Het Ossekoppenrijk

Hoewel ik geen carnavalsvierder (meer) ben, voel ik de jaalijkse optocht toch altijd als een must. Daar moet je gewoon zijn. De zon schijnt, dus… Het valt me altijd weer op hoeveel mensen actief bij carnaval betrokken zijn, van jong tot oud. Al vele maanden vantevoren is men bezig met ‘wagens’, de outfit van de ‘loopgroep’, en noem maar op.

Dit jaar heeft het nog ‘n speciaal tintje, want Mitsie (hieronder in het blauw), Henk en Jara lopen ook weer mee. Hun carnalvalsgroep Los Zand heeft een carnavalslied opgenomen over de hier beroemde Bouwman-bal. Het lied is een ware hit geworden, uitgeroepen tot de beste van Brabant! (Ik figuur ook nog even in de bijbehorende clip, met een heerlijke gehaktbal.)

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

zondag 06 februari 2005 :: 18.04 uur

16 Comments

16 reacties

  1. Carnaval….? Oh…ben ik niet zo goed in…
    Maar ik wens je veel plezier uiteraard!

    Madelijne

    Reactie door M.Pleines — zondag 6 februari 2005 @ 18.14 uur

  2. Ons carnaval begon op de Dam, want onze protestacties gaan gewoon door, carnaval of geen carnaval. – zaterdag 4 februari dus, met een demonstratie tegen het huur- en woningbeleid van minister Dekker. Goede sfeer, tegenvallende opkomst, – waarschijnlijk omdat de dag ervoor de plannen door deze minister een paar jaar zijn uitgesteld. Maar men vergeet, dat andere zaken, zoals de sloop van goedkopere huurwoningen op te dure grond, gewoon door gaat. Daarom waren wij daar op de Dam, samen met de SP-Amsterdam – zonder gehaktbal weliswaar – maar wij waren daar.
    Amita.

    d

    Reactie door amita — zondag 6 februari 2005 @ 18.42 uur

  3. Carnaval. Het feest der gekken.

    We doen het eigenlijk het hele jaar.
    Zuipen en misdragen deden we eigenlijk altijd al, zoals ik las.
    Maar dan mag het opeens, nee sterker..het moet…Zuipen en misdragen met een legitimatie want we hebben onze gezichten niet meer achter masker maar op een pas.
    Een korte week jawel.. helaas, duurde het maar voort.
    De buurvrouw zwanger van mij, ik schaam me maar soort zoekt soort.

    We doen het eigenlijk het hele jaar.
    Kruipen en gedragen deden we eigenlijk altijd al, zoals ik las.
    Maar dan hoeft het ineens niet meer, nee sterker…het mag niet. Kruipen en gedragen, dus nu even niet maar wel zonder legitimatie met mijn gezicht achter masker zelfs als ik plas.
    Een korte week, jawel, maar blij ben ik, omdat dit leven mij wel bekoort.
    Ik ben nu zwanger van de buurman omdat dit na Carnaval zo hoort.

    Reactie door Wim Bentveld — zondag 6 februari 2005 @ 19.38 uur

  4. Jan Marijnissen heb je gehakt van dit kabinet gemaakt maar mogen we het nog niet weten.

    Reactie door folkert de lepper — zondag 6 februari 2005 @ 21.02 uur

  5. Tja na het carne komt de val!

    Groeten uit “Snorrenburg”

    En denk er om, bij nacht de man, bij dag de man!

    Reactie door e.krul — zondag 6 februari 2005 @ 21.40 uur

  6. Ge meugt van mèn mee unne gehakbal figurere, moar van dè pilske afgelopen mandag in de Vollukskraant, daorvan hadde gij vast al veul meer gehad. Ge kèkt zo glaozig op diejje foto…

    (Sorry, al weer dik 20 jaar uit Brabant weg)

    Reactie door Daan Mahieu — zondag 6 februari 2005 @ 23.32 uur

  7. @ 3 wim.

    Wat een flauwekul.
    Het carnaval is een stuk meer dan een zuipfeest. Dit is iets wat sommige mensen ervan maken, die het feest niet (willen) begrijpen
    De eerste ontmoeting met Karnaval begint bij veel mensen op de lagere school. De kinderen verkleden zich dan als hun helden. Mij dochtertje was “Prinsesje”. Ze is voor mij al een tijdje een prinsesje, maar nu mocht ze er ook een bijpassend jurkje bij dragen. Samen met een lichtgevende toverstaf was ze helemaal in haar nopjes.
    Ze danste op de K3 muziek en rende achter andere kinderen aan, zie elkaar nagooide met confetti.
    Eerder die dag liepen ze met de school in een optocht om de vers gekozen prins en prinses af te halen. Deze kinderen glunderde van de belangstelling. Het was hun dag. Zij waren heer en meester over het schoolgebouw. Zelf de directeur gaf dit toe. De oogjes van die kinderen schitterden.

    De optochten zijn vaak uitlaatkleppen voor politieke en maatschappij kritische persiflages. Soms zijn ze geënt op de locale politiek, maar meestal op de landelijke of wereldlijke politiek.
    Het bijwonen van een optocht is gemoedelijk. Iedere carnevalist heeft een soort band met elkaar. Dit komt vooral tot uitdrukking je in een café binnen gaat. Mensen reageren dan gemoedelijk op elkaar. Korte opmerkingen, kleine grapjes en grappige uitdrukkingen laten mensen dichter bijeklaar komen dan in het normale dagelijkse leven gebruikelijk is. Bier is dan verheven tot ‘heilig’ vocht, dat iedereen aanbidt. Het is een soort consensus over zonder dat iemand dit uitpreekt. Grapjes over het goudgele vocht hebben altijd succes, maar een kotsende, zatte lallerd hoeft niet te reken op sympathie van de echte carnevalist. Deze wordt met de nek aangekeken.

    De ideale toestand van een carnavalist is een klein beetje aangeschoten.

    Flirten is ook een vast ingrediënt. Ook hier geld het dat het subtiel moet blijven. Naar kont grijpende en tieten knijpende kwijaard, zal niet lang in een cafe blijven, en wordt totaal genegeerd. Vorig jaar zelf meegemaakt: ik ging naar een café binnen om te bestellen. Daar kwam een hele mooie vrouw naar binnen lopen. Het hele mannelijk geslacht, aanwezig in de kroeg reageerde subtiel op deze vrouw. Geen obscene gebaren, geen oversekst gedoe, maar knikje van goedkeuring en een glimlach van oor tot oor. Iedere man wist wat de ander bedoelde en de communicatie gaat geheel zonder woorden. Blikken, knikjes, lachjes, gebaartjes bouwen een sfeer op totdat iemand deze ontlaadt met een rasechte grap. Dit kan een gebaar zijn of een kort snedig zinnetje. Meestal zijn het gebaren, wat makkelijker te begrijpen is als de muziek erg hard staat. Dit is de geest van Carnaval. Lekker aangeschoten, open, een feestje maken met andere mensen en lachen om dingen waar men normaal zich aan ergert.
    Als je bekenden tegenkomt is de begroeting altijd veel hartelijker dan normaal. Vooral als de alcohol zich iets verder genesteld heeft in het lichaam. Open omarmingen zijn dan aan de orde van de dag en samen ‘effe enne saame drinke’ is dat de universele taal, die altijd goed uitpakt.

    Tenslotte het volgende tafereel dat zich een aantal jaren geleden afspeelde en waarin ik de geest van carnaval in ontdekte.
    Een jongen ging verkleedt als Jezus. Met alle gewaden en een echt houten kruis, gemaakt van dwarsliggers.
    Hij sleepte dit zware kruis ook echt naar de zaal. Iedereen die hem zag lopen barste in lachen uit en wisselde blikken met degene die zijn pad kruiste. De “jongen” acteerde geweldig. Hij was geen ‘alááf’ roeper maar liep er met een uitgestreken gezicht bij. Hij “leedt” onder het kruis. Voordat hij naar de zaal toe kon gaan moet hij betonnen trappen oplopen, en met een zwaar kruis was dit geen pretje. Mensen, ook op weg naar de zaal ondersteunde hem spontaan en namen zo deel aan het rollenspel. Ze hielpen hem naar boven.
    Toen hij in de zaal aankwam, trok hij snel de aandacht van de feestende en hossende mensen. Iedeern stopte met wat ze aan het doen waren en keken naar het schouwspel dat nu al uit verschillende ‘acteurs’ bestond. Toen hij boven aan kwam en de ‘helpers’ met een uitgestreken gezicht bedankte en hen zegende, pakte hij het kruis weer op en liep de gang door naar de zaal, waar iedereen al geamuseerd zat te kijken. Hij maakte de ronde, liep naar de bar en riep: water. Prompt kreeg hij een biertje. Hij lachte gepijnigd dronk het glas leeg, en zei met een gebroken stem “dank u”. De muziek was inmiddels al gestopt. Met een pijnlijk gezicht bracht hij zijn kruis naar de garderobe, en legde het samen met enkele jongens overdwars op de toonbank en bood het aan de vrouwen aan die de jassen normaal gesproken aannamen.
    Ook die vrouwen schoten in hun rol en met een stalen gezicht plakten ze een bonnetje aan zijn kruis en gaven hem een reçu. De menigte in de zaal over door het dolle heen. De dames pakten het kruis en zetten het mbv wat heren tegen de muur. “Jezus” zakte inklaar omdat hij weer water nodig had, wat hem ook direct gebracht werd. Hij kwam weer tot zijn zinnen, en liep de zaal binnen. Het orkest begon weer te spelen en iedereen ging verder met carnaval vieren.

    Het hele tafereel, absoluut niet degenererend of spottend bedoeld. Het was gewoon humor. Het mooiste was dat iedereen deel nam aan het tafereel.
    Het was een schouwspel om nooit te vergeten. Zelfs als ik nu nog als iemand tegen kom, die toen ook in de zaal was, dan gaat het van: wist je nog, toen…….

    Dat sommige mensen carnaval zien als een legaal sex en zuip feest, zegt in mijn ogen meer over de betreffende persoon dan over het carnavalsfeest.
    Voor mij bevatte dit spontane toneelstukje de geest van carnaval. Leuke scherpe humor, waar iedereen aan mee deed licht gedoopt in een glaasje bier.

    Reactie door alexander — maandag 7 februari 2005 @ 1.25 uur

  8. @ Alexander (7)

    Ik kom van boven de rivieren, en heb geen enkele binding met het carnaval. Ik heb één keer carnaval gevierd in Arnhem, en ik moet zeggen dat dit mij goed is bevallen. Iedereen was vriendelijk, en wildvreemde mensen maakten een praatje met me. Gezellig en vertrouwd… zo anders dan de alledaagse maatschappij.
    Alleen, na afloop op straat is het een ramp. Of wanneer je carnavalsvierders in de trein tegenkomt… Als je dat eens mee hebt gemaakt (terwijl je zelf in nuchtere staat verkeert) dan ebt de hele gedachte van de gezellige feesten weg en zie je alleen nog maar bezopen studenten in konijnenpakken…

    Al met al zal carnaval nooit echt een stukje van mijzelf worden, maar zal ik de feesten nooit van mijn leven veroordelen. Ik hoop alleen geen carnavalsvierders tegen het lijf te lopen wanneer ik er zelf niet aan deelneem…

    Reactie door Jan Breur — maandag 7 februari 2005 @ 16.01 uur

  9. Is er in Oss nog geen Jan-Marijnissen-vermomming te koop? Ik zou het wel weten als ik middenstander in Oss was… Wat is trouwens het meervoud van Jan Marijnissen? Jan Marijnessen? Of is Jan stiekem de helft van de een-eiïge tweeling met de achternaam Marijnis?

    Reactie door Paul — maandag 7 februari 2005 @ 16.25 uur

  10. 7@alexander
    sjeeeeesus jong, dagge tet het zulleke laange laappe te febrieke! Kunde ut nie beter gaon doen in plek van dur over te schrevve?

    5@krul
    allez k(r)ulleke, ik begien nun bietje bezorrugt over oe te worre ier. Diejen grap over dun val nao dun carne hadde al is gemaokt, widde nog? Alles goe meej oew?

    as gij nou efkes nun bietje hiestorie gaot snuive, zen ik nog ff wa stres dur uithosse. Lekker man, ge wit nie wagge mist.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Carnaval

    Reactie door alaaf — dinsdag 8 februari 2005 @ 12.26 uur

  11. Alaaf… Ik snap geen bal van wat je daar net zei, maar het klinkt wel leuk.

    Reactie door Jan Breur — dinsdag 8 februari 2005 @ 13.34 uur

  12. 12@jaantje
    ge mottut aardop veur oew eige veurlese dan begreptut van eiges. Tisnie moeluk.

    Reactie door alaaf — dinsdag 8 februari 2005 @ 14.48 uur

  13. @13 Alaaf
    Ow, noe begreppikkut. Tisnie moeluk, nee, mar ge motter wel bi noadeinke…

    Reactie door Jan Breur — dinsdag 8 februari 2005 @ 15.31 uur

  14. 14@jaantje

    jil goe gedaon jungske! Allenig da pikkut klinkt nun bietje vunzig. Maor alla. Nun goe begin ist haalve waruk.
    eej, jaantjes, gaode nouw wok meej hosse? Is leutig man.

    Reactie door alaaf — dinsdag 8 februari 2005 @ 15.57 uur

  15. @ 15 alaaf
    Leutig of nie, hosse is nie men ding. En da gij dingen bi pikkut goat denke, da leg nie oan mij, wel? Ik dut ok moar een wanklige poaging oewen toal te sprekke…

    Reactie door Jan Breur — dinsdag 8 februari 2005 @ 16.40 uur

  16. 16@jaantje

    gif niks hor jong, dagge nog wa waankelig bent meej hut braobaants, jaantjes. Ik zen trouwus wok nun bietje waankelig seffes, maor da komp van jil wa aanders.

    as ze almaol zo dur lui best deejen as gij, om aandersdenkende – zeg maor alugtoone – zo nun endweegs tegemoet te komme in dur lui taol en tredisie en leut, dan wier Olland noggus nun jil plezaant land! Eg wel!

    Ge zet nun lichtend veurbild vur de mense, jaantjes. Zeker en vaast. Ge verdient bekaant nun eredoctoraat. En agge nouw nun bietje oefent de komende maonde dan kunde vollegend jaor gewon meej gaon pollenesse lwope. Das nun veurstadium van eg hosse zak maor zegge. Doen we ut hosse gewon in 2007. Alles op zun tiet. Zaggies an dan brikt ut lentje niet.

    maor agge ut nie errug vint dan gaon ik nouw maffe. Ik zen stikmoei. En diejen saajen krul van nummero 5 zeej ut al: bij nag nun vent, bij dag nun vent.
    Allenig ben ik ginne vent maor nun vrou. Maor da kon ut krulleke nie witte, natuurlik.

    Houdoe!

    Reactie door alaaf — woensdag 9 februari 2005 @ 0.50 uur