De vos en de passie

Hoe onheilspellender de boodschap hoe betrouwbaarder de boodschapper – zo lijkt een groeiend deel van de milieubeweging te denken. Het toppunt van milieumoed is in hun ogen: zeggen dat ook de gewone man inkomen moet inleveren. Als je dàt zegt, ben je betrouwbaar en moedig tegelijk.

Toen CDA, PvdA, VVD en D66 nog totaal voorbij liepen aan de grote toename van de vervuiling, waren wij al op pad om de grote vervuilers te ontmaskeren en zonodig aan de schandpaal te nagelen. Dat waren de ondernemers die hun ekonomische macht misbruikten en arbeiders en omwonenden opzadelden met hun rotzooi.

Maar in die beginjaren van de milieustrijd waren er ook die er anders over dachten. Dat waren de kabouters van Roel van Duin. Zij zagen het klootjesvolk als de grote veroorzaker van de vervuiling. ‘Die arbeiders willen toch allemaal alleen maar een auto en hetzelfde bankstel als bij Mien,’ zeiden ze altijd. Jan-met-de-Pet werd afgeschilderd als een schlemiel die koopt om te kopen. Hij was in hun ogen een ‘geprogrammeerd konsumptiedier’.

Deze arrogante opvatting heeft het in de jaren zeventig moeten afleggen. Zij bleek slechts gebaseerd op de oppervlakkige en vooral bevooroordeelde waarneming van een stel middenklassers. De meesten die het belang van een harmonieuze relatie van de mens met zijn natuurlijke omgeving bepleitten, waren van mening dat de vervuiling van ons milieu met name werd en wordt veroorzaakt door de kapitalistische produktiewijze: de konkurrentie, de wens van bedrijven om zoveel mogelijk winst te maken en de geringe invloed van de overheid op de ekonomie.

In de jaren tachtig gebeurden er twee dingen. Op de eerste plaats werd het milieu een belangrijk politiek onderwerp. Als ging het om een verzameling kameleons: alle politieke partijen werden plotsklaps ‘groen’. Op de tweede plaats werd de milieubeweging steeds meer opgenomen in het systeem. Vele strijders van het eerste uur verkozen het werk in kommissies met overheid en bedrijfsleven boven het mobiliseren van de burger en het voeren van aktie. Gevolg hiervan en van het feit dat een groot deel van de milieubeweging zich voortaan liet subsidiëren door dezelfde overheid waartegen ze eigenlijk ten strijde zou moeten trekken, was dat men steeds verder werd ingekapseld.

Toen minister Alders terugkwam van de milieu-konferentie in Rio de Janeiro en hij bij aankomst hoorde van de nieuwe CAO voor de zorgsektor, zei hij zich vreselijk te ergeren aan de vier procent loonsverhoging. ‘Leidt tot weer meer overkonsumptie – en dus tot nog meer vervuiling.’

De bewindsman bevindt zich in de kerk van de milieudominees die ons willen overhalen tot zelfkastijding. Dat is lekker makkelijk en goedkoop voor de regering. De grote vervuilers en de producenten van al het afval durft Alders niet aan te pakken. Maar de mensen die hard moeten werken voor hun loon, krijgen een reprimande van de excellentie. In het belang van het milieu, wel te verstaan.

Als dit kabinet ‘milieu’ preekt, burger let op uw knip!