Tot slot

Ik heb gemerkt dat twee eerdere interviews met mij de afgelopen week, toen ik op vakantie was, nogal wat stof hebben doen opwaaien. Sommigen hebben wel erg selectief gewinkeld in mijn uitspraken… Ik wil er tot slot nog dit over zeggen.

Eerst de reacties op mijn opmerkingen naar aanleiding van een vraag over de ‘War on terror’. Ik geloof dat die ‘oorlog’ nooit te winnen is zonder ‘de poel’ waarin terroristen gedijen droog te leggen. Met die poel bedoel ik de omgeving: armoede, uitzichtloosheid en willekeur. Die strijd zal nooit gewonnen kunnen worden indien wij alleen zèggen dat wij het beter voor hebben met de mensen, maar het nooit laten zien, nooit bewijzen. Terroristen die het gemunt hebben op de levens van onschuldige burgers moeten worden opgepakt, berecht en hard gestraft. Dat geldt – wat mij betreft – voor individuen, organisaties en landen.

Onderdrukking en uitbuiting roepen per definitie verzet op. Er zijn vele voorbeelden uit de geschiedenis te noemen die deze stelling bewijzen. Ook is het zo dat het woord ‘terrorist’ te pas en te onpas wordt gebruikt, en niet zelden wordt misbruikt door mensen en systemen die zelf niet willen deugen.

Ik vind het erg vervelend voor de mensen uit het voormalig verzet dat een aantal van hen mijn vergelijking met het Midden-Oosten hebben opgevat als een gelijkschakeling. De vorm van het verzet hier was van een totaal ander karakter als de praktijken van bijvoorbeeld Hezbollah en Hamas. Voor het Nederlandse verzet heb ik de grootst mogelijke bewondering, zij deden wat anderen niet durfden: opkomen, met gevaar voor eigen leven, voor een door de Nazi’s onderdrukte en vernederde bevolking en met name voor de Joodse Nederlanders, die door de nazi-horden werden gevangen, gedeporteerd en uitgemoord. Zij stelden niet zichzelf maar het belang van andere mensen voorop, en betaalden voor die solidariteit soms de hoogste prijs. Daarmee verdienen onze verzetsstrijders voor altijd ons respect. Mocht ook maar één oud-verzetsstrijder mijn woorden anders geïnterpreteerd hebben dan vind ik dat heel erg. Ze zijn juist een van mijn grote inspiratiebronnen.

Dan het gesprek met Bernhard Hammelburg bij BNR:

De SP zou samenwerking met Balkenende zoeken.
Dat heb ik echter nooit beweerd. Dat zou ook raar zijn: we voeren juist al jarenlang keiharde oppositie tegen Balkenende en zijn vrienden van de VVD. In het bewuste interview met BNR heb ik gezegd dat de SP een christelijk-sociaal CDA nooit pertinent heeft uitgesloten voor eventuele samenwerking. Onze inzet is en blijft wat ik al jaren bepleit: een coalitie zónder CDA en VVD.

Ik zou kost wat kost minister willen worden, ‘op het pluche’ volgens de Telegraaf, die trouwens de SP ‘ontdekt’ lijkt te hebben. (Ga zo door, heren!)
In het interview zeg ik juist dat ik vind dat de SP – in geval de partij zou toetreden tot een kabinet – vooral de beste man/vrouw moet nemen voor bestuurlijke posten. Ik blijf graag fractievoorzitter, en laat het bestuurlijke werk graag over aan vakmensen met een staat van dienst op hun vakgebied, maar als het moet ben ik beschikbaar en stel ik geen eisen vooraf.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

dinsdag 25 juli 2006 :: 11.17 uur

Reacties uitgeschakeld