Novib/PEN-awards

zaterdag 13 november 2004 :: 16.33 uur

Toespraak bij de uitreiking van de Novib/PEN-awards aan schrijvers die door hun werk in de problemen komen
Den Haag, 13 november 2004

Afgelopen donderdag sprak de Tweede Kamer over de moord op Theo van Gogh, cineast, interviewer, columnist en opiniemaker.

Theo van Gogh was typisch zo’n voorbeeld van ruwe bolster, blanke pit; wars van dikdoenerij en met een enorme hekel aan huichelarij. Zeker: hij was een mens en dus feilbaar. Zeker: hij maakte fouten, zoals wij allemaal. Hij wás soms te grof, hij wás soms onnodig kwetsend.

Hij maalde er niet om wanneer mensen zijn ironie niet begrepen. Hij was immers ‘n columnist. Dus het was zijn taak om de ruimte – waarbinnen het recht op vrijheid van meningsuiting gepraktiseerd kan worden – maximaal op te rekken. Dat zag hij als zijn taak, en daarom ging het er soms hard aan toe, soms te hard.

Met zijn aanpak heeft ie vrienden gemaakt, maar ook vijanden. Maar hoe dan ook: hij stond voor wat ie vond! En die karaktereigenschap heb ik altijd bijzonder in ‘m gewaardeerd. Nooit bang, nooit laf, nooit afwezig…altijd áánwezig om de degens te kruisen. Wat hij voor zichzelf opeiste, gunde hij de ander ook: Vrijheid van meningsuiting.

Onze mening heeft alles te maken met ons geweten. Is het niet zo dat onze mening over iets altijd gevormd wordt door de feiten in combinatie met ons geweten. De interpretatie van de feiten is mede afhankelijk van onze positie ten opzichte van de feiten. Ons geweten vormt zich in onze dagelijkse strijd om het bestaan en door dat wat ons verteld / geleerd wordt. En, het geweten is vrij. Niemand anders dan wijzelf zijn baas over ons geweten en onze gedachten.

En, de kern van het democratische proces is dat we op elk moment en op elke plaats kond mogen doen van wat er zich binnen ons aan gedachten en meningen ontwikkelt. Zodat bij onze gezamenlijke zoektocht naar de waarheid niemand ongewild overgeslagen wordt.

Zo goed als democratie niet kan zonder het vrije woord, veronderstelt het ook de afwezigheid van angst en taboes. Angst is altijd een slechte raadgever en taboes maken dat we niet vrijelijk kunnen spreken omdat dan immers de vooroordelen spreken. Grenzen aan de vrijheid van spreken worden gesteld door het strafrecht, èn door het vrije woord van de ander.

Levend in een democratie zijn ‘de vrijheden’ van essentieel belang. Maar vrijheden brengen in een volwassen democratie ook verantwoordelijkheden met zich mee. Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid dus.

Verantwoordelijkheid veronderstelt ook het afleggen van verantwoording. Wel, dat lijkt in onze samenleving steeds minder voor te komen: het afleggen van verantwoording. U zult zich misschien afvragen: ‘Aan wie dan?’ Wel, aan iedereen die erom vraagt. Is dat niet ook de essentie van opvoeding en opleiding? Is dat niet de enige, effectieve manier waarop we in staat zijn gezamenlijk te bouwen aan een gezamenlijk referentiekader?

Emotie die niet eerst gaat door het filter van de ratio is levensgevaarlijk. Iedereen heeft de vrijheid van het geweten, iedereen mag geloven wat ie wil, maar in de openbare ruimte hebben we ’n referentiekader nodig. De belangrijkste elementen zijn: de ratio, het algemeen belang en het besef dat elk individu van ultieme waarde is.

Ik las dit gisteravond nog ‘ns na en dacht ‘wat ben ik bevoorrecht dat ik dit allemaal kan zeggen’. Het is net als met tandpijn: Als je het hebt, denk je ‘had ik het maar niet, ik zou zielsgelukkig zijn’, als je het niet hebt denk je er niet aan.

Theo van Gogh is de mond gesnoerd, letterlijk. Iedereen is er verontwaardigd over, omdat wij een norm hanteren die afwijkt van het denkkader van de dader. Hoe anders is het nog steeds in veel andere landen. De norm daar is dat je zwijgt en toestemt.

Maar hoe kun je zwijgen als de rechten van de mens worden vertrapt, hoe kun je zwijgen als je in armoede leeft en anderen zich verrijken met jóuw arbeid, hoe kun je zwijgen als er geen hoop op verbetering van de situatie van je gezin is, hoe kun je zwijgen als er mensen onrecht wordt aangedaan???

Je kunt niet zwijgen, je móet schrijven, spreken, schreeuwen. En je weet dat dat niet zonder gevolgen kan, zal blijven. Je bent bereid – desnoods – dat offer te brengen, want je weet dat langdurige verloochening van de wensen van je ziel er uiteindelijk toe leidt dat je vervreemdt en geheel en al onthecht raakt.

Wij, hier, behoren tot de bofkonten van de geschiedenis en van de wereld. Nee, we hebben het niet in de schoot geworpen gekregen, en met ‘we’ bedoel ik dan vooral onze ouders en voorouders. Zij hebben ook strijd moeten leveren en offers moeten brengen. Die generaties bouwden nog aan een toekomst, een ideaal…aan beschaving.

Steeds vaker bekruipt mij het gevoel dat we dat niet overtuigend ook kunnen zeggen van de generaties na de babyboom. Als we de afgelopen twintig jaar overzien, zie ik toch vooral afbraak…van voorzieningen en waarden.

Maar, eindelijk, er gist wat onder de oppervlakte. Je ziet het, je hoort het, je voelt het. 300.000 mensen op het museumplein, zelfs de vakbondsbonzen geloofden er niet meer in. En, zo waar, er is ook nog ’n succes geboekt op het kabinet.

Veel mensen voelen dat het cynisme ons geen snars vooruit helpt. Cynisme is voor gearriveerde pessimisten, cynisme is niks voor optimisten die nog iets van de wereld willen maken.

De verontwaardiging over de dood van Theo bracht dezelfde avond nog 20.000 mensen op de Dam. Toen daarna overal in het land de ratten uit de riolen kwamen en dachten aanslagen te moeten gaan plegen, kwamen er nog eens duizenden en duizenden op de been.

Een volk dat zijn waakzaamheid verliest
Verliest zijn haver en goed…en zijn ziel.
Een volk dat zijn weerbaarheid verliest,
Verliest zijn zelfrespect en valt ten prooi aan de machtigen, de onaantastbaren.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

Reacties uitgeschakeld