Over Maastricht, Griekenland en Europa

In die februaridagen van 1992 stonden wij aan de poort van het gouvernement in Maastricht. Wij stonden daar – nu bijna twintig jaar geleden – om te demonstreren tegen het Verdrag van Maastricht dat daar in elkaar gespijkerd werd.
Voor ons was kraakhelder dat dit verdrag een geste was aan het Europese bedrijfsleven, in het bijzonder de multinationals. Die vonden al die grenzen maar niks, slecht voor de handel. Ze staken toen al niet onder stoelen of banken dat ze naar een Verenigde Staten van Europa wilden, met één regering, met één president, één markt en één munt. Verenigd in het ietwat geheimzinnige genootschap De Ronde Tafel van Industriëlen bekokstoofden ze hoe ze de politiek op de rug zouden krijgen. Want er moest natuurlijk wel wat overwonnen worden. Immers, wat zou er overblijven van de democratie in die superstaat Europa? Hoe zou het volk nog iets te zeggen houden?
Zonder dat die laatste vraag werd beantwoord, namen de politici vrijwel zonder uitzondering de agenda van het bedrijfsleven over. De grootste monetaire operatie van de geschiedenis kon van start gaan. Die ene markt en die ene munt kwamen er.
Maar boontje kwam om zijn loontje. De roekeloosheid van de politici zou worden afgestraft door de wetten van de werkelijkheid. Eén munt voor één land stelt dat land in staat om monetair beleid te voeren, de munt op te waarderen of te devalueren. Dat middel werd de lidstaten uit handen geslagen. Dat is wat Griekenland en Europa nu – naast andere zaken – de das om doet.
Idealisme is mooi, maar wanneer idealen niet eerst door de zeef van het realisme gaan kunnen ze omslaan in hun tegendeel.
Wil je meer weten, kijk dan naar ‘Europa: toen, nu en straks in 15 minuten’ op de website van de SP.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

donderdag 18 augustus 2011 :: 14.48 uur

1 Comment

1 reactie

  1. De angst voor misbruik van macht is gegrond.
    Ik geloof echter niet dat het politici of staatshoofden zoals Merkozy ‘s mensen zijn waar men bevreesd voor zou moeten zijn maar , inderdaad, de geldinstituties en bedrijven. De olichargen.
    Zij zijn degene die feitelijk aan de touwtjes van politici trekken.
    Hoewel hun angst voor verdere afkalving van hun imperia deels terecht is, hebben zij dit echter volledig aan zichzelf te wijten. Onder de knoet van de door hunzelf geinstitutionaliseerde en geinternationaliseerde zogenaamde ‘Vrije’ Mark met hun roofdierenmentaliteit van overnames hebben zij zichzelf, en allen die van hun afhankelijk zijn geworden, in de hoek geschilderd.

    Het voorstel om in Europa één instituut de economische dienst uit te laten maken om de teugels van De Markt financieel in de hand te houden is, naast het feit dat het inderdaad ondemocratisch is, gebaseerd op een verkeerde ideologie (utopie). Dat het systeem zélf nog steeds niet fundamenteel wordt aangepakt, op wat zogenaamde ‘weeffoutjes’ na, geeft hun blinde vlek aan.
    Nieuwe opkomende economieen, die overigens eenzelfde blinde vlek hebben, hebben nu het voordeel dat ze goedkopere arbeidskrachten kunnen leveren. Maar ook daar komt uiteindelijk een eind aan.

    Ik snap ook wel dat ‘het systeem’ uit meerdere systemen bestaat. Deze zomaar omvergooien is vanzelfsprekend onmogelijk. Maar het maken van nieuwe afspraken en het nadenken over een ander(e) systemen is essentieel.
    Roofdieren moeten immers gekooid worden (…).

    Mensen zoals Sarkozy en Merkel zijn lichtgewichten. ‘Kinderen’ zei Tony Judt. Rutte is daarbij vergeleken een kleuter.
    Deze zogenaamde ‘leiders’ bieden geen tegenwicht aan olicharchen. Ze zijn immers verkocht en verknocht aan ‘hun Markt’ en marktdenken. Om deze redenen kunnen ze vanzelfsprekend niet geloven in een samenhangend stelsel van principes en beleid.
    Het zijn kleurloze niet aansprekende uitvoerders van het neoliberalisme. Zij overtuigen niet en hebben geen enkele uitstraling van ‘gezond’ gezag. Zelfs het ‘Rijnlandmodel’, kapitalisme met een zogenaamd menselijk gezicht, dreigt onder hun regelgeving volledig inhoudsloos te worden.

    Gedeelde belangen (…) zijn ondermijnd door het gefragmenteerde individualisme van het neoliberalisme en haar marktwerking, politieke bewegingen zijn schaars, een protest, betoging of staking gaan nu nog slechts over specifieke belangen. Het grotere onderlinge verband (…) is weg.
    Wat overblijft zijn slechts de emoties die in de onderbuik van Henk en ingrid te vinden zijn.
    Geert Wilders maakt daar handig gebruik van.

    We barsten van wedijverdende doelstellingen maar hebben nog geen oplossing gevonden om alles te binden.
    Laten we ons hoofd dáár over buigen !

    In dit licht gezien is het Verdrag van Maastricht zeker geen bindende factor maar een vorm van dictatuur.

    Reactie door Joop Schouten — donderdag 18 augustus 2011 @ 16.25 uur