Doe de Dexia

Het zet geen zoden aan de dijk, maar het is goed er kennis van te nemen.
Een rapbattle tussen twee gedupeerden van Dexia over de Legiolease-affaire:

Legio Blues

Ook ik heb een Winstver3dubbelaar
En nu denk ik steeds “had ik maar …”
…de adviseur niet geloofd
Die mij gouden bergen heeft beloofd
Ik dacht, ABN-AMRO, AHOLD en ING dat zijn solide aandelen
En met mij waren dat er velen
Ik had vertrouwen in de economie
En deed mee aan de hysterie.
Maar ik moet bekennen, dat ik de brochure niet heb bestudeerd.
Ik heb ook de Helpdesk niet geconsulteerd.
Want ik wilde behoren tot de rijken,
zonder het voorlichtingsmateriaal te bekijken
Stom natuurlijk en mijn eigen schuld
Nou heb ik een dikke Dexia bult

Ik had al een Winstverdubbelaar
En die maakte alle beloften waar.
Ik kocht een mooie boot,
Samen met mijn echtgenoot.
Maar ik kan het niet verkroppen
Dat ik later voor een Winstver3dubbelaar moet dokken.

Opeens zag ik Antoinette Hertsenberg op TV
Nu huil ik ook met de wolven mee
Ik wist natuurlijk dat aandelen in waarde konden dalen
Maar ik ontken dat nu in alle talen.
Ik zeg: “de brochure heeft mij misleid”
En daarom ben ik mijn geld kwijt.
Ook al vond mijn vrouw de W3D een goed idee,
ze tekende het contract niet mee.
Nu komt dat goed uit.
Sterker nog, het is prachtig!
Want nou kom ik er onderuit dankzij 1:88

Maar wacht even, is dit wel netjes?
Wil ik wel een Dexia-proces?

Ook al schreeuwt iedereen moord en brand
Er gaat niets boven gezond verstand
Het was mijn eigen keuze om mee te doen
Heb ik een geweten?
Had ik het echt niet kunnen weten?
Nee, ik laat het erbij en neem mijn verlies.
Het is gewoon een kwestie van fatsoen.
Dat zouden meer mensen moeten doen!

De Dexia Rap

Overheid en bankgeboefte
denken niet aan onze behoefte,
doen niet wat ze ons beloven,
maar slaan samen
aan het roven:
wet, fatsoen? Daar staan ze boven
wachtend, bij een
steeds vollere fuik
houden ze elkaar
de ene hand
boven de boterhoofden,
de andere,
samen,
op één dikke buik.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

dinsdag 03 mei 2005 :: 12.48 uur

54 Comments

54 reacties

  1. Volgens mij zijn alle verzekeringen eigenlijk winstmakers en oplichters over de hoofd van de burgers heen en dan heb ik het niet over burgers, die aan het beleggen en speculeren zijn geslagen om welke reden dan ook.

    Reactie door E.Krul — dinsdag 3 mei 2005 @ 13.52 uur

  2. Elke vorm van beleggen is GOKKEN. Bij gokken is er altijd kans dat je zult verliezen. Jammer, maar helaas. Doe er dan ook niet aan mee en jaag niet achter het “grote” geld aan…. Ik kan er geen traan om laten als mensen in de knel komen hierdoor. Ze zijn met open ogen in de val getrapt. Bij alles waarbij de belofte staat dat je je geld kunt verdubbelen of zelfs meer, moet je je wenkbrauwen optrekken, alles nog eens goed doorlezen – en ik bedoel letterlijk alles – en dan gewoon blijven sparen tegen die armzalige 1%, maar da’s wel zeker. Als je gokt kan je twee kanten op: je wint, soms buitensporig of je verliest, vaak buitensporig. Moet ik daar medelijden mee hebben? Dacht ‘t niet.

    Reactie door L.M. Lembeck — dinsdag 3 mei 2005 @ 14.55 uur

  3. Ik moet zeggen dat ik bij de hele kwestie ook een dubbel gevoel heb: enerzijds zijn er mensen die zich inderdaad hebben laten verleiden door het grote geld, anderzijds zijn er mensen die – door onwetendheid/gebrek aan kennis en eigenlijk een te groot vertrouwen in de mens – zich in de luren hebben laten leggen door een onbetrouwbare adviseur. Voor deze laatste groep heb ik zeer veel begrip. Die eerste groep echter – ook over het algemeen de groep die er voor grote bedragen “in is gegaan” kan ik totaal géén begrip opbrengen: wie zijn billen brandt …

    Ik zag vanmorgen de uitzending van TROS Radar, waar het schikkingsvoorstel in werd besproken. Alle lof: kwijtschelding van (een deel van) de schuld die door belegging is ontstaan. Moet je op de beurs mee aankomen, gaat iedereen toch hard lachen.
    En nòg is het voor een aantal mensen niet goed genoeg. Nee, zij zijn niet rijk geworden en da’s al erg genoeg!

    ‘t Is maar weer duidelijk: laat je niet in met beleggen als je niet bereid of in staat bent het eventuele verlies te pakken!

    Reactie door Renée — dinsdag 3 mei 2005 @ 15.47 uur

  4. Ik wil even reageren op de 1% van L.M. Lembeck.

    U hebt vast nog niet van de ASN-bank gehoord. Deze bank geeft op spaargeld 4% rente en investeert uw spaargeld in projecten waarvan u geen bijsmaak krijgt.

    Reactie door Joop Berger — dinsdag 3 mei 2005 @ 17.30 uur

  5. Even reageren op LM Lembeck. Het gaat er volgens mij juist om dat er veel mensen in de problemen zijn gekomen die helaas niet met open ogen erin zijn getrapt. Veel mensen zijn er in glokt door al die mooie adviseurs, die nu vaak niet meer zijn te achterhalen. Veel mensen zijn in de val getrapt van mooie verkooppraatjes en hadden onvoldoende kennis/opleiding e.d. om door de babbels van deze adviseurs te prikken en de waarheid te achterhalen. Natuurlijk is het dom, maar de situatie in die tijd was dat iedereen van geld nog meer geld kon maken en de bomen tot in de hemel groeiden. Helaas werd door de adviseurs niets over de risico’s vermeld, want die vingen mooie bonussen bij het afsluiten van een goede deal. Achteraf gezien is het makkelijk oordelen over al deze “domme” mensen, maar ik vind dat de banken en adviseures wel degelijk een schuld hebben in deze zaak omdat ze onzorgvuldig gehandeld hebben en vaak niet hebben gekeken naar de kredietwaardigheid van de mensen waaraan ze hun produkten verkochten.

    Reactie door Corn — dinsdag 3 mei 2005 @ 18.59 uur

  6. Beleggen IS gokken. Zodra je hoort dat er belegd gaat worden zouden alle alarmbellen moeten afgaan! Een bank belegt ook, maar je hebt wel de zekerheid dat jouw geld veilig is. Joop, ik hoor eigenlijk elke week rond Vroege Vogels de reclame en daar zit ASN Bank altijd bij. Ik denk er over na. Aan de andere kant: nu heb ik een bank die ik al tientallen jaren heb en waar ik tevreden over ben. Zoals ik zei: ik denk erover.

    Reactie door L.M. Lembeck — dinsdag 3 mei 2005 @ 19.36 uur

  7. Nou, jullie sociale gevoel is toch wel erg dun.
    Als BE2 asociale maatregelen erdoorheen jast, dan staan jullie op jullie achterste benen. Dan valt de een over de ander heen wat voor een sukkels we in de regering hebben.
    Worden mensen, mede door hun eigen goedgelovigheid keihard genaait, dan is het hun eigen schuld. Hadden ze maar beter op moeten letten. Waarom, is dit anders. Wat is erger goedgelovig op de PvdA stemmen of geloven in de rendementen van een beleggingsproduct in een tijd waar de bomen tot de hemel konden groeien.

    Als een zielige stumper de WAO niet inkomt omdat hij zonodig van de zwarte piste moest afglijden spreekt iedereen zijn afgrijzen uit dat hij de bijstand in gegooit wordt, maar als een gewoon gezin surfte op de wanen van de aandelenmarkt aangewakkerd door een premie geile tussenpersoon, dan is het eigen schuld – dikke bult.

    En over stommiteit gesproken. Onze slimme KPN mensen hebben een godsvermogen uitgegeven voor licenties van de UMTS frequenties in Nederland te kunnen voeren. Wat dat ging het helemaal maken. Dit geld was alleen voor de licenties, er was dan nog geen paal in de grond gezet of toestel verkocht
    Nu is er twijfel op die dingen je hersens niet frituren als je onder zo’n mast woont. Dus dit wisten ze toen niet eens, of ze negeerden dit. Daarbij kan een andere techniek ineens alles licenties waardeloos maken (WiFi, snelle GPRS).
    Ik verwacht van een top van een communicatie organisatie toch wel meer kennis van zaken, en zij trapten ook in de grote luchtbellen economie, en jullie, socialisten, nemen het een doorsnee gezin kwalijk dat zij gestapt zijn in de val van een zuigende multinational met een goede naam, die kassa maakt van mensen die dachten dat ze spaarden voor hun oude dag, of voor hun kleinkinderen.

    Eerst Rosemuller en nu jullie……

    Reactie door alexander — dinsdag 3 mei 2005 @ 19.41 uur

  8. Huizenprijzen, aandelenkoersen, obligatie’s, grondstoffen, alles is finaal overgewaardeerd en alles zal instorten. De dexia affaire zal verbleken bij de problemen die gaan ontstaan dankzij het verschijnsel beleggingshypotheek.

    Reactie door Theodor — dinsdag 3 mei 2005 @ 20.13 uur

  9. @ 7 alexander

    Heel nobel dat ze spaarden voor de oude dag of de kleinkinderen,dat zijn zeker dan dezelfde mensen die mee doen aan de postcodeloterij voor de goede doelen en niet voor de prijzen.
    Begin binnenkort een procedure tegen de staatsloterij want ik had weer geen prijs dus wil ik mijn inleg terug,even Duisenberg bellen.

    Reactie door Beste Kerel — dinsdag 3 mei 2005 @ 20.38 uur

  10. Voor de mensen die verkeerd gegokt hebben met Dexia is er nu een site gopende: http://www.zelfjeschuldenregelen.nl ;-)

    Reactie door Albert — dinsdag 3 mei 2005 @ 20.44 uur

  11. Hallo Jan,
    Het grote probleem bij het beleggen van spaargelden is op de eerste plaats het gebrek aan kennis – en, op de tweede plaats het geloven in sprookjes van aanbieders van bedrijven, die dat wel voor je willen regelen.
    Als je wilt/moet beleggen, doe het dan zelf, zonder risico, maak gebruik van spaarrekeningen en/of koop degelijke obligaties.
    Vergeet niet dat al die beleggingsmaatschappijën winststrevend zijn – en die winst wordt betaald door hun cliënten!!!
    De managers van deze bedrijven willen ook graag vette bonussen incasseren, vier maal per jaar met vacantie, een tweede auto, etc. . . . – en wie moeten dat opbrengen??? – Juist, ja die cliënten dus.
    Kijk daarom altijd even naar de andere kant van het plaatje en besef, dat alles wat je door een ander laat regelen, dat je daar voor moet betalen.
    Groet,
    Amita

    Reactie door AMITA — woensdag 4 mei 2005 @ 10.57 uur

  12. wie een gokje waagt kan winnen of verliezen

    Reactie door E.Krul — woensdag 4 mei 2005 @ 11.12 uur

  13. Het is duidelijk dat hier maar weinig echte gedupeerden reageren. Anders wisten ze wel dat Dexia behoorlijk fout is geweest.
    1. Ze hadden geen vergunning om kredieten te verstrekken (WCK)
    2. De partner moet ook mee tekenen. Huurkoop heet dat, is zelfs door het gerechtshof beklemtoond.
    3. Dexia heeft de zorgplicht geschonden.
    4. Dexia heeft zich schuldig gemaakt aan misleiding, dwaling en colportage.
    en ga zo maar door.
    Maar deze zaken worden niet wereldkundig gemaakt, omdat ook de toezichthouders en de politiek heeft geslapen. Echter, steeds meer rechtbanken zijn ondertussen op de hoogte wat er werkelijk is gebeurd en spreken in toenemende mate recht in het voordeel van de gedupeerde slachtoffers van Dexia. Bovendien, laat duidelijk zijn dat wij geen beleggers zijn maar spaarders. De producten werden ook als spaarproducten verkocht. Het wordt hoog tijd dat Nederland juist wordt voorgelicht.

    Groeten Pewi

    Reactie door Pewi — woensdag 11 mei 2005 @ 16.57 uur

  14. Helemaal mee eens Pewi,

    Volgens mij hebben alle aandelenlease aanbieders op grote schaal de boel opgelicht.
    En niet alleen door DEXIA

    In mijn omgeving zijn heel veel mensen opgelicht door de GROEIVERMOGEN adviseurs van de

    V V SSSSSS BBBBB
    V V S B B
    FORTIS V V EEL SSSSSS PAARDERS BBBBB EDROGEN BANK.
    V V S B B
    V SSSSSS BBBBB

    FORTIS, GEEF MIJN GELD TERUG!!!!

    iedereen die mij heeft opgelicht krijgt spijt!!!

    Reactie door wreker — woensdag 11 mei 2005 @ 21.56 uur

  15. Het stemt mij zeer treurig op een plaats als deze zulke aso reacties te moeten lezen.
    Hier blijkt weer uit dat velen niet weten wat er gaande is met dat Dexia debakel.
    Het is in de meeste gevallen zo dat men dacht te sparen via een slim systeem dat een betrouwbare financiëringsmaatschap.
    namelijk Aegon, had bedacht.
    De reclame teksten waren zeer misleidend en wekte de indruk dat men door dit spaarsysteem heel snel winst kon maken. Over restschulden en verliezen werd niet gesproken of gewaarschuwd.
    De contracten werden verkocht aan oude van dagen, invaliden,
    geestelijk gehandicapten, minderjarigen, en mensen die dachten een extraatje te kunnen sparen voor hun oude dag. Gelukkig denken rechters inmiddels onafhankelijk socialer dan de meeste bezoekers van dit forum. Ik heb me voorgenomen om bij volgende verkiezingen op Agnes Kant te kiezen, omdat zij namens SP heel goed werk doet voor de zwaar gedupeerde burgers. Maar als ik de reacties zie van de meesten hierboven zijn er ook erg veel vooringenomen asociaal denkende SPers.
    Jammer

    Reactie door Ad Snoeren — vrijdag 13 mei 2005 @ 15.19 uur

  16. Ik ben het roerend eens met o.a. Ad Snoeren en Pewi.

    Met name Spaar Select BV deed zich, in nauwe samenwerking met Bank Labouchere, voor als (persoonlijk) adviseur, de mensen vals voorlichtend, die geen enkele ervaring of kennis hadden van beleggen met aandelen. In hun folder(s) werd alleen maar met grote letters gesproken over Allround SPAREN e.d.
    Zij hielden zich niet aan de wet: geen vergunning en geen tweede handtekening eega. En de Financiele toezichthouders zoals AFM en De Nederlandse Bank hebben het gewoon laten gebeuren, terwijl in de andere landen van de EG deze producten werden verboden.
    Minister Zalm doet er nog een schepje bovenop: Eerst wel WCK van toepassing, dan weer niet.
    Nu zijn we zover, dat de Stichtingen Leaseverlies en Eegalease met dhr. Duisenberg de belangen van dik 100.000 gedupeerden simpelweg verkwanselen, terwijl de rechtbanken doorgaans in het voordeel van laatstgenoemden recht spreken.
    Kortom, een grote beerput, ten koste van de gedupeerden.

    Reactie door A. Frijters — vrijdag 13 mei 2005 @ 19.50 uur

  17. Waarom moet de rest leiden onder gretigheid van anderen.
    Iedereen weet dat als je gaat speculeren op de beurs dat het mis kan gaan.
    Waarschijnlijk mensen met een IQ van 30 begrijpen zoiets niet.

    Reactie door Henk van de Berg — vrijdag 13 mei 2005 @ 20.05 uur

  18. Nou ja zeg! Zit nou heel de kliek hierzo?

    Reactie door Michiel Luidens — vrijdag 13 mei 2005 @ 21.19 uur

  19. Diegene die het nodig achten te reageren op de alles wat te maken heeft met de aandelenleaseaffaire, zouden er wijs aan doen om zich vooraleer in te (gaan) lezen in hetgeen er zich daadwerkelijk heeft afgespeeld.

    En dan nog oordeel niet opdat u niet beoordeeld word!

    True knowlegde is not given to many people…

    Reactie door Captain-America — vrijdag 13 mei 2005 @ 21.31 uur

  20. @17 Er zijn ook mensen met een zeer hoog IQ opgelicht.
    En deze mensen gaan er nu voor zorgen dat er recht gaat geschieden in deze bananenrepubliek.

    Reactie door wreker — vrijdag 13 mei 2005 @ 22.37 uur

  21. Aan Captain America,

    Iedereen begrijpt wat er aan de gang is.
    Scheel van jaloersheid luisterde iedereen naar de verhalen van vrienden en vage kennissen hoe er grof geld werd gemaakt op de beurs.

    Zonder één woord van het contract gelezen te hebben werd het met $$$ in de ogen getekend. Laat het geld nu maar binnenrollen.

    Ineens is iedereen een expert om te beseffen dat er zelfs geld verloren (ja echt waar!)kan worden op de beurs en zijn verenigingen bezig om pietluttigheden uit het contract naar boven te halen om maar niet hoeven te betalen.

    Nu moet de samenleving gaan boeten voor wat jullie misdaan hebben? Heel zwak.

    Kijk maar eens op http://www.geenstijl.nl hoe ze over losers zoals jullie denken.

    Reactie door Maartje — vrijdag 13 mei 2005 @ 22.55 uur

  22. Ik had een vuist in mijn reet toen ik tekende. Lekker hoor!

    Reactie door Willems — vrijdag 13 mei 2005 @ 22.59 uur

  23. Maartje@21 werkt zeker zelf voor een leaseoplichter!

    Reactie door wreker — vrijdag 13 mei 2005 @ 23.24 uur

  24. Nee wreker, nummer 21 is een normaal denkend mens.

    Reactie door Michiel Luidens — zaterdag 14 mei 2005 @ 16.10 uur

  25. Ik ben vandaag teruggekomen van 4 maanden vakantie en het blijkt dat mijn rechtzaak vorige week is behandeld.
    Hoe moet dat nu verder?

    Groetjes,
    Linda

    Reactie door Paula — zaterdag 14 mei 2005 @ 16.19 uur

  26. Ben jij hier ook al bezig Luidens. Eerst Trosradar vervuilen en u hier kloten

    Reactie door Willems — zaterdag 14 mei 2005 @ 16.20 uur

  27. En wel op 1 juni en nog lang daarna.

    Dit lied naar melodie van:
    “Er was eens een meisje in Londen..

    Refrein:
    La..lalalala..lalalala..lalalala…..

    Couplet:
    Er was eens een Balk zonder Ende,
    Die normen en waarden verkende
    En Donner deed mee
    Maar dacht heel gedwee:
    Het is toch al een grote bende….. (refrein)

    Couplet:
    ‘tWas Aegon die met een product kwam,
    Dat Dexia graag onder zich nam,
    S. S. ging failliet,
    Maar Piet nam dat niet
    En toen ging het hek van de dà-àm…..(refrein)

    Couplet:
    Er was eens een stichting LV.-é,
    Die geld opstreek heel erg tevre-e
    De leden perplex,
    Dus verkocht aan Dex,
    De buit, wat doen we daar nu me-e….. (refrein)

    Couplet:
    En Zalm dacht maar effe te schikken,
    Ook dat zonder blozen of blikken
    En Duis was weer klaar
    Maar wij de sigaar
    De rechter zal in de roos mikken !!….. (refrein)

    Eindeloze mogelijkheden !!!!!

    Aaaaannvulllluuuuuuhhhhhhh !!!!!!!!

    En ook het strijdlied van Farce Majeur

    (zit nog wat teksten te verzinnen)

    Reactie door woest — zaterdag 14 mei 2005 @ 16.37 uur

  28. Even wat echte feiten op een rijtje.
    1) het kopen van aandelen met geleend geld was en is altijd zeer risicovol. Pas nadat de veelal aanzienlijke rentekosten via beleggingswinst zijn weggewerkt, ontstaan er kansen op winst.
    2) Nadat de fiscale aftrekbaarheid van de leaserente in 1999 werd afgeschaft, was de kans op winst vrijwel helemaal verkeken. Overigens geldt dat het leaserentetarief in veel gevallen extreem hoog was (boven de 11%) terwijl er nota bene altijd een onderpandconstructie in de overeenkomst zat, zodat een rente van 5 of 6 procent veel reëler zou zijn geweest.
    3) Sommige optieconstructies als onderdeel van leaseproducten droegen nog een extra steentje bij aan het toch al uiterst risicovolle karakter van een groot deel van de leaseproducten.
    4) De reclame-uitingen en brochures van vrijwel alle leaseaanbieder blonken uit door verhullend taalgebruik (Legio Lease is hierover ook in 1998 op de vingers getikt door de Reclame Code Commissie).
    5) Kritische, objectieve analyses over aandelenleaseproducten waren in de jaren 1994 -2000 alleen en met enige moeite te halen bij enkele echt onafhankelijke partijen, zoals de Consumentenbond en de Vereniging Consument & Geldzaken. Van deze club waren de meeste leasegedupeerden helaas geen lid.
    6) Financieel adviseurs (tussenpersonen, remisiers) werden ten onrechte door veel consumenten vertrouwd, terwijl het getrainde productverkopers waren die uiteraard alleen wezen op kansen (en niet op de risico’s !) Want: geen verkoop, betekende geen provisie; dus geen inkomsten
    7) De regelgeving met betrekking tot financiële producten en hun adviseurs (niet alleen van leaseproducten) schoot (in elk geval tot 1999) verre tekort en de politiek had hiervoor geen belangstelling;
    8) Consumenten verkeren bij de verkoop van complexe zaken al
    tijd in een zwakkere positie, maar de consument onderkent dit zelf onvoldoende (overschat zijn eigen inzicht en kunde). De doorsnee consument meent van zichzelf dat hij mondig is, maar vraagt zich zelden af wat dit begrip echt inhoudt. Verder speelde mee: hoe minder eigen deskundigheid, des te meer men de neiging had vertrouwen te leggen in het ”advies’ van iemand die zich opwierp als adviseur en zakendeskundige(vaak een dodelijke combinatie !)

    Ondertusssen is er de volgende lijst met klachten over(LEGIO LEASE),

    Onderstaande lijst bevat klachten die op basis van paragraaf 8 van de nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 geformuleerd kunnen worden.

    - het tolereren van dekkingstekorten; het niet bewaken van de marginverplichting,

    - het niet bewaken van de kredietlimiet,

    - het tolereren van debetstanden waarvoor geen kredietafspraken zijn vastgelegd,

    - het handelen buiten gemaakte afspraken (beheerovereenkomst),

    - het onrechtmatig handelen in effecten zonder hiervoor gemachtigd te zijn,

    - het verstrekken van leningen die de draagkracht van de cliënt te boven gaan,

    - het niet solide en risicomijdend beheren van pensioen of spaargelden,

    - het niet of onvoldoende waarschuwen (bewaken) van cliënten die grote risico’s aangaan,

    - het bevoorschotten van een effectenportefeuille ter dekking van verplichtingen zonder dit schriftelijk vast te leggen,

    - het uitvoeren van een bestensorder die leidt tot een overschrijding van de bestedingsruimte ( dekkingstekort),

    - provisiejagen ( churning) en

    - het verstrekken van onzorgvuldig en overmoedig beleggingsadvies.
    Dexia kocht een kat in de zak en hebben zich laten compenseren door AEGON

    Reactie door Wim Klercken — zaterdag 14 mei 2005 @ 16.38 uur

  29. Hollander,
    Je bent een echte Troll! Zoals gewoonlijk draait je de zaak weer om en Willems had gezegd dat iedereen dom is. Een ziekelijke laffe aandoening, pure hersendiaree bij jou, maar voor jou is het bewust geestig en adrem! Vooraf konden alleen beurs experten het geweten hebben, maar om achteraf vijf jaar later glashard te beweren, dat niemand wist dat de hausse voorbij was, toekomst voorspellen kunnen Dexia en Aegon niet, in dat geval had je beter je grote smoel gehouden. Jouw verdere bijdrage op dit forum is zuiver troll werk , waarvan je geenszins ervan bewust is: je gaat tegen alles in als een betweter, lalt onzin over alcohol, terwijl op de keper beschouwd was je de zweetvoeten van Dexia en Aegon terwijl je meent ook gedupeerd te zijn. Puur hersendiaree en niets anders, Hollander!!

    Reactie door Willems — zaterdag 14 mei 2005 @ 16.41 uur

  30. kijk hier eens wie wat voor rol heeft gespeeld, 1 plaatje zegt meer dan 1000 worden.

    Reactie door de maker van — zaterdag 14 mei 2005 @ 22.04 uur

  31. Oop, URL vergeten, hier is ie
    http://www.geocities.com/dexiakaartspel

    Reactie door de maker van — zaterdag 14 mei 2005 @ 22.05 uur

  32. @ Maartje,

    U is goed ingevoerd.

    Klaarblijkelijk hadden u en de uwen een direct belang of niet gezien uw posting. Zo goed op de hoogte van interne kwesties zijn er tenslotte maar enkele.

    Enfin, jammer dat uw veronderstelde intellect op andere punten tekort komt. Daar is overigens iets aan te doen, weet u!

    Sterkte.

    P.S. wat kost dat nou?

    Reactie door Captain-America — maandag 23 mei 2005 @ 16.24 uur

  33. Fortis verliest weer

    Uitspraak KCD nr. 63 d.d. 04-05-2005.

    Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 63 d.d. 4 mei 2005
    (mr. J. Wortel, voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en drs. L.B. Lauwaars RA)

    VASTSTAANDE FEITEN

    1. Klager heeft op 24 april 1997, via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder, de bank Y, met X, een overeenkomst betreffende het product G gesloten. Klager heeft voorts op 10 december 1998, via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder, de bank Y, met X , een overeenkomst betreffende het product A 1998/2 gesloten.
    1.1. Het product G houdt in dat één of meerdere G Certificaten à € 45,38 worden uitgegeven. De deel-nemer bepaalt zelf het bedrag van zijn inleg. De inleg per Certificaat wordt gesplitst in een depositodeel € 37,21 en een optiedeel € 8,17. Over het depositodeel wordt rente vergoed. De over het deposito in een periode van 12 maanden gerijpte rente vervalt telkens aan het einde van deze periode en wordt vervolgens rentedragend toege-voegd aan de som in het deposito. Het depositodeel groeit vervolgens weer aan tot de oorspronkelijke inleg van
    € 45,38. Het depositodeel inclusief de rente wordt aan het einde van de looptijd uitgekeerd. De deelnemer krijgt derhalve aan het einde van looptijd altijd het bedrag van zijn inleg terug.
    Met het optiedeel wordt het recht verkregen om een uitkering te ontvangen ter grootte van de inleg vermenigvul-digd met de zogenaamde “H” (het percentage waarmee de stijging van de AEX-index gedurende de looptijd van een Certificaat moet worden vermenigvuldigd) en met het procentuele verschil tussen de stand van de AEX-index op de ingangsdatum en de stand van de AEX-index op de afloopdatum. De looptijd van de overeenkomst is drie of vijf jaar. Klager heeft destijds gekozen voor een looptijd van vijf jaar.
    1.2 Het product A houdt in dat de afnemer ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder least, hetgeen betekent dat de aankoop (op termijn) volledig door de aanbieder wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \”deelnamebedrag\”. Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over het gefinancierde bedrag, waarop korting wordt verleend omdat het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling moet worden voldaan.
    Aan het product is een \”verzekering\” verbonden. De premie bedraagt een percentage van de aankoopsom. De \”verzekering\” dekt een eventuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat de aanbieder het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
    Onderdeel van de overeenkomst is voorts de zogenaamde \”D\”. \”D\” (ten hoogste vier per overeenkomst) houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan het bedrag waarmee de verkoopwaarde van de aandelen de aankoopsom overstijgt, met een maximum van 76,63% van de aankoopsom. Per \”D\” betaalt de afnemer een premie ter grootte van een percentage van de aankoopsom van de aandelen.
    De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
    1.3. Ter zake van de op 24 april 1997 aangegane overeenkomst G heeft klager een deelnamebedrag betaald van ƒ 10.000 (€ 4.537,80). Aan het einde van de looptijd op 24 april 2002 heeft klager een bedrag gelijk aan zijn ingelegde bedrag terug ontvangen. Daarnaast heeft klager een uitkering in het kader van zijn optiedeel ontvangen ter grootte van ƒ 5.031,91 (€ 2.283,38).
    1.4 Ter zake van de op 10 december 1998 aangegane overeenkomst A 1998/2 heeft klager een deelnamebedrag betaald van ƒ 10.707,44 (€ 4.858,82), bestaande uit rente over de aankoopsom van de aandelen, een korting van ƒ 704,69 (€ 319,77) wegens vooruitbetaling van de rente, een premie voor de \\\”verzekering\\\” ten bedrage van 9,55 % van de aankoopsom en premies voor vier \”D\” ten bedrage van 19,05 % van de aankoopsom.
    De overeenkomst is afgelopen op 18 december 2003. Bij verkoop bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Het verschil is door de \”verzekering\” afgedekt. In verband met dividendbelasting heeft klager nog € 76,20 moeten bijbetalen.

    HET GESCHIL

    Klacht en verweerschrift
    2.1. De klacht houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in.
    Klager is in 1997 door een rechtsvoorganger van verweerder benaderd met de vraag of hij zijn spaargeld niet in aandelen wilde beleggen. Na veelvuldig aandringen van de kant van verweerder heeft klager besloten deel te nemen aan het product G. Klager is deze overeenkomst aangegaan, omdat hem door een medewerker van ver-weerder verzekerd was dat zijn inleg niet verloren kon gaan. Een jaar later werd klager door dezelfde medewerker opnieuw uitgenodigd voor een gesprek ten kantore van verweerder alwaar hem gevraagd werd deel te nemen aan A. Er werd hem verzekerd dat het ging om een zelfde product als G en dat hij ook bij A nimmer zijn inleg zou kunnen verliezen.
    Klager stelt dat verweerder grote druk op hem heeft uitgeoefend door hem meerdere malen telefonisch te bena-deren waarna hij werd uitgenodigd voor een gesprek ten kantore van verweerder, alwaar hij werd overvallen met het voorstel de overeenkomst zo snel mogelijk aan te gaan. Zodoende heeft verweerder hem onvoldoende gelegenheid gegeven zich een eigen oordeel omtrent het aangeboden product te vormen en zich daarover te laten adviseren.
    Voorts stelt klager dat hij de overeenkomst en voorwaarden pas achteraf heeft ontvangen. Volgens klager zou hij de overeenkomst nimmer zijn aangegaan indien verweerder hem juist en volledig had geïnformeerd.
    Klager stelt zijn schade op het totaal van de door hem gedane betalingen.
    3.1. Verweerder heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie en ten aanzien van de ontvan-kelijkheid van klager verweren gevoerd zoals hierna, onder \’beoordeling van de klacht\’ weergegeven.
    Voor het geval de Commissie die verweren verwerpt is in het verweerschrift, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht.
    Verweerder begrijpt dat de klacht van klager slechts betrekking heeft op A. Verweerder meent dat in de klacht misslagen voorkomen die meebrengen dat de klacht niet naar behoren is onderbouwd. Meer in het bijzonder is verweerder van mening dat klager dient aan te tonen dat hij een gesprek heeft gevoerd met de betreffende medewerker in het kader van A en dat deze medewerker hem onjuiste informatie zou hebben verstrekt.
    Verweerder bestrijdt dat klager vóór het aangaan van de overeenkomst onvoldoende is geïnformeerd omtrent de werking en de risico\’s van het product A.
    Verweerder stelt voorop dat slechts een beperkte zorgplicht toepasselijk is op zijn in de klacht bedoelde optre-den, voor zover dat optreden is aan te merken als effectendienstverlening, aangezien ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet duidelijk was welke publiekrechtelijke voorschriften betreffende de zorgplicht golden voor cliëntenremisiers – in welke hoedanigheid verweerder meent te zijn opgetreden – en de \’know your customer\’-regel pas sinds 1 juni 1999 is opgenomen in art. 28, eerste lid, van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat een effecteninstelling ten tijde van de in 1998 gesloten overeenkomsten niet gehouden was informatie in te winnen betreffende de financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van een cliënt, terwijl verweerder daartoe als cliëntenremisier al helemaal niet verplicht was.
    Overigens waren verweerder geen omstandigheden bekend waaruit hij had moeten afleiden dat het effectenlease-product voor klager een ongeschikte beleggingsvorm was, of dat dit product niet aan deze cliënt aangeboden had mogen worden.
    Verweerder betwist dat klager door zijn toedoen in de veronderstelling zou hebben verkeerd dat A een zelfde product was als G en dat klager ook bij A zijn deelnamebedrag te allen tijde zou terug ontvangen. Voor zover klager doelt op een gesprek met een bepaalde medewerker van verweerder, wordt verwezen naar een bij het verweerschrift gevoegd geschrift van deze medewerker.
    Daarin verklaart hij zich het gesprek met klager niet meer te kunnen herinneren, maar ervan overtuigd te zijn dat hij klager niet heeft toegezegd dat zijn inleg in ieder geval teruggegeven zou worden.
    Voorts stelt verweerder dat klager voldoende en juiste informatie heeft ontvangen omtrent de werking van het effectenleaseproduct, in de vorm van de bij dit product behorende brochure, het door klager ondertekende deelnameformulier, en de teksten van de \”Overeenkomst\” respectievelijk \”Voorwaarden\” waarnaar in het deelna-meformulier nadrukkelijk wordt verwezen. Met betrekking tot het product A is in deze stukken naar verweerders inzicht voldoende duidelijk gewezen op de mogelijkheid dat de deelnemer geen uitkering ontvangt, in welk geval hij zijn netto kosten verliest. Klager kon dit ook begrijpen uit de toelichtingen op de \”verzekering\”.
    Daarenboven heeft klager door de ondertekening van het deelnameformulier te kennen gegeven dat hij zich bewust was van de risico\’s die zijn verbonden aan de onder de overeenkomst verrichte beleggingen.
    Voor zover de Commissie zich bevoegd acht de klacht in behandeling te nemen meent verweerder dat die moet worden afgewezen. Hij verzoekt klager te veroordelen in de door hem gemaakte kosten.
    4. Nadere schriftelijke opmerkingen van partijen
    4.1 De Commissie heeft klager in de gelegenheid gesteld op het verweerschrift te reageren, en verweerder de gelegenheid geboden nog op die reactie in te gaan.
    Klager meent dat de overgelegde verklaring van de medewerker van verweerder onjuist is. Er is volgens klager destijds afgesproken dat de overeenkomst ten aanzien van A onder dezelfde voorwaarden als G zou worden gesloten.
    Klager is niet gewezen op het feit dat hij zijn inlegbedrag zou kunnen kwijtraken.
    Klager weerspreekt de stelling van verweerder dat hij zelf geïnteresserd zou zijn geraakt in het effectenleaseproduct. Klager blijft erbij dat hij diverse malen telefonisch is benaderd met de vraag of hij wilde deelnemen aan A, en dat hij, geheel vertrouwend op de hem gedane mededelingen, het deelnameformulier heeft ondertekend.
    De voorwaarden waaronder de overeenkomst werd gesloten zijn mondeling met de betreffende medewerker van verweerder overeengekomen, deze bleken achteraf af te wijken van de aan klager verstrekte schriftelijke voorwaarden.
    Ten slotte benadrukt klager dat hij geen enkele ervaring met leaseconstructies had en hier ook nimmer iets mee te maken wilde hebben. Klager wijst er op dat verweerder op de hoogte was van het feit dat hij geen risico’s wilde nemen met betrekking tot het ingelegde bedrag.
    5. Behandeling ter zitting
    Klager voert aan dat hij is afgegaan op het mondeling gegeven advies om zijn spaargeld in het product A te steken. Klager heeft destijds, na veelvuldig aandringen van de kant van verweerder, besloten de overeenkomst aan te gaan omdat hem verzekerd was dat hij zijn inleg gegarandeerd zou terug ontvangen. De brochure betreffende het effectenleaseproduct is eerst na het sluiten van de overeenkomst aan klager aangeboden. Klager had geen enkele reden om aan de door verweerder gegeven adviezen te twijfelen.
    Verweerders raadsman weerspreekt de stelling van klager dat de betreffende medewerker klager verkeerde informatie over het product heeft verstrekt. Hij is van mening dat verweerder niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het feit dat klager de voorwaarden niet heeft gelezen. Volgens verweerders raadsman kende klager de risico’s van beleggen en had klager de mogelijkheid om de overeenkomst tussentijds te beëindigen. Ten slotte wijst verweerders raadsman op de mogelijkheid om binnen acht dagen na ondertekening van de overeenkomst, van het contract af te zien. Desgevraagd bevestigt de raadsman evenwel dat in de aan klager toegezonden stukken niet op deze mogelijkheid is gewezen.

    BEOORDELING VAN DE KLACHT

    6. Voorvragen
    6.1.1. Verweerder heeft gesteld dat de Commissie niet bevoegd is deze klacht in behandeling te nemen omdat die geen betrekking heeft op een handelen of nalaten in verband met effectendienstverlening als bedoeld in art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI. Verweerder heeft betoogd dat een contractuele relatie heeft ontbroken, en zijn optreden van zijn rechtsvoorganger Y beperkt is gebleven tot (terloopse) begeleiding van klager bij deelname aan het effectenleaseproduct, met dien verstande dat slechts is gewezen op de mogelijkheid van die deelname. Van advisering omtrent effectentransacties is, aldus verweerder, geen sprake geweest.
    6.1.2. De Commissie stelt vast dat verweerders rechtsvoorganger Y klager op het effectenleaseproduct heeft geattendeerd, terwijl het deelnameformulier door tussenkomst van Y is ingevuld en in behandeling genomen.
    Aldus is het door klager aanvaarde aanbod tot het aangaan van het onderhavige contract naar het oordeel van de Commissie mede door Y gedaan. Zulke betrokkenheid bij de totstandkoming van een overeenkomst betreffende aandelenlease is aan te merken als effectendienstverlening in de zin van art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI, die in het licht van art. 6:217, eerste lid, BW heeft plaatsgevonden krachtens een contractuele relatie tussen partijen.
    6.2.1. Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat klager in deze klacht niet kan worden ontvangen in verband met art. 7.2 Reglement Klachtencommissie DSI, waarin is bepaald dat een klacht niet in behandeling wordt genomen indien er meer dan een jaar is verstreken tussen het tijdstip waarop de belangheb-bende van de feiten kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen nemen, en het tijdstip waarop de klacht aan de desbetreffende deelnemer is voorgelegd. Verweerder meent dat als eerstbedoeld tijdstip heeft te gelden de dag waarop klager het deelnameformulier heeft ondertekend, aangezien hij vanaf dat moment geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van de aard van het effectenleaseproduct en de daaraan verbonden risico\\\’s. Nu klager dit deelnameformulier heeft ondertekend op 10 december 1998, is de klacht naar verweerders inzicht eerst na het verstrijken van de zo-even genoemde termijn, namelijk omstreeks 4 november 2003, aan hem voorgelegd.
    6.2.2. De Commissie verwerpt ook dit verweer. De klacht houdt in dat het aan verweerders handelen of nalaten te wijten is geweest dat klager zich bij het aangaan van de overeenkomst geen of onvoldoende reken-schap kon geven van de daaruit voortvloeiende risico\\\’s, en die risico\\\’s voor klager pas later duidelijk zijn geworden. Aangezien deze stelling niet onaannemelijk kan worden genoemd zijn de in art. 7 Reglement Klachtencommissie DSI gestelde termijnen niet overschreden. Dit wordt niet anders door de in het verweerschrift genoemde omstandigheid dat klager vanaf 1999 jaarlijks overzichten toegestuurd heeft gekregen waarin het bedrag van de lening is vermeld. In het navolgende wordt het aannemelijk bevonden dat klager is afgegaan op mededelingen, hem namens de rechtsvoorganger van verweerder gedaan, die bij hem de stellige indruk hebben gewekt dat zijn investering risicoloos was. Naar het oordeel van de Commissie kon klager aan die mededelingen, toen de overeenkomst eenmaal liep, een zodanig gezag blijven toekennen dat hij uit de jaarlijks verstuurde opgaven niet behoefde af te leiden dat hij in een onjuiste veronderstelling betreffende de aard van de overeen-komst verkeerde.
    7. Inhoudelijke beoordeling van het geschil
    7.1 Verweerder heeft gesteld dat de klacht slechts betrekking heeft op A. Klager heeft hiertegen in haar reactie op het verweer geen bezwaar gemaakt. De Commissie zal derhalve in het hiernavolgende de klacht slechts behandelen ten aanzien van A.
    7.2. Verweerder kan niet worden gevolgd in zijn stellingen dat de verkoop van het effectenleaseproduct een vorm van\\\’execution only\’-dienstverlening is, en ten tijde van het aangaan van de overeenkomst geen publiekrechtelijk voorschrift aan die dienstverlening bijzondere eisen stelde. De stelling dat de verkoop van het effectenleaseproduct niet méér was dan een vorm van \’execution only\’-dienstverlening faalt omdat aannemelijk is dat het optreden van verweerder niet beperkt is gebleven tot het uitvoeren van een opdracht die de wederpartij op grond van een volledig zelfstandig gemaakteafweging heeft gegeven. Verweerder heeft het effectenlease-product op wervende wijze onder klaagsters aandacht gebracht. Zulk optreden is aan te merken als het geven van advies in relatie tot beleggen in effecten en derhalve méér dan \’execution only\’.
    7.3. Verweerder kan niet worden gevolgd in zijn stellingen dat de verkoop van het effectenleaseproduct een vorm van \’execution only\’-dienstverlening is, en ten tijde van het aangaan van de overeenkomst geen publiekrechtelijk voorschrift aan die dienstverlening bijzondere eisen stelde. De stelling dat de verkoop van het effectenleaseproduct niet méér was dan een vorm van \’execution only\’-dienstverlening faalt omdat aannemelijk is dat het optreden van verweerder niet beperkt is gebleven tot het uitvoeren van een opdracht die de wederpartij op grond van een volledig zelfstandig gemaakte afweging heeft gegeven. Verweerder heeft het effectenlease-product op wervende wijze onder klagers aandacht gebracht. Zulk optreden is aan te merken als het geven van advies in relatie tot beleggen in effecten en derhalve méér dan \’execution only\’.
    7.4 Verder kan niet worden aanvaard dat een effecteninstelling vóór het inwerkingtreden van art. 28 van de toenmalige Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 op geen enkele manier gehouden was zich reken-schap te geven van de financiële omstandigheden, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van haar (potentiële) cliënt. Ook zonder dit voorschrift gold ten tijde van het sluiten van de overeenkomst dat een effecteninstelling – als bij uitstek deskundig te achten dienstverlener – jegens haar particuliere, niet beroeps-halve op het terrein van financiële instrumenten werkzame, cliënten tot een bijzondere zorgplicht gehouden was. De zorgvuldigheidseis bracht mee dat de effecteninstelling zich ervan diende te vergewissen of de dienstverle-ning die, of het product dat, de (potentiële) cliënt werd aangeboden in overeenstemming is met hetgeen de cliënt wenste te bereiken en – zeker indien het aangebodene tot financiële verplichtingen van de cliënt kon voeren – met diens financiële omstandigheden.
    Voorts was ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomst in art. 26 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1995 bepaald dat een effecteninstelling, ook indien haar dienstverlening beperkt bleef tot het uitvoeren van door de cliënt op eigen initiatief uitdrukkelijk gegeven effectenorders, haar cliënt naar behoren moest informeren omtrent de specifieke risico\’s van de desbetreffende effectensoort.
    Naar het oordeel van de Commissie is dit voorschrift te beschouwen als een uitwerking van de zo-even genoemde bijzondere zorgplicht van een effecteninstelling, welke zorgplicht ook bij het aanbieden van effecten-leaseconstructies, die neerkomen op beleggen met geleend geld, de gehoudenheid omvat de potentiële cliënt er nadrukkelijk op te wijzen dat het nettorendement van het aangeboden product onzeker is, en zich onder omstan-digheden de mogelijkheid kan voordoen dat een schuld aan de aanbieder resteert.
    7.5. Aan beleggen met geleend geld zijn risico\’s verbonden. Er is de mogelijkheid dat de geleasde aande-len bij verkoop te weinig opbrengen om de lening in te lossen, zodat een schuld blijft bestaan. De aandelenlease-constructie kent evenwel nog een ander nadeel. De rente die over het geleende bedrag wordt geheven en andere aan de constructie verbonden kosten brengen mee dat slechts bij beduidende koersstijgingen, gedurende de volle looptijd van de effectenlease-overeenkomst, een rendement wordt behaald dat gunstiger is dan de rentever-goeding op een spaarrekening of -deposito. Dit geldt in het bijzonder voor de door X aangeboden effectenlease-producten. Daarbij zijn premies in rekening gebracht voor (extra) uitkeringen die bij zekere koersstijgingen gedaan zouden worden. In enkele van deze leaseproducten is voorts, al dan niet verplicht, een premie begrepen voor de \”verzekering\” die een eventuele waardedaling van de aandelen afdekte. Daarmee heeft X het meest in het oog springende risico van beleggen met geleend geld weggenomen, maar het geheel van de in rekening gebrachte premies, naast de rente die over het geleende bedrag is berekend, maakt deze leaseconstructies tot een dure vorm van beleggen. De op de afnemer van het product gelegde kosten brengen mee dat deze zijn investering ook bij een beperkte koersdaling, en zelfs bij een beperkte koersstijging, geheel of ten dele kan verliezen. Aan deze effectenleaseconstructies is derhalve eigen, dat het nettorendement slechter kan zijn dan de rente op een spaarrekening of -depot.
    7.6. Er is niet gebleken dat verweerder zich, alvorens de overeenkomst aan te gaan, heeft vergewist van klagers financiële positie en is nagegaan of de overeenkomst met hun denkbare consequenties in redelijke verhouding zouden staan met klagers financiële mogelijkheden en verwachtingen.
    7.7. Naar het oordeel van de Commissie heeft verweerder evenmin aannemelijk gemaakt dat klager met voldoende nadruk en op niet mis te verstane wijze is gewezen op de bijzondere risico\’s van beleggen met geleend geld, en op de mogelijkheid dat het nettorendement – beduidend – lager uitvalt dan de rente op een spaartegoed. In dit verband acht de Commissie het volgende van belang.
    7.8. De Commissie stelt vast dat verweerder het effectenleaseproduct ongevraagd en op wervende wijze onder klagers aandacht heeft gebracht. Het is aannemelijk dat alleen al daardoor bij klager de indruk is ontstaan dat dit product hem werd aanbevolen omdat het naar verweerders deskundig oordeel aansloot bij klagers finan-ciële mogelijkheden en wensen.
    Voorts zijn de onderhavige effectenleaseconstructies zó gecompliceerd dat niet mag worden aangenomen dat de gemiddelde consument op eigen gezag zal doorgronden welke risico\’s hij loopt en welk nettorendement is te verwachten. Uit hoofde van de reeds lopende overeenkomst G behoefde klager niet bedacht te zijn op de moge-lijkheid van verlies van zijn inleg, omdat dit product een dergelijk risico niet kende.
    7.9. Uit het voorgaande moet, mede gelet op de aandrang die op klager is uitgeoefend om het deelnameformulier vooral snel in te leveren – waardoor klager tot het aangaan van de overeenkomst is bewogen zonder dat hem voldoende tijd is gelaten om de verstrekte informatie te overdenken, het voorlichtingsmateriaal nauwgezet te bestuderen en eventueel advies van derden in te winnen – worden afgeleid dat klager de overeen-komst uitsluitend is aangegaan omdat hij door tekortschietende voorlichting van verweerder in de veronderstel-ling was gebracht dat zijn inleg niet verloren kon gaan en op die inleg een rendement viel te verwachten dat tenminste zou overeenkomen met de rente op een spaartegoed, terwijl verweerder heeft nagelaten te verifiëren of klagers financiële en overige persoonlijke omstandigheden aan het sluiten van de overeenkomst redelijkerwijze in de weg behoorden te staan.
    7.10. Indien verweerder zich naar behoren van klagers persoonlijke omstandigheden rekenschap had gegeven, had hij de overeenkomst niet met hem mogen sluiten, in ieder geval niet zonder hem nadrukkelijk en in ondubbelzinnige bewoordingen te wijzen op de mogelijkheid dat de investering in het effectenleaseproduct geheel of grotendeels verloren kon gaan, en onder omstandigheden zelfs een schuld zou kunnen overblijven. De bijzon-dere zorgplicht van een effecteninstelling brengt dit met zich mee. Door het sluiten van die overeenkomst werd klager immers, gelet op zijn financiële omstandigheden en behoeften, zoals die bij de behandeling van deze klacht aannemelijk zijn geworden en voor verweerder kenbaar waren, op onverantwoorde wijze blootgesteld aan het risico van koersdalingen.
    7.11. Het vorenoverwogene voert de Commissie tot het oordeel dat verweerder bij het aangaan van de overeenkomst niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur betaamt. Het is aannemelijk dat klager de overeenkomst niet zou zijn aangegaan indien verweerder zich jegens hem van zijn zorgplicht had gekweten. Het nadeel dat klager daardoor heeft geleden komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Dit nadeel bestaat uit het door klager voldane deelnamebedrag alsmede het bedrag aan dividend-belasting dat klager na afloop heeft moeten bijbetalen. De Commissie ziet geen aanleiding voor vergoeding van gemiste creditrente over dit bedrag omdat die kan worden geacht te zijn gecompenseerd door de mogelijkheid de betaalde rente van het belastbaar inkomen af te trekken.
    7.12 Voor zover verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klager, alvorens de overeen-komst van kracht werd, gelegenheid heeft gehad het bij het effectenleaseproduct behorende voorlichtings-materiaal te lezen, en bij nauwkeurige kennisneming daarvan had kunnen ontdekken dat hij het risico zou lopen zijn inleg te verspelen of zelfs een schuld over te houden, vindt de Commissie daarin geen aanleiding om (een deel van) de schade voor rekening van klager te laten. Verweerder diende er bij zijn tot klager persoonlijk gerich-te aanprijzingen van het effectenleaseproduct rekening mee te houden dat klager die aanprijzingen zou opvatten als een op zijn persoon toegesneden advies, en daaraan een zodanig gezag zou toekennen dat hij het gedrukte voorlichtingmateriaal niet zou gebruiken om na te gaan of hem juiste en volledige informatie was verstrekt.
    7.13. De Commissie bepaalt dat verweerder klager het bedrag moet terugbetalen die hij uit hoofde van de overeenkomst A heeft voldaan.
    Klager heeft aan verweerder voldaan € 4.858,82, en na afloop moeten bijbetalen € 76,20.
    Voor vergoeding komt derhalve in aanmerking € 4.935,02.
    7.14 Over dit bedrag dient verweerder een rente te vergoeden gelijk aan de wettelijke rente, vanaf de dag waarop klager de klacht aan verweerder heeft voorgelegd tot aan de dag waarop verweerder volledig aan zijn hierbedoelde betalingsverplichting zal hebben voldaan. Voorts dient verweerder aan klager de door deze voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad. € 50 te vergoeden.
    7.15. Het meer of anders gevorderde dient te worden afgewezen.

    UITSPRAAK

    De Commissie stelt het bindend advies vast dat verweerder binnen één maand na de dag van verzending aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klager vergoedt een bedrag van € 4.935,02, te vermeer-deren met rente gelijk aan de wettelijke rente, ingaande op de dag waarop de klacht bij verweerder is ingediend, en tot aan de dag van algehele voldoening en voorts te vermeerderen met de door klager voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad. € 50.

    Reactie door wreker — vrijdag 27 mei 2005 @ 20.33 uur

  34. Fortis blijft verliezen

    Uitspraak KCD nr. 51 d.d. 04-05-2005.

    Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 51 d.d. 4 mei 2005
    (mr. J. Wortel, voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en drs. L.B. Lauwaars RA)

    VASTSTAANDE FEITEN
    1. Klaagster heeft, telkens via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder, Y, met de vennootschap X twee overeenkomsten betreffende het effectenleaseproduct A en één overeenkomst betreffende het effectenleaseproduct B gesloten.
    De Commissie heeft uit de haar voorgelegde klachten betreffende de door X ontwikkelde effectenleaseproducten opgemaakt dat X behoort tot het concern waartoe ook verweerder behoort, maar niet tot hetzelfde onderdeel van dat concern. X was (en is) niet als deelnemer bij DSI geregistreerd.
    1.1. Het product B houdt in dat de afnemer ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder least, waarbij de aankoopsom gedurende de looptijd van de overeenkomst door de aanbieder wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \”deelnamebedrag\”. Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over het gefinancierde bedrag, waarop korting wordt verleend indien het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling wordt voldaan.
    Voorts is aan het product de mogelijkheid verbonden een \”verzekering \” te sluiten. De premie bestaat uit de bruto dividendopbrengsten en een percentage van de aankoopsom. De \”verzekering \” dekt een eventuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat de aanbieder het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
    Onderdeel van de overeenkomst is voorts de zogenaamde \”C\”. Deze houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan de waarde van de aandelen op de afloopdatum verminderd met de laagste gezamenlijke waarde van de aandelen gedurende de overeenkomst. De prijs van deze \”C\” bestaat uit een premie ter grootte van een percentage van de aankoopsom en de dividenden die op de aandelen worden uitgekeerd.
    De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
    Het product A houdt in dat de afnemer ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder least, waarbij de aankoopsom gedurende de looptijd van de overeenkomst door de aanbieder wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \”deelnamebedrag\”. Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over het gefinancierde bedrag, waarop korting wordt verleend omdat het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling moet worden voldaan.
    Aan het product is een \”verzekering \” verbonden. De premie bestaat uit de bruto dividendopbrengsten en een percentage van de aankoopsom. De \”verzekering \” dekt een eventuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat de aanbieder het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
    Onderdeel van de overeenkomst is voorts de zogenaamde \”D\”. Deze \”D\” (ten hoogste vier per overeenkomst) houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan het bedrag waarmee de verkoopwaarde van de aandelen de aankoopsom overstijgt, met een maximum van 76,63% van de aankoopsom. Per \”D\” betaalt de afnemer een premie ter grootte van een percentage van de aankoopsom van de aandelen.
    De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
    De looptijd van de E is, zoals in het voorgaande besloten ligt, vijf jaar.
    1.2. Ter zake van de op 25 november 1997 respectievelijk 2 oktober 1998 aangegane overeenkomsten B 1997/3 en 1998/4 heeft klaagster een deelnamebedrag betaald van ƒ 2.824 (€ 6.223) respectievelijk
    ƒ 2.889 (€ 6.366). In dit bedrag was een premie voor de \”verzekering \” begrepen ten bedrage van 12,5% respectievelijk 15% van de aankoopsom, en een premie voor de \”C\” ten bedrage van 16,25% respectievelijk 15,25% van de aankoopsom.
    De overeenkomsten zijn afgelopen op 18 december 2002 respectievelijk 5 november 2003. Bij verkoop bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Het verschil is door de \”verzekering \” afgedekt. Uit hoofde van de \”C\” heeft klaagster € 256 ontvangen respectievelijk € 77 moeten bijbetalen.
    Ter zake van de op 17 november 1998 aangegane overeenkomst A heeft klaagster een deelnamebedrag betaald van ƒ 10.707 (€ 4.859). In dit bedrag was een premie voor de \”verzekering \” begrepen ten bedrage van 9,55% van de aankoopsom, en premies voor vijf \”D’s\” ten bedrage van (in totaal) 19,05% van de aankoopsom.
    De overeenkomst is afgelopen op 18 december 2003. Bij verkoop bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Het verschil is door de \”verzekering \” afgedekt. In verband met dividendbelasting heeft klaagster nog € 76 moeten bijbetalen.

    HET GESCHIL
    2. Klacht
    2.1. De klacht houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in.
    2.2. Klaagster is in 1997 door de rechtsvoorganger van verweerder benaderd toen zij ten kantore van deze rechtsvoorganger in haar kluisje ging kijken.
    Na een gesprek met een haar bekende adviseur heeft klaagster besloten een aandelenleaseproduct aan te schaffen. Een jaar later heeft verweerder klaagster wederom tot tweemaal toe benaderd met het aanbod een effectenleaseproduct af sluiten. Klaagster is hierop in goed vertrouwen ingegaan.
    Er is klaagster verzekerd dat zij haar investering nooit zou kunnen verliezen omdat zij een
    “verzekering” had afgesloten.
    Op 19 december 2002, 6 november 2003 en op 18 december 2003 kreeg klaagster bericht dat haar slechts een fractie van haar inleg zou worden uitgekeerd.
    Klaagster stelt dat een medewerker van de rechtsvoorganger van verweerder haar met grote stelligheid heeft verzekerd dat tussentijdse beëindiging niet mogelijk was. Zij heeft daar verder geen onderzoek naar gedaan omdat haar echtgenoot in die periode ernstig ziek was.
    2.3. Klaagster stelt dat verweerder druk op haar heeft uitgeoefend door haar tijdens een bezoek aan het kantoor ongevraagd te benaderen, alwaar zij werd overvallen met het voorstel de overeenkomst terstond aan te gaan. Zodoende heeft verweerder haar onvoldoende gelegenheid gegeven zich een eigen oordeel omtrent het aangeboden product te vormen en zich daarover te laten adviseren.
    Voorts wordt verweerder het verwijt gemaakt dat hij zich niet heeft vergewist van de geschiktheid van het aange-boden product, gelet op klaagsters gebrek aan ervaring met beleggen en haar financiële omstandigheden. Volgens klaagster zou zij de overeenkomst niet zijn aangegaan indien verweerder haar juist en volledig had geïn-formeerd.
    Klaagster stelt haar schade op het totaal van de door haar gedane betalingen.
    3. De verweren
    3.1. Verweerder heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie en ten aanzien van de ontvan-kelijkheid van klaagster verweren gevoerd zoals hierna, onder \’beoordeling van de klacht\’ weergegeven.
    Voor het geval de Commissie die verweren verwerpt is in het verweerschrift, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht.
    3.2. Het is verweerder onduidelijk welke van zijn (voormalige) medewerkers de in de klacht genoemde mededelingen zou hebben gedaan.
    Verweerder bestrijdt dat klaagster vóór het aangaan van de overeenkomst onvoldoende is geïnformeerd omtrent de werking en de risico\’s van de producten B en A .
    Verweerder stelt voorop dat slechts een beperkte zorgplicht toepasselijk is op zijn in de klacht bedoelde optre-den, voor zover dat optreden is aan te merken als effectendienstverlening, aangezien ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet duidelijk was welke publiekrechtelijke voorschriften betreffende de zorgplicht golden voor cliëntenremisiers – in welke hoedanigheid verweerder meent te zijn opgetreden – en de \’know your customer\’-regel pas sinds 1 juni 1999 is opgenomen in art. 28, eerste lid, van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat een effecteninstelling ten tijde van de in 1998 gesloten overeenkomsten niet gehouden was informatie in te winnen betreffende de financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van een cliënt, terwijl verweerder daartoe als cliëntenremisier al helemaal niet ver-plicht was.
    Overigens waren verweerder geen omstandigheden bekend waaruit hij had moeten afleiden dat de effectenlease-producten voor klaagster een ongeschikte beleggingsvorm was, of dat deze producten niet aan deze cliënt aange-boden hadden mogen worden.
    Verweerder betwist dat klaagster mondeling de toezegging is gedaan dat haar inleg niet verloren kon gaan.
    Voorts stelt verweerder dat klaagster voldoende en juiste informatie heeft ontvangen omtrent de werking van de effectenleaseproducten, in de vorm van de bij die producten behorende brochure, de door klaagster ondertekende deelnameformulieren en de teksten van de \”Overeenkomst\” respectievelijk \”Voorwaarden\” waarnaar in de deel-nameformulieren nadrukkelijk wordt verwezen. Met betrekking tot het product B is in deze stukken naar verweer-ders inzicht voldoende duidelijk gewezen op de mogelijkheid dat de deelnemer geen uitkering ontvangt, in welk geval hij zijn netto kosten verliest. Klaagster kon dit ook begrijpen uit de toelichtingen op de \”verzekering \”. Overigens is verweerder van mening dat, voorzover klaagster onjuist zou zijn geïnformeerd over de werking van de”verzekering ” bij het afsluiten van de B 1997/3, dit niet tevens inhoudt dat klaagster met betrekking tot de B 1998/1 en de A onjuist zou zijn geïnformeerd.
    Daarenboven heeft klaagster door de ondertekening van de deelnameformulieren te kennen gegeven dat zij zich bewust was van de risico\’s die zijn verbonden aan de onder de overeenkomst verrichte beleggingen.
    Voor zover de Commissie zich bevoegd acht de klacht in behandeling te nemen meent verweerder dat die moet worden afgewezen. Verweerder verzoekt klaagster te veroordelen in de door hem gemaakte kosten.

    BEOORDELING VAN DE KLACHT

    4. Voorvragen
    4.1.2. Verweerder heeft gesteld dat de Commissie niet bevoegd is deze klacht in behandeling te nemen omdat die geen betrekking heeft op een handelen of nalaten in verband met effectendienstverlening als bedoeld in art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI. Verweerder heeft betoogd dat een contractuele relatie heeft ontbro-ken, en het optreden van zijn rechtsvoorganger Y beperkt is gebleven tot (terloopse) begeleiding van klaagster bij deelname aan de effectenleaseproducten, met dien verstande dat slechts is gewezen op de mogelijkheid van die deelname. Van advisering omtrent effectentransacties is, aldus verweerder, geen sprake geweest.
    4.2.2. De Commissie stelt vast dat verweerders rechtsvoorganger Y klaagster op de effectenlease-producten heeft geattendeerd, terwijl de deelnameformulieren telkens door tussenkomst van Y zijn ingevuld en in behandeling genomen.
    Aldus is het door klaagster aanvaarde aanbod tot het aangaan van de onderhavige contracten naar het oordeel van de Commissie mede door Y gedaan. Zulke betrokkenheid bij de totstandkoming van een overeenkomst betreffende aandelenlease is aan te merken als effectendienstverlening in de zin van art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI, die in het licht van art. 6:217, eerste lid, BW heeft plaatsgevonden krachtens een con-trac-tuele relatie tussen partijen.
    De Commissie verwerpt derhalve het verweer.
    4.3.1. Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat klaagster in deze klacht niet kan worden ontvangen in verband met art. 7.2 Reglement Klachtencommissie DSI, waarin is bepaald dat een klacht niet in behandeling wordt genomen indien er meer dan een jaar is verstreken tussen het tijdstip waarop de belangheb-bende van de feiten kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen nemen, en het tijdstip waarop de klacht aan de desbetreffende deelnemer is voorgelegd. Verweerder meent dat als eerstbedoeld tijdstip heeft te gelden hetzij de dag waarop klaagster de deelnameformulieren heeft ondertekend, hetzij de dag waarop klaagster de bevestiging van haar deelname heeft ontvangen, hetzij de dag waarop klaagster het leaseoverzicht heeft ontvan-gen, aangezien zij vanaf dat moment geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van de aard van de effec-tenleaseproducten en de daaraan verbonden risico\’s. Tussen elk van deze tijdstippen en de dag waarop de klacht aan verweerder is voorgelegd is méér dan een jaar gelegen.
    4.3.2. De Commissie verwerpt ook dit verweer. De klacht houdt in dat het aan verweerders handelen of nalaten te wijten is geweest dat klaagster zich bij het aangaan van de overeenkomsten geen of onvoldoende rekenschap kon geven van de daaruit voortvloeiende risico\’s, en die risico\’s voor klaagster pas later duidelijk zijn geworden. Aangezien deze stelling niet onaannemelijk kan worden genoemd zijn de in art. 7 Reglement Klachtencommissie DSI gestelde termijnen niet overschreden. In het navolgende wordt het aannemelijk bevon-den dat klaagster is afgegaan op mededelingen, haar namens verweerder (diens rechtsvoorganger Y) gedaan, die bij haar de stellige indruk hebben gewekt dat haar investering risicoloos was. Naar het oordeel van de Commissie kon klaagster aan die mededelingen, toen de overeenkomsten eenmaal liepen, een zodanig gezag blijven toekennen dat zij uit de jaarlijks verstuurde opgaven niet behoefde af te leiden dat zij in een onjuiste veronder-stelling betreffende de aard van de overeenkomst verkeerde.
    5. Inhoudelijke beoordeling van het geschil
    5.1. Verweerder kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat de op hem (zijn rechtsvoorganger Y) rustende zorgplicht werd beperkt doordat hij slechts als cliëntenremisier is opgetreden, de verkoop van het effectenlease-product een vorm van \’execution only\’-dienstverlening is, en ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten geen publiekrechtelijk voorschrift aan die dienstverlening bijzondere eisen stelde. Verweerder (zijn rechtsvoor-ganger Y) heeft de effectenleaseproducten op wervende wijze onder de aandacht van klaagster gebracht. De deelnameformulieren konden via vestigingen van verweerder in behandeling worden genomen en diens aldaar werkzame medewerkers waren beschikbaar voor hulp bij het invullen van die formulieren. Door deze bemoeienis met het totstandkomen van de effectenleasecontracten is verweerders rechtsvoorganger Bank Y gaan optreden in de hoedanigheid van effecteninstelling. Dit optreden, ten gevolge waarvan Bank Y (zoals de Commissie naar aanleiding van de bevoegdheids- en ontvankelijkheidsverweren reeds heeft vastgesteld) mede verantwoordelijk is geworden voor het aanbod de overeenkomsten te sluiten, gaat verder dan \’execution only\’-dienstverlening. Het optreden van Bank Y is immers niet beperkt gebleven tot het uitvoeren van een opdracht die de wederpartij op grond van een volledig zelfstandig gemaakte afweging heeft gegeven. De Commissie merkt het in de klacht bedoelde optreden van verweerder aan als advisering in relatie tot beleggen in effecten.
    5.2. Verder kan niet worden aanvaard dat een effecteninstelling vóór het inwerkingtreden van art. 28 van de toenmalige Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 op geen enkele manier gehouden was zich rekenschap te geven van de financiële omstandigheden, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van haar (potentiële) cliënt. Ook zonder dit voorschrift gold ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten dat een effecteninstelling – als bij uitstek deskundig te achten dienstverlener – jegens haar particuliere, niet beroepshal-ve op het terrein van financiële instrumenten werkzame, cliënten tot een bijzondere zorgplicht gehouden was. De zorgvuldigheidseis bracht mee dat de effecteninstelling zich ervan diende te vergewissen of de dienstverlening die, of het product dat, de (potentiële) cliënt werd aangeboden in overeenstemming is met hetgeen de cliënt wenste te bereiken en – zeker indien het aangebodene tot financiële verplichtingen van de cliënt kon voeren – met diens financiële omstandigheden.
    Voorts was ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomsten in art. 26 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1995 bepaald dat een effecteninstelling, ook indien haar dienstverlening beperkt bleef tot het uitvoeren van door de cliënt op eigen initiatief uitdrukkelijk gegeven effectenorders, haar cliënt naar behoren moest informeren omtrent de specifieke risico\’s van de desbetreffende effectensoort.
    Naar het oordeel van de Commissie is dit voorschrift te beschouwen als een uitwerking van de zo-even genoem-de bijzondere zorgplicht van een effecteninstelling, welke zorgplicht ook bij het aanbieden van effectenleasecon-structies, die neerkomen op beleggen met geleend geld, de gehoudenheid omvat de potentiële cliënt er nadrukke-lijk op te wijzen dat het nettorendement van het aangeboden product onzeker is, en zich onder omstandigheden de mogelijkheid kan voordoen dat een schuld aan de aanbieder resteert.
    5.3. Aan beleggen met geleend geld zijn risico\’s verbonden. Er is in het algemeen de mogelijkheid dat de geleasde aandelen bij verkoop te weinig opbrengen om de lening in te lossen, zodat een schuld blijft bestaan. De aandelenleaseconstructie kent evenwel nog een ander nadeel. De rente die over het geleende bedrag wordt gehe-ven en andere aan de constructie verbonden kosten brengen mee dat slechts bij beduidende koersstijgingen, gemeten over de volle looptijd van de effectenlease-overeenkomst, een rendement wordt behaald dat gunstiger is dan de rentevergoeding op een spaarrekening of -deposito. Dit geldt in het bijzonder voor de effectenlease-producten die X aan het publiek heeft aangeboden. Daarbij zijn premies in rekening gebracht voor (extra) uitkeringen die bij zekere koersstijgingen gedaan zouden worden. In enkele van deze leaseproducten is voorts, al dan niet verplicht, een premie begrepen voor de \”verzekering \” die een eventuele waardedaling van de aandelen afdekte. Daarmee heeft X het meest in het oog springende risico van beleggen met geleend geld (het resteren van een schuld) weggenomen, maar het geheel van de in rekening gebrachte premies, naast de rente die over het geleende bedrag is berekend, maakt deze leaseconstructies tot een dure vorm van beleggen. De op de afnemer van het product gelegde kosten brengen mee dat deze zijn investering ook bij een beperkte koersdaling, en zelfs bij een beperkte koersstijging, geheel of ten dele kan verliezen. Aan deze effectenleaseconstructies is derhalve eigen, dat het nettorendement slechter kan zijn dan de rente op een spaarrekening of -depot.
    6.1. Er is niet gebleken dat verweerder zich, alvorens de overeenkomsten aan te gaan, heeft vergewist van klaagsters financiële positie en is nagegaan of de overeenkomsten met haar denkbare consequenties in redelijke verhouding zouden staan met klaagsters financiële mogelijkheden en verwachtingen.
    6.2. Naar het oordeel van de Commissie heeft verweerder evenmin aannemelijk gemaakt dat klaagster met voldoende nadruk en op niet mis te verstane wijze is gewezen op de bijzondere risico\’s van beleggen met geleend geld, en op de mogelijkheid dat het nettorendement – beduidend – lager uitvalt dan de rente op een spaartegoed. In dit verband acht de Commissie het volgende van belang.
    6.3. De Commissie stelt vast dat verweerder de effectenleaseproducten ongevraagd en op wervende wijze onder klaagsters aandacht heeft gebracht, althans acht aannemelijk dat verweerder een effectenleaseproducten bij klaagster heeft aangeprezen nadat deze te kennen had gegeven een zo hoog mogelijk rendement te willen behalen op gelden die enige tijd beschikbaar zouden zijn.
    Het is aannemelijk dat alleen al daardoor bij klaagster de indruk is ontstaan dat dit product haar werd aanbevolen omdat het naar verweerders deskundig oordeel aansloot bij klaagsters financiële mogelijkheden en wensen.
    Voorts zijn de onderhavige effectenleaseconstructies zó gecompliceerd dat niet mag worden aangenomen dat de gemiddelde consument op eigen gezag zal doorgronden welke risico\’s hij loopt en welk nettorendement is te verwachten.
    7.1. Uit het voorgaande moet, nu verweerder heeft toegelaten dat het deelnameformulier nog tijdens het gesprek waarin het effectenleaseproduct onder klaagsters aandacht is gebracht ondertekend werd ingeleverd – waardoor klaagster tot het aangaan van de overeenkomsten is bewogen zonder dat haar voldoende tijd is gelaten om de verstrekte informatie te overdenken, het voorlichtingsmateriaal nauwgezet te bestuderen en eventueel advies van derden in te winnen – worden afgeleid dat klaagster de overeenkomsten uitsluitend is aangegaan omdat zij door tekortschietende voorlichting van verweerder in de veronderstelling was gebracht dat haar inleg niet verloren kon gaan en op die inleg een rendement viel te verwachten dat tenminste zou overeenkomen met de rente op een spaartegoed, terwijl verweerder heeft nagelaten te verifiëren of klaagsters financiële en overige persoonlijke omstandigheden aan het sluiten van de overeenkomsten redelijkerwijze in de weg behoorden te staan.
    7.2. Verweerder had het sluiten van de overeenkomsten niet mogen bevorderen, zonder klaagster nadrukkelijk en in ondubbelzinnige bewoordingen te wijzen op de mogelijkheid dat de investering in het effecten-leaseproduct geheel of grotendeels verloren kon gaan. De bijzondere zorgplicht van een effecteninstelling brengt dit met zich mee. Door het sluiten van die overeenkomsten werd klaagster immers, gelet op haar financiële omstandigheden en behoeften, zoals die bij de behandeling van deze klacht aannemelijk zijn geworden en voor verweerder kenbaar waren, op onverantwoorde wijze blootgesteld aan het risico van koersdalingen.
    8.1. Voor zover verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klaagster, voordat de over-eenkomsten van kracht werden, gelegenheid heeft gehad het bij de effectenleaseproducten behorende voorlich-tingsmateriaal te lezen, en bij nauwkeurige kennisneming daarvan had kunnen ontdekken dat zij het risico zou lopen haar inleg te verspelen, vindt de Commissie daarin geen aanleiding om (een deel van) de schade voor rekening van klaagster te laten. Verweerder diende er bij zijn tot klaagster persoonlijk gerichte aanprijzingen van de effectenleaseproducten rekening mee te houden dat klaagster die aanprijzingen zou opvatten als een op haar persoon toegesneden advies, en daaraan een zodanig gezag zou toekennen dat zij het gedrukte voorlichtings-materiaal niet zou gebruiken om na te gaan of haar juiste en volledige informatie was verstrekt.
    9.1. Het vorenoverwogene voert de Commissie tot het oordeel dat verweerder met betrekking tot het sluiten van de overeenkomsten niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur betaamt. Het is aannemelijk dat klaagster de overeenkomsten niet zou zijn aangegaan indien verweerder zich jegens haar van zijn zorgplicht had gekweten. Het nadeel dat klaagster daardoor heeft geleden komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking.
    Dit nadeel bestaat uit het geheel van de bedragen die klaagster uit hoofde van de overeenkomst B 1997/3, B 1998/1 en A aan X verschuldigd zijn geworden, onder aftrek van de uitkeringen in verband met de \”C\”.
    De Commissie ziet geen aanleiding voor vergoeding voor gemiste creditrente over dit bedrag, omdat die kan wor-den geacht te zijn gecompenseerd door de mogelijkheid betaalde rente van het belastbaar inkomen af te trekken. Eventuele beperkingen in deze mogelijkheid tot aftrek in verband met het overschrijden van het bij wet gestelde maximum ten gevolge van het afsluiten van meerdere contracten laat de Commissie voor rekening van klaagster.
    9.2. De Commissie zal daarom bepalen dat verweerder klaagster de bedragen moet terugbetalen die zij uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd is geworden, inclusief de bedragen die zij na beëindiging van de overeenkomsten heeft moeten bijbetalen, met aftrek van de bedragen die klaagster bij afloop van de overeen-komst de B 1997/3 heeft ontvangen.
    Klaagster heeft uit hoofde van de overeenkomst B 1997/3 voldaan € 2.824 en na beëindiging van de overeen-komst € 256 ontvangen. Uit hoofde van de overeenkomst B 1998/1 heeft klaagster € 2.889 voldaan en heeft zij na beëindiging van de overeenkomst € 77 moeten bijbetalen. Uit hoofde van de overeenkomst A heeft klaagster € 4.859 voldaan en heeft zij na beëindiging van de overeenkomst € 76 moeten bijbetalen.
    Het voor vergoeding in aanmerking komende bedrag is derhalve € 2.568 (€ 2.824 – € 256) + € 2.966
    (€ 2.889 + € 77) + € 4.935 (€ 4.859 + € 76) = € 10.469.
    Voorts dient verweerder aan klaagster de door deze voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad € 125 te vergoeden.
    9.3. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

    UITSPRAAK

    De Commissie stelt het bindend advies vast dat verweerder binnen één maand na de dag van verzending aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klaagster vergoedt een bedrag van € 10.469, te vermeerderen met rente gelijk aan de wettelijke rente, ingaande op de dag waarop de klacht bij verweerder is ingediend en tot aan de dag van algehele voldoening, en verder te vermeerderen met de door klaagster voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad € 125.

    Reactie door wreker — vrijdag 27 mei 2005 @ 20.35 uur

  35. In 1999 heb ik bij AFAB een krediet afgesloten om een operatie van mijn echtgenote(vijfde open hart operatie) te bekostigen, deze firma kende ik uit andere jaren en toen zij met het voorstel kwamen om het krediet bij een dochter van fortis af te sluiten had ik daar geen bezwaar tegen.Ik zou alleen rente hoeven betalen.De aflossing zou plaats vinden via een lease overeenkomst via Defam (fortis)voor vijf jaar en zou meer na vijf jaar dan de lening opbrengen dan de lening.Dus zou ik in eind 2004 overal van af zijn.U zult het wel begrijpen dat is niet gebeurd en zit ik nu met een schuld van 30.000 euro.
    AFAB laat niets meer van zich horen en Defam zegt eigen shuld dikke bult en als U niet betaalt moet U maar weer een contract van vijf jaar tekenen anders laten wij op al uw goederen beslag leggen.
    Op mijn schrijven naar de Nederlandsche bank zeide deze wij kunnen niets doen en sturen het naar de AFM door.Van deze kreeg ik bericht dat ik hoogst waarscheinlijk in mijn recht sta en dat ik AFAB maar juridisch maar moest aanpakken omdat AFAB en DEFAM niet bij hun ingeschreven staat.Daar mij de gelden om iemand in te huren ontbreken heb ik nood gedwongen dus maar het contract voor vijf jaar maar ondertekent,met de wetenschap dat ik als ik 65 ben mijn fallicement kan aanvragen,omdat ik dan alleen AOW ZAL ONTVANGEN.Ook de vereniging pay-pack kan voor mij niet doen.
    Wanneer er intresse is ik heb het hele dossier en eventueel ben ik bereid dit ter inzage te geven.

    Met vriendelijke groet,
    W.J.C.Werner
    Archipel 17-33
    8224GK Lelystad
    Tel 0320 231528

    Reactie door W.J.C.Werner — maandag 18 juli 2005 @ 23.30 uur

  36. Er zijn volgens mij de laatste jaren in Nederland meer mensen opgelicht door banken verzekeringmaatschappijen en tussenpersonen, dan de gehele afgelopen eeuw op staat of door andere bedrijven

    Reactie door hoekandat — donderdag 28 juli 2005 @ 0.39 uur

  37. Gelukkig maar, blijkt uit reacties, dat m.n. Maartje de ‘wijsheid in pacht heeft’. Dacht dat ik wellicht nog iets kon opsteken en heb de aangerade website bezocht…
    Deels rascisten, fascisten, en velen waarvan het IQ de schoenmaat bij lange niet evenaren. Het is zo gemakkelijk om andere mensen te be- en veroordelen. Vooral de oudere mensen zijn de dupe geworden van beleggingsleaseplannen. Puur, omdat ze spaarzaam zijn geweest. Bijna niemand gebruikt n.l. nog de ‘oude sok onder het matras’. Ze hebben hun eigen spaargeld ingelegd en later zelf de schuld moeten betalen die hieruit voortvloeide.
    Als dit gecompenseerd wordt, draait de samenleving hier dus niet voor op. Dit gebeurt n.l. niet van belastinggelden, in tegenstelling tot bijv. het groepje beroepswerkelozen onder ons.
    In ieder geval is uit het gelaakte commentaar wederom gebleken dat het enige waarom we ons zorgen moeten maken, het feit is dat sommige kortzichtige mensen zich kunnen voortplanten.

    Reactie door Trees — donderdag 28 juli 2005 @ 10.12 uur

  38. Ik denk dat Maartje ook het verstand heeft van een fruitvlieg!

    Reactie door hoekandat — donderdag 28 juli 2005 @ 16.56 uur

  39. Ook wij zijn gedupeerd door het afsluiten van een contract bij Fortis / DEFAM effectenlease. Waar kunnen we ons het best aansluiten om te proberen geld terug te vorderen, door verkeerde voorlichting ????

    Reactie door gedupeerde defam leaser — dinsdag 30 augustus 2005 @ 23.54 uur

  40. Wat ik niet helemaal begrijp is wat Jan MArijnissen hiermee te maken heeft of wil hebben. Dit zijn individuele mensen die geld verloren hebben omdat ze dachten gouden bergen te kunnen krijgen terwijl ze het geld eigenlijk voor andere doeleinden nodig hadden. Marijnissen zal zich zeker niet bemoeid hebben indien er veel winsten waren behaald. Zo zie ik hem bijvoorbeeld ook niet in beeld bij hedgefondsen of speculanten die grote winsten halen. Nee, alleen als hij zichzelf prominent kan maken door zich achter het leed van anderen te scharen is deze man er wel. Jan je zou moeten denken aan voorkomen (dus reageren in 1998) inplaats nu het te laat is !!!
    Ik zou mezelf schamen !

    Reactie door Norbert — woensdag 7 september 2005 @ 22.48 uur

  41. Iedereen die ooit betrokken was bij leasebeleggen moet denk ik eerlijk zijn. Toentertijd groeiden de aandelen de hemel in en was het prima dat je aan die handel meedeed. Winst maken. De burger kan zich nu achter onwetenheid schuilen maar zal in vele gevallen waarschuwingen in de wind hebben geslagen vanwege de mogelijke winsten.
    Aan de andere hand heb je de adviseurs van alle rangen en standen die meer provisie konden verdienen met deze producten en zich daardoor graag lieten leiden.
    Beide groepen hadden op dat moment gelijk. Beide groepen hadden achteraf gezien kritisicher moeten zijn en eerder in moeten grijpen toen de beurs daalde.

    De wijze les voor de toekomst is naar mijn mening NIET de nieuwe Wet Financiele Dienstlverlening. Die heeft zelfs nadelen voor de gemiddelde burger. Je tekent bijvoorbeeld voor een advies waar je op dat moment vaak de reikwijdte en de risico’s niet van kent.

    De wijze les is WEL dat de burger zelf een eigenverantwoording heeft en NOOIT iets tekent dat hij niet bevat of kan overzien.

    Reactie door Joop Lemmens — woensdag 28 september 2005 @ 7.36 uur

  42. Wie kent gedupeerden van VSB’s “SPAARPOLIS INTEREFFECT WARRANTS”?
    Verkocht in 1990/1991.

    Reactie door Miralda — zaterdag 8 oktober 2005 @ 13.35 uur

  43. Geplaatst door wreker, niet in opdracht van, maar omdat het moet!!

    Hoe kan ik mede gedupeerden bereiken en informeren over de mogelijkheden die er zijn.
    Veel gedupeerden weten nog niet wat de mogelijkheden zijn voor hun aandelenlease problemen.
    Via de media is er af en toe een bericht.
    Advertenties plaatsen is te duur.
    Wat wel een mogelijkheid is, is stickers plakken op munten.
    Er zijn al een paar weken stickers voorradig en gratis verkrijgbaar.

    Sticker actie voor munten
    Er zijn stickers verkrijgbaar die op muntstukken van 50 eurocent en twee euro geplakt kunnen worden.
    Doel is om zoveel mogelijk gedupeerden te informeren dat er mogelijkheden zijn voor hun aandelenlease problemen en dat er een belangenbehartiger is die hun daarbij helpt.
    Iedereen kan deze stickers gratis bestellen via info@platformaandelenlease.nl
    Help mee onze mede gedupeerden te informeren, bestel stickers en plak ze op de munten.
    Ook zijn er informatiekaartjes om op te hangen bij supermarkten e.d., kijk op http://www.platformaandelenlease.nl in het menu onder Oproepen.

    Reactie door wreker — woensdag 12 oktober 2005 @ 22.51 uur

  44. Er zijn hier boven enkele “minderbegaafden” die het hebben over “eigen schuld dikke bult”. Ik gun het jullie of jullie kindertjes en overige familie van harte dat ze ook eens te maken krijgen met zo’n zogenaamde bank, en eens op een dusdanige manier bij de poten worden genomen (door die kloot tussen personen) dat ze er hun leven lang niet meer bovenop komen. Dan spreken wij ons nog. En dan zie je eens hoe, en op welke vuile gehaaide manier dat soort grijpgraaiers iemand bij de poten neemt. Het zijn meester oplichters, net als b.v. zakkenrollers wat ze vaker op televisie tonen 98% van jullie soort pakken ze.
    In geheel Europa is dat soort praktijken wat die banken hier met de hardwerkende burger hebben uitgevreten strafbaar, maar in deze bananenrepubliek wordt dit door een heel klein miezerig visje, genaamd zalm vrijgegeven. De Europese rechters denken hier echter anders over, en wij pakken dat tuig waar we ze maar kunnen. Wij gedupeerden gaan dit keer tot in het gaatje. Deze zaak gaat hoe zeer het huidige kabinet ook zijn best doet om het te verdoezelen NIET in de doofpot.

    Reactie door Jac — woensdag 26 oktober 2005 @ 17.30 uur

  45. Zalm, Vroeger was ik er gek op, gezond goed voor hart en bloedvaten, maar de huidige zalm ligt zwaar op de maag en veroorzaakt kanker. Wij zijn op een zo’n godsgeloeiende vuile smerige wijze tot twee keer toe in korte tijd opgelicht door zowel Dexia als Aegon, waarvan ik glasharde bewijzen heb en zelfs bandopnamen, dat ik dat visje hierboven het liefs in een pot met salpeterzuur zou willen sodemieteren. Ik zal mijn gelijk halen, desnoods bij de hoogste Europese rechters. Dit drama zal de bandieten de komende decennia de nodige zetels kosten.
    Ik heb zelfs aangifte bij de politie gedaan omtrent de tussenpersoon, maar zij weigerde de aangifte officieel in hun bestand op te nemen. Wel kwam de politie mij enkele dagen later informatie over deze man genaamd Harry Hendrix vragen, het bleek dat ze deze man sinds geruime tijd zochten wegens enkele andere oplichtingszaken. Alleen wij werden in de steek gelaten. Nederland, de grootste bananenrepubliek ter wereld. Als wij geen kind hadden, ging ik er als een speer vandoor uit dit apenland. Ba.

    Reactie door Jac — woensdag 26 oktober 2005 @ 17.31 uur

  46. Als ik zie met welke relatief kleine bewijzen deze oplichters verliezen, dan heb ik nog héél wat meer achter de hand waar de bastaarden van zullen opkijken. Ik heb tot nu toe de meest harde bewijzen van oplichting die ik tot nu toe heb kunnen vinden via internet. Dus Dexia en Aegon cq Spaarselect maak je borsten maar nat. Incl. politiek Den Haag.

    Reactie door Jac — woensdag 26 oktober 2005 @ 17.31 uur

  47. wij zijn ook opgelicht door een tussenpersoon: H. Hendrix. Nou zijn wij benieuwd of dit die Harry Hendrix is uit reactie nr.45.Kan iemand ons helpen?

    Reactie door john — donderdag 4 mei 2006 @ 23.48 uur

  48. Dag john,
    Reactie nr.47.
    Ik heb zeer veel informatie over Harry Hendrix. Ik zou graag met jullie via Jan Marijnissen in contact willen komen. Ik durf met zekerheid te stellen dat het om dezelfde persoon gaat.
    Groeten, Jac.

    Reactie door Jac Peeters — dinsdag 9 mei 2006 @ 23.47 uur

  49. John reactie nr. 47, ik kan je bewijzen of het om dezelfde Harry Hendrix gaat.
    Hij is reeds op TV geweest bij RTL-4 opgelicht. Neem a.u.b. contact met mij op.
    Er zijn veel meerdere personen cq gezinnen welke door deze meester oplichter zijn beetgenomen. Hij werkt o.a. voor Aegon als tussenpersoon.
    Groeten, Jac.

    Reactie door Jac — woensdag 10 mei 2006 @ 19.22 uur

  50. Hallo Jac,

    Sorry voor de late reactie, maar ik wil graag met u in contact komen, maar hoe doen we dat? Misschien wil Jan Marijnisssen ook reageren?

    groetjes John

    Reactie door john — maandag 22 mei 2006 @ 0.39 uur

  51. Dag John,

    Ik heb Jan Marijnisssen gevraagd om mijn e-mail adres aan je door te geven.
    Hopelijk gaat dit lukken.

    Groeten, Jac.

    Reactie door Jac — vrijdag 26 mei 2006 @ 23.45 uur

  52. Beste heer marijnissen kunt u mij ook het e-mail adres van jac geven ook ik heb nog een appeltje te schillen met harry .H
    maar kan hem niet vinden.

    Reactie door rik — dinsdag 7 november 2006 @ 23.28 uur

  53. Dag heer marijnissen.
    Wilt u s.v.p. ook John reactie nr.50 d.d. 22 Mei 2006 mijn e-mail adres doorgeven?

    Reactie door Jac Peeters — donderdag 9 november 2006 @ 12.48 uur

  54. Beste heer Marijnissen,
    Nog een gedupeerde, zou ik ook het e-mail adres mogen van Jac?
    Alvast bedankt

    Reactie door Hanny — maandag 14 mei 2007 @ 21.05 uur