Algemene Beschouwingen 2004

Bijdrage Algemene politieke beschouwingen
28 september 2004

Eerste termijn

De heer Marijnissen (SP): Voorzitter.

Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende:

Lelystad, 10 september 2004

Geachte Heer Marijnissen,

Betr: Ouderenbeleid en de binnenkort te houden begrotingsdebatten

Ik ben alleenstaand, 71 jaar en vrij goed gezond, zodat ik me alleen kan redden. Ik heb lang getwijfeld om U eens een brief te schrijven. Maar toen ik laatst hoorde dat de minima er volgend jaar weer op achteruit zouden gaan, kreeg ik hem toch wel goed zitten.

Ik heb van mijn 16e jaar tot en met mijn 58ste jaar gewerkt, dus heb ik mijn steentje wel bijgedragen. Ik was blij dat ik 65 werd en AOW kreeg, want bij de bijstand denken ze dat iedereen een fraudeur is en als zodanig word je ook behandeld. Ik vroeg geld voor een wasmachine want de mijne was stuk. Die kreeg ik niet. Ze vroegen of ik niet met de hand kon wassen. Ik had een half jaar daarvoor net een open hartoperatie gehad. Ik moest bij de bank geld lenen om een 2e handswasmachine te kopen.
(-)
De huursubsidie ging met 4 euro achteruit, de huur werd 16 euro meer, weer 20 euro. Ik moet nu 25% van mijn tandartsenrekening betalen, gedeeltelijk medicijnen. Als je een plaatje moet hebben bij de tandarts…zelf betalen, 300- 700 euro. Kan je dat niet, moet je alles laten trekken, want een gebit krijg je gratis. het is de wereld op zijn kop. Wat houdt dit alles in: Geen krant, concert, schouwburg of vakantie. Je vakantiegeld gebruik je voor cadeautjes voor kinderen en kleinkinderen, iets nieuws voor jezelf of onverwachte rekeningen b.v. de tandarts.
(-)
De ouderen hebben hard gewerkt om het land weer op te bouwen, zodat de jeugd nu kan leren. Wij konden dat niet, wij moesten overdag werken en ’s avonds leren en thuis alles afgeven anders konden ze niet rond komen.
Ik ben in de gelukkige omstandigheid, dat ik nog alles op de fiets kan doen, een auto heb ik 14 jaar geleden weg moeten doen, geen geld. ’s Avonds ga ik niet meer weg, want dat is niet vertrouwd een vrouw alleen. Een cursus in het buurthuis is te duur en zo ga je maar door er blijft zo niet veel meer over. (-) Ik ga alleen één maal per week naar fitness en zwemmen, om maar lang fit te blijven, samen 30 euro. p. mnd.

Ik wil niet klagen, want ik red het nog wel, dan eet je toch vaker een boterham, dat doen zoveel ouderen, hoor ik zo om me heen. Ik vind het alleen zo onrechtvaardig, om ouderen te pakken, die protesteren niet, dat hebben we toch nooit gedaan.
Wij zijn arm groot geworden, dus we redden het nu ook wel. Maar er is niet veel respect meer voor ons, je schrikt als je in een winkel een keer met U wordt aangesproken.
(-)
Dan nog iets, die 30% loonsverhoging die het kabinet voor hun zelf bij de volgende verkiezingen er door wil drukken. Omdat men in het buitenland meer zou verdienen, dat kan toch niet. Je volk armoede laten lijden en jezelf op hun kosten verrijken?

Hebben deze mensen het beste met ons of met zichzelf voor? Als ik Balkenende was zou ik de bijbel nog maar eens lezen, daar staat wel iets anders. Samen delen in voor- èn tegenspoed.

Meneer Marijnissen, ik weet dat U aan dit alles niet veel kunt doen, maar al brengt U het maar onder de aandacht bij collega’s en kabinet, dan ben ik al dik tevreden.

Mijn dank voor het lezen. Ik hoop dat U er wat mee doet. Ik heb in ieder geval mijn hart een keer gelucht.

Met vriendelijke groet,
Mevr. M. Griffioen

Voorzitter, Mevrouw Griffioen, de briefschrijfster, zit op de publieke tribune. Vandaag is ze mijn gast.

Voorzitter,
Indachtig onze grote historicus Johan Huizinga, die zei ‘Wie zich afgesneden denkt van de herinnering aan zijn herkomst en lotgeval, staat redeloos voor het leven’ wil ik deze beschouwing beginnen met een verwijzing naar de wederopbouw na WO II.

Twee weken geleden herdachten we dat het zuiden van ons land zestig jaar geleden werd bevrijd. De donkere dagen van kneveling, rechteloosheid en algehele misère waren onder de grote rivieren ten einde. Het noorden zou nog een hele hongerwinter voor z’n kiezen krijgen. Het duurde nog tot mei 1945 tot ook daar eindelijk de wederopbouw kon beginnen.

Met tomeloze inzet, met veel zelfopoffering, in een sterke onderlinge lotsverbondenheid, en bovenal óptimistisch werd de hand aan de ploeg geslagen. Het moest allemaal beter worden dan dat het was. En het wonder voltrok zich daadwerkelijk. Elk jaar werd er vooruitgang geboekt, elk jaar werd de hoop op een betere toekomst voor iedereen omgezet in werkelijkheid. De generatie van ouders werkte zich te pletter om het land mooier achter te laten dan dat zij het van hún ouders hadden geërfd.

Onze samenleving zou beschaafd worden, en daarom gingen we goede huizen bouwen, voor iederéén. We gingen zorgen voor mensen met een geestelijke handicap: we lieten ze niet meer wegteren in achterkamertjes; er kwam AOW voor wie 65 was geworden (de toenmalige voorzitter sprak de legendarische woorden: ‘Armoe en ouderdom hoeven nu niet meer in één adem genoemd te worden’); er kwamen wetten die levensgevaarlijke situaties op de werkvloer strafbaar stelden; er kwam een wet die het onmogelijk maakte dat iemand – om wat voor reden dan ook – totaal zonder inkomen zou komen te zitten. We besloten dat als een werknemer werkloos zou worden dat hij dan een uitkering zou krijgen zodat hij en z’n gezin niet geruïneerd werden. Zelfs besloten we dat als iemand – om wat voor reden dan ook – door een gebrek niet meer in zijn levensonderhoud kon voorzien dat hij dan toch verzekerd was van een behoorlijk inkomen.

Maar daar bleef het niet bij. Naast zorg om en voor de individuele mens was er ook zorg voor de opbouw van wat van ons allemáál is: de publieke sector. Het onderwijs werd opgebouwd en vooral uitgebouwd: iedereen kon (moest zelfs) naar school en werken aan zijn ontwikkeling. De gezondheidszorg kwam voor iedereen beschikbaar, en in gelijke mate. Kunst en cultuur werden geacht en geëerd, niet alleen door wat wij vroeger ‘de kouwe kak’ noemden. Ook aan de leefomgeving gingen we aandacht besteden, want de industrialisatie eiste een hoge tol: vuile sloten en rivieren, stank en een ongezonde leefomgeving. Vanaf de jaren zestig was macht niet meer voorbehouden aan één bepaalde klasse. Macht en gezag moesten voortaan worden verworven. Autoriteiten zouden zich publiekelijk moeten verantwoorden. Hypocrisie werd gekritiseerd en we werden allemaal ‘opener’.

Deze naoorlogse megaoperatie kon alleen maar zo succesvol zijn omdat het besef dat een mens een sociaal wezen is alom aanwezig was. Dat besef was bepalend voor de inrichting van de samenleving. In alle opzichten was het streven gericht op het humaniseren van de verhoudingen en omstandigheden om zo ook een humane samenleving te krijgen. Begrippen als vooruitgang, perspectief en hoop stonden centraal. Het begrip solidariteit was geen loze kreet, het had ínhoud, en vorm. Ik heb het dan niet alleen over de georganiseerde solidariteit, maar ook over de solidariteit die maatschappelijk – vaak spontaan – overal vorm kreeg.

Ik beschouw beschaving als het verwerkelijken van algemeen gedragen waarden en deugden. De opbouw van deze beschaving is inmiddels schokkend tot stilstand gekomen.
Als ik het hele slagveld van de afgelopen twintig jaar overzie, dan stel ik twee dingen vast:
We zijn twee keer zo rijk als toen,
En toch zijn we zoveel armer geworden.

Het kabinet zegt een ‘ambitieuze hervormingsagenda’ te hebben die – ik citeer de Troonrede – de mensen weer ‘vertrouwen’ moet geven. Echter, het tegendeel is het geval. Het kabinet ontneemt mensen het vertrouwen. Het vertrouwen in de overheid, het vertrouwen in de politiek, in de sociale zekerheid, in onze collectieve voorzieningen, eigenlijk in alles wat na WO II is opgebouwd aan beschaving sijpelt weg.

In plaats van dat u mensen vertrouwen geeft, maakt u mensen onzeker, angstig, en – zoals ik al eerder hier heb gezegd – daarom bereikt u uw doel niet. Mensen worden niet uitgenodigd om ‘mee te doen’, zoals het kabinet zegt te willen. Mensen trekken zich juist terug.

Dit jaar vertoef ik elke maand één week in een andere provincie om met mensen te spreken en onderzoek te doen. Ik kan u uit eerste hand verzekeren: Het kabinetsbeleid roept vertwijfeling en verontwaardiging op.
Vanuit die vertwijfeling en verontwaardiging is er inmiddels een brede tegenbeweging ontstaan waarin duizenden en duizenden mensen en organisaties ‘méédoen’. Al die tienduizenden en na aanstaande zaterdag honderdduizenden die de straat opgaan zijn de mensen die hun ‘verantwoordelijkheid nemen’.
U krijgt de mensen zover dat ze méédoen en hun verantwoordelijkheid nemen: niet omdat de mensen zich door uw beleid laten inspireren, maar omdat ze het faliekant óneens met u zijn en in verzet komen.

Het zijn deze mensen in verzet die anderen weer vertrouwen geven, weer hoop op iets dat beter is dan het beleid dat ons nu gepresenteerd wordt. De ingediende alternatieve begrotingen sterken die mensen in hun opvatting dat het anders, beter en socialer kan. In de peilingen staat het kabinet op 60 zetels, de linkse oppositie op 77. Moreel is deze coalitie uitgeregeerd. Dit kabinet heeft alle kleur verloren, na paars worden we nu geregeerd door grauwgrijs.

Door dit kabinet wordt vaak gesproken over waarden en normen. Maar iedereen vraagt zich langzamerhand vertwijfeld af: ‘Waar zijn de waarden en normen van dit kabinet?’ Fatsoen moet je doen, zeker. Maar zijn waarden en normen in de politiek niet méér dan alleen etiquette?

Ik nodig u uit: Vertel me: Wat zíjn uw waarden? Wat zijn úw normen? Vertel ze me en we zullen het erover hebben.
Voorlopig stel ik vast dat het kabinet ‘waarden en normen’ gebruikt als dekmantel voor het tegendeel.

Bijvoorbeeld: Het kabinet maakt met iedereen ruzie: van ouderenbonden tot cultuurinstellingen, van vakbonden tot MKB en LTO, van onderwijzers tot huisartsen. U en de coalitiepartijen stellen zich op als alleswetende, alleskunnende zedenmeesters. En als mensen laten weten het niet met u eens te zijn, is steevast de reactie: ‘Luister, ik leg het nog één keer uit.’
Oh ja, één vriend heeft het kabinet nog, hoe kon ik dat vergeten: VNO-NCW!

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel.

Ik concludeerde eind vorig jaar: dit kabinet tast de georganiseerde solidariteit aan. Na alle commotie vorig jaar over de aanslag op de koopkracht van de mensen met de laagste inkomens en uitkeringen is het onbegrijpelijk en onverteerbaar dat deze groep er opnieuw op achteruit gaat. Wat is hier evenwichtig , redelijk, eerlijk, solidair aan? Inmiddels geeft ook 45% van de mensen met een middeninkomen aan niet genoeg te verdienen om rond te kunnen komen. Ondertussen geeft u de grote bedrijven een douceurtje van 1,2 miljard Euro door de winstbelasting te verlagen, en gaat het volproppen van de zakken aan de top gewoon door.

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel.

Minister De Geus, die als oud-vakbondsman nu door het leven gaat als de minister van asociale zaken, zegt: ‘Ik ben klaar’.
Maar wat heeft hij anders gedaan dan slopen?
Vut en prepensioen onmogelijk gemaakt; de WAO nagenoeg opgeheven, straks mogelijk meer dan 100.000 mensen vanuit de WAO naar de Bijstand, en die Bijstand is natuurlijk ook verslechterd, de toegang tot WW wordt bemoeilijkt, de ontslagvergoeding wordt afgetrokken van de WW, geen aanvulling op het loon bij ziekte in het tweede ziekte jaar, de arbeidstijdenregels worden versoepeld zodat er langer gewerkt kan gaan worden, en arbo-regels worden voor een groot deel geschrapt zodat de onveiligheid op de werkplek zal toenemen.

En deze minister zegt dat hij ‘klaar’ is? Maar wat heeft deze minister dan bíjgedragen om van dit land een beter, een mooier, een leuker en socialer land te maken? Wat heeft hij opgebouwd? Niets. De firma De Geus vindt u in de Gouden Gids dan ook onder ’sloopbedrijven’.
Ik geloof dat ik het op één punt eens ben met minister De Geus: Hij is klaar. Hij kan gaan.

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel.

De signalen dat door de hoge eigen betalingen mensen afzien van zorg – bijvoorbeeld in de thuiszorg en de tandzorg, maar ook als het om geneesmiddelen gaat – stromen binnen, maar dit kabinet geeft geen krimp. Nee, gooi er gewoon nog even een No Claim in de zorg overheen, iets waarvan iedereen zegt: No Claim, No Way, niemand wil een No Claim in de zorg, behalve het kabinet. De No Claim betekent concreet niets anders dan dat zieken betalen voor gezonde mensen.

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel.

Er wordt bezuinigd op de huursubsidie, de huren worden geliberaliseerd (en dus hoger), maar de ongelimiteerde sponsoring van mega-villa’s van miljonairs gaat ondertussen gewoon door. 90.000 betaalbare woningen worden gesloopt om plaats te maken voor vaak peperdure appartementen. Maar ‘n plan voor 90.000 nieuwe, betáálbare woningen voor gewone mensen is er niet.

Er komt minder geld voor cultuur, de publieke omroep, natuur en duurzame landbouw.
Het treinkaartje wordt weer duurder, en er wordt bezuinigd op stads- en streekvervoer.

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel.

Want, ook ons onderwijs wordt niet gespaard, terwijl 70.000 kinderen van school komen zònder diploma. Het collegegeld wordt verhoogd en de studiefinanciering beperkt. In het VMBO wordt door de leerlingen en onderwijzers een zware prijs betaald voor de nieuwlichterij van een aantal jaren geleden. Het is een misdaad om jongeren die een vak willen leren te dwingen eerst twee jaar 15 theoretische vakken te laten doen. Om extra te kunnen besparen zijn in het VMBO leerlingen samengebracht die helemaal niet samen gezet zouden moeten worden. En wie betalen de prijs? De leerlingen die niet het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben en de onderwijzers die het vaak niet meer aan kunnen.
Zo maar eens een voorbeeld van de kleinheid van dit kabinet: leermiddelen mogen niet langer na acht jaar worden vervangen. Nee, leerlingen en onderwijzers moeten er vanaf nu negen jaar mee doen. Maar spelletjes gáán niet zo lang mee. Een puzzel waar vijfjarigen dag-in-dag-uit mee spelen gaat zelfs geen víjf jaar, laat staan acht, of negen jaar ‘mee’!

Jongeren worden net als de ouderen gepakt door dit kabinet.
Door de tekorten in de jeugdzorg komen er experimenten met meer kinderen op één cel, en zitten er kinderen met een psychisch of zelfs psychiatrisch probleem gewoon achter de tralies, in plaats van dat ze geholpen worden. Hoe diep kun je zakken als kabinet?

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel.

Velen vragen zich af ‘Waarom doet het kabinet wat ze doet? Is het de calvinistische inslag, is het een soort masochisme, is het de bekrompenheid, hebben die jongens en meisjes misschien verkeerde vrienden?’ Mensen willen weten: ‘Waarom?’

In ieder geval niet vanwege een achterblijvende arbeidsproductiviteit. Die is onverminderd erg hoog in ons land, zelfs 10% hoger dan in de VS.
In ieder geval niet vanwege de hoogte van de lonen. Een vergelijking van de loonontwikkeling in Europa over de afgelopen twintig jaar laat een evenwichtig beeld zien.
In ieder geval niet vanwege de arbeidsparticipatie. Die is een van de hoogste in Europa.
In ieder geval ook niet vanwege de concurrentiekracht van ons land of het ondernemersklimaat. Volgens die The Economist scoren we een 8,6 op dit vlak. Het hoogste van heel Europa! Wereldwijd staan we op de tweede plek, na Canada.

Minister Brinkhorst beticht Lodewijk de Waal van stemmingmakerij. Maar waarom gebruikt minister Brinkhorst dan zelf halve waarheden…die eigenlijk – indien uitgesproken door een minister van Economische Zaken – als hele leugens moeten worden beschouwd?
In ons land werken heel veel mensen, vaak werken beide ouders, de arbeidsparticipatie is dus heel hoog, hoger dan in veel andere Europese landen, ik zei het al. Maar als je kinderen hebt en/of je wilt je ouders tot steun zijn dan kun je veelal niet allebei fulltime werken. Sterker, in de opvatting van het CDA is dat zelfs niet gewenst, en daar zit wat in. We werken immers om te leven en niet andersom! Wat doet nu minister Brinkhorst? Hij deelt het totaal van het aantal gewerkte uren door het aantal mensen dat werkt, inclusief de parttimers. En zo komt hij tot z’n uitspraak: ‘We werken, in vergelijking met de rest van Europa, niet lang genoeg’. Dit grenst aan een leugen.

Nóg een voorbeeld: In zijn groeinota (ook wel nota genoemd) stelt hij Denemarken als voorbeeld als het gaat om ontslagrecht. Het zou daar allemaal makkelijker gaan. Zeker, en de belangrijkste reden, die door de minister bewust verzwegen wordt, is: In Denemarken ligt de WW-uitkering op 90%, hier op 70%. En daarom is er daar een veel grotere mobiliteit op de arbeidsmarkt.

‘Waarden en normen’ als dekmantel voor het tegendeel!

Je moet niet alleen ‘u’ zeggen – je mag óók niet liegen.

Maar nu hebben we nog geen antwoord op de vraag: Waaróm doen ze het?
Niet voor de bevolking, niet voor de burgers. Die geven in overgrote meerderheid aan geen of slechts weinig vertrouwen te hebben in dit kabinetsbeleid.

Nee, het ligt allemaal heel erg voor de hand. Dit kabinet is een neoliberaal kabinet, net zoals paars! De VVD zit niet alleen aan de financiële knoppen, de VVD bepaalt al vanaf 1994 de politieke koers van de regering. Een koers geïnspireerd op wat we in de VS onder Reagan en in Engeland onder Thatcher hebben gezien. Lang hebben veel mensen die koers het voordeel van de twijfel gegeven, maar – nu de resultaten steeds zichtbaarder worden – is dat snel aan het veranderen.

Deze aanpak is gebaseerd op een mensbeeld dat door de meerderheid van de mensen niet wordt gedeeld.

Want,
Mensen willen niet alleen in zichzelf investeren, maar ook in wat van ons allemaal is.
Mensen willen deel uitmaken van en bijdragen aan iets dat groter is dan zijzelf.
Mensen willen dat iederéén een eerlijke kans krijgt, en dat de politiek daarbij helpt.
Mensen willen solidariteit en gelijkwaardigheid.
Mensen willen kleinere inkomensverschillen in plaats van grotere.
Mensen willen sociale voorzieningen opbouwen in plaats van afbreken.
Mensen willen fatsoenlijk onderwijs voor hun kinderen en fatsoenlijke zorg voor hun vaders en moeders, wanneer het allemaal niet meer zo makkelijk gaat.
Mensen willen bést offers brengen, is mijn overtuiging, maar willen wel weten waarvoor.
Mensen willen een einde aan het cynisme, de graaicultuur aan de top, de vervreemding en het wegkijken.
Mensen willen leven, en – als het kan – een beetje gelukkig leven!

Dát zijn de ‘waarden en normen’ van mevrouw Griffioen,
en van de meerderheid van de mensen in dit land.

Dát zijn de ‘waarden en normen’ waar mijn partij zich voor inzet,
bínnen deze Kamer en daarbuiten; gisteren, vandaag en morgen.

Hoe boos ik ook ben over het gevoerde beleid,
zo hoopvol ben ik over het snel groeiende verzet ertegen.
Het verzet draagt de kiem van een écht alternatief,
een alternatief dat kan zorgen voor een koerswending,
van liberaal naar sociaal,
van afbraak naar opbouw,
van pessimisme naar optimisme.

Ik wens vanaf deze plek de minister-president welgemeend beterschap. Maar wat ik hém toewens, wens ik ook de Nederlandse bevolking toe. Nederland verdient beter, daarom moeten we Nederland beter maken. De medicijnen van het kabinet werken averechts. Ze zijn geprobeerd en ze deugen niet, ze maken het land alleen maar zieker, economisch, sociaal, en moreel. In zo’n geval zou het kabinet de feiten onder ogen moeten zien en dit teken geven (wisselen!).

Zie ook: Zendtijd Politieke Partijen gebaseerd op de brief van mevrouw Griffioen

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

dinsdag 28 september 2004 :: 14.32 uur

Reacties uitgeschakeld