Hoe dommer, hoe gevoeliger voor platte oneliners

Interview met de PZC, door Jeffrey Kutterink

“Hoe gaat het met de PZC?”, vraagt Marijnissen aan het begin van het interview. Zijn werkkamer is hetzelfde vertrek waar ooit eens Joop den Uyl werkte: hoog plafond, ornamenten. Moderne tafel en bankstel vullen de grote ruimte.
“Je weet waar de koffie staat. Nee, ik hoef niet.” De beginvraag komt niet uit de lucht vallen. Want tijdens de Van Randwijklezing in Vlissingen zal hij stilstaan bij de vervlakking van de samenleving, de vatbaarheid voor de waan van de dag en de angst die daardoor bij mensen ontstaat. Journalistiek heeft daarin een belangrijke taak, vindt hij. “Voel je je hoeder van de democratie?” Hij steekt een sigaret op en kijkt verwachtingsvol.

Het antwoord dat ‘hoeder’ wel ‘wat hooghartig klinkt’, zint hem niet. De ramen staan open om te zorgen dat we niet in de kortste keren in de blauwe walm zitten. Indringend: “Journalisten zijn wél de hoeder van de democratie. Met kritische journalistiek vallen of staan vrijheid en democratie.”

Marijnissen slaat de as van zijn peuk en zakt ontspannen achterover in de bank. “Vrijheid zoals we die nu kennen, is niet vanzelfsprekend.”

Wat is voor u vrijheid?

“Dat je in zekere zin kunt doen wat je wilt en dat wat je doet ook je instemming heeft. Vrijheid verwerf je door te zorgen dat je een beetje dirigent van je eigen leven blijft. Dat is hard werken. Het heeft geen zin om op de bank te gaan zitten denken van ‘goh, wat ben ik toch vrij’. Vrijheid van meningsuiting wordt pas interessant als anderen het met je oneens zijn en dat je de vrijheid hebt om daar tegenin te gaan. Vrijheid is voor mij dat je er actief mee doet, dat je je verantwoordelijkheid neemt.”

Maakt de Partij voor de Vrijheid op een verantwoorde manier gebruik van de vrijheid?

“Hier zijn twee dingen in het spel. Het eerste is het principe van de vrijheid van meningsuiting. Dat is strikt genomen een recht met een aantal beperkingen, vastgelegd in het strafrecht. Als je me vraagt of de PVV er verantwoord mee omgaat, zeg ik ‘absoluut niet’. Ik vind dat Geert Wilders stemming maakt en bevolkingsgroepen permanent denigrerend bejegend. Neem de kopvoddentax. Dat is een dubbele aan discriminatie-grenzende kwalificatie. Je hebt het over koppen in plaats van hoofden en over vodden; mensen die vodden dragen. Dit soort bejegeningen heeft vroeg of laat consequenties die we nog niet kunnen overzien.”

Toch krijgt de PVV in de peilingen meer zetels dan nu.

“Je ziet de PVV al dalen in de peilingen. Ik wil niet te pedant zijn, maar dat heb ik voorspeld. Als puntje bij paaltje komt, zal hij wel winnen. Maar die virtuele winst van meer dan dertig zetels was volslagen krankzinnig. Ondertussen heeft Nederland wel uren en uren televisie besteed aan een gevaar dat in werkelijkheid niet bestond.”

Waarom denkt u dat?

“Ik weet hoe het met Janmaat en met Pim Fortuyn is gegaan. Je weet vanuit de historie dat de blokken links en rechts in Nederland bijna niet verschuiven. Het blijft fiftyfifty. Dan is de SP weer wat groter, dan de PvdA. Er moet een schok plaatsvinden wil dat veranderen. De crisis heeft er wel ingehakt, maar is niet dé schok die mensen dagelijks bezighoudt. Er is voor een extreem rechtse partij niet meer ruimte dan tien zetels in de Kamer.”

Met meer kennis van het verleden zou de ophef over de PVV niet zijn ontstaan?

“Naarmate je beter weet hoe de achtergrond van dingen is in tijd en plaats, ben je minder bevattelijk voor de waan van de dag. De waan van de dag is de krantenopening van de Telegraaf, waar je daarna zelden meer iets over hoort. Met hetzelfde besef kon je ook de neergang van de SP zien aankomen. Historisch besef zorgt dat je niet bij het minst of geringste uit het lood geslagen bent.”

Wat is het gevaar als mensen dat besef niet hebben?

“Dat je zo naïef bent dat je denkt dat alles wat er nu is vanzelfsprekend is. Daarom ben ik ook zo geïnteresseerd in het lot van de crisis in de journalistiek. Want als die zoals in Italië en de VS verdwijnt, dan gaat de democratie er onder lijden. De macht heeft dan vrij spel. Dat waarheidsvinding niet meer voorop staat heeft ernstige consequenties. Zowel voor de voeding van volksvertegenwoordigers, als burgers. Als de kritische journalistiek het laat afweten, krijgen we steeds dommere mensen.”

Die meer vatbaar zijn voor termen als islamisering?

“Exact. Hoe dommer je bent, hoe meer je vatbaar bent voor oneliners, simpele duiding, ongenuanceerd gedrag en fanatisme.”

Dat is toch gevaarlijk?

“Dat is zo. Daarom ben ik voor meer en beter onderwijs en daar hoort geschiedenisles bij. We geven, afgemeten aan onze welvaart, steeds minder geld uit aan onderwijs. De standaarden zijn omlaag gegaan. Daarmee maken we mensen bevattelijker voor de waan van de dag.

Dan moet ik 1933, Duitsland in herinnering roepen. Dat was ook een democratie. Als je mensen in omstandigheden brengt waarin ze desperaat worden, wordt het antwoord dat ze een sterke man willen. Als ik de staat van het onderwijs zie en vergelijk met de tijd dat ik zelf onderwijs genoot, is het erop achteruit gegaan.”

In welke zin?

“Als een leerling de lagere school verlaat en niet kan rekenen of de taal niet beheerst, vind ik dat achteruitgang. Als op de middelbare school zoveel uren uitvallen als nu het geval is en er eigenlijk geen continuïteit is, de scholen te groot zijn waardoor de anonimiteit is toegenomen vind ik dat slecht. Als ik op de universiteiten zie hoe men daar met onderzoek aan het handje loopt van de geldstroom uit het bedrijfsleven, als ik zie dat academici helemaal niet afgeleverd worden als kritische burgers en net zo meegaand zijn als iedereen, dan vind ik dat het onderwijs er op achteruit is gegaan.”

Het is u een doorn in het oog dat er nauwelijks meer aandacht is voor geschiedenis.

“Voor behoud van vrijheid en democratie is het onvermijdelijk dat mensen de chronologie van de geschiedenis kennen. Dus dat je weet dat de gouden eeuw in de zeventiende eeuw was en niet in de achttiende. Ook is het behulpzaam dat je weet hoe de parlementaire democratie in Nederland is bevochten. Net zo goed als je moet weten dat georganiseerde solidariteit – zoals sociale zekerheid – en toegankelijke zorg en onderwijs door onze ouders en voorouders zijn verworven na een zware strijd. Weet je dat niet, dan kun je daar nonchalant mee omgaan. In de veronderstelling dat alles wat er is zal blijven en alleen maar beter zal worden.”

Vindt u dat alle scholieren dat moeten meekrijgen?

“Ja. Zowel het besef als de kennis. Met de canon en de tien tijdvakken van Pieter de Rooy is er een kapstok gekomen met allemaal haakjes die in chronologische volgorde staan. Voor veel mensen is geschiedenis een amorfe bende van gegevens. Zo’n canon is niet meer dan een hulpmiddel. Het laten zien van de ontwikkelingen is de taak van onderwijzers.”

Maar met kennis voorkom je toch niet dat mensen niet begrijpen dat Nederland altijd een land van immigratie is geweest?

“Dat kun je ze toch vertellen? Je kunt toch een les wijden aan immigratie? Te beginnen met de Hugenoten en de Portugese Joden en dat onze belangrijkste schilders gevlucht zijn uit Antwerpen. Dat doen we nu niet.”

Wat leren we kinderen dan wel?

“Het is me echt een raadsel. Als ik jongeren hoor over het onderwijs dan komt er alleen cynisme uit. In mijn tijd waren we blij als er lessen uitvielen. Dat vind ik normaal. Maar ik vind het niet normaal dat leerlingen gaan demonstreren omdat ze onderwijs willen. Dan hebben we toch iets niet goed gedaan.”

Wat hebben we niet goed gedaan?

“We zijn uitgegaan van een totaal verkeerd mensbeeld. Dat sloot perfect aan bij het neoliberale denken van de jaren tachtig en negentig. Dat staat voor eigen verantwoordelijkheid en ieder voor zich. Het collectieve belang van goed onderwijs is uit het oog verloren.”

Daardoor missen mensen verantwoordelijkheidsgevoel?

“Iedereen is verantwoordelijk voor zichzelf, beroep, omgeving, wijk, stad, land en wereld. Maar er zijn er die nog meer verantwoordelijkheid hebben dan de anderen. Dat zijn degenen die zeggen dat ze weten wat dit land nodig heeft. Want dat zeg je als je je kandideert voor de Tweede Kamer. Die mensen hebben het laten afweten. Dat is de reden waarom ik zelf de politiek ben in gegaan.”

Met een missie.

“Ja precies. De missie van heel veel politici is vanaf begin jaren tachtig geweest om de overheid te runnen als een soort bedrijf. Dat gaat uit van een verkeerde taakopvatting, want dat is kortetermijndenken. Ik vind dat politici verantwoordelijk zijn voor het welbevinden van burgers op middellange termijn. Het is kortzichtig om daarbij het onderwijs te marginaliseren, want dat is de sleutel tot menselijk geluk.”

Aan het eind van uw lezing roept u mensen op: ‘doe iets’.

“Actief burgerschap is belangrijk. Als je iets ziet dat niet deugt, zeg het dan. Je hebt niet alleen het recht, maar ook de plicht van spreken. Daar is moed, inzet en opoffering voor nodig. Dat is wat ik op 5 mei centraal wil stellen. Niet van ‘wat zijn we toch heerlijk vrij en blij met zijn allen’. Die bevrijdingsfestivals zijn zo hol als wat. Waar is de inhoud en het verhaal gebleven?”

Wilt u dan college geven op het Museumplein tussen de popartiesten?

“Ik hoef helemaal geen artiesten op 5 mei. Bovendien geven ze op Lowlands tegenwoordig lezingen en daar komen heel veel jongeren op af. Het probleem is juist dat we die lezingen op 5 mei níet geven. Als ouders niet vertellen hoe belangrijk iets is, dan denken kinderen ook dat het niet belangrijk is.”

Vervlakking bedreigt de samenleving?

“Vervlakking leidt tot meer macht aan mensen die we die macht eigenlijk niet gunnen en tot uitholling van de democratie. Zonder kritische burgers en actief burgerschap, kan democratie niet bestaan. Democratie is ook dat je je bewust bent van het feit dat je geacht wordt een bijdrage te leveren. Bijvoorbeeld door je vak goed en met eer en gezag uit te oefenen en door je in te zetten voor de gemeenschap.”

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

donderdag 06 mei 2010 :: 13.53 uur

Reacties uitgeschakeld