Thijs Coppus: Pleidooi voor meer huiselijkheid

Zaterdag 14 januari hebben een twaalftal cursisten hun twee-jarige SP Masterclass afgerond. Ter afsluiting moesten ze een toespraak houden voor een volle zaal over een relevant en tevens controversieel onderwerp. De toespraken staan de komende tijd één voor één ter discussie op dit log.

Thijs Coppus – Pleidooi voor meer huiselijkheid

Thijs Coppus

Een paar maanden geleden werd ik aangesproken door een mevrouw wiens echtgenoot in een verpleeghuis woont. Niet lang daarvoor had ik op mijn weblog geschreven over mijn ouders die een kat hebben gekocht.
De vrouw – Laat ik haar Jo noemen – had mijn verhaal gelezen en wenste dat haar man ook zo’n kat zou kunnen krijgen.
De echtgenoot van Jo woont noodgedwongen op een verpleegafdeling voor ouderen die dementeren. Na een leven lang samen te zijn geweest, maakte de ziekte van haar man het onmogelijk om bij elkaar te blijven wonen.
Jo vertelde over de klinische omgeving waarin haar man terecht was gekomen. Geen huisdieren, geen gelegenheid om zelfstandig naar buiten te lopen en geen mogelijkheid om samen aan tafel de aardappelen te schillen.
Alleen een lange gang met projectmeubelen, personeel in uniform, toiletrondes en steriele kamers.

We willen zo goed voor onze ouderen zorgen dat de normale dingen niet meer kunnen. Geen huisdieren want misschien heeft iemand wel een allergie, geen aardappelen schillen want misschien snijdt iemand zich dan wel, niet naar buiten want misschien wordt iemand dan verkouden en vooral veel gemalen voeding, want anders verslikt iemand zich misschien.
Het leven dat mensen voor de opname in het verpleeghuis hadden, wordt hierdoor in een klap weggevaagd.
Simpelweg omdat het ontbreekt aan huiselijkheid.

De generatie ouderen die nu in verpleeghuizen woont, is veelal opgegroeid in hechte, grote gezinnen. Men moest hard werken, maar het gezin en de sfeer in huis stonden voorop.
Deze laatste twee aspecten vormen een belangrijk onderdeel van de belevingswereld van de huidige groep ouderen. Zeker wanneer ze dementeren en in hun hoofd steeds verder terugkeren naar het verleden.
Medisch gezien is het misschien ideaal om deze mensen hun dagen te laten slijten driehoog aan een lange gang, maar de vraag is of dit uit sociale overwegingen zo’n goede zaak is.
Of zoals Jo het formuleerde: ‘het is er goed want het personeel doet haar best, dus eigenlijk mag ik niet klagen. Maar het is er zo stil en we kunnen de gewone dingen niet meer doen.’

Gelukkig lijkt de ouderenzorg de laatste jaren in beweging te komen. Grootschalige instellingen verdwijnen langzamerhand. Hiervoor in de plaats komen groepswoningen, kleinschalige woon/zorgcomplexen en appartementen voor senioren.
Aan de basis van deze ontwikkeling, ligt de gedachte dat ouderen meer nodig hebben dan alleen maar zorg. Aandacht voor een prettige woonomgeving, sociale contacten en de mogelijkheid om hobby’s uit te oefenen, zijn misschien wel net zo belangrijk als goede medische zorg. Wonen, welzijn en zorg kunnen niet apart gezien worden. Pas wanneer ze een geheel vormen kan er serieus voldaan worden aan de wensen en behoeften van ouderen die zorg nodig hebben.

Deze manier van denken heeft tot gevolg gehad dat er meer ruimte voor samenwerking is gekomen. Samenwerking tussen verschillende instellingen, maar ook een verdere samenwerking binnen de instellingen zelf.
Doordat het welzijn steeds meer centraal komt te staan werken verzorgenden en verpleegkundigen vaker samen met medewerkers van de huishoudelijke dienst, activiteitenbegeleiders en mensen zoals fysiotherapeuten. Het valt te vergelijken met een gewoon huishouden. Hier heeft weliswaar iedereen zijn eigen taken, maar het uiteindelijke doel is alles draaiende houden en bovenal een goede sfeer.

Terwijl de echtgenoot van Jo nu nog aardappelpuree uit een pakje krijgt, kan hij straks misschien zelf de aardappelen schillen.

Tegelijkertijd met deze ontwikkeling, valt er nog een andere ontwikkeling te bespeuren. En dat is de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). De regering is een aantal jaar bezig met de voorbereiding van de invoering van deze wet. Een belangrijk gevolg van invoering van de WMO, is dat de uitvoering van een aantal voorzieningen die voorheen binnen de normale verzekering (de AWBZ) vielen, onder de verantwoordelijkheid van gemeenten komen te vallen.
Volgens de regering hebben mensen ongeacht hun mogelijkheden, een grote eigen verantwoordelijkheid. Ook als het gaat om het kiezen van zorg.

Invoering van de WMO zal de huidige vernieuwingen binnen de ouderenzorg een halt toe roepen en in een aantal gevallen zelfs terugdraaien.
Want in de eerste plaats zullen instellingen en organisaties voor ouderenzorg meer met elkaar moeten gaan concurreren in plaats van samenwerken. Gemeenten gaan bepalen met welke aanbieder ze in zee gaan. In veel gevallen zal dit de goedkoopste aanbieder zijn.
Dit kan er ook toe leiden dat instellingen steeds vaker diensten zoals de huishoudelijke zorg en de dagbesteding afstoten of omzetten tot een commerciële dienst.
Iedereen met een gezond verstand kan op zijn of haar vingers natellen dat dit grote gevolgen voor de samenwerking binnen de ouderenzorg zal hebben.
In de tweede plaats zal er een wettelijke scheiding tussen wonen, zorg en welzijn komen. Door dagbesteding en huishoudelijke zorg geheel of gedeeltelijk over te laten aan gemeenten, blijven alleen de verzorging en verpleging over. Net nu we beginnen om breder te kijken dan alleen de zorg, draait het kabinet deze ontwikkelingen terug. En nog wel met het argument dat iedereen zelf eigen keuzes moet maken.

Hoe kun je van een dame van 78 jaar, die als gevolg van problemen met het geheugen zit te wachten op een plaats in een verzorgingshuis, verwachten dat ze zelf kiest welke huishoudelijke hulp ze wil en welke aanbieder van dagbesteding ze over de vloer wil hebben?
En hoe kun je van Jo en haar echtgenoot verwachten dat ze een aanbieder van dagbesteding gaan zoeken, terwijl hun belangrijkste wens: meer huiselijkheid, nog niet eens ingevuld kan worden?

De regering wijst iedereen op haar verantwoordelijkheden, maar schuift ze zelf af naar gemeenten en haar burgers.

Want zonder WMO kunnen gemeenten prima hun verantwoordelijkheden nemen.
Deze verantwoordelijkheden moeten zich richten op het scheppen van mogelijkheden, het regisseren van ontwikkelingen en het enthousiasmeren van betrokkenen. Samen met instellingen en lokale verenigingen moeten gemeenten een voortrekkersrol gaan vervullen op het gebied van zorgvernieuwing en welzijn.

Als het gaat om zorgvernieuwing dan moeten gemeenten samen met zorgaanbieders aan de slag met het realiseren van groepswoningen, reguliere woningen en appartementen voor ouderen. Gemeenten moeten zichzelf als doel stellen dat er zich over 10 jaar geen grootschalige instellingen voor ouderenzorg meer binnen hun gemeentegrens bevinden en dat zoveel mogelijk ouderen in hun eigen thuissituatie zorg kunnen ontvangen.
Bij het wélzijn van ouderen hebben gemeenten een regisseursrol. Ouderen die nu in een verpleeghuis worden opgenomen, verbreken alle contacten met verenigingen en instanties waar ze lid van waren. In veel gevallen betekent opname in een verpleeghuis het einde van de maatschappelijke betrokkenheid. Dit moet en dit kan veranderen. Wanneer instellingen voor ouderenzorg veel intensiever samenwerken met welzijnsinstellingen, ouderenorganisaties en verenigingen ontstaat er een lokaal welzijnsnetwerk waarin een tal van instanties samen zorgen voor de daginvulling van ouderen.

Op deze manier doen alle betrokkenen wat ze moeten doen. Gemeenten ontwikkelen samen met burgers en instellingen beleid voor alle ouderen. Instellingen en organisaties kunnen zich richten op het wonen, het welzijn en de zorg van ‘hun’ ouderen en verenigingen kunnen alle ouderen bij hun activiteiten betrekken.

En Jo en haar echtgenoot kunnen hun leven weer be-leven.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

woensdag 25 januari 2006 :: 21.27 uur

15 Comments

15 reacties

  1. Uit ervaring weet ik dat mensen meestal niet zo aardig zijn als zij zich voordoen, en helaas in de zorg werken ook mensen en daaraan heb ik een trauma overgehouden.
    Had niets met “systeem” of “te weinig middelen” te maken, maar huichelen, liegen en bedriegen, tot aan de laatste adem. Nightingales ja. Het tv-programma “ongelofelijke verhalen” kwam mij dan in het geheel niet als ongelofelijk voor, helaas.

    Steeds vaker hoor ik nu hoe mooi het zou zijn om je eigen huisdier (niet een ander voor de voeten te kunnen laten lopen)in verpleeghuizen e.d..

    Begrijpelijk dat het moeilijk is, maar misschien moet je even wat verder doordenken.

    Nl. in ziekenhuizen e.d. zijn veel mensen slechtziend, slecht ter been, gedesorienteerd en wat al niet meer. Dus als iedereen nu naar believen zijn eigen huisvee daar ook nog eens wil laten verzorgen en laten rondlopen ?..

    Honden geven (b.v. al in flats) ontzettend veel overlast met hun geblaf en gejank, dus dan ook nog es in ziekenhuizen e.d. opnemen ?

    In bejaardenhuizen breek je al je benen aan rollators (in veel te smalle gangen), dus moet daar ook nog es van alles tussendoor rennen, tussen al die zwakkere mensen ?

    Daarnaast lijkt me dat een veelheid aan diverse huisdieren de komst van ziekmakende bacterien zeer te verhogen.

    Alternatief ? Knuffeldier, maar ja dat is niet echt. Guppies in een vissekom ? maar ja dan zijn niet aaibaar.

    Maar om dan maar te zeggen “laat iedereen voortaan zijn eigen huisdier ook maar meenemen” lijkt me wel een hele gemakkelijke redenering.

    Reactie door verkouteren — woensdag 25 januari 2006 @ 22.29 uur

  2. @Verkouteren: het is inderdaad lastig om in reguliere verpleeghuizen een paar katten of honden los te laten.
    Daarom moet er echt iets veranderen. Ouderen horen hun laatste dagen niet aan een lange gang te slijten. Daarom moet er veel meer aandacht komen voor zaken als groepswoningen voor ouderen. Want op kleine schaal is het wel mogelijk om huisdieren te houden. In Nederland zijn een paar goede voorbeelden van woongroepen voor ouderen waar mensen naast een hond ook een tuin met groenten en konijnen hebben. Kan het nog huiselijker?
    Ook medisch gezien heeft dit positieve gevolgen. Er hoeft bijvoorbeeld minder rustmedicatie gegeven te worden en ook wordt er minder incontinentiemateriaal gebruikt.

    Reactie door Thijs Coppus — woensdag 25 januari 2006 @ 22.57 uur

  3. Het is dieptriest dat ouderen hun laatste dagen zo moeten slijten.
    Kleine woonvormen werken ook voor gehandicapten en psychiatrische patienten. Dus inderdaad waarom niet voor ouderen, zodat ze in ieder geval de laatste levensjaren als normale mensen door kunnen brengen.

    Reactie door Patrick — woensdag 25 januari 2006 @ 23.38 uur

  4. Oh, jee, de gezondheidszorg, ik wilde maar dat de werkers wat meer op de barricades gingen!Ik heb er 24 jaar, als verpleegkundige, in vertoeft, zowel in reguliere ziekenhuizen, als gehandicaptenzorg, thuiszorg, kleinschalig en grootschalig en sorry maar ik heb mijn buik ervan vol, ik heb te veel beelden op mijn netvlies, dat ik regelmatig nachtmerries heb!Ik gun alle mensen die afhankelijk zijn van zorg zoveel meer dan wat de maatschappij er blijkbaar voor over wil hebben!
    Deze nieuwe wet zal het niet beter maken, sorry het is bezuinigingsronde nummer tig, voor mij, ik haak af!
    Heb vorig jaar mijn diploma peuterleidster gehaald en mijn EHBO kinderen en ook in kinderland is het de ene ellende na de andere.Nederland verdient beter maar krijgt het niet, ik vraag me af hoe dat toch komt!

    Reactie door Sabineke van Schie-Pleines — woensdag 25 januari 2006 @ 23.53 uur

  5. @Thijs Coppus, Maar graag huiselijkheid voor de oudjes en de jongeren en werkers in de zorg!En minder papier, die zorgdossiers vertonen hetzelfde gedrag als de bevolking, ze dijen maar uit en verder wordt er niet veel mee gedaan!

    Reactie door Sabineke van Schie-Pleines — donderdag 26 januari 2006 @ 0.15 uur

  6. Goede doelstelling w.b. de gemeenten, om
    over 10 jaar geen grote zorginstellingen
    voor ouderen binnen hun gemeenten te heb-
    ben!! Vraag is:hoe krijg je die gemeenten
    zover? Ook gewóne woningen verdwijnen steeds méér naar de vrije sector. Wáárom zouden ze water bij de wijn doen, als het
    ouderen betreft? Zie b.v. in A’dam een
    linkse coalitie nog niet gebeuren. Maar hóe moet het dan wél?
    Gun Jo en haar echtgenoot méér, dan van
    harte, hun zelfgeschilde aardappelen voor
    de purée en óók nog hun zelfgemaakte appel-
    moes…….hoop eveneens van harte, dat
    dit over 10 jaar haalbaar wordt!!

    Reactie door Reintje — donderdag 26 januari 2006 @ 0.31 uur

  7. Als ik in Engeland kijk naar de paar huizen die ik heb mogen zien, dan zie ik wel degelijk huiselijkheid. Nee, ze mogen hun eigen huisdier niet meenemen en dat kan ook niet. Maar men doet wel zijn uiterste best dit dier onder te brengen op een goede plek. In de huizen zelf zijn wel degelijk katten terug te vinden. Die wonen daar. Het zijn de “Huis”katten. En buiten staan konijnen. De stoelen mogen projectmeubelen zijn, ze zijn comfortabel en lijken op de luie stoel thuis. Je kunt ze alleen niet verstellen in hoogte en zo. Maar ze zijn echt comfortabel. In de recreatieruimtes lijkt het op een grote woonkamer en er ligt vast tapijt. Er staat een allegaartje van gewone meubels en van die speciale leunstoelen. Er hangen gordijnen en er staan planten en als er alleen maar gezellig gepraat wordt, staat vaak de radio aan. TV kijken kan en er zijn videofilms en veel, veel boeken. De huiskat was toen niet binnen, maar ik zag haar buiten lopen naar een zonnig plekje waar ze zich oprolde en ging slapen. Hun tuin, door henzelf verzorgd, heeft een prijs gewonnen. Het andere huis was vrijwel identiek, maar hier woont ook een hond die lui voor de open haard ligt. Ja, die is er ook. Het is er rommelig en hier en daar wat aftands met wat slijtage en zo, maar het is er wel GEZELLIG! Het kan dus. En niet alle bewoners zijn nog gezond en fit. Sommigen hebben Alzheimers, anderen zijn blind en/of doof. En ja, soms zijn er ruzies. Niets steriels aan…

    Reactie door Lydia — donderdag 26 januari 2006 @ 10.22 uur

  8. @Lydia, maar dat is denk ik een bejaarden tehuis en geen verpleeg tehuis, volgens mij is nursinghome een bejaarden tehuis maar ik kan me vergissen.
    Verpleegtehuizen hier zijn meer als een gewoon ziekenhuis, veel sterieler.

    Reactie door Sabineke van Schie-Pleines — donderdag 26 januari 2006 @ 10.32 uur

  9. @5 Sabineke,

    de “noodzaak” om te administreren zit ons in het bloed. Van uit de calvinistische leer is de mens opgedragen om al zijn daden te verantwoorden, het liefst op papier zodat later daaruit lering uit getrokken kan worden. De dagelijkse praktijk is dat 80% van de tijd/budgetten wordt besteed aan administratie. Niet alleen in de zorg maar vrijwel overal in de Nederlandse samenleving vindt verpapierisering plaats. Helaas herkennen we dit niet allemaal of lijden sommigen misschien aan het “Eichmaan-complex” een ziekelijke drang om je daden op papier te zetten om zo bij je superieuren in een goed blaadje te komen. In andere landen weten ze wel met minder administratie en minder budget goede zorg te verlenen. Helaas leven wij in de wie schrijft die blijft democratie.

    Reactie door Harm Groenendijk — donderdag 26 januari 2006 @ 11.23 uur

  10. Ja, Harm, we vertrouwen elkaar niet, misschien wordt het tijd dat we dat wel weer gaan doen, je mag toch uitgaan van gedegen opleidingen, alhoewel?

    Reactie door Sabineke van Schie-Pleines — donderdag 26 januari 2006 @ 11.30 uur

  11. Jammer, er kan zoveel verbeterd worden aan de zorg voor bejaarden. Dat kost een paar centen, misschien zelfs veel. Het levert zoveel meer op, maar dat kan boekhoudkundig niet verantwoord worden.
    Dus, er wordt weer bezuinigd door onze geliefde regering, met haar korte termijn kort verstand ideologie.
    Geld über alles.

    Reactie door Jan Nijman — donderdag 26 januari 2006 @ 11.45 uur

  12. Is heel goed mogelijk, Sabineke, maar soms lopen die grenzen daar wat door elkaar en in deze huizen in Scarborough en Bridlington wonen ook mensen die echt verpleegd moeten worden. Zolang het kan worden ze uit bed gehaald en tussen de andere mensen gezet, maar ze hebben wel meer hulp nodig. Dat krijgen ze niet alleen van het verplegend en verzorgend personeel, maar ook van hun medebewoners. Het is daar vrij normaal om iemand even ergens mee te helpen. Als je in een bus instapt en je raakt je evenwicht even kwijt als de bus optrekt, dan zijn er gelijk een paar mensen die een hand uitsteken om je overeind te houden en je naar je stoel te helpen. Moet je hier aankomen met zoiets…. Dus wie weet, is het Engelse klimaat wat vriendelijker?

    Reactie door Lydia — donderdag 26 januari 2006 @ 14.03 uur

  13. Die indruk heb ik ook, Lydia maar dat heb je in een aantal bejaarden tehuizen hier ook, gelukkig!
    Verpleegtehuizen zijn meestal echt niet gezellig!

    Reactie door Sabineke van Schie-Pleines — donderdag 26 januari 2006 @ 14.11 uur

  14. Met van alles wat ouderen kan overkomen is
    een toekomstige verzorging eerder te vinden
    in hotelvorm, waarbinnen men ruimte moet
    hebben om een ander te ontvangen, al zijn
    het maar 2 kamer studio’s, maar wetend dat
    er beneden die goedaangelegde tuin is, een
    overdekt terras tevens en een binnenzwembad
    Bussen vol bejaarden die met groot enthou-
    siasme hun vakantie vieren in het buiten-
    land. Een grote foyer, en een sportruimte
    zorgen voor de mogelijkheid elkaar te ont-
    moeten en men weet zich goed en gezellig
    onderdak, maar ook volkomen vrij. De bejaar
    de mens die aan strikte kleinschaligheid
    moet deelnemen (die trouwens veel meer kost) is niet zelden al snel uitgekeken op
    zijn medebewoners. Die mens die pas een
    toewijzing voor een dergelijke besloten woongemeenschap krijgt als hij al het één
    en ander (soms ook in hersen-aanleg) aan
    het mankeren is en zienderogen achteruit
    gaat. Als de afgunst hier en daar al groot
    is in reguliere bejaardencentra van 300
    mensen, doordat men veel te veel op elkaar
    is gaat létten, is het ‘kleinschalig’ op
    elkaars lip zitten, vrágen om ruzies, daar
    waar niet zelden ouderen toch al soms vrij
    vroeg weer opnieuw een ‘éénkennig’ gedrag
    vertonen en men elkaar wel degelijk stevig
    zal willen kapittelen op de om beurten op
    zich te nemen ‘verzorgingstaken’.
    Zonder grondige begeleiding kan er al snel
    door de sterksten een ongewenste dominantie
    ontstaan die óngezond gevonden wordt en ook
    bedreigend.
    Kijk naar de voorbeelden van kleinschalig
    wonen, ook naar ‘ergens nog goed funktione-
    rende’ veel jongere mensen, maar toch door
    een handicap, die zowel lichamelijk als
    en/of geestelijk kan zijn, toch geen kans
    zien ‘de vrede te bewaren’.
    Persoonlijke begeleiding wordt dan verleend
    in een aantal uren per week en is het ook
    financieel niet haalbaar een ‘begeleidings-
    kantoor intern’ de hele week bemand te laten zijn.
    Bij onvolledig funktioneren en zeker bij
    ouder worden overkomt mensen dan een vorm
    van wantrouwen, agressie, en ‘lelijk’ gedrag (dat men voordien nooit tegenkwam),
    waardoor het bij elkaar op een ‘kluitje’
    zetten, alleen maar nog benauwender wordt.
    De meeste bejaarden van stráks, zijn nú
    rúimte gewend. Dié bejaarde wil ook in de
    toekomst niet altijd laten weten wat pre-
    cies zijn plannen zijn of dagindeling is,
    en dat moet ook privé kunnen blijven. Dát
    is uitgesloten als je snel de kans loopt
    dat er op de gekste momenten aan je gevraagd gaat worden, ‘waar je eigenlijk
    mee bezig bent’.
    Niet voor niets komen er mensen straal ent-
    housiast terug van hun overwintering op
    Benidorm: ze zijn vrij, maar weten elkaar
    te vinden en komen zij elkaar tegen op een
    Boulevard, ontstaan dáár de kontakten die
    al dan niet worden voortgezet in of de lounge van het eigen hotel (om mee te be-
    ginnen)danwel in dat van die ander.
    Op die manier blijft er de mogelijkheid el-
    kaar in die ‘gemeenschappelijke grote
    ruimte te kunnen ontmoeten’ zonder een stap
    ook buiten de deur te hoeven zetten, om dan
    in 2e termijn de banden persoonlijk nauwer
    aan te halen in een later stadium: dat IS
    bij kleinschalig wonen uitgesloten en blij-
    ven, juist door die te korte lijnen, commu-
    nicatiestoringen absoluut niet uit!
    Ouderen worden niet allemaal gezond oud en
    dié blijven desnoods tot hun 90ste gewoon
    thuis, en de minder gezónde mens trékt die
    aanpassing niet meer, op elkaars lip geze-
    ten, en wordt er hypernerveus van, onzeker
    en blijven ongelukken niét uit!
    De échte ‘lieverds’ onder hen zijn dupe
    nummer één !!
    Veel meer leren uit het heden, moet onze
    visie worden op de toekomst!
    Het houden van een huisdier zet ook mede-
    bewoners onder druk als daarop gepast moet
    worden en soms met moeite gehanteerd, om
    van hygiënisch onderhoud nog maar niet te
    spreken, noch het scheiden van bezigheden
    mbt de evt. gemeenschappelijke keuken.
    Veel jongbejaarden klagen als ze wat lichte
    huishoudelijke bezigheden aan hun eigen
    ruimte moeten doen en over de driegangen
    menu’s en willen alleen maar lekker eten,
    veel ontspanning, rust en vooral vrijheid!
    Huiselijkheid zit hem in kleine dingen en
    niemand die, gezellig aan een glaasje ge-
    zeten in de lounge, er zin in zal hebben de
    eigen aardappeltjes te gaan schillen.
    De meeste bejaardenzijn dolblij de maaltijd
    voor de neus te zien verschijnen en krijgen
    die in het bejaardenrestaurant en doet er
    zijn kontakten op. Sommigen van hen hebben
    hun leven lang moéten koken en kunnen geen
    pan meer zien, dolblij met deze service.
    Dat men dan binnenskamers iets lekkers wil
    klaarmaken, voorzover dát uit brandveilig-
    heidsoogpunt wordt toegestaan en dáár wordt
    in het algemeen zeer streng op gelet, is
    dan mooi meegenomen, maar wordt dus verder
    als ondergeschikt nadeel ervaren.
    Niet zelden zijn écht ouderen ook heel moe
    en moeten toch al een dagdeel slápen en
    komen tijd te kort zich in hun eigen centrum te vermaken, waar men als bewoners
    commissie de eigen wensen nadrukkelijk ken-
    baar kan maken, mbt hobbyruimte, biblio-
    theek etc. Ook mensen zonder kip of kraai
    en geestelijk nog zo fit mogelijk weten zich aan te passen aan een zo leefbaar moge
    lijk gehéél. Zij die dat niét kunnen, had-
    den dat in hun léven ervoor, ook al niet
    voor elkaar, maar genoeg die niet te oud
    bleken om het alsnog te (willen) léren!
    Begrip moet er zijn voor gemakkelijk schoon
    te houden meubilair dat ook licht in gewicht moet zijn om gemakkelijk te doen
    verplaatsen (ook door de bejaarde zelf).
    Planten, aquarellen, pastel getinte muren
    kunnen wonderen doen en voorkomen wordt dat
    ruimte duisternis en naargeestigheid uit-
    stralen, niét zónder réden.
    Welzijnsorganisaties kosten geld en moet
    voldoen aan de ontspanning van de bejaarde,
    en hen zelf mede verantwoordelijk maken voor de uitvoering ervan (kunnen slechts
    weinigen -in regelmaat- toezeggen) en staan
    dan toch onder druk die men áchter de scher
    men zegt toch wel belástend te ervaren.
    Je moet binnen zo’n ouderengemeenschap echt
    gewérkt hebben om e.e.a. te onderkennen en
    aan élke bejaarde zitten twee kanten:bui-
    ten én binnenkant!
    Het mooie van grotere, aangepaste bejaar-
    denhotels is, dat men er ook enkele logeer-
    units in kan projecteren, goed voor noodge-
    vallen, familie en bekenden, maar ook door
    de gemeente te gebruiken als noodvoorzie-
    ning voor inwoners in bijzondere omstandig-
    heden. De gemeente zélf zou een aparte
    etage kunnen claimen met eigen ingang als
    hotel, waarbij de gasten uitdrukkelijk ge-
    zegd wordt zich naar de huisregels te moe-
    ten gedragen wil men voor een reservering
    in aanmerking komen. Zo kunnen bejaarden
    dan toch ook hun eigen logé’s van verre
    ontvangen. Aangenaam maken en gemeentelijke
    ruimten multifunktioneel zou eens vooruit
    bedacht kunnen worden, dan na ongebleken
    voldoende geschiktheid de zaak maar weer
    eens voor héél véél geld extra te verbouwen
    en zelfs in 1960 had men kunnen weten dat
    je een bejaarde tekort doet door hem 1 kamer toe te wijzen van 3.60 bij 3.60,
    waarin hij zich de rest van zijn leven moet
    zien te ‘verpakken’(een verplicht bed is al 1 bij 2 meter! Vráág me niét hoé de ar-
    chitekten woonden, en laat me niet opnieuw
    kwaad worden over de bij Wet gerégelde af-
    standsnormen! Zelfs in 1980 werden het aan-
    recht in de kookhoek nog niet op wérkhoogte
    opgesteld, terwijl de gemiddelde lengte van
    de Nederlander in de afgelopen jaren is
    toegenomen en niet gelijk gesteld kan worden aan de eetkamertafelhoogte waaráán
    men doorgaans zít!
    Huiselijkheid gecombineerd met comfort én
    aanpassing van de bejaarde is goed mogelijk
    als men de spelregels niet van bovenaf op-
    legt alszijnde het meest werkbare model!
    De bejaarde van 2020 zou er wel eens héél
    anders over kunnen denken!

    Reactie door Madelief — vrijdag 27 januari 2006 @ 6.54 uur

  15. na zelf enige tijd in een verpleegtehuis te hebben gewerkt ben ik het helemaal eens! mensen zijn zo bang voor dingen die daar voor nog heel normaal waren er mag geen deur meer worden open gezet want stel je voor dat iemand verkouden word!

    een huisdier op de afdeling gaat misschien wat ver maar laar dan iig een knuffelhond komen 1x in de week of neem een konijn voor buiten en laat dat af toe naar binnen komen!

    die mensen zijn al zoveel kwijt geraakt door dat ze in een zo’n tehuis komen moeten maar moeten we dan ook nog hun eigenwaarde afpakken door van al het eten een puree te maken?

    Reactie door sanne — maandag 13 november 2006 @ 16.44 uur