En nu nog een Nationaal Historisch Museum

woensdag 10 april 2013 :: 16.52 uur

De opwinding stijgt, wordt zelfs voelbaar, want aanstaande zaterdag opent het nieuwe Rijks, het Rijksmuseum, na twaalf jaar dicht te zijn geweest, zijn deuren voor het grote publiek. Samen met vele anderen was het mij vergund om het resultaat van een investering van bijna vierhonderd miljoen reeds te kunnen bewonderen. Ik kan u verzekeren: het is geweldig mooi geworden. De nieuwe ontvangstruimte is majestueus; de grote negentiende-eeuwse entreehal op de kop van de eregalerij is geheel in zijn oude luister hersteld; de zalen zijn allemaal smaakvol ingericht en hebben vaak een thema. Maar, het moet gezegd, het Rijksmuseum heeft zo verschrikkelijk veel mooie dingen dat het belang van de inrichting en de routing altijd secundair zal blijven. Een persoonlijke vreugde is dat het schilderij Titus in monnikspij gepromoveerd is naar de eregalerij. Samen met andere topstukken van Rembrandt hangt het doek nu in een zaal vlakbij de Nachtwacht.

Vanaf zijn oprichting heeft bij het Rijksmuseum, ook wel onze Nationale Schatkamer genoemd, altijd de nadruk gelegen op de kunsten. Dat gold ook voor de voorlopers van het museum. Hoewel in het officiële takenpakket van het Rijksmuseum ook de geschiedenis expliciet wordt genoemd, moeten we het niet als een historisch museum willen zien. Dat doet de kunst en de historie te kort. Niet voor niets sprak de Tweede Kamer zich een aantal jaren geleden uit voor de stichting van een Nationaal Historisch Museum, naast het Rijksmuseum dat met haar kunstcollectie internationaal naam en faam verworven heeft. Vanwege de crisis en de bezuinigingen is het plan voor een ‘Huis der Historie’ in de ijskast beland.

De hedendaagse verwarring over onze morele, culturele en politieke identiteit vindt voor een deel haar verklaring in het ontbreken van historisch besef in brede lagen van de bevolking. Historisch besef kan actuele problemen, die ogenschijnlijk schier onoplosbaar zijn, relativeren. Historische kennis kan ons helpen ons te herinneren waarom bepaalde dingen zijn geworden tot wat wij nu aantreffen. Die herinnering kan buitengewoon behulpzaam zijn. Immers, de mensen die ons voorgingen zagen zich vaak gesteld voor (soortgelijke) vragen als waar wij nu over piekeren. In een tijd waarin de veranderingen steeds sneller gaan, de samenleving individualiseert en er geen collectieve ambities meer lijken te bestaan, verdwijnt ook steeds meer de gedeelde oriëntatie en verschijnt de onzekerheid over de identiteit. Nu de Europese eenwording en gelijkschakeling steeds verder voortschrijdt, de wereld kleiner wordt door de globalisering en er steeds meer mensen met een andere culturele achtergrond in ons land wonen, wordt die onzekerheid manifester. Een groot aantal jongeren beschouwt veel verworvenheden als vanzelfsprekend, terwijl ze dat op de keper beschouwd niet zijn. Wanneer de status quo de enige referentie is, wanneer er geen inzicht bestaat in onze wordingsgeschiedenis, dan ontbreekt begrip van de achtergronden en ligt oppervlakkigheid op de loer.

Het prachtige Rijks toont veel moois en is daarom beslist meerdere bezoeken waard. Wat zou het geweldig zijn als er ook een Nationaal Historisch Museum komt dat de wordingsgeschiedenis toont van de mensen die dit stukje aarde door de eeuwen heen hebben bevolkt.

Deze column verscheen op 10 april 2013 in NRC

Opties voor delen:
  • NuJIJ
  • eKudos
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google Bookmarks
  • email

2 Comments

2 reacties

  1. Uw stuk over het Rijksmuseum heb ik met veel plezier (en instemming) gelezen. U vindt kennelijk ook dat het historisch besef bij vele Nederlanders wel wat beter mag worden.
    Ik heb begrepen dat u en de SP vóór het samenvoegen van provincies zijn en dat verbaast me dan heel erg. Zou u als Brabander erg blij zijn als Zuid-Nederlander? Bovendien: Van die opvattingen over ‘groot is efficient’ hebben we genoeg negatieve gevolgen gezien. België heeft zijn provincies, Duitsland de Kreisen en Frankrijk de departementen (die gemiddeld niet meer inwoners hebben dan de Nederlandse provincies).

    De SP is tegen het samenvoegen van provincies, net zoals wij een gedwongen samenvoegen van gemeentes afwijzen. JM

    Reactie door T. Beetstra — vrijdag 12 april 2013 @ 14.45 uur

  2. Geachte heer Marijnissen,

    uw streven is loffelijk, maar niet haalbaar en ook niet van deze tijd.

    Waarom niet haalbaar ?

    Nederland kent verschillende lokale, regionale en andere (cultuur)historische musea. Ik ben zelf directeur geweest van zo’n museum: het Stedelijk Museum Alkmaar. Dat museum heeft een kwalitatief hoogstaande en interessante (cultuur)historische collectie over Alkmaar en de regio. Wat daar getoond en verteld wordt is geworteld in de stad, Noord-Kennemerland en het kustgebied. Wat je binnen ziet, leert en ervaart kun je deels nu nog in de nabije omgeving met eigen ogen gaan bekijken. (Denk aan schilderijen van de Grote Kerk en de Grote Kerk zelf, denk aan de schuttersstukken en het Doelengebouw dat nog bestaat, denk aan de schilderijen van over het Beleg en de plekken waar zich dat heeft afgespeeld, denk aan de schilderijen van de schilders van de Bergense School en de plekken waar ze hebben zitten schilderen enz.) Dat levert meerwaarde op.

    Stel dat het museum delen van deze collectie zou overhevelen naar het zo vurig door u gewenste Nationaal Historisch Museum, dan verliest het een groot deel van zijn zeggingskracht en potentie. Juist voor groepen bewoners uit de omgeving en leerlingen van het basis- en voortgezet onderwijs. Mij is daarom in het geheel niet duidelijk waar u de collectie voor het Nationaal Historisch Museum vandaan wilt halen.

    Waarom ouderwets ?
    Mensen van mijn generatie (waar u ook toe behoort) denken al gauw in termen van een museum (of een boek) als zij iets willen uitdragen dat zij belangrijk vinden. Daarbij gaan ze voorbij aan de fantastische mogelijkheden die de digitale media bieden en die ook zonder museumcollectie te realiseren zijn..

    Een voorbeeld: ik zit op dit moment in het bestuur van het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw-West. Dit museum heeft geen collectie in de traditionele betekenis. Het wordt grotendeels gerund door zeer gemotiveerde en kundige vrijwilligers uit de buurt en van elders. De ‘collectie’ is het vlakbij gelegen beschermde stadsgebied van Amsterdam Geuzenveld, de rest van Nieuw-West en Buitenveldert. Delen van de stad die voor WO II allemaal door Cornelis van Eesteren (als planoloog) werden ontworpen volgens de principes van het Nieuwe Bouwen en gebouwd in de jaren 50. Het museum ontsluit een ongelofelijk interessant gebied, met vele kanten, voor verschillende doelgroepen (bewoners, belangstellenden, architecten, planologen,studenten, scholieren, andere belangstellenden) d.m.v. wandel-, fiets- en vaartochten., filmpjes, fotoreportages, de zogenaamde Van Eesterengesprekken en een enkele tentoonstelling. Het museum is beperkt open, vandaar dat wij er ook bezig zijn om een digitaal museum te maken dat via internet permanent te bezoeken is.

    Zoiets zou ik me in het groot kunnen voorstellen van het Historisch Museum Nederland, waarbij het Historisch Museum in Den Haag wat mij betreft het aangewezen museum is om de ontstaansgeschiedenis van Nederland op een aansprekende manier te tonen (in samenwerking met het Nationaal Archief bijvoorbeeld). Daaromheen zou een groot digitaal museum kunnen worden gerealiseerd, waarbij alle andere historische musea en archieven een satellietfunctie krijgen. Gezamenlijk kunnen zij werken aan de digitale/virtuele geschiedenis van Nederland (met apps die kunnen worden gedownload). Daarom heen kunnen zij een programma van activiteiten/evenementen/tentoonstellingen, excursies en educatieve projecten organiseren.

    Daarmee wordt zo’n veelomvattend ‘digitaal historisch museum’ een voorloper van het museum van de toekomst, want het museale veld staat aan de vooravond van grote veranderingen. (Met name de historische, natuurhistorische e.d. musea die verhalen te vertellen hebben).
    Ik zou hier nog veel meer over kunnen/willen zeggen, maar laat het hierbij.
    Vriendelijke groet,
    Sandra de Vries
    p.s. ik ben de dochter van Theun de Vries. Toen hij ziek was zei hij mij dat ik u moest bellen omdat hij met u de toestand in de wereld wilde bespreken. Helaas liet zijn gezondheidstoestand dat niet toe.

    Reactie door Sandra de Vries — zaterdag 13 april 2013 @ 14.36 uur