‘Als de SP het voor het zeggen had’

Intermediar vraagt elke lijsttrekker hoe zij Nederland zouden bestieren wanneer ze het in hun eentje voor het zeggen hadden.
Intermediar, 14 november 2006

De eerste honderd dagen van een nieuwe regering kunnen doorslaggevend zijn voor het welslagen van de hele regeerperiode. Wat zouden Nederlandse politieke leiders, met de verkiezingen in het vooruitzicht, die eerste maanden doen als ze het absoluut voor het zeggen hadden? In een korte serie ontvouwen drie van hen hun plannen. Deze week (slot): Jan Marijnissen.

Jan Marijnissen zit ontspannen onderuit als ik hem spreek op zijn werkkamer in de Tweede Kamer. Hij heeft zijn schoenen uit. ‘Dat past geloof ik niet helemaal bij een premier’, begint de SP-leider als hij mijn blik naar zijn sokken ziet gaan. Maar goed, hij kan zich ook niet voorstellen dat het er echt van zal komen dat hij Balkenende na de verkiezingen van 22 november opvolgt. En een meerderheid gaat zijn voorstellingsvermogen al helemaal te boven. ‘In elk geval komt er dan toch geen kabinet met alleen SP-leden.’

U zoekt toch een coalitiepartner? ‘Waarschijnlijk wel, ja. Maar bij de samenstelling van het kabinet zoek ik in de eerste plaats naar geschikte personen. Partijpolitieke achtergrond komt pas op de tweede plaats, hoewel zo iemand zich natuurlijk wel moet kunnen vinden in het beleid dat gevoerd gaat worden. Ik zou Ad Verbrugge, de oprichter van Beter Onderwijs Nederland, graag hebben. Dat is iemand met visie, die tegelijkertijd de cijfers kent en weet waar het onderwijs behoefte aan heeft. In de zorg zou ik ook een type als Verbrugge willen hebben. Ik kies voor mensen die het eigen denken en handelen ter discussie durven stellen. In de twaalf jaar dat ik hier in Den Haag zit, ben ik vaak geschrokken van de kortzichtigheid.’
Hoeveel ministers wilt u in uw kabinet? ‘Het aantal ministers moet in elk geval worden teruggebracht.’

Het moet een soort raad van commissarissen worden? ‘Met dat soort beeldspraak heb ik niets. Het is dan alsof we in een BV Nederland leven. Dat drukt een denken uit waar de SP nu juist vanaf wil. Het kabinet moet een hecht team zijn dat in goede onderlinge samenwerking werkt aan de toekomst van Nederland. Verder moet er voor de ministers ruimte zijn voor reflectie en het ontwikkelen van visie. Daarvoor is een heel andere organisatie nodig. Je moet de ministers daarom ook losmaken van de ministeries. Nu hebben ze de handen vol aan het leiden van een ministerie en verliezen ze zich in details.’

Hoe ziet u dat voor zich? ‘Alle ministeries worden geleid door een staatssecretaris. Die wordt verantwoordelijk voor zowel de organisatie van het ministerie als de implementatie van de wetten en regels. Die staatssecretaris maakt het werk van de secretaris-generaal overbodig, daar kunnen we dus van af. Het kabinet houdt zich bezig met de grote lijnen.’

Regeerakkoord

Wilt u nog een regeerakkoord? ‘Ja, zeker. Een stevig regeerakkoord is gewoon onmisbaar. Ik doe niet mee aan de mode om te zeggen dat je alle afspraken wel op twee A4’tjes kunt zetten. Maar ik wil wel een ander soort regeerakkoord dan tot nu toe gebruikelijk is. Het belangrijkste is dat wordt uitgelegd waarom we dingen gaan doen.

Belangrijk is dat een regering duidelijk maakt aan de hand van welke nieuwe inzichten ze de komende vier jaar het land gaat leiden. Daar heeft het aan ontbroken. Ik had het net al over het onderwijs. Het is toch onbegrijpelijk dat de meerderheid van de Tweede Kamer bereid is geweest zulke grote veranderingen door te voeren? Zonder ook maar enige bescheidenheid te tonen ten opzichte van de mensen die het werk moeten doen. Er lag geen pedagogisch concept aan ten grondslag. Wie bedenkt nu dat je jongeren in de pubertijd zegt: nu moet je zelf gaan studeren? Terwijl die jongeren dan juist behoefte hebben aan leraren die ze bij de hand nemen en ze inwijden in de geheimen van hun vak.

Of dat je zonder de mensen in het onderwijs daarin te kennen de kleuterschool laat opgaan in de basisschool? Terwijl er wel honderd argumenten waren om dat vooral niet te doen. Als kabinet moet je rekening willen houden met de opvattingen van anderen.’

Wie vraagt u als minister? ‘Ik ga geen namen noemen.’

U noemde zelf die van Ad Verbrugge. ‘Om duidelijk te maken aan wat voor type mensen ik denk. Maar mensen van buiten de politiek schrikken zich natuurlijk rot als ze opeens in de krant lezen dat zij door de SP naar voren worden geschoven als SP-kandidaat. Verbrugge misschien ook wel, al weet hij precies hoe ik erover denk.’ Initiatiefwetten

U kunt toch namen noemen van mensen binnen de SP? ‘Dat zou de indruk wekken dat we ons bij de SP al met die vraag bezighouden. Maar zestig procent van de huisartsen wil Agnes Kant als minister van volksgezondheid. (Lachend.) Dus zelfs als ik haar niet zou willen, kan ik niet om Agnes heen. Het was anders geweest als Wouter Bos vorig jaar was ingegaan op ons voorstel een soort twintigpuntenplan te schrijven voor een eventuele linkse coalitie. Dan had ik ook een soort schaduwkabinet van ongeveer vijftien naar voren willen schuiven.’

Wat wordt uw eerste beleidsdaad als premier? ‘Ik wil iets doen voor de 430 duizend kinderen in gezinnen die onder de armoedegrens leven. De kinderbijslag gaat voor hen met meer dan 260 euro per jaar en per kind omhoog. Dat betalen we door die kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken.’

De middeninkomens betalen het gelag, zeggen CDA en VVD dan. ‘Gezinnen met een inkomen boven de zestigduizend moeten gaan inleveren. Boven de honderdduizend verdwijnt de kinderbijslag helemaal. Ik hoor zo vaak van mensen met een
topinkomen dat ze het vreemd vinden dat ze kinderbijslag krijgen.’

Met welke initiatiefwetten komt u in de eerste honderd dagen? ‘Het zou een fout zijn vanaf dag één een groot aantal wetten door het parlement te willen jagen. Ik ga verschillende conferenties beleggen met gezaghebbende mensen uit het vmbo, het wetenschappelijk onderwijs, het midden- en kleinbedrijf, de wereld van de grootindustriëlen, de zorg; noem maar op. Met hen bespreek ik een maand lang de staat van het land.

Vervolgens maak ik met hen een prioriteitenlijst van wetten die we in korte tijd bij de Tweede Kamer indienen. Ik ga daarmee duidelijk maken dat de regering dienstbaar is. Dat we pas dingen gaan doorvoeren, nadat we dat met de mensen in de sector hebben besproken. Neem de discussie over het vmbo. Op basis van onze kritiek van de afgelopen jaren kun je concluderen dat we vinden dat de hele vmbo weer moet verdwijnen.

Maar het kan heel goed dat de mensen in het onderwijs zeggen: alsjeblieft niet weer een grote stelselwijziging. Dan kun je ervoor kiezen om met veertig kleine wetswijzigingen het stelsel te verbeteren. Door af te rekenen met een van de grootste bezwaren: dat jongeren die bijvoorbeeld automonteur worden, maar moeilijk leren, twee jaar lang theorie moeten doen. We moeten af van al dat pretentieuze gepraat over stelselwijzingen. Hetzelfde geldt voor het zorgstelsel.’

Tegenstrijdig

Maar wordt het daarmee niet nogal vaag wat u voorstaat? ‘In ons programma staat duidelijk welke kant we op willen. Zeker is dat we de macht van de zorgverzekeraars willen inperken. De premies in de zorgsector worden weer inkomensafhankelijk. De no-claimkorting verdwijnt, zodat ouderen en chronisch zieken niet opdraaien voor de hogere kosten in de zorg. Zo kan ik nog veel meer noemen.

Tegelijkertijd moet je wel praten met artsen, specialisten en patiënten. Bijvoorbeeld over wat de beste manier is om de bureaucratie aan te pakken. Zo gaan we ook met het onderwerp jeugd om. We willen meer dan een verhoging van de kinderbijslag voor de gezinnen die het echt nodig hebben. We willen ook meer geld voor consultatiebureaus en jeugdzorg.
‘In zijn algemeenheid zal toch voor iedereen duidelijk zijn dat wij staan voor een Nederland dat meer solidair is? De laagste inkomens gaan er bij ons tien procent op vooruit en we maken een einde aan de verschraling van de publieke voorzieningen.’

Zijn uw wensen soms niet tegenstrijdig? U wilt de greep van de overheid vergroten. Dat leidt toch tot meer bureaucratie en regels? ‘Het omgekeerde is waar. Juist de marktwerking leidt tot bureaucratisering en regelzucht. Om marktwerking te garanderen, begint de overheid namelijk met het instellen van regels, en organisaties om die te controleren. Dat zie je het duidelijkst in de zorg. Marktwerking is daar alleen mogelijk als duidelijk is waar de zorgverzekeraars de goedkoopste behandeling kunnen inkopen. Daarom werken specialisten nu met DBC’s (Diagnose Behandel Combinaties; red.). Al hun handelingen moeten onder een DBC worden ondergebracht. Er zijn er zo’n dertigduizend, enkele honderden clusters. Dat geeft een enorme bureaucratie en maakt dat specialisten per dag één uur kwijt zijn aan het invullen van formulieren in plaats van het helpen van patiënten.

Als bijvoorbeeld is vastgesteld dat een patiënt behoort tot categorie 627, begint een heel circus om vast te stellen waar de behandeling het best kan plaatsvinden. Een patiënt uit Oss gaat dus niet automatisch naar het ziekenhuis in zijn woonplaats, maar kan even zo goed naar Delfzijl moeten, omdat zijn verzekeraar een goedkoper contract afsluit. Je kunt veel winst boeken door dat soort concurrentie af te schaffen.’

Hoe zorg je er dan wel voor dat ziekenhuizen efficiënter werken? ‘Je kunt de prestaties van ziekenhuizen toch onderling vergelijken. Als het ene ziekenhuis beter en efficiënter werkt, dan kun je vragen hoe dat zit en ervoor zorgen dat de zorginstellingen van elkaar leren. Het openbaar vervoer is een ander voorbeeld van hoe meer marktwerking leidt tot minder efficiëntie en meer bureaucratie. Als opstap tot privatisering hebben ze de NS verzelfstandigd en opgesplitst in zelfstandige bedrijfsonderdelen. Het gevolg is dat ze bij de NS veel tijd en geld nodig hebben om alles op elkaar af te stemmen. Wij zullen die verzelfstandiging terugdraaien, net als de privatisering van de busbedrijven. We zullen alles inzetten op goedkoop openbaar vervoer van hoge kwaliteit.’

Bezuinigen

Stel: Het CPB komt na uw aantreden met nieuwe prognoses. Waarop gaat u bezuinigen? ‘In ons programma is nogal wat ruimte om klappen op te vangen. We gaan bij onze plannen namelijk uit van een heel voorzichtig scenario voor de economie: een gemiddelde groei van 1,75 procent. Maar mocht die groei toch lager uitpakken, dan lossen we iets minder staatsschuld af. We houden op de begroting zo’n 0,7 procent over. En als de economische groei hoger uitpakt dan die 1,75 procent, gaan de extra belastinginkomsten in de staatskas. We willen dat geld gebruiken om als overheid te investeren als het economisch tegenzit.’

De werkgevers zullen klagen dat door uw beleid de lastendruk en de loonkosten stijgen, en dus de concurrentiepositie verslechtert. ‘De verhalen over onze concurrentiepositie moet je met een forse korrel zout nemen. Ik lees elk jaar weer in The Economist dat Nederland in de absolute top zit van de landen met gunstige vestigingsvoorwaarden.’

U wilt naar de samenleving luisteren. Zegt u. Geldt dat ook als werkgevers en werknemers tot een akkoord komen waarin staat dat het ontslagrecht wordt versoepeld? ‘Ik hoop dat de vakbeweging haar rug recht houdt in deze discussie. Alleen al omwille van haar geloofwaardigheid. Verder geloof ik niet in versoepeling. Het is nu al erg makkelijk voor werkgevers om van hun personeel af te komen.’

Stel: kort na uw aantreden blijkt dat Duitsland een tekort van boven de drie procent heeft. Gaat uw minister van Financiën protesteren? ‘Ja.’

De SP was toch tegen dat pact? ‘Dat klopt. We denken dat er een fundamentele denkfout is gemaakt bij de totstandkoming van de euro en het sluiten van het stabiliteitspact. Een gemeenschappelijke munt werkt niet als de economische verschillen tussen de landen te groot zijn. Ik denk nog steeds dat er een grote kans is dat wij over twintig jaar afscheid hebben genomen van de euro. Maar zo lang het stabiliteitspact bestaat, geldt het voor iedereen, dus ook voor de grote landen.’

Uruzgan

Kondigt u na uw verkiezing meteen het vertrek van de Nederlandse militairen uit Uruzgan aan? ‘Dat doen we zo snel als verantwoord is.’
Wat is verantwoord? ‘Ik denk dan aan de Spaanse socialistische premier Zapatero. Die had beloofd zijn troepen uit Irak terug te trekken. Maar in overleg met de bondgenoten is toen wel een overgangsperiode van enkele maanden besloten.’

Mocht u toch een coalitie sluiten: is een vertrek uit Uruzgan een breekpunt? ‘Wij zetten in op een links kabinet. De PvdA wil de troepen toch ook terugtrekken?’

De PvdA wil de afgesproken termijn van twee jaar uitzitten. ‘Nee, het moet korter dan dat zijn. Maar ik laat me niet verleiden tot de uitspraak dat het een breekpunt voor ons is. We speken toch over een situatie waarin de SP over een meerderheid beschikt? Het hoofdpunt is dat er een einde komt aan een buitenlandse politiek waarin we blind de Verenigde Staten volgen.’

Stel: In uw eerste maand is snel ingrijpen vereist omdat Iran of Noord-Korea bijna een atoombom heeft. Wat doet u? ‘Dan doen we dus niet mee.’

En als de Verenigde Naties een aanval steunen? ‘Dat gebeurt nooit. Rusland en China zullen altijd een veto uitspreken. Los daarvan wordt het tijd de huidige hypocrisie aan de kaak te stellen waarmee Amerika de rest van de wereld de les leest. Waarom is het het Westen en zelfs Israël wél toegestaan kernwapens te ontwikkelen?’

Maar als je daarmee voorkomt dat een gevaarlijk regime kernwapens in handen krijgt? ‘Een oorlog tegen Iran of Noord-Korea zal de problemen alleen maar groter maken. Je zou toch verwachten dat er iets van het debacle in Irak is geleerd. We moeten toch niet weer zo’n fout willen maken.’

Wat is uw prioriteit in Europa? ‘Helaas zullen we moeten blijven leven met het bestaande Europa. Daar hebben we veel kritiek op. Toch is ons voornaamste uitgangspunt dat er rust aan het front moet komen. Dat betekent: geen nieuwe bevoegdheden voor Brussel. Dat betekent ook dat we niet verder gaan met de uitbreiding van de EU. We zien niets in de snelle toetreding van landen als Bulgarije en Roemenië. Straks staat Turkije ook voor de deur.’

En als de premier van Turkije een persoonlijk beroep doet op uw solidariteit? ‘In dat geval leg ik hem uit dat hij er dan eerst voor moet zorgen dat zijn land voldoet aan de criteria voor de toetreding, zoals die in het verdrag van Kopenhagen zijn vastgelegd.’

Tot slot: welke extra vrije dag kondigt u in de eerste honderd dagen aan. Wordt dat 1 mei of het Suikerfeest? ‘Ik sluit me voor deze keer helemaal aan bij Wouter Bos: ik kies voor 5 mei.’

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

dinsdag 14 november 2006 :: 13.36 uur

Reacties uitgeschakeld