visie op de Antillen bepalen. De citaten vatten de teneur van de Nederlandse berichtgeving samen.

    De saneringsissue:
    “De Antillen moeten hun financiën eens een keer op orde brengen…”
    Zo klonk het in de Nederlandse media terwijl in de Antillen sinds januari 2000 35% van het ambtenarenapparaat ter bezuiniging werd ontslagen en vakantietoelagen, periodieken en indexeringen werden bevroren. Ook de toenmalige Antilliaanse Luchtvaart Maatschappij heeft 60% van het personeel naar huis gestuurd. Er werd een omzetbelasting van 5% ingevoerd, de ontslagwet werd nagenoeg afgeschaft, de afbouw van de marktprotectie en de privatisering van overheidsbedrijven werden ingezet, de telecommunicatiemarkt is volledig geliberaliseerd. Deze en andere maatregelen leidden ertoe dat het primaire begrotingssaldo (vóór aftrek van rentekosten op leningen) van het Land en eilandgebied Curaçao samen tussen 1992 en 2001omsloeg van 120 miljoen negatief naar 200 miljoen positief.

    De vertrouwensissue:
    “De Antillen houden zich niet aan afspraken…”
    Feit is dat het voor de Antillen steeds zwaarder werd om alle IMF maatregelen na te komen, omdat Nederland zich niet aan de basisafspraak hield zoals verwoord in de IMF Executive Board Meeting van 7 mei 2001, namelijk dat Nederlandse begrotingssteun zou volgen zodra de Antillen begonnen zijn met de implementatie van de IMF maatregelen. Tegen die afspraak in besloot Nederland dat de Antillen pas op steun konden rekenen als ze het volledige IMF traject hadden afgerond. (zie ook uitspraken Dr. Louis Emmerij, voormalig President OECD en Speciaal Adviseur van de President Inter-american Development Bank), omtrent de bemoeilijking door Nederland van het IMF traject in Antillenmonitor-19). In de praktijk leidde die Nederlandse houding tot een neergaande spiraal op de Antillen, waarbij de drastische bezuinigingsmaatregelen tot verdere sociaal economische verslechtering leidden. Zodoende werden de IMF maatregelen steeds verder opgeschroefd om de begroting in orde te krijgen. De Nederlandse pers heeft deze aanslag op het Antilliaanse saneringsproces zelden of nooit aan de orde gesteld.

    De drugsissue
    “Nederland overspoeld door drugs via Curaçao…”
    In realiteit hebben o.a. studies van de Rotterdamse Erasmus Universiteit aangetoond dat de invoer van drugs via Schiphol een minuscule fractie is van de totale in- en doorvoor via de Rotterdamse en Amsterdamse havens. In de Nederlandse pers is die verhouding consequent andersom geventileerd en krijgt het aandeel van de Nederlandse havens in de grensoverschrijdende criminaliteit een fractie van de aandacht die geschonken wordt aan Antilliaanse drugskoeriers.

    De capaciteitsissue
    “De Antillen weigeren de drugsproblematiek aan te pakken…”
    Het besluit van de Antilliaanse minister van justitie begin 2001 om bolletjesslikkers – vanwege cellentekort – met een dagvaarding heen te zenden, leidde tot aanhoudende beschuldigingen via de Nederlandse pers als zouden de Antillen weigeren om de drugsproblematiek aan te pakken. Eind 2001 deelde minister Donner mee dat ook in Nederland bolletjesslikkers wegens capaciteitsgebrek zouden worden heengezonden met een dagvaarding. De beschuldigingen jegens de Antilliaanse minister van justitie golden niet voor minister Donner.

    De controle issue
    “De Dutch Caribbean Airlines (DCA) treedt niet op tegen drugskoeriers…”
    De realiteit is dat de Curaçaose DCA een weliswaar andere, maar ook effectievere controle toepaste dan de KLM. De KLM heeft in een persbericht van 8 october 2002 de aanpak van DCA geprezen en heeft aangekondigd voortaan ook dezelfde wijze van controle toe te passen.

    De fiscale issue
    “De Antillen zijn een fiscaal paradijs…”
    De realiteit is dat de uitspraken van de EU gedragscodecommissie onder leiding van mevrouw Dawn Primarolo over schadelijke belastingconcurrentie en andere frivole fiscale regelingen ook betrekking hadden op Nederland als fiscaal paradijs. Toch wordt de term ‘belastingparadijs’ in de media bijna exclusief toegedacht aan tropische oorden, zoals de Nederlandse Antillen.

    De witwas issue
    “De Antillen staan witwaspraktijken oogluikend toe…”
    De realiteit is dat de Antillen zo niet vooruit, dan wel gelijk lopen met Nederland wat betreft regelgeving voor de integriteit in de financiële en fiscale wereld. Dat geldt met name op terreinen zoals de wettelijke regeling van het toezicht inzake het Fiduciair Bedrijf, de Landsverordening Identificatieplicht Financiële Dienstverlening, de Landsverordening Ongebruikelijke Transacties (en instelling van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties MOT) en het Nieuw Fiscaal Raamwerk,

    De issue ontwikkelingsamenwerking
    “De Antillen krijgen jaarlijks 137 miljoen euro aan ontwikkelingssteun…”
    De realiteit is dat van dit bedrag 70 miljoen euro bestemd is voor ontwikkelingssteun. De rest is bestemd voor zaken zoals de zelfredzaamheid van Aruba (23 miljoen euro), kosten van het Nederlandse ambtelijke apparaat dat zich met de Antillen bezighoudt (7 miljoen euro), de Nederlandse bijdrage aan het solidariteitsfonds dat uit ontwikkelingsmiddelen wordt betaald (4.5 miljoen euro), rentesubsidies die van de ontwikkelingsmiddelen worden afgetrokken (9.5 miljoen euro), toeslagen op pensioenen van (Nederlandse) ambtenaren die op de Antillen en Aruba hebben gediend (2.6 miljoen euro), de Kustwacht en het Recherche Samenwerkingsteam die o.a. moeten voorkomen dat drugs uit Zuid Amerika via de Antillen in Nederland terechtkomen. (12 miljoen euro), andere activiteiten in het kader van de rechtshandhaving (3.4 miljoen euro).

    De onderbesteding van ontwikkelingsgelden
    “Onderbesteding van Nederlandse middelen komt door trage afhandeling op de Antillen…”
    De realiteit is dat dit met betrekking tot het Meerjaren Economisch Programma (MEP) van Curaçao niet klopt. In 2001 en 2002 zijn projecten ingediend ter waarde van 60 miljoen gulden. De netto tijd voor afhandeling door Nederland – na aftrek van de tijd die Curaçao nodig heeft om vragen te beantwoorden – ligt tussen de zes en achttien maanden. De situatie voor 2003 ziet er niet veel beter uit. Doordat de financiële middelen binnen het begrotingsjaar moeten worden besteed vloeien deze middelen doorgaans terug naar de Nederlandse staatskas.

    De corruptie issue
    “De corruptie heeft op de Antillen gezegevierd…”
    De realiteit is dat de vorige Antilliaanse kabinetten structurele saneringen, deugdelijk bestuur, integriteit en een goede relatie met Nederland als prioriteit stelden. Juist in het kader hiervan heeft het vorige Antilliaanse kabinet in 2001 zelf het initiatief genomen om vermeende fraudekwesties aan te pakken en deze te laten onderzoeken door het Antilliaanse Openbare Ministerie, onder leiding van de Antilliaanse Procureur Generaal Dick Piar.

    De inburgeringissue
    “De Antillen liggen dwars bij de verplichte inburgering van Antillianen…”
    De realiteit is dat de Antillen Nederland niets in de weg hebben gelegd om in Nederland een verplichte inburgering door te voeren. De Antillen verzetten zich wel tegen de Nederlandse druk om Antillianen in eigen land een verplichte inburgering op te leggen vóór vertrek naar Nederland (uitreisverbod), omdat dit in strijd is met bestaande nationale regelen en internationale verdragen.

    Conclusie
    Het is zeker niet de taak van de Nederlandse pers om een positief beeld te schetsen over de Nederlandse Antillen. Feit is echter dat de berichtgeving in Nederland over de Antillen – goede uitzonderingen daargelaten – zich al jaren kenmerkt door een grote mate van onverschilligheid en ongenuanceerdheid, waarbij bestaande vooroordelen steeds opnieuw worden bevestigd, met ernstige gevolgen voor de onderlinge verhoudingen.

    Bron:
    Mevr. Ingrid de Maaijer-Hollander
    Directeur Uitgeverij Amigoe.

    Groetjes

    Anneke

    Reactie door Anneke Andriessen — zondag 29 februari 2004 @ 13.31 uur

  12. De banden in het Koninkrijk der Nederlanden moeten hechter worden, dit in het belang van en ten bate van onze Caraïbische Rijksgenoten.
    De burgers aldaar mogen niet het slachtoffer zijn van keer op keer falende overheden.
    Binnen het gehele Koninkrijk moeten alle burgers het recht krijgen op dezelfde mate van welvaart, op dezelfde sociale voorzieningen en
    en op dezelfde mate van deugdelijk bestuur. Dit laatste aspect betekent inmiddels automatisch ook het creëren van niet alleen hechte, maar ook directe banden met elk der vijf (of zes, met Aruba meegerekend) eilanden, zonder een centrale Antilliaanse regering in de huidige vorm. De afstand van Bonaire en met name de Bovenwindse Eilanden tot de “hoofdstad” Willemstad is te groot gebleken en in noodgevallen zelfs funest (zie de diverse natuurrampen in het recente verleden).

    Welvaart, sociale voorzieningen en deugdelijk bestuur zijn de verantwoordelijkheid die Nederland had en nog immer heeft. Het hechter maken van de banden moet zeker niet worden beschouwd als neo-kolonialisme. Het dient te worden beschouwd als het nemen van verantwoordelijkheid voor fouten die in het verleden gemaakt zijn (zowel in het Europese als het Caraïbische deel van het Koninkrijk), alsmede vooral te worden beschouwd als het nemen van verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het feit dat (Europese) Nederlanders überhaupt ooit op deze eilanden verzeild zijn geraakt. De bevolking op de Antillen en Aruba is voortgekomen uit de aanwezigheid van de (Europese) Nederlanders in de voorbije eeuwen. Let wel, het gaat hierbij niet om een eventuele “schuldvraag”, het gaat hier niet (meer) om verwijzingen naar de slavernij in het verleden. Het gaat hier echter om verantwoordelijkheid in de essentie van zijn betekenis.

    Bij het verwekken van een kind dient een vader zijn verantwoordelijkheid te nemen. Zowel staatkundig als volkenkundig zijn de Nederlandse Antillen en Aruba letterlijk verwekt door Nederland. Dat is misschien een zware maar in ieder geval niet te ontlopen verantwoordelijkheid. Hoe kunnen we ooit van het grote aantal Antilliaanse en Arubaanse vaders die de door hen verwekte kinderen (en dier moeders) dikwijls in de steek laten verlangen dat zij hun verantwoordelijkheid nemen als op macro-niveau moederland (of in dit geval spreke men beter van vaderland) Nederland zelf geen verantwoordelijkheid neemt ? Laten we daarom bij het hechter maken van de banden niet spreken van re-koloniseren, maar van ‘adopteren en erkennen.’

    De Antillen en Aruba zijn oneindig veel kleiner dan Nederland (en bovendien onderling divers) en zullen alleen al om die reden nooit geheel zelfstandig kunnen fungeren, zelfs niet gedeeltelijk zoals nu al langere tijd blijkt. Alleen het wegvallen van de defensietaak die Nederland momenteel vervult zullen (in ieder geval de Benedewindse Eilanden) uiterst kwetsbaar maken voor annexatie door naburige landen, in het bijzonder het zeer naburige en politiek allesbehalve stabiele Venezuela.

    Het geven van dezelfde kansen en rechten aan Caraïbische Nederlanders als aan Europese Nederlanders zal in eerste instantie veel geld kosten, veel meer geld dan Nederland thans besteedt aan de Antillen en Aruba. Het zij zo, dat heet verantwoordelijkheid nemen. Dit bedrag zal overigens uiteindelijk nog altijd een fractie van de Nederlandse begroting zijn. Nederland dient een voorbeeld te nemen aan de wijze waarop Frankrijk omgaat met haar koloniaal erfgoed in het Caraïbisch gebied. Uiteindelijk heeft dit stabiliteit, welvaart, deugdelijk bestuur en dus echte democratie gebracht. Qua welvaart en infrastructuur hoeven we alleen maar te kijken naar de verschillen tussen Saint-Martin en Sint Maarten. Als we kijken welke rol de VS in Puerto Rico heeft zien we in eerste instantie weliswaar ook een vorm van autonoom zelfbestuur, en lijkt die situatie op het eerste gezicht wellicht op die op de Antillen en Aruba. Echter, op Puerto Rico zijn er veel meer veantwoordelijkheden voor Washington dan Den Haag die heeft t.o.v. Willemstad of Oranjestad, waardoor de welvaart, het welzijn en de politieke stabiliteit beter gewaarborgd lijken.

    Nederland heeft direct en indirect ook voordeel bij het ‘adopteren en erkennen’ van diens kinderen: er zullen minder kansarme Antilliaanse of Arubaanse jongeren een enkele reis naar Nederland nemen, met alle gevolgen van dien. Niet alleen zullen er in totaal minder kansarme jongeren zijn, de kansarme jongeren die er nog zullen zijn zullen meer kansen hebben uit deze maatschappelijk benarde positie te geraken. Met andere woorden: nu veel geld investeren in onze overzeese Rijksgenoten voorkomt veel (meer) schade in de toekomst, niet alleen overzees maar ook in Nederland.

    Het creëren van kansen begint met goed onderwijs. Hierbij dient het Papiaments (op de bovenwindse eilanden het Engels) naast het Nederlands een belangrijke rol te krijgen. Nederland dient te aanvaarden dat het Nederlands weliswaar de officiële taal is op de Antillen/Aruba, maar dat in de praktijk het Papiaments (in ieder geval op de Benedenwindse eilanden) de facto de volkstaal is. De bevolking onderling en overgrote meerderheid van de media communicerenin het Papiaments en ook in het parlement en door regeringsleden wordt (in het openbaar althans) uitsluitend Papiaments gesproken. Daarom moet het Papiaments op de Antillen/Aruba een officiële status krijgen, zoals het Fries die in Nederland ook heeft, echter gecombineerd met een goed en grondig onderwijs ván het Nederlands, niet noodzakelijkerwijs ín het Nederlands. Het Nederlands zou ook als een 2e taal kunnen worden onderwezen, en wel intensief vanaf de lagere school, en niet als instructietaal die men pas voor het eerst op de middelbare school hoort.. Beter iemand die het Nederlands uitstekend als 2e taal spreekt dan iemand die het Nederlands als 1ste taal niet of nauwelijks beheerst. Dit betekent overigens ook dat van de inmiddels vele (legale maar zeker ook illegale) vreemdelingen die zich vanaf andere Caraïbische eilanden en het Zuid-Amerikaanse vasteland op de Antillen en Aruba vestigen geëist dient te worden dat men zowel het Papiaments als het Nederlands machtig is, en niet uitslutend het Spaans.

    Vanuit Nederland dient actief een taal- en cultuurbeleid te worden gevoerd om zowel het Papiaments als het Nederlands te ondersteunen. Zo zijn tv-kijkende Antilliaanse/Arubaanse kleine kinderen nu nog aangewezen op de Amerikaanse “Sesame Street” en vele Amerikaanse tekenfilms op de ontelbaar vele Amerikaanse kanalen. Voor een goede culturele vorming dienen zij echter te kunnen kijken naar een Papiamentse “Caya Sesam” en naar het Nederlandse “Sesamstraat”. Taal- en cultuurbeleid dient ook door mediabeleid te worden ondersteund. Eén Nederlandstalig TV-kanaal (BVN-TV, een samenwerkingsverband tussen NOS, Wereldomroep en het Vlaamse VRT) achter een dure kabel- of satellietdecoder is momenteel wellicht toereikend voor Nederlanders elders in de wereld, voor onze Rijksgenoten is dit uiteraard een karig aanbod: idealiter dient het complete Nederlandstalige-aanbod dat Europese Nederlanders ter beschikking staat ook de Caraïbische Nederlanders te bereiken. Om technische redenen (frequentieschaarste) zal een groot deel van deze kanalen uitsluitend per satteliet en/of kabel te ontvangen kunnen zijn (bij voorkeur echter niet helemaal achterin de decoder, ver na alle Amerikaanse kanalen, zoals thans het geval is). Zolang kabel- of satellietdistributie echter geen extra hoge abonnementskosten met zich mee brengt en een aantal programma’s ook via de ether te ontvangen zal zijn, vormt dit geen bezwaar. Hier heeft de Nederlandse overheid een stimulerende (lees: subsidiërende) taak. Zie bijvoorbeeld Canal Antilles- of Canal Guyane-programmapakket dat vanuit Frankrijk in de Franse gebiedsdelen verspreid wordt waardoor de Caraïbische Fransen naast de lokale zenders ook en in ruime mate voorzien worden van een volledig media-aanbod uit het moederland. Iets soortgelijks zou met het Nederlandse Canal Digitaal-pakket ook mogelijk moeten zijn. Momenteel wordt dit pakket met een Astra-satelliet over heel Europa uitgestraald. Met slechts één extra (transatlatische) satelliet-verbinding kan dit pakket ook de Nederlandse Antillen, Aruba en bovendien ook Suriname bereiken. Dit brengt weliswaar extra distributiekosten met zich mee, maar uit oogpunt van auteursrechten zullen de omroepen niet of nauwelijks extra kosten hoeven te betalen aan de rechthebbenden (vooral Amerikaanse studio’s) aangezien het uitzendterritorium met een relatief klein publiek wordt uitgebreid en de Antillianen, Arubanen en Surinamers nu ook al naar Amerikaanse televisie kunnen kijken.

    Ten aanzien van de economie moet er voor Nederlandse bedrijven een investeringsklimaat geschapen worden op Aruba en de Antillen, niet slechts voor postbusfirma’s of off-shore financiële activiteiten, maar met het doel daadwerkelijk te investeren in de lokale economie en lokale bevolking. Ook moeten de hoge communicatie- en vervoerskosten tussen het Europese deel en de Caraïbische delen des Koninkrijks worden verlaagd, zie hier bijvoorbeeld de gunstige tarieven voor telefoneren of vliegen tussen Parijs en de overzeese Franse gebiedsdelen. Dit betekent overigens ook dat de vestigingsbeperkingen die momenteel voor Europese Nederlanders geldt op de 6 eilanden volledig dienen te worden opgeheven.

    In beschouwingen over de Nederlandse Antillen wordt Aruba dikwijls vergeten of overgeslagen. Ten onrechte. Immers, aan de buitenkant lijkt Aruba, mede dankzij de focus op het toerisme, er veel beter voor te staan dan de 5 overgebleven Antilliaanse eilanden, binnenin de Arubaanse maatschappij woeden echter haarden van corruptie, belangenverstrengeling, constante politieke conflicten en ondeugdelijk bestuur die gezien de kleine schaal van het eiland elke vorm van gezonde realiteit te boven gaat. Hiervoor hoef ik u slechts te wijzen naar het Rapport Calidad van de commissie onder voorzitterschap van Mr. Mito Croes en naar het boek “Goed bestuur en de politieke realiteit” van Armand Hessels (Infuca, 2002). Tekenend is uiteraard ook dat het eiland nog altijd niet financieel onafhankelijk kan functioneren, maar bijvoorbeeld wel een relatief peperduur eigen monetair beleid kan voeren, compleet met een eigen “Centrale Bank” in een gloednieuw (in november 2002 geopend) geheel marmeren paleis, en compleet met een eigen ‘nationale munt’, en dat alles voor zo’n 90.000 inwoners (nog minder dan bijvoorbeeld de plaats Delft !).

    Er zijn altijd spanningen en conflicten tussen de regeringen van Nederland enerzijds en die van de Antillen en/of Aruba anderzijds.
    Kort samengevat: betweterigheid versus lange tenen, badinerende houding versus minderwaardigheidscomplex.
    En tegelijkertijd ook (soms misplaatste) angst vanuit de Europese Nederlanders om als neo-kolonisator over te komen, vanuit wellicht een schuldgevoel over het verleden.
    Of soms (net zo misplaatste) desinteresse vanuit de Europese Nederlanders over het reilen en zeilen van onze Caraïbische Rijksgenoten, louter verwijten en honende opmerkingen makend over de huidige drugsproblematiek.

    Er is één symbool van ons Koninkrijk dat verheven staat boven alle onenigheden, boven alle conflicten en tegenstellingen:
    H.M. Koningin Beatrix is Koningin der Nederlanden, oftewel letterlijk Koningin der Nederlanders, dat wil zeggen: álle Nederlanders, zowel Europees als Caraïbisch.
    Niet voor niets wordt Koninginnedag ook met veel enthousiasme op Aruba en de Antillen gevierd.

    Het Koninklijk Huis, en Koningin Beatrix in het bijzonder is de enige die alle Rijksgenoten nader tot elkaar kan brengen, wars van de politieke waan van de dag.
    Zij zal op korte termijn, liefst in december van dit jaar (in het kader van 50 jaar Koninkrijksstatuut) op bezoek moeten gaan naar alle zes eilanden. Niet voor een bliksembezoek, maar voor meerdere dagen per eiland. Op de eilanden, maar in ieder geval in de plaatsen Oranjestad en in Willemstad zal zij (let wel:) in het Papiaments (en eventueel Nederlands) telkens een officiële en rechtstreeks via alle media uit te zenden toespraak moeten geven waarin het volk van Aruba en de Antillen een perspectief voor de toekomst geboden wordt in een hechtere band met Nederland in het Koninkrijk. Uiteraard is het aan de volkeren zelf om hierover te beslissen in een referendum, maar de voordelen van een hechtere band ten aanzien van welvaart, veiligheid en deugdelijk bestuur moeten duidelijk weerklinken in de rede van de Koningin.

    De opties voor dit referendum moeten duidelijk zijn, waaronder dus nadrukkelijk ook de mogelijkheden tot provincie- of gemeentevorming of de vorming van elke entiteit die meer gestalte doet aan een hechte, directe band tussen de eilanden en Nederland en tussen de eilanden onderling en die tegelijkertijd ook recht doet aan de specifieke kenmerken en cultuur van de eilanden. De Koningin mag zich in haar rede wellicht alleen in algemeenheden uiten over deze opties, haar wens tot meer welvaart en stabiliteit voor haar Caraïbische Rijksgenoten zal zij zeer zeker en nadrukkelijk tot uitdrukking mogen brengen, ook al zou dit het einde betekenen van het federale verband van de Nederlandse Antillen en de status aparte van Aruba in hun huidige vorm.

    Dit bezoek aan onze Caraïbische Rijksgenoten zal de Koningin samen met Prins Willem-Alexander, Prinses Máxima en Prinses Amalia moeten verrichten, aangezien zij de troonopvolger zijn en ooit zelf staatshoofd van Aruba en de Antillen. Het bezoek zal zich met name niet in de eerste plaats uitsluitend op de lokale autoriteiten dienen te richten, maar vooral op de lokale bevolking middels rechtstreekse en persoonlijke gesprekken en bezoeken tot in alle uithoeken van elk eiland en middels allerlei culturele festiviteiten (bekostigd door Nederland). Kortom een offensief, niet alleen van charme (dat zou immers alleen oppervlakkig zijn), maar van gemeende en oprechte aandacht, begrip en bovenal respect.

    Dat woord “respect” wordt nu voor het eerst in dit betoog gebezigd, maar is in de vehoudingen tussen de Antillen, Aruba en Nederland het sleutelbegrip.
    “Respect” is soms een relatief begrip, maar als een der gesprekspartners het oprechte gevoel heeft dat hij geen of onvoldoende respect krijgt, is daar vaak ook een daadwerkelijke aanleiding toe. Derhalve is het zaak voor de andere gesprekspartner(s) om dit gevoel van onbehagen weg te nemen. Ook hier heeft Nederland, als het oude Moederland, een rol te vervullen.

    Tijdens haar bezoek zal Koningin Beatrix daarom ook openlijk en oprecht namens de Nederlandse bevolking haar excuses en medeleven moeten uitspreken voor de donkere perioden in onze geschiedenis, de brute slavenhandel en slavernij die tot ver in de 19e eeuw op de Antillen en Aruba onder Nederlands gezag plaatsvonden. Zonder deze openbare boetedoening kan er nooit een streep onder het verleden worden gezet en kunnen vele Arubanen en Antillianen nooit afstand nemen van de gevoelens van schaamte en minderwaardigheid die velen nog altijd voelen en vanuit hun voorouders met zich meedragen. Koningin Beatrix zal ook dienen te benadrukken dat dergelijke gevoelens niet meer van deze tijd zijn en dat zij alle Arubanen en Antillianen volkomen gelijkwaardig beschouwt aan de Europese Nederlanders. Om aan Europees-Nederlandse zijde meer bekendheid en begrip voor onze Caraïbische Rijksgenoten te kweken zal Koningin Beatrix moeten uitroepen dat specifieke feestdagen op de eilanden voortaan ook in Nederland gevierd zullen worden, of dat er één nieuw “Koninkrijksfeestdag” in het gehele Koninkrijk gevierd zal worden, waarin bijvoorbeeld in elkaars media op een positieve wijze aandacht aan elkaar wordt besteedt, waarop uitwisselingsprogramma’s van scholieren plaatsvinden e.d.

    Alleen al daarom is het belangrijk dat Koningin Beatrix en haar familieleden, voor wie op Aruba en de Antillen veel respect bestaat, een (spoed) cursus Papiaments volgen en een bezoek brengen aan onze overzeese Rijksgenoten, teneinde dit wederzijdse respect aan hen te betuigen en hen de weg te wijzen naar een nieuwe, hoopvolle en kansrijke toekomst… een toekomst waarin de Europese en Caraïbische Nederlandse gebiedsdelen niet langer tegenover elkaar staan, maar samen binnen het Koninkrijk der Nederland één hechte band met elkaar aangaan, die geluk en welvaart in gelijke mate voor alle Rijksgenoten moge brengen…

    Reactie door Marcel Vermeer — vrijdag 5 maart 2004 @ 1.30 uur

  13. Dag heer Jan,

    Het wordt hier steeds gekker. De leefkwaliteit degeneert.
    Was jij maar hier! De bezem er op je SP-manier door. Back to ‘happy life’.., in the sun. Jaartje tropen een goed idee?

    Vriendelijke groet,
    Paulus
    een oud-[en nog altijd hard werkend]SP-stemmer op Curacao

    Reactie door Paulus Hammink — dinsdag 23 maart 2004 @ 17.29 uur

  14. …degenereert…[altijd dat te enthousiast tikken]

    Reactie door Paulus Hammink — dinsdag 23 maart 2004 @ 17.30 uur

  15. Zouden mensen in nederland niet kinderen kunnen adopteren. Om de gezins ruimte makkelijker te maken. zodat het beter kan gaan in de gezin. Ik ben zelf een antiliaan en ik zou het wel leuk vinden als ik iemand zou kunnen helpen in de antillen en hun leven makkelijker maken.

    Reactie door Juanita — zondag 4 april 2004 @ 16.13 uur