In gesprek met Arie van der Zwan: ‘Het financiële kapitalisme levert slechts een klein groepje winnaars op’

vrijdag 11 november 2011 :: 12.35 uur

Arie van der Zwan over de crisis, de democratie en de PvdA

tekst: Jan Marijnissen foto’s: Suzanne van de Kerk

Hij was in de jaren zestig een van de initiatiefnemers van Nieuw Links in de PvdA. Van der Zwan maakte daarnaast naam als ondernemer, econoom en publicist. Waar ligt de oorsprong van de crisis en wat staat ons te doen? Wat is de toekomst van onze democratie? Hoe schat hij de kansen in van een politieke samenwerking op links?
Aan de zuidkant van Tholen is het een wirwar van dijkjes en kleine polders. Daar ergens, ver van de bewoonde wereld, bevindt zich de voormalige boerderij die door Arie van der Zwan en zijn vrouw wordt bewoond. Als ik arriveer word ik allerhartelijkst door Arie ontvangen. Op mijn verzoek wandelen we eerst door zijn mooi aangelegde tuin. Aan een kant grenst die aan zogenaamde ‘nieuwe natuur’, jaren geleden aangelegd onderaan de dijk van de Oosterschelde. Vogels en runderen hebben er bezit van genomen. Zo te zien hebben ze het naar hun zin. Op het gordijn voor het raam van zijn kantoor staat gedrukt: Der erste Blick aus dem Fenster am Morgen, Bertolt Brecht. Onder het genot van thee en cake spreken we aan de grote tafel in de keuken. Naast mij liggen boeken, de VPRO-gids, Trouw en het economenblad ESB.

› Een financiële crisis, een eurocrisis, een bankencrisis: wat ging er mis?

‘De oorzaak ligt ergens in de jaren zeventig. Vanaf toen is de wereldeconomie van de ene luchtbel naar de andere gegaan, met steeds weer een crisis tot gevolg. Die crises zijn steeds dieper geworden. Dat heeft langzaamaan het herstelvermogen uitgehold.’

› Hebben de liberaliseringen bijgedragen aan dit echec?

‘Zeker in de VS is dat het geval. Er is veel kritiek mogelijk op die liberalisering, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ook veel dingen heeft mogelijk gemaakt. Het is geen zwart-wit beeld.’

› Wat zijn de zegeningen?

‘Door de liberalisering kwamen meer initiatieven voor financiering in aanmerking. Tot voor dertig jaar geleden konden alleen heel gerenommeerde firma’s krediet krijgen. De liberalisering heeft gemaakt dat meer economische activiteiten gefinancierd konden worden.’

› Leren we wel voldoende van de crises. Veranderen we niet te traag?

‘Eigenlijk hadden we al vanaf de zeventiger jaren kunnen zien dat we de verkeerde kant uit gingen. We hebben vanaf die tijd zoveel crises voorbij zien trekken. De ingebouwde instabiliteit van het systeem leidt onherroepelijk tot crises, die steeds moeilijker beheersbaar zijn.’

› Maar is het nu niet vooral de financiële sector die de malaise veroorzaakt heeft?

‘Zeker, door de steeds maar doorgaande waardestijging van onroerend goed en aandelen. Het is een waardestijging die geen enkel verband houdt met de reële economie.’

› Is het niet raar dat we onze samenleving steeds geraffineerder inrichten, terwijl het met de economie maar behelpen blijft?

‘Om de zeven à acht jaar vallen we weer terug in een crisis. Het is inherent aan dit systeem dat we een uitbundige groei kennen, maar ook steeds weer een enorme terugslag. Het financiële kapitalisme leidt tot euforie én crises. Bovendien is de ongelijkheid enorm toegenomen. Het financiële kapitalisme is voor de massa geen zegen want er is maar een heel klein groepje winnaars, sterke winnaars. De vruchten van de euforie worden geplukt door weinigen, en de boete wordt tijdens de crises betaald door velen. Dat is de ingebouwde onrechtvaardigheid.’

› Hoezeer heeft de invoering van de euro schuld aan de problemen van nu?

‘Allereerst het voordeel, en dat is dat door de invoering van de euro in combinatie met de interne markt de onderlinge handel is bevorderd. Het nadeel is tweeledig. Op de eerste plaats hebben we onze gulden tegen een te lage ruilverhouding ingebracht. Dat was de wil van de Duitsers. Op de tweede plaats hebben we de zwakke economieën het middel uit handen geslagen om door middel van devaluatie van hun munt de economie te stimuleren. Daarom zijn de vooruitzichten voor de Grieken ook niet best.’

› Maar die asymmetrische ontwikkeling bestond al voor de euro. Dan was de invoering toch onverantwoord?

‘Zeker, maar vergeet niet dat die landen zelf zijn toegetreden, uit vrije wil. En ook toen al waren de risico’s bekend. De politiek is niet altijd rationeel. Kijk naar de stijging van de huizenprijzen. De Nederlandsche Bank heeft vaak gewaarschuwd dat we door die stijging wel mooie groeicijfers hadden, maar ook het risico liepen op het ontstaan van een bubble. Het heeft niet tot een aanpassing van het beleid geleid. Hetzelfde hebben we gezien bij de alsmaar stijgende waarde van aandelen. De beleidsmakers hebben het niet aangedurfd maatregelen te nemen. Ook de toezichthouders, die hebben te waken over de stabiliteit van de economie, hebben te veel hun oren laten hangen naar de financiële sector. Er waren te veel mensen die er belang bij hadden.’

› Hoe belangrijk is het hebben van werk voor de mens?

‘Heel belangrijk. Vanaf mijn vroegste jeugd ben ik voorstander geweest van het arbeidsethos. Een mens is niet in staat gelukkig te worden zonder werk. Ledigheid leidt tot niets. Als mensen langdurig geen werk hebben, leidt dat tot heel negatieve dingen.’

‘Azië is nu het trekpaard van de wereldeconomie’

› Maar nu zien we als gevolg van de globalisering veel werk verdwijnen naar landen met lage lonen. Hoe krijgen we de reële economie weer op gang?

‘De oude middelen van het financiële kapitalisme werken niet meer om de economie aan de praat te krijgen. Tot nu toe waren de Verenigde Staten de aanjager van de wereldeconomie, maar dat land ligt nu op apegapen. De schulden van het land en zijn burgers zijn al zo hoog dat het vrijwel onmogelijk is de consumptie verder te stimuleren. We zullen het postindustrieel perspectief moeten inruilen voor een industrieel perspectief. Azië is nu het trekpaard van de wereldeconomie. Onvermijdelijk gaat Azië onder druk van de bevolking de binnenlandse markt ontwikkelen en dat zal leiden tot hogere lonen, arbeidstijdverkorting en sociale zekerheid. En dat zal ons exportmogelijkheden bieden. Langs die weg moeten wij onze reële economie weer op gang zien te krijgen.’

› We moeten de opkomst van de Aziatische tijgers eerder prijzen dan vrezen?

‘Om meerdere redenen. Vanuit socialistisch perspectief is het alleen maar toe te juichen dat de massa’s in die landen aan de vooravond staan van een menswaardig bestaan. En het zal bovendien positief uitpakken voor de wereldeconomie. Ook negatief, zeker, want de concurrentie neemt natuurlijk toe. Maar met ons welvaartspeil moeten we daar tegenop kunnen boksen.’

› De wereld wordt kleiner en kleiner, we zijn steeds meer van elkaar afhankelijk, en gelijktijdig lijken de mondiale problemen toe te nemen. Wat te doen?

‘Echte mondiale samenwerking kan alleen ontstaan door druk van onderaf. Op basis van het inzicht ‘regeren is vooruitzien’ gaat het niet lukken. Het is een mooi devies, maar niemand houdt zich eraan. Er moet eerst druk zijn, en het kalf moet eerst half verdronken zijn. Al moet ik zeggen dat de Aziaten een meer methodische aanpak hebben. Ze zijn in staat een knop om te zetten, en de nieuwe koers dan ook massaal te volgen. Wij zullen zeker onder druk komen als gevolg van hun kwaliteiten. Ze leren sneller, en ze doen de dingen sneller. Wat de Chinezen de afgelopen vijfentwintig jaar hebben opgebouwd, overtreft ieders voorstellingsvermogen.’

› Is in het licht van die resultaten daar, democratie hier nog wel van deze tijd? Alles gaat zo snel, is zo gecompliceerd.

‘Wat is democratie eigenlijk? Laten we ons eerst die vraag stellen. Als we het hier hebben over democratie dan doelen we toch vooral op het kiessysteem zoals wij dat hier kennen. Maar naar mijn opvatting moet het democratisch gehalte van een samenleving over een veel breder gebied bekeken worden. Centraal hoort de vraag te staan: worden de noden van de bevolking tot uitgangspunt van beleid genomen? Volgens mij is dit voor de bevolking het belangrijkste criterium. De tweede vraag is: kunnen mensen invloed uitoefenen op de gang van zaken en kunnen ze zeggen wat ze ergens van vinden? Ook dat is een groot goed. De inrichting van het kiessysteem zoals wij dat kennen, heeft als nadeel dat het leidt tot nerveuze politici die het grootste deel van hun tijd kwijt zijn aan het volgen van de waan van de dag.’

› Wordt onze democratie niet steeds verder uitgehold door de oprukkende marktwerking, en ook door de alsmaar verdergaande overdracht van bevoegdheden aan Brussel?

‘Europa is niet de drager van de democratie, zoveel is duidelijk. In de nationale staten is de democratie verankerd, en daar hebben de mensen dan ook het gevoel dat zij de gang van zaken kunnen beïnvloeden. Dat betekent dus dat de besluiten die in Brussel genomen worden, gesanctioneerd moeten worden door de nationale politiek. De fout die men in de afgelopen decennia gemaakt heeft, is het erdoor loodsen van de Brusselse besluiten zonder dat er in de nationale parlementen echt over gesproken is. Laat staan dat men de bevolking erbij betrokken heeft. En dat is ernstig. Zulke belangrijke besluiten met zulke grote gevolgen hoor je niet te nemen zonder eerst voor draagvlak te zorgen onder de mensen. Ik heb er dan ook niets op tegen om bij dit soort kwesties de burgers het laatste woord te geven.’

‘Ik wil niet dat bedrijven gaan uitmaken wat goed voor ons is

› Sprekende over democratie, vijfenveertig jaar geleden publiceerde je samen met anderen als Nieuw Links binnen de PvdA het stuk Tien over Rood. Eén van jullie punten was toen: werknemers moeten directe invloed krijgen op het bestuur van hun onderneming.

‘Die hebben ze gekregen. Of het voldoende is, is een tweede. Er is ten tijde van het kabinet-Den Uyl een heel gevecht geweest over wat de bevoegdheden moesten worden van de ondernemingsraad. Wij wilden wel verder gaan, maar het latere kabinet-Van Agt besliste anders. Maar zelfs in de afgezwakte vorm kun je zeggen dat werknemers wel degelijk invloed hebben op het bestuur van hun onderneming. Men kan bezwaar maken tegen het voorstel iemand in het bestuur te benoemen, en in geval van een conflict kan men naar de ondernemingskamer. Dat kan, indien goed gemotiveerd, leiden tot het afzien van een benoeming. Als een ondernemingsraad weet wat hij wil, doorzet en zijn tanden durft te laten zien, dan heeft hij wel degelijk invloed.’

› Waarom doen zo veel mensen meewarig over de ondernemingsraad. Waarom zijn er zo weinig kandidaten beschikbaar?

‘De laatste jaren ben ik regelmatig als adviseur van ondernemingsraden opgetreden. Er zijn goede en slechte ondernemingsraden, net zoals er goede en slechte raden van commissarissen zijn, en goede en slechte bedrijfsleidingen. Als hoofd van een onderneming moet je je willen verantwoorden. Wat voor oordeel je als ondernemer ook hebt over de or en zijn mensen, je hebt je te verantwoorden, omdat we allemaal weten dat als macht zich niet hoeft te verantwoorden er onvermijdelijk slechte dingen gebeuren. In de praktijk zie je vaak dat men ondernemingsraden probeert te manipuleren. Dat gebeurt omdat men de positieve betekenis van verantwoording niet ziet. En wat ik ook heb gezien is dat nogal wat leden van ondernemingsraden vatbaar zijn voor kleine voordeeltjes in ruil voor een bepaald standpunt. Ook als het om heel belangrijke beslissingen gaat.’

› Is dit het maximaal haalbare als het gaat om het democratiseren van de economie?

‘Nee. Maar het is toch vooral een vraag van cultuur: hoe ga je ermee om. Van de kant van de leiding van de onderneming en van de kant van de ondernemingsraad.’

› Maar is dit niet een te mooie voorstelling van zaken. Er liggen immers belangentegenstellingen aan conflicten ten grondslag.

‘Dat is waar. Maar dan nog. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer je een or beter laat functioneren, je ook een betere besluitvorming krijgt. Een bedrijf is beter af met een goed functionerende or.’

› Kunnen we niet meer doen ten behoeve van de emancipatie van de factor arbeid?

‘In Duitsland kunnen werknemers mensen kiezen voor het bestuur van een onderneming. Ik heb niet het gevoel dat dat goed werkt. Het vertroebelt de verschillende belangen en het draagt het grote risico in zich dat de mensen die geacht worden de werknemersbelangen te vertegenwoordigen te zeer opgaan in het bedrijfsbelang. Ik denk dat ons systeem beter is.’

› Hoe kunnen we het algemeen belang een rol laten spelen bij de economische afweging die een ondernemer of een sector maakt?

‘Ik ben er een groot voorstander van dat de politiek, de overheid, wetten maakt en regels stelt. Daar is zij ook toe gelegitimeerd door het volk. Ik wil niet dat bedrijven gaan uitmaken wat goed voor ons is. Het publiek belang moet langs democratische weg bepaald worden, en worden vastgelegd in wetten en regels en gecontroleerd worden. Alle bedrijven moeten zich daaraan houden.’

› Wat vind je van het bezuinigingspakket dat het kabinet-Rutte voorstelt?

‘Met veel bezuinigingen kan ik leven. Na jarenlang uitdijen kan het wel eens goed zijn de zaak weer eens op te schudden. Ik ben er ook niet van overtuigd dat dat uitdijen per definitie betere zorg, onderwijs of vervoer heeft opgeleverd ómdat er meer geld naartoe is gegaan. Maar waar ik faliekant op tegen ben is die bezuiniging op de sociale werkvoorziening. Ik vind het onbegrijpelijk dat de liberalen dit steunen. Zij waren er toch altijd voor dat mensen werken in plaats van hun hand ophouden?’

› Maar Rutte zegt: die mensen moeten in het reguliere bedrijfsleven aan de slag.

‘Dat is een leugen. Het is niet voor niks dat die sociale werkvoorziening ontstaan is. Juist omdat die mensen moeilijk aan werk komen, én omdat we liever hebben dat mensen werken dan dat ze moeten leven van een uitkering, is die voorziening in het leven geroepen. Je kunt wel denken aan loonsubsidies voor bedrijven die mensen met een arbeidsbeperking in dienst willen nemen. Je kunt die mensen ook inzetten in de publieke sector, als conciërge bijvoorbeeld. En als laatste mogelijkheid heb je de sociale werkplaatsen zoals we die kennen.’

› Schrok je gisteren toen je de Volkskrant opensloeg met daarin de kritiek van voorzitter Ploumen op PvdA-fractievoorzitter Cohen?

Lachend: ‘Ik lees geen Volkskrant. Wel Trouw en NRC.’

› In mijn boekenkast staan talloze boeken en boekjes van de PvdA over de PvdA: ‘Schuivende panelen’, ‘Bewogen beweging’, ‘Socialisme op sterk water’, ‘De rode randen van de sociaal-democratie’, en nog veel meer. Nu heb jij het standaardwerk ‘Van Drees tot Bos’ geschreven, over zestig jaar PvdA. Wat kristalliseert zich nu uit in die partij?

‘Een enorme desintegratie.’

› Maar dat is al jaren aan de gang. Hoe kan dat? Dit is de partij die de achturendag, het algemeen kiesrecht en de AOW heeft afgedwongen, en mensen als Drees en Troelstra heeft voortgebracht.

‘Den Uyl was de laatste krachtpatser van de partij, als premier maar ook als oppositieleider in de jaren tachtig.’

› Maar wat is er gebeurd?

‘Te lang en te vaak is het besturen gesteld boven de eigen idealen. Dat heeft geleid tot desintegratie.’

› Wat is er fout gegaan?

‘Qua doctrine hebben ze zich alleen maar aangepast. Ze hebben elke band met het verleden doorgesneden. Aan de interne organisatie zie je dat het eigenlijk een bestuurderspartij geworden is. De partijraad is een kopje kleiner gemaakt. De invloed van de leden is teruggebracht. Kok wilde eigenlijk een kiesvereniging, geen partij. De vergissing is dat men denkt bij verkiezingen extern te kunnen mobiliseren zonder eerst intern te mobiliseren. Maar, als er intern niets te mobiliseren valt, valt er extern ook niks te mobiliseren. De verkiezingscampagne van 1977 is de succesvolste van de hele geschiedenis van de PvdA, ómdat interne mobilisatie eraan vooraf ging.’

› Maar waarom is die succesvolle aanpak dan losgelaten?

‘Kijk, als jij geen last wilt hebben van een partij, als jij de partij alleen maar ziet als een instrument dat jou aan de macht kan brengen, en voor de rest geen ‘nieuws’, dan hol je een partij uit.’

› Maar waar waren de leden in die decennia?

‘Ja, dat vraag je je af. Waar waren ze? Een partij zonder koers verliest haar leden, haar aanhang.’

› Hebben jullie als Nieuw Linksers nog navolgers gekregen?

‘Nee, helaas niet echt. Ik heb het gevoel dat het denken en vooral het commitment van vandaag de dag heel anders is dan ik het mijn leven lang gevoeld heb. Wij stelden een daad en die had gevolgen voor je persoonlijk leven. Die moed ontbreekt nu. Zo’n Cohen, prima man: zijn aanvaardingsrede beloofde veel, daar moet hij op doorgaan. Hij moet consistenter zijn kaarten uitspelen in plaats van zijn energie te verspillen door er allerlei bijzaken bij te halen.’

› Voor mij blijft de hamvraag: hoe heeft het zover kunnen komen?

‘Je had vroeger in de partij twee groepen: de traditionele arbeidersaanhang en de meer ‘cultuurgevoeligen’. Het was Den Uyls verdienste dat hij beide groepen wist te bedienen en te verenigen. Daarna is de partij, vooral onder Kok, zich meer en meer gaan oriënteren op de middenklasse, ten koste van de oriëntatie op de eerder genoemde twee groepen. De partij maakte ook politiek gesproken een ruk naar het midden. Men dacht daarmee electoraal te scoren.’

› Maar de lijn van een partij behoort toch niet primair te worden bepaald door de strategie, als wel door de inhoud, een mens- en maatschappijbeschouwing, en dan pas de strategie?

‘Ja. Dat was ook het idee achter Nieuw Links, wat je er verder ook van of over wilt zeggen. Ik zeg er meteen bij dat een deel van de mensen die Nieuw Links vormden later ook voor de macht om de macht gekozen heeft. Dat was voor mij reden om nog voor het aantreden van het kabinet-Den Uyl mijn lidmaatschap van de PvdA op te zeggen. Ik ben pas weer lid geworden toen ik – in de jaren tachtig – net iets te vaak door commentatoren een ‘verstandige’ socialist werd genoemd.’

› Begrijp ik goed dat je stelling is: toen de PvdA besloot zich voortaan te oriënteren op de middenklasse en ook politiek naar het midden opschoof, was dat het begin van het einde?

‘Inderdaad. Het hoort te beginnen met een visie op de maatschappij, en niet bij een machtspolitieke analyse. Overigens, die analyse bleek later ook nog eens fout te zijn.’

› Wat was jouw maatschappijvisie ten tijde van Nieuw Links?

‘Kijk, voor mij is het verdelingsvraagstuk een van de centrale thema’s in de politiek. Dat vind ik nu, en dat vond ik toen ook al.’

› Welke nieuwe inzichten heb je verworven sinds die jaren zestig?

‘Niet zozeer nieuwe inzichten, als wel illusies die ik heb moeten opgeven. De belangrijkste: dat de toen door mij vermoede reële kans op het verwezenlijken van het socialisme vervlogen is. En dat is heel triest. De krachten die juist een andere kant op willen zijn zó sterk. Mensen zijn niet bereid ook maar iets in de waagschaal te stellen om een socialistische maatschappij tot stand te brengen.’

› Wat versta je onder ‘een socialistische maatschappij’?

‘Dat begint met een rechtvaardige verdeling van mogelijkheden en middelen. En dan niet alleen nationaal, maar ook internationaal. Kortom: het oude uitgangspunt van het socialisme.’

› Maar heb je niet het idee dat er onder de vlag van het socialisme veel bereikt is?

‘Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot half jaren zeventig was een unieke periode. Toen overheerste bij velen de idee dat we op weg waren naar een socialistische maatschappij. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat dat perspectief helemaal niet bestaat. Het kapitalisme genereert zo’n kracht – ook in de wereld – dat die naoorlogse periode van wederopbouw en samenwerking de uitzondering op de regel is geweest.’

Arie van der Zwan

‘Het gaat om een eerlijke verdeling én de verheffing van de mens’

› Je vindt dat er na de Tweede Wereldoorlog een sociaaldemocratische consensus bestond?

‘Ja, inderdaad. Toen had de politiek een grote invloed op de verdeling en de inrichting van de maatschappij. Nu moet je constateren dat de politiek haar greep daarop goeddeels heeft verloren, vooral onder invloed van het consumentisme. De massa laat zich door het consumentisme afhouden van de strijd voor het socialisme.’

› Wanneer heeft de omslag die je beschrijft precies plaatsgehad?

‘In de jaren zeventig, tachtig. Het kabinet- Den Uyl, het meest linkse kabinet uit de geschiedenis, is daarop stukgelopen. Dat kabinet heeft ondervonden dat de meest wezenlijke plannen – over de grondpolitiek, over de ondernemingsraden, over de vermogensaanwasdeling – simpelweg politiek niet haalbaar waren.’

› Hoe nu verder? Linkse samenwerking?

‘Tsja. Wat moet de SP nu als de sterke partij? Met een PvdA in de huidige staat heeft linkse samenwerking weinig kans van slagen. De PvdA moet zich eerst herstellen. Van samenwerking van twee sterke partijen kan kracht uitgaan, nu zal het niet werken en kan het alleen maar afbreuk doen aan de flow waarin de SP zit.’

› In 2003 schreef je een boek met als titel ‘De uitdaging van het populisme’. Wat is populisme?

‘Populisme is een beeld oproepen van ‘het volk’ dat miskend zou worden, dat niet gehoord zou worden, dat onderdrukt wordt – en vervolgens beweren dat dat te wijten is aan duistere krachten in de maatschappij. Populistische bewegingen beschouwen zich als de bestrijders en bevrijders van die duistere krachten. Op zich hoeft daar niks mis mee te zijn, maar populisten kenmerken zich door de introductie van een soort vijandbeeld waarbij bepaalde groepen in de maatschappij verantwoordelijk worden gesteld voor het onheil dat het volk treft. De dolkstoot-in-de-rugtheorie zeg maar, zoals in Hitler-Duitsland. En dan hoor je over ‘de Joden’, ‘de Turken’, ‘de Marokkanen’, ‘de buitenlanders’, ‘de islamieten’. De haat jegens bepaalde groepen, dat is een wezenskenmerk van de populisten, net als discriminatie van die groepen. Populisme zet mensen tegen elkaar op.’

› Hoe verklaar je de populariteit van dat populisme?

‘Ik breng dat in mijn boek in verband met de onzekerheid over het bestaan. In tijden van grote bestaansonzekerheid, instabiliteit, zijn mensen vatbaar voor deze ideeën. Wij leven nu in zo’n tijd.’

› Joop den Uyl zou zeggen: ‘Ze weten niet waarnaar ze onderweg zijn.’

‘Het gekke is dat we het nog nooit zo goed gehad hebben, en toch zijn de onzekerheden heel erg groot. Mensen zijn onzeker over hun positie, hun persoonlijke ontwikkeling, hun inkomen, hun baan: alles kan op elk moment ontploffen. Dat maakt mensen onrustig en vatbaar voor populisme, inclusief de vijandbeelden die daar inherent aan zijn.’

› Wat is in dit tijdsgewricht de rol van het socialisme dan eigenlijk nog?

‘Ja, toch de strijd voor een eerlijke verdeling van middelen en mogelijkheden. En natuurlijk, de verheffing van de mens. Het gaat niet alleen om een rechtvaardige verdeling van inkomen en vermogen. Het gaat ook om de verheffing van de mens; de menselijke ontplooiing en de gerichtheid op de dingen die er echt toe doen. En dat is dus niet alleen het consumeren van goederen. De tragiek is dat mensen nu juist daarvoor zo gevoelig blijken te zijn: liever het consumentisme deelachtig worden dan dat ze warmlopen voor die verheffing. Dat is de grote teleurstelling in mijn politieke leven, want juist die verheffing is het sleutelwoord voor de symbiose tussen de arbeiders en de ‘cultuurgevoeligen’. Want die verheffing is voor beide groepen iets waardevols en iets begerenswaardigs.’


Arie van der Zwan is in 1935 geboren ‘op’ Scheveningen. Zijn vader was visboer. In 1965 publiceerde hij samen met mensen als Han Lammers, André van der Louw en Hans van den Doel als ‘Nieuw Links’ binnen de PvdA het roemruchte plan Tien over Rood. Van der Zwan promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1972 vervulde hij een hoogleraarschap aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij is in zijn arbeidzame leven onder andere ook lid geweest van de raad van bestuur van Vendex, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en president van de Nationale Investeringsbank. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan: artikelen, essays en boeken. Zo zijn van zijn hand verschenen ‘Van Drees tot Bos, zestig jaar succes en mislukking’, ‘De uitdaging van het populisme’, ‘Koplopers en achterblijvers, effectiviteit in beleid en management’, en ‘Handelaars in onrust, de strijd om de macht bij de Nederlandse Spoorwegen’. Na een lange onderbreking is hij nu weer sinds jaren lid van de Partij van de Arbeid.

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

5 Comments

5 reacties »

  1. HET FINANCIËLE KAPITALISME LEVERT SLECHTS EEN KLEIN GROEPJE WINNAARS OP.

    De concentratie financiële winnaars,een monopolie positie,wat misbruik automatische
    in de hand werkt.
    Macht en geld moet niet geconcenteerd zijn op enkele, of kleine groepen.
    De verleiding is gewoon te groot,wat de praktijk bewijst.
    De hebzucht van sommige bewijst het.
    Democratie is kiezen van macht naar enkele
    of groepen concentraties,daardoor neemt ook de misbruik toe.
    Er is maar een oplossing,geen mensen maar
    goed gefundeerde ideeën kiezen en uitvoeren door het volk.
    zondag 13-11-2011 11:38

    Reactie door john — zondag 13 november 2011 @ 12.40 uur

  2. Kennelijk heeft Scheveningen een hoog PvdA-coryfeeengehalte. Behalve van der Zwan komt daar ook ene Jan Pronk vandaan.

    Reactie door Karel de Jong — maandag 21 november 2011 @ 10.49 uur

  3. (1) Financieel kapitalisme? We hebben een centraal planningsbureau wat bepaalt wat de geldhoeveelheid en rente dient te zijn (een centrale bank).

    (2) We kennen al bijna 200 jaar lang recessies, niet pas sinds de jaren ’70.

    (3) Hij heeft het over een doorgaande waardestijging van onroerend goed en aandelen. De vraag die niet gesteld wordt is: hoe kan dit? Het antwoord is dat dit enkel mogelijk is wanneer de geldhoeveelheid vergroot wordt.

    Reactie door Carnegie — donderdag 24 november 2011 @ 4.04 uur

  4. Steeds meer mensen informeren zich via internet, gelukkig!Kijk maar op nieuwemedianieuws.nl. Ik zeg niet dat het de waarheid is maar kennisneming is nooit verkeerd! Veel leesplezier…..en nietboos worden….

    Reactie door geert hoekema — maandag 9 januari 2012 @ 21.55 uur

  5. Gelukkig zijn er genoeg mensen in dit land die het anders zien en wel wat willen veranderen. Hoe lang dit door kan gaan? Oude wijn in nieuwe zakken of hoe luidde dat spreekwoord?

    Reactie door Sebastjan — donderdag 8 maart 2012 @ 16.20 uur

Geef een reactie

HTML: Je kunt deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>