Afrekenen!

Toen ik in 1952 geboren werd, vond er een wonder plaats. Nee hoor, ík was dat wonder niet, integendeel. Het was al bezig toen ik mijn eerste kreten slaakte. Het wonder was begonnen toen de Tweede Wereldoorlog ten einde was. Toen besloten onze ouders en onze grootouders aan een onmogelijk karwei te beginnen. En dat karwei was het weer opbouwen van het land. Ze deden het omdat ze wisten dat het moest. Wilden we weer een beschaafd land worden, dan moest het onmogelijke mogelijk gemaakt worden. Met vereende krachten werd dat onmogelijke gerealiseerd – en sneller dan iemand voor mogelijk gehouden had. Hoewel we straatarm waren, veel in puin lag en velen getraumatiseerd waren door de rampen van de oorlog, werd er hard aangepakt en dóórgepakt. Met die spirit bleek álles mogelijk. Ze bouwden huizen op de puinhopen, bouwden nieuwe fabrieken en nieuwe havens, wegen en spoorlijnen. Ze bouwden ziekenhuizen, scholen en bibliotheken. Ze bouwden een stelsel van sociale voorzieningen en verzekeringen, zodanig dat men er elders met grote bewondering naar keek. En ook al werd niet alles zo opgebouwd zoals menigeen het beste vond, iedereen was trots dát er gebouwd werd. ‘Wederopbouw’ werd daardoor een woord dat we met respect uitspreken, met verwondering, met bewondering. Het zegt iets over wat we kunnen als we iets écht willen.

Hoe anders is het nu? We zijn rijker dan ooit, rijker dan wie ook – en toch breken we nu al jaren op rij soms stelselmatig, soms chaotisch, af wat onze ouders en grootouders hebben opgebouwd aan goed onderwijs, zorg, recht, maar ook aan immateriële waarden als waardigheid en solidariteit. En als iemand daar vraagtekens bij zet, wordt er eerst een commissie benoemd, die vervolgens zegt dat het nu eenmaal niet anders kan. Onze regering is behept met een Jan Saliegeest. Problemen worden niet aangepakt, maar ontkend. We barsten van het geld, maar onze regering doet niets met die rijkdom, of geeft ‘t weg aan mensen die toch al veel hebben. Verworvenheden die ons beschaafde land kenmerkten worden zomaar bij het oud vuil gezet. Solidariteit is één van de verworvenheden van de naoorlogse wederopbouw. Voor de paarse politici is het een vies, ouderwets begrip geworden. De moraal van de huidige regeerders behelst niet meer dan ‘ieder voor zich, en de markt voor ons allen’.

Velen zien het gebeuren en denken dat het nu eenmaal zo hoort. Ik niet. Ik beschouw zowel de naoorlogse wederopbouw als de huidige sociale en culturele uitverkoop als een gevolg van mensenwerk. Dat geldt ook voor de stille revolutie die onder acht jaar paars heeft plaatsgevonden. Op een geniepige, sluipende maar wélbewuste wijze is het neoliberalisme aan de macht gekomen. Hier past een compliment voor de VVD. Deze partij is in staat gebleken de PvdA haar verleden te laten verloochenen. Want let wel: de PvdA was de afgelopen acht jaar de grootste partij én leverde ook nog eens de minister-president.

Waar kunnen deze zogenaamde sociaal-democraten na acht jaar paars trots op zijn? Er is te weinig geld voor de zorg, waardoor onnodig mensen overlijden. Te weinig geld voor het onderwijs waardoor het onderwijs hollend achteruit is gegaan. De rijken zijn wéér rijker geworden, maar minder belasting gaan betalen. En de armoede is nog steeds niet uitgebannen. 750.000 gezinnen leven in armoede en moeten bezuinigen op kleren en eten. En dat in Nederland, in de 21ste eeuw! Het vertrouwen van de burgers in de rechtstaat is als sneeuw voor de zon verdwenen. Klassenjustitie is weer helemaal terug. Elektriciteit en gas werden overgeheveld naar de markt, waardoor schone centrales in ons land moesten sluiten. De NS moest zo nodig naar de beurs, van concurrentie zouden we allemaal beter worden. Het werd een chaos. De sociale wetten werden onder handen genomen, ze werden allemaal verslechterd. De voorstellen van de SER om de WAO voor veel arbeidsongeschikten maar gewoon af te schaffen zijn daar een voorlopig laatste voorbeeld van. De sociale volkshuisvesting werd zo wat ontmanteld, de openbare ruimte viel ten prooi aan de zichtlocaties voor de industrie en de bouwlustige rijken die een optrekje wilden in het bos, om het vervolgens te kappen. Allemaal met dank aan de PvdA, die van Partij van de Arbeid verworden lijkt tot de Partij van de Afbraak.

Zeker, dit is harde taal. Maar ik sta niet bekend om mijn wollig, verhullend taalgebruik en dat wil ik eigenlijk ook maar zo houden. Laten we duidelijk zijn. Er komen verkiezingen aan en dan hebben coalitiepartijen altijd de neiging weg te lopen voor het beleid dat ze gevoerd hebben. Dan komen de beloften en de mooie praatjes. Beloofden de paarse partijen ook vier jaar geleden niet dat ze iets zouden doen aan de groeiende tweedeling? En aan de verschraling van de publieke sector? Er is niets van terechtgekomen, integendeel. De afbraak is gewoon dóórgegaan.

Er zijn twee punten waar paars erg trots op is. Er zijn meer dan één miljoen banen bijgekomen, en het financieringstekort is verdwenen. Deze claims verdienen echter wel een nuancering. Het aantal banen is de afgelopen jaren inderdaad flink gestegen en dat is heel mooi. Dat is echter niet te danken aan paars, maar aan de snelle groei van de wereldeconomie. Wanneer het wél door paars gekomen zou zijn, dan zouden we nu de coalitie kunnen verwijten dat de economische groei afvlakt. Inderdaad, één miljoen banen erbij, maar laten we niet vergeten dat het hierbij voor 60 procent gaat om flexibele banen en dat het aantal mensen met een minimumloon is gestegen van 100.000 naar 300.000. Dat zijn vooral de zogenoemde ‘Melkertbanen’. Onder paars is het fenomeen van de ‘working poor’ een normaal verschijnsel geworden. En dan het financieringstekort. Inderdaad, dat is verdwenen en omgeslagen in een licht overschot. Wij vinden dat niet zo bijzonder en hebben altijd op het standpunt gestaan dat je niet langjarig meer kunt uitgeven dan je binnenkrijgt. Was dat eerder ook het uitgangspunt geweest, dan hadden we nu geen staatsschuld van 500 miljard gulden gehad. Maar er is nog wel iets anders: behalve dat paars het financieringstekort heeft teruggebracht heeft men ook nog eens 30 miljard gulden aan lastenverlichting weggegeven. En in de combinatie van die twee zaken zit ‘m de kneep. De zalmnorm heeft dit land veel kwaad gedaan. Niet alleen rechtstreeks (te weinig geld voor noodzakelijke voorzieningen) maar ook indirect: door de zalmnorm zijn de discussies in de Kamer op slot gegaan en is een groot deel van de bevolking het vertrouwen in de overheid kwijtgeraakt. Het is toch te gek voor woorden dat men eerst de economische groei te laag inschat en dan later meevallers niet gebruikt mogen worden voor investeringen in zorg en onderwijs? De zalmnorm is door Melkert wel eens omschreven is als ‘de gesel van Financiën’. Maar dat is wel een gesel waar hij zelf om gevraagd heeft. Sterker: getuige het verkiezingsprogramma van de PvdA schijnt hij ‘m ook voor de komende vier jaar niet te kunnen missen. Nou, ik wel. Donder de zalmnorm maar in de Hofvijver!

Na acht jaar Popi Jopi uithangen, is de liefde voor paars aanzienlijk bekoeld, zelfs bij de coalitiepartijen. Nu de verkiezingen naderen zien PvdA en D66 er geen brood meer in om zich al te zeer te tooien met de resultaten van paars, zeker nu steeds beter zichtbaar wordt waartoe het allemaal heeft geleid. Paars is even uit.

Maar ik ben meer van eerst zien en dan geloven. Met de huidige PvdA, verantwoordelijk voor het beleid van de afgelopen 12 jaar, valt ook straks niet zinvol op te trekken. Ook al spreekt Ad Melkert nu roerende woorden en zijn zijn beloftes niet van de lucht, ik vind ‘m geen veelbelovende kandidaat-premier. Als ik het verkiezingsprogramma van de PvdA lees, dan zie ik geen echte verandering van koers. De SP komt met een investeringsprogramma voor de ergste nood in de publieke sector van 15 miljard euro, de PvdA blijft steken op amper de helft. En aan de inkomensongelijkheid, die steeds stuitender is geworden, doet de PvdA zoals het er nu bijstaat ook bitter weinig. Als ik Melkert hoor beloven dat hij het allemaal anders en beter wil gaan doen, spoken steeds de legendarische woorden van De Hoop Scheffer door mijn hoofd: ‘Waar was je? Waar was je, Ad? Waar was je, toen dit land in de sociale uitverkoop gedaan werd?’ Waar was je toen de Ziektewet werd afgeschaft, en toen de Nabestaandenwet werd verslechterd?’ Ik weet het nog héél goed: Ad, jij was toen minister van Sociale Zaken. Je weet wel: het was die tijd waarin ook die honderden miljoenen ESF-gelden zonder controle werden besteed.

Als ik er zo op een afstandje naar kijk doet Melkert me denken aan die pyromaan die de brandweer tegemoet rent en ‘brand!, brand!’ schreeuwt.

U zult Melkert in verkiezingstijd vaak het woord ‘samen’ in de mond horen nemen. Niet meer ‘ieder-voor-zich’ , vanaf nu doen we het ‘samen’. Maar laat iedereen zich realiseren dat hij het al acht jaar sámen deed – met de VVD! En als hij de kans krijgt doet ‘ie het na 15 mei wéér samen met de VVD. Een stem op Melkert is een stem op Dijkstal. En de VVD, die zien wij niet zitten bij de SP. Niet uit kinnesinne. Wél omdat onze kijk op de wereld haaks staat op die van de rechtsliberalen. Daar is niks mis mee, maar het is wel goed te blijven benadrukken dat we de antipoden zijn. Zij zijn liberaal, wij zijn sociaal. Als je kiest, kies je écht: voor de één of voor de ander. Jammer voor wie nog op hoopte, dat kabinet Marijnissen-Dijkstal komt er níet!

Veel VVD’ers en PvdA’ers lopen nu over naar Fortuyn. Die mensen zijn het falen van de politiek zat. En daar hebben ze groot gelijk in. Het gekat van de grote partijen op de nieuwkomer is slap en flauw. Als mensen bij je weglopen, heb jíj het slecht gedaan en moet je de vertrekkers niet hun overstap verwijten. Alleen, hun overstap zal hen niet helpen. Ze belanden in een rad van Fortuyn, dat geen echte prijzen uitkeert en slechts draait voor de show. Ze komen van de regen in de drup, want de oplossingen van Fortuyn verschillen niet wezenlijk van de paarse. De Lijst Fortuyn groeit nu explosief en het is ook als een explosie: het is één keer plof en dan is het weg. Geen program, geen organisatie, geen geschikte mensen, én geen historie. De ouderenpartijen hebben laten zien dat dit de ingrediënten zijn voor implosie. Ook Fortuyn zal daar niet aan kunnen ontkomen. Toch is Fortuyn niet iemand waar we schouderophalend aan voorbij kunnen gaan. Er zitten gevaarlijke kanten aan deze man. Diens oproep om een koude oorlog tegen de islam te beginnen is een vorm van simplisme, waarmee Fortuyn zich kan ontwikkelen als wegbereider van etnische en religieuze haat. En Fortuyn heeft banden met financiers waarover hij geen openheid wil verschaffen. Op de eerste plaats vind ik dat politieke partijen zich niet moeten laten sponsoren en op de tweede plaats: áls het dan al gebeurt, dan toch zeker in het openbaar! Geen gesjoemel, maar open kaart!

Naast de SP is er ter linkerzijde ook GroenLinks. Vaak voerden we de afgelopen acht jaar samen oppositie tegen paars. Dat waardeer ik zeer, ook al is onze stijl anders en zijn er ook inhoudelijk forse verschillen. Ik wil hier echter wél zeggen dat ik me in toenemende mate zorgen maak over de vraag hoe lang GroenLinks nog echt oppositioneel kan blijven. Het is mooi als je wilt meeregeren. Maar zolang je dat niet doet, heb je wél een taak te vervullen. In een democratie is de oppositie niet minderwaardig, maar minstens even belangrijk als de coalitie!

Daarom: Paul, als ze je nodig hebben, roepen ze wel. Ga je partij en je idealen niet al op voorhand kortwieken!

Op 15 mei kunnen de kiezers afrekenen. Ik stel voor dat we afrekenen met paars. Dit land, met al zijn waardevolle mensen die samen zo veel in hun mars hebben, verdient een beter beleid dan we de afgelopen acht jaar voorgezet hebben gekregen. Ober, afrekenen en opruimen a.u.b.!