De ware schuldigen

Mijn broer heet Chris. Hij is anderhalf jaar ouder dan ik. Samen met hem ben ik groot gebracht. Tot zijn elfde heeft hij thuis gewoond. Daarna ging hij naar een gesticht in St. Michielsgestel; een gesticht dat werd geleid door Duitse nonnen. Gelukkig heeft hij daar niet lang hoeven blijven. Enkele jaren later kon hij naar de Binckhorst in Rosmalen. Dat was een hele vooruitgang: hij lag niet meer hele dagen en nachten vast gebonden op bed, er werd met hem gespeeld en hij kreeg therapie. De hygiëne was er beter verzorgd en ze hadden er gezellige kleine groepen.

Mijn broer is mongool. Hij wordt gerekend tot de ernstige gevallen. Hij heeft nooit kunnen praten en hij beheerst slechts enkele vaardigheden. Mijn moeder noemt hem nog steeds ‘mijn Chrisje’ ondanks zijn leeftijd. Maar zij heeft dan ook een zeer speciale band met hem. De liefde en aanhankelijkheid die zij met elkaar uitwisselen is heel bijzonder. Enorme vreugde op het moment dat hun blikken elkaar bij bezoek voor het eerst vangen en bij het afscheid altijd weer verdriet. Chris verbergt zijn gezicht dan altijd in zijn handen.

Ik ben zelf altijd snel geroerd bij de aanblik van mensen zoals Chris. Hun aandoenlijke onschuld en oprechtheid treft volgens mij iedereen die met hen in aanraking komt. Zij lijken in een ander wereld te leven, hùn wereld. Een wereld van vreugde en vriendschap, blijdschap en teleurstelling, maar ook kameraadschap. Al is die wereld misschien van een andere inhoud, toch is hùn wereld voor honderd procent afhankelijk van wat wij van ònze wereld maken. Hun wereld is als een zeepbel: heel mooi, maar ook zeer makkelijk te vernietigen.

Vroeger werden deze mensen allemaal thuis verzorgd. Ouders die dergelijke kinderen hadden, konden hun eigen leven wel afschrijven; àlles maar dan ook alles zou in het teken staan van dat ene kind. Vakantie zat er niet in, zelfs niet een avondje uit met z’n tweeën. De kinderen zelf kwamen vaak ook veel te kort, ondanks de inspanningen van de ouders. Vaak werden ze ook nog verborgen gehouden voor de omgeving. Omdat kontakt toch alleen maar onbegrip teweegbracht.

Dit is overigens nog steeds voor vele gezinnen dagelijkse realiteit. Het aantal zwakzinnigen dat onmiddellijk geplaatst zou moeten worden is gestegen tot 1200.

Maar er is meer. De bezuinigingen eisen ook ín de inrichtingen hun tol. Minder personeel voor meer werk. Een klein berichtje uit de krant: ‘De politie van Middelburg heeft tegen twee verpleegsters van de inrichting voor zwakzinnigen ‘Vijvervreugd’ proces-verbaal opgemaakt wegens dood door schuld.’ De twee hadden een patiënt in bad gedaan, maar konden er door de té hoge werkdruk niet steeds bij blijven. De man verdronk.

Zeker, het gaat hier om ‘dood door schuld’. Het is te hopen dat er inderdaad een justitieel onderzoek komt en dat de schuldigen worden gepakt… in Den Haag.