Huis der Historie 1

donderdag 19 februari 2004 :: 17.43 uur

Eerst een half uur een toespraak gehouden voor zo’n 80 tot 100 studenten geschiedenis op de Universiteit Leiden.
Daarna een uur lang discussie.

foto Kim Wittebol

De noodzaak van historisch besef werd door vrijwel niemand bestreden.
Al was er wel twijfel over de vraag of zo’n museum nu het geijkte middel is om dat te bevorderen.
Terecht werd erop gewezen dat onderwijs het allerbelangrijkste is.

Ook waren er een paar mensen die vonden dat nationale geschiedenis een gepasseerd station is in een ‘geglobaliseerde’ wereld.

Vanavond een openbare avond in de Waag over hetzelde onderwerp.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

5 Comments

5 reacties

  1. Geschiedenis is en blijft belangrijk, het vertegenwoordigt een oud erfgoed van waarde voor de toekomst al gelooft men het niet altijd. Doe eens een terugblik in het industriele verleden van 100 jaar geleden hoe het er uit zag, en hoe het nu is.
    Hoe de arbeids en sociale omstandigheden er uitzag,ja er is best wat verbeterd, al zal men er altijd voor moeten blijven knokken.
    De wereld oorlogen, waar men nog weinig van geleerd heb lijkt het wel.
    Franse tijd Napoleon,wat deze ingevoerd heb, daar heb je nog altijd mee temaken.
    Van het jaar nul tot nu toe is er veel gebeurd, waarvan de laatste 100 jaar het verschrikkelijk hard is gegaan.
    Geschiedenis ontkennen is verkeerd..

    Reactie door folkert de lepper — donderdag 19 februari 2004 @ 18.55 uur

  2. Ik ben erg geinteresseerd in geschiedenis en ik vind het ook erg belangrijk. Ik hoop dan ook dat het Huis der Geschiedenis er komt. Maar of het veel uitmaakt? Ik kwam eens een uitspraak tegen die wel heel veel waarheid lijkt te bevatten: Het enige wat we van de geschiedenis leren is dat we NOOIT iets van de geschiedenis leren.

    Reactie door F.Baron — donderdag 19 februari 2004 @ 20.45 uur

  3. Interessant.
    Zat zelf gisteren in Den Bosch om de minister van onderwijs van ideeen en commentaar te voorzien in het kader van KOERS VO.
    Een van de discussies ging over verantwoordelijkheid afleggen.

    Geschiedenis: als mensen zich meer bewust zouden zijn van het feit dat je door geschiedenis te schrijven ook verantwoordelijkheid draagt voor de toekomst, zouden ze dan beter nadenken over hun besluiten?

    Nu we in een tijd leven dat veel wat al in de geschiedenis staat wordt herbeleefd, zou het nog veel belangrijker zijn dan ooit om geschiedenis als vak gedurende de hele schooltijd te krijgen.

    Reactie door Molly — donderdag 19 februari 2004 @ 21.48 uur

  4. Met Jan Marijnissen op de vuilnisbelt van geschiedenis

    “Het historisch besef verdient herwaardering”, met een lezing met die titel maak je wel vrienden onder geschiedenisstudenten en stoffige museumbonzen. In een zaaltje van de Leidse Universiteit weet Jan Marijnissen in bruin hemd en dito broek de studenten warm te stomen om met de geschiedenis van “ons volk” de wijken in te gaan. Marijnissen is “on tour” door Nederland, in verschillende steden praat hij over onderwerpen die hem interesseren.

    Als onderdeel van deze tour doet hij ook ons geliefde Leiden aan, waar hij spreekt voor studenten over zijn idee om een nationaal historisch museum op richten: het huis van historie. Dit idee heeft hij al eerder uitgewerkt op zijn website(1). Hier een beschouwing van dit plan van Marijnissen.

    Marijnissen constateert een algemene verwarring over de morele, culturele en politieke identiteit onder wat hij het “Nederlandse volk” noemt. Mensen beschouwen de verworvenheden van de verzorgingsstaat als vanzelfsprekend omdat zij niet weten hoe hard daar in het verleden voor gevochten is. Dat leidt er volgens hem toe dat die verzorgingsstaat te makkelijk afgebroken wordt.
    Volgens Marijnissen is het uit de geschiedenis op te maken dat de parlementaire democratie gekoppeld aan de verzorgingsstaat “het minst slechte systeem” is. Voor dit systeem is “geen alternatief dat democratischer genoemd kan worden”, tenminste, dat weet Marijnissen op te maken uit de geschiedenis.
    De individualisering van de samenleving, de globalisering, het gebrek aan collectieve ambitie en de afbrokkelende nationale identiteit maken volgens Marijnissen allemaal deel uit van dezelfde ontwikkeling. Door de bevolking van Nederland meer te onderwijzen in haar Vaderlandse geschiedenis hoopt Marijnissen deze ontwikkeling tegen te gaan. Mensen moeten beseffen dat zij onderdeel zijn van een groter geheel, zij zijn misschien wel “de makers van de toekomst, maar ook de maaksels van de geschiedenis”.
    De intensivering van onderwijs in de nationale geschiedenis zal op de scholen moeten plaatsvinden, maar ook volwassenen moeten over de geschiedenis kunnen leren. Daarvoor wil Marijnissen graag een nieuw museum oprichten, naar het voorbeeld van het Haus der Geschichte in Leipzig, de naam heeft hij al vast bedacht, het huis van historie.

    De staat ingemetseld in het huis van historie

    “Om te weten waar je naartoe gaat moet je weten waar je vandaan komt” aldus Marijnissen. Dat is een nogal lineaire kijk op de geschiedenis, de lijn die de geschiedenis altijd gevolgd heeft zal zich voortzetten in de richting van de toekomst. Zelfs voor Marxisten is dit nog een behoorlijk conservatieve opvatting. Marijnissen’s visie op de geschiedenis wordt opgehangen aan “het Nederlandse volk”, en niet aan de voor zijn partij traditionele “arbeidersklasse”, die ontstaan zou zijn na de Franse revolutie.
    Door zich te beperken tot de geschiedenis van “ons volk” en “de wordingsgeschiedenis van de lage landen aan zee” plaatst Marijnissen de hele geschiedenis van dat “volk” in het verlengde van de Nederlandse staat.
    Sinds het begin van het Nederlandse volk, dat volgens Marijnissen bij de Bataafse republiek gezocht moet worden, heeft het hele handelen van het Nederlandse volk geleid tot de huidige Nederlandse verzorgingsstaat.
    Nogal wiedes dat Marijnissen daaruit concludeert dat diezelfde verzorgingsstaat met de bijbehorende parlementaire democratie het volmaakte eindproduct is van de geschiedenis. Daar ging hij impliciet al vanuit.
    Gecombineerd met zijn lineaire voorstelling van de geschiedenis kan Marijnissen dus concluderen dat de verzorgingsstaat het doel is van de geschiedenis en iedere tendens die daarmee probeert te breken de vooruitgang bestrijdt. Jammer alleen dat deze conclusie op impliciete aannames is gebaseerd.

    De redenering van Marijnissen berust op de volgende vooronderstellingen:
    1. Het is goed om lering te trekken uit onze gezamelijke geschiedenis
    2. Het is goed om de nationale identiteit te bevorderen
    3. Wij zijn het Nederlandse volk
    4. Wij bestaan sinds een bepaald moment binnen een vast begrensd gebied dat Nederland heet
    5. Alles wat wij hebben gedaan heeft de opbouw van de Nederlandse Staat en haar grenzen tot doel gehad.

    De eerste 2 premissen worden door Marijnissen expliciet genoemd, en samen met de aanname dat een museum een goed communicatiemiddel is leidt dat tot het idee van een huis der historie. De andere drie premissen noemt Marijnissen niet expliciet in zijn artikel, maar wel in zijn lezing in Leiden. Deze premissen leiden ertoe dat het huis der historie een nationaal karakter moet hebben. Het moge duidelijk zijn dat deze premissen compleet ridicuul zijn.

    Het is belangrijk om je met geschiedenis bezig te houden, je kunt zien waar er in het verleden fouten zijn gemaakt en soms kun je daaruit leren hoe je in de toekomst die fouten kunt voorkomen. Het is alleen een beetje vreemd om de geschiedenis te laten beginnen bij Nederland, het Nederlandse volk of de Nederlandse staat en te laten ophouden bij de grenzen van Nederland, zoals Marijnissen oppert.

    Collectieve identiteit

    Het is begrijpelijk dat Marijnissen zich wil wapenen tegen een globalisering die ons als mensen steeds machtelozer maakt. Mensen hebben een identiteit nodig, een “collectieve ambitie” die hen met anderen verbindt. Met de toenemende globalisering komt de nationale identiteit in het gedrang, maar een identiteit hoeft natuurlijk niet op een etniciteit of staat te berusten.
    Mensen kunnen zich met elkaar identificeren op basis van een vergelijkbare maatschappelijke positie, zoals de meeste boeren in Nederland er moeite mee hebben om met hun producten de derde wereld arm te houden, of mensen die in de Tweede Wereldoorlog hun medemensen lieten onderduiken om ze te beschermen tegen de nazi’s. Je kunt je met elkaar identificeren op basis van de muziek die je leuk vindt, omdat je het leuk vind om op een motor te rijden of omdat je van surfen houdt, eigenlijk op basis van alles wat je zelf maar belangrijk vindt, kortom je gemeenschappelijke waarden, normen, interesses en belangen.
    Sommige van dat soort groepen hebben zelfs vlaggen (homo’s, anarchisten) of wapenschild-achtige symbolen van hun eenheid (ajaxsupporters, hells angels), hetgeen maar weer eens onderstreept dat zij de nationale staat vervangen of aanvullen als bron van collectieve ambitie.
    Er is zo veel mogelijk om een collectieve identiteit te creëren, en Marijnissen kiest van al deze mogelijkheden de nationale staat, zonder dat hij ergens benoemt waarom hij vindt dat dit de beste bron van collectieve identiteit is. Is dat omdat hij een nationalist is? Is dat omdat hij dom is en geen andere bron van collectiviteit kan bedenken? Ik denk het niet eigenlijk. Ik denk dat hij de Nederlandse staat gekozen heeft omdat hij een populist is.

    Met het verdwijnen van de nationale staat en de toenemende macht van multinationals en superstaten zullen veel mensen in een natuurlijke reflex teruggrijpen op de nationale staat. Dat zou zeker het succes van rechtspopulistische figuren als Fortuyn, Haider en Berlusconi verklaren. Met het idee van een “huis van de historie” surft Marijnissen mee op deze nationalistische tendens, wat hem zeker stemmen gaat opleveren. Maar om deze stemmen te behalen laat hij een kans liggen om een werkelijke verandering door te zetten.
    Sowieso is het idee dat je de nationale identiteit weer leven kunt inblazen niet haalbaar, het proces van politieke en culturele globalisering is niet te stoppen. Mensen kunnen binnen een dag aan de andere kant van de wereld zijn, mammoettankers vervoeren allerlei spullen over de aardbol en MTV kun je overal kijken, zelfs in Afghanistan. In Djibouti kun je dezelfde Big Mac scoren als in Shanghai of Leiden en over de hele wereld lezen mensen hun gratis Metro-krant.
    De nationale identiteit is een stuiptrekkend lijk, en eerlijk gezegd is het niet iets waar we rouwig om hoeven te zijn. Identificatie met “landgenoten” zorgt ervoor dat mensen juichen als Shell Afrikaans geld binnenhaalt waar het bloed vanaf druipt, dat mensen er trots op zijn dat Rutger Hauer of Famke Janssen weer in een of andere kutfilm spelen of dat mensen accepteren dat er op hun sociale zekerheid bezuinigd wordt om de BV Nederland competitief te houden. We kunnen niet snel genoeg afrekenen met die nationale identiteit.

    Het verdwijnen van een nationale identiteit als gevolg van de globalisering biedt kansen om een nieuw soort identiteit te creëren: Een identiteit die zich niet ontleent aan stompzinnigheden als strepen op een landkaart, huidskleur of taal, maar aan de dingen die er echt toe doen, de dingen die we echt gemeenschappelijk hebben met elkaar. Als we dat op “het Nederlandse volk” toepassen komt onze gemeen-schappelijkheid neer op: niks.

    De taal die mensen spreken Zuid Limburg is niet te vergelijken met die in Friesland. Het volkslied betekent voor Erica Terpstra iets heel anders dan voor een illegale Ghanees in de Bijlmer of voor mij. Cor Boonstra heeft totaal andere belangen dan een bijstandsmoeder. Het idee dat deze mensen een gezamenlijk, Nederlands belang hebben is onzin. Er is geen nationale eenvormigheid.
    Het “Nederlandse volk” is een hersenspinsel van de geschiedenis, dat alleen maar bestaat omdat mensen elkaar wijs maken dat er vroeger mensen in geloofd hebben, en dat zij daar nu ook in moeten geloven omdat zij tot hetzelfde volk behoren: het is circulair. Een zeepbel die maar eens doorgeprikt moet worden, niet iets waar je een politieke koers op baseert.

    Het vervelende aan de geschiedenis is dat hij zo tenenkrommend repetitief is, en we zullen nog wel een tijdje te lijden hebben van het fantoom dat nationale eenheid heet. Toen Marijnissen in 1999 bij de wijziging van het partijprogramma van de SP vrolijk riep dat ze het voorbeeld volgden van de SDAP van P.J. Troelstra, had hij even bij de geschiedenis te raden moeten gaan waar die partij is geëindigd. Maar een liefhebber van de geschiedenis als Marijnissen is, zal hij dat wel gedaan hebben. Met de ideologische dood van de PvdA, die tegenwoordig onder Wouter Bos aan het leegbloeden is ontstaat er een vacuum waar op macht beluste linkspopulisten als Marijnissen lekker naar rechts op kunnen schuiven. Met een huis der geschiedenis dat het volk leert dat er geen alternatief is voor een dergelijk systeem zit Marijnissen geramd. Misschien zit er nog wel een post als premier die het poldermodel weer nieuw leven inblaast voor hem in.

    Reactie door Dirk — donderdag 4 maart 2004 @ 14.48 uur

  5. 28 maart 2004.
    vanochtend een uurtje geschiedenis op radio 1 …
    ik houd mijn hart vast als de suggesties, die daar werden geventileerd in het museum zouden worden gematerialiseerd
    (bv. nederland bestaat pas 200 jaar!)
    geschiedenis in het onderwijs inruilen voor een “huis van historie” – wat dat dan ook of worden of wezen moge – is wel een heel slechte deal. welke geschiedenis heb je ‘t over?
    politieke en sociale geschiedenis, economische geschiedenis,
    culturele geschiedenis, literatuur-geschiedenis, muziek- geschiedenis, geschiedenis van de krijgskunde, enz.

    twee suggesties: lees jonathan i. israel’s “the dutch republic”
    en simon schama’s “the embarrassment of riches”

    een aantal figuren zijn niet te passeren. als daar zijn:
    willem van oranje; het team maurits, van oldenbarneveldt en stevin; johan de witt; thorbecke; drees; en dan hebben we ‘t
    zo’n beetje wel gehad.

    een triest dieptepunt in 2004: met balkenende en donner beleeft
    de gereformeerde jongelingsvereniging een wedergeboorte.
    eerdmans(lpf) liet een kinderlijk eenvoudige voorzet van smits
    (cda) over het elimineren van de religie in de politiek voorbijgaan (johan de witt, afkomstig uit een fundamentalistisch protestants gezin, bijvoorbeeld, was wars van godsdienst in de politiek) en terecht … eerdmans had alleen maar “ja” hoeven te zeggen.

    als jan marijnissen dat bolwerk zou kunnen slechten zou ik misschien wel sp gaan stemmen, maar nee, hij moet zonodig zijn
    energie verspillen aan een gotbetert huis van historie …

    Reactie door jan karman — zondag 28 maart 2004 @ 13.50 uur


  • Het land in

  • Foto