“Het politieke bedrijf heeft mijn ziel nooit bereikt”

In gesprek met Gerard Klaasen
Andersdenkenden, KRO-radio, 4 maart 2007

Zijn politieke loopbaan was een lange mars. Vanuit Oss, via de lokale politiek en de Provinciale Staten naar de Tweede Kamer in Den Haag. Na twaalf jaar bankzitten zag het er even naar uit dat de voormalige constructiebankwerker en worstenophanger Jan Marijnissen (54) met de SP in het kabinet zou komen.

Bent u slim?
‘Op een bepaalde manier wel. Dat heb je ook wel nodig in de politiek.’

Bent u ook gewiekst?
‘Ja, ik ben ook wel een beetje gewiekst. Vooruit! Gewiekst gaat overigens meer over tactiek en vorm.’ Achter de diepmenselijke glimlach van Jan Marijnissen zit mogelijk een spijkerharde politicus. Marijnissen beaamt het idee. ‘Ja, dat is absoluut zo. Mensen kennen mij nog maar half. Dat harde zit hem in de toewijding en in de opofferingsgezindheid.’

U bent een strateeg?
‘Ja, maar het is niet zo dat ik een dag uittrek voor strategie. Op het moment dat de inhoud verdwijnt, komt de strategie ervoor in de plaats. Maar strategie mag nooit de inhoud verdringen, want dan ga je totaal de verkeerde kant op. Het is ook erg onverstandig om je ambitie te hoog te stellen. Soms moet je louter de ambitie hebben gewoon iets voor mensen te willen betekenen of onrechtvaardigheid op te sporen. In deze tijd verbaast het me heel erg dat door zeer veel mensen altijd het ego centraal wordt gesteld. Ik merk dat in de SP ook – al die nieuwe mensen die er nu bij komen! Daar zitten ook mensen bij die vanaf dag één denken in termen van: “What’s in it for me?”. Terwijl die vraag bij ons niet gesteld hoort te worden, want in essentie gaat het daar bij de SP nooit over. Het gaat altijd over de vraag: wat kunnen wij betekenen?’

U voert een voormalige actieclub aan met honderd procent toewijding, die u ook van anderen vergt.
‘Ik heb nog nooit in mijn leven iets van iemand gevraagd wat ik niet eerst van mezelf gevraagd heb. Ik ben eerder een pionier die vooral van zichzelf verlangt dat hij zijn eigen grenzen steeds verlegt als dat nodig is, én die van anderen.’

Troepen

Marijnissens politieke vorming begon in de jaren zestig, met de Vietnamoorlog, de autoritaire verhoudingen binnen het onderwijs, de militaire dictaturen Griekenland, Spanje en Portugal in de NAVO en het versteende politieke systeem in Nederland, waar al vanaf de jaren vijftig bij de heersende macht vrijwel niets gebeurde. ‘Dat vormde mij in mijn tienerjaren.’ Zijn moeder – vier jaar geleden overleden – heeft zijn politieke opkomst zeer bewust meegemaakt, zijn vader overleed al in 1963. ‘Ik kan je verzekeren dat zij in de beginjaren absoluut niet stond te juichen, integendeel. Zij had een werkwoord uitgevonden voor als ik weer met de SP op stap was: troepen. “Hij is met die troep van de SP bezig.” Later is dat natuurlijk allemaal veranderd en gloeide ze: “Ik heb gehoord dat ge het goed doet.” Uiteindelijk is ze van de KVP naar de SP overgestapt.’

U was enige weken na de verkiezingen min of meer ministeriabel. U had zich dat toch al helemaal bedacht?
‘Het is de volgende stap van de SP! De SP ontwikkelt zich nu echt tot een grote partij met veel invloed. De volgende stap is inderdaad regeringsdeelname. Dat had eigenlijk al gekund bij deze verkiezingen, maar het is anders gelopen. Het zal nu bij de volgende verkiezingen moeten gebeuren.’

Een ministerschap gaat u op den duur niet uit de weg?
‘Nee, absoluut niet.’

U bent nu zowel de beste politicus van 2006 als Her Majesty’s oppositieleider.
‘Sterker: ik zit nu in de kamer waar Joop den Uyl zat. Het is een soort winterpaleis.’

Vreemd eigenlijk: u was de grote winnaar van de verkiezingen en u komt tóch in de oppositie.
‘Natuurlijk had ik liever gezien dat wij in de regering waren gekomen. Het CDA en de PvdA wilden ons er niet bij hebben, omdat we gewoon te groot zijn. Ze wilden liever zo’n kleine ChristenUnie, waarmee ze nét een meerderheid halen. Toch blijft de PvdA een potentiële partij om mee samen te werken en is het absoluut geen strategische doelstelling om de Partij van de Arbeid voorbij te streven.’

Is het niet toch ‘de lange mars’?
‘Onderhand wel, ja. Als je terugkijkt op hoe wij in 1968 begonnen en hoe we nu veertig jaar verder zijn, dan zou je dat bijna een lange mars kunnen noemen, zij het dat wij niet zo veel ontberingen hebben hoeven lijden als de Chinese Lange Mars. Maar beide hebben te maken met heel veel opoffering.’

U lijkt mij een zeer emotionele man.
‘Ja, dat zou best kunnen.’

Een man die snel huilt?
‘Naarmate ik ouder word, heb ik daar meer last van.’

Huilt u weleens in de Kamer?

‘Nee, daar ben ik te alert voor. Of het zou huilen van woede moeten zijn, en dat doe ik niet.’

Femke Halsema en Jeltje van Nieuwenhoven heb ik weleens zien huilen in de Kamer.
‘Ik heb ook wel iets vrouwelijks in me, maar niet dát. Het politieke bedrijf, zoals de meeste mensen het kennen in Den Haag, heeft mij overigens nooit geroerd. Het heeft mijn ziel nooit bereikt.’

Stakers in Oss

Tijdens de formatie ging hij een keer vóór zijn besprekingen met de informateur langs de stakers van Zwanenburg in Oss. ‘Dat ging me heel erg aan het hart. Ik heb daar begin jaren zeventig anderhalf jaar gewerkt, als worstenophanger voor de rookwagens. Op een bepaald moment kwam het bericht dat Zwanenburg hier in Oss ging sluiten. Dat zou het einde zijn van een heel lange historie die teruggaat tot eind negentiende eeuw. De tijd dat Van den Berg & Jurgens hier margarine maakte, maar ook van de opkomst van de slachterijen. Heel veel keuterboeren kwamen uiteindelijk in de industrie terecht, omdat ze geen droog brood meer konden verdienen. Ze werden hier jarenlang geknecht en uitgebuit. Ik heb daar in de jaren zeventig nog het staartje van meegemaakt.’

Schilderij

In de voorkamer hangt een ets van de schilder Bottema, afkomstig uit het ouderlijk huis. ‘Je ziet een bevroren sloot met een paar eksters erboven en de onderkant van een molen op de dijk. Ik stel me voor dat er ooit een moment komt dat ik er kan gaan zitten en écht kan gaan kijken, met mijn rug tegen dat witte muurtje aan de onderkant van die molen. Dit tafereel inspireert mij nog steeds.’

Boekenkast

Zijn boekenkast is, naar hij zegt, heel belangrijk voor hem. ‘Ik heb mijn leven lang veel gelezen. Ik ben geen echte literatuurkenner, maar boeken en literatuur vormen tóch de bron van kennis, het is de versteende wijsheid.’ Waar haalt u de tijd vandaan? Slaapt u zo weinig?
‘Ik heb niet zo heel veel slaap nodig. Je moet gewoon zorgen dat je dagelijks in contact staat met je bron. Ik zou echt niet politiek kunnen opereren zonder van tijd tot tijd de rust te nemen voor een goed gesprek met iemand. Als dat opdroogt, word je binnen de kortste keren zo’n grijze muis waar we er al genoeg van hebben.’

Speelbal

Hij is niet meer gelovig. Vroeger dacht hij dat er toch zeker ergens een God moest zijn. Toen ging hij twijfelen en werd hij een ‘actieve’ atheïst. ‘Nu zou ik me toch eerder als een agnost omschrijven. Ik heb een rare ambivalentie met de katholieke culturele erfenis. Aan de ene kant heb ik mijn bedenkingen en anderzijds word je er toch weer vreselijk door gefascineerd.’ U bent een heel katholieke jongen?
‘Beslist, zoiets raak je ook nooit meer kwijt. Maar wat dat nu precies inhoudt, is mij niet helemaal duidelijk. Ik heb geen probleem te leven met gaten in de verklaring van de werkelijkheid. Sommige mensen vullen dat in met God, terwijl ik denk: de mensheid moet ook nog wat te ontdekken hebben.’

Voorbij paars

Hij zegt blij te zijn dat de paarse jaren voorbij zijn. ‘In die jaren heerste toch het rare idee dat wij mensen slechts consumenten waren, een speelbal van de economische wetmatigheden. Dat is verdwenen. De wezenlijke vragen van het leven zijn centraler komen te staan. Een tijdlang heeft de politieke elite bepaald: “Het leven is maakbaar”. Nee, sterker: “We gaan het leven máken en we maken er ook een eind aan als wij dat willen!” Neem de hele euthanasiediscussie, of het gemak waarmee over abortus werd gesproken. Ik vind het goed dat er periodiek door mensen vragen gesteld worden: Is dit verantwoord, is dit wel juist, is dit zoals we het eigenlijk zouden willen? De ontzuiling is compleet en daarmee zijn een aantal morele uitgangspunten op de achtergrond geraakt. Daar lijken we nu in Nederland van terug te komen. Dat noem ik alleen maar winst.’

Ineens stond er in de krant: ‘Jan Marijnissen heeft een hartaanval gehad.’ Het bericht kwam pas veel later naar buiten. Damage control?
‘Nee, dat verhaal is een beetje een eigen leven gaan leiden. Ik werd op een ochtend wakker met druk op mijn borst en tintelingen in mijn handen. Mijn vrouw belde de huisarts en toen ben ik met de ziekenwagen spoorslags naar Eindhoven gebracht. Daar hebben ze me gedotterd en me nog één dag op de intensive care gehouden. Daarna was ik weer thuis. Ik heb ontzettend veel mazzel gehad, want het was geen hartaanval. Ik was in no time weer in de running. Het jaar ervoor had ik een hernia en toen was ik wekenlang uit de running. Moet je nu alles over je privéleven in een persbericht zetten? Kijk, als het nu je functioneren zou beïnvloeden, vind ik dat mensen recht hebben om dat te weten, maar dat was niet aan de orde.’

Komt u later in de hemel?
‘Ik heb mij die vraag vroeger heel vaak gesteld. Stel, als Hij “goedertieren” is, ja dán. Ik heb natuurlijk ook mijn schaduwzijde, alhoewel dat reuze meevalt. Ik heb niet onoprecht in het leven gestaan. Mocht mij iets overkomen, dan zal Hij begrijpen waar mijn aarzelingen over zijn bestaan vandaan kwamen.’

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

zondag 04 maart 2007 :: 12.20 uur

Reacties uitgeschakeld