‘Het zal mij aan mijn reet roesten wat Marx zegt’

Filosofie Magazine, nr.3/2004

Marx is door de SP ‘de partij uitgeflikkerd’. Toch zegt SP-voorman Jan Marijnissen: ‘Hij maakte duidelijk dat de kwestie niet zozeer is of mensen goed of slecht zijn, maar hoe de samenleving is georganiseerd.’

Tekst: Anton de Wit

Ja, hij had de IJzeren Lijst van Filosofie Magazine gezien, en het had hem al positief verrast dat Marx’ Das Kapital op de achtste plek in de lijst van belangrijke filosofische werken staat. Heel terecht, merkt SP-voorman Jan Marijnissen tevreden op. Het opus magnum van de Duitse filosoof en econoom is weliswaar ‘saai en pittig’, maar tot op de dag van vandaag zeer relevant.
Om dat aan te tonen vliegen zowel de vorige als de volgende afspraak van de parlementariër over tafel. Eerder die middag had hij met partijgenoten gesproken over ontwikkelingssamenwerking. De SP is wat dat betreft fel anti-kapitalistisch en wil de mondialisering van de economie een politieke component geven. ‘We zijn samen verantwoordelijk voor de aarde en de toekomst ervan. Nu zijn het, hoe je het ook wendt of keert, de kapitaalkrachtigen, verenigd in consortia en multinationals, die de inhoud van de globalisering bepalen. Dat is uiteindelijk catastrofaal voor de wereldgemeenschap. We zullen daar een variatie op moeten bedenken.’ En later die dag zal Marijnissen met enkele prominenten praten over zijn omstreden voorstel om een ‘Huis der Historie’ op te richten. Bewustwording van het verleden ziet hij als een belangrijke bouwsteen voor de toekomst, en die gedachte is terug te voeren op de eerste stap van de dialectische methode van Marx, waarin historisch inzicht centraal staat – zonder bewustwording geen maatschappelijke verandering. ‘Als dat geen taak is van de politicus, wat dan wel?’ Kortom, Marx schemert nog altijd duidelijk door in de agenda van de politicus, en in het uurtje dat hij vrij heeft praat hij dan ook met liefde en plezier over zijn wijsgerige overgrootvader.

Marijnissen kwam al op vrij jonge leeftijd in aanraking met Marx. Op de kostschool ontwikkelde hij een interesse in politiek, filosofie en psychologie. Die boden de 13-jarige een meer bevredigend antwoord op zijn levensvragen dan het katholieke geloof van zijn jeugd. ‘Ik vroeg me af waartoe wij op aarde zijn. De catechismus had daar wel een antwoord op: om gelukkig te zijn en de hemel te verdienen. Maar ik was helemaal niet gelukkig op die kostschool. En in de hemel geloofde ik niet.’
De marxistische beweging van die tijd oefende een grote aantrekkingskracht uit op de jonge Marijnissen. Hij las ook boeken van en over Marx, maar, zo geeft hij toe: ‘Ik was toen zo jong dat ik daar nog geen hout van snapte.’ Maar de tijdgeest liet hem toch niet onberoerd. ‘Die tijd was zwanger van allerlei nieuwe opvattingen. De jeugd beschouwde zich als de apostels van de vernieuwing. In mijn kostschooltijd was dat voor mij allemaal nog niet zo uitgekristalliseerd. Ik verbaasde me toen simpelweg over de honger in de wereld en de oorlog in Vietnam. Dat heeft een politiserende werking gehad.’
De intellectuele verdieping kwam enige jaren later, toen hij in aanraking kwam met geëngageerde studenten. ‘In die tijd was Herbert Marcuse erg populair, en ik las veel van zijn boeken. Marcuse beroept zich zowel op Freud als op Marx. Dus ben ik ook heel veel Freud en Marx gaan lezen.’

‘Het is met name het dialectisch materialisme van Marx geweest dat me erg boeide. Het historisch materialisme vond ik naïef. Alsof we vanzelf in een soort paradijs komen, waarin iedereen produceert naar kunnen en neemt naar behoefte. De verdienste van Marx is toch de meer wetenschappelijke analyse van het mechanisme van het kapitalisme. Hij maakte duidelijk de kwestie niet zozeer is of mensen goed of slecht zijn, maar hoe de samenleving is georganiseerd.’
‘Het zijn bepaalt het bewustzijn’, parafraseert Marijnissen de omkering van de hegeliaanse dialectiek door Marx. ‘Dat is ook een essentieel punt in mijn politieke visie.’ Met die kanttekening dat men deze marxistische stelregel niet te deterministisch op moet vatten. ‘Wij zijn weliswaar maaksels van de geschiedenis, maar we zijn ook de makers van de geschiedenis. Het is nogal mechanisch gedacht: jij bent fabrieksarbeider, dús jij denkt zo. Het is veel complexer dan dat. Wat je opleiding is, waar je ouders vandaan komen, of er thuis naar het NOS Journaal of naar GTST wordt gekeken. Al dat soort dingen bepalen je wereldbeeld.’
Voor die wat bredere blik is in de marxistische traditie weinig ruimte geweest, vindt Marijnissen. Uiteindelijk heeft die starheid tot de bloederige onderdrukking van oppositie geleid in communistische landen, wat Marijnissen, ook vanuit marxistisch oogpunt, onbegrijpelijk vindt. ‘Zij die zich marxist noemen zijn per definitie dialectisch denkende mensen. Men had dus moeten begrijpen dat kritiek een soort gratis advies is. Dat is niet gebeurt. Op het moment dat het effect van jouw handelen het Goelag-archipel is, dan heb je een grote fout gemaakt.’

Ideologieën zijn slechts de ‘bovenbouw’ van een samenleving, dat wist Marx al. Vandaar ook dat diezelfde Karl Marx inmiddels met een amicale schouderklop is geroyeerd uit de Socialistische Partij. ‘We hebben de klassieken, hoewel ik ze allemaal even goed ken, zo’n twintig jaar geleden de partij uitgeflikkerd. ‘Marx zegt op pagina 93…’, hoorde je te vaak in discussies. Het zal mij aan m’n reet roesten wat Marx zegt. Wat mij interesseert is: wat is de analyse, wat is de kritiek en wat is het antwoord erop? Ik ben wars van dogma’s. Dogmatisme heeft al tot grote misverstanden in de geschiedenis geleid.’

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

maandag 01 maart 2004 :: 17.25 uur

Reacties uitgeschakeld