Geniepige manipulatie

Onder paars is de deur opengezet voor genetische manipulatie. Dat zal verregaande gevolgen hebben voor heel veel mensen. Net als op zoveel andere terreinen stond de burger in deze discussie buitenspel. Het maatschappelijk debat dat de regering organiseerde, was een lachertje. De bevolking was tegen, de regering zette door.

De argumenten waarmee de genetisch gemanipuleerde landbouw wordt bepleit zijn niet steekhoudend. Genetische manipulatie, zo stellen voorstanders, kan dé oplossing zijn voor het wereldvoedseltekort. Men kan immers voedingsgewassen ontwikkelen die eigenschappen van andere planten in zich hebben, zoals rijst met extra vitamines, die beter gedijt in een warm klimaat of in extreme droogte en ook nog een grotere opbrengst per hectare geeft. Wereldwijd neemt het areaal gentechlandbouwgrond stormachtig toe. In 1999 was al 39.9 miljoen hectare landbouwgrond ingezaaid met transgene gewassen en een verdubbeling is op komst. Dit areaal bestrijkt grote oppervlakten in de Verenigde Staten en Canada, maar ook in India. Grote ondernemingen verwerven steeds meer landbouwgrond van kleine boeren en zetten ze vol met gentechgewassen. Voorstanders beweren dat de opbrengst veel groter zal zijn. Het verzet in sommige westerse landen tegen ‘Frankensteinvoedsel’ wordt door hen afgedaan als egoïstisch gefilosofeer ten koste van de hongerige massa’s elders op de wereld – een argument dat het op ‘voorlichtingsbijeenkomsten’ voor de promotie van gentechzaden in de Derde Wereld goed doet. Honderden miljoenen mensen lijden honger, tientallen miljoenen sterven jaarlijks aan het gebrek aan voldoende goed voedsel. Maar dat het wereldvoedselprobleem via gentechvoedsel zou kunnen worden opgelost en dat arme landen daadwerkelijk gebaat zijn bij genetische manipulatie, is zeer twijfelachtig.

Het voedselprobleem heeft meer te maken met een falende verdeling dan met een gebrekkige productie. De armoede en de machtsverhoudingen binnen de markt – de belangrijkste oorzaken van de wereldwijde honger en ondervoeding, worden door middel van de techniek niet bestreden. Integendeel: de macht van de bedrijven die de beschikking hebben over octrooien en licenties neemt hand over hand toe, en daarmee de concentratie van de economische macht. De praktijk wijst uit dat het gebruik van transgeen zaaigoed op alle mogelijke manieren wordt opgedrongen aan arme boeren, die daarmee hun eeuwenoude ‘recht’ op het kweken met eigen zaaigoed kwijtraken en afhankelijk worden van enkele westerse zaaigoedmultinationals. De hoge prijs van het transgene zaaigoed zorgt ervoor dat hun inkomsten achteruit gaan en noopt velen ertoe hun grond te verkopen aan ondernemingen die wel rijk genoeg zijn om met gentechzaden te werken. Overigens is ook de bewering dat transgene gewassen in de landbouwpraktijk daadwerkelijk een grotere oogst oplevert nooit met feiten onderbouwd. Een onderzoek van de universiteit van Nebraska toont zelfs dat Roundup-soja, een transgene sojaboon van Monsanto, een lagere opbrengst heeft dan gewone soja. De voordelen van gentechlandbouw, zo blijkt telkens weer, zijn voornamelijk voor de grote westerse licentiebezitters. Hun winsten stijgen, terwijl de honger blijft bestaan.

Genetische manipulatie zou ook beter zijn voor het milieu, zo stellen de voorstanders. Gemanipuleerde gewassen kunnen beter bestand worden gemaakt tegen schade door insecten. Maar hoewel vooral de industrie claimt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is afgenomen, kan niemand dat met harde cijfers staven. Bovendien hebben de bedrijven die betreffende zaden ontwikkelden ook het monopolie op het eraan gekoppelde bestrijdingsmiddel. Ook hier zijn de voordelen voor de grote producenten. Een betere oplossing zou zijn om biologische landbouw te promoten. Die wordt echter ernstig bedreigd door gemanipuleerde zaden, die op verschillende manieren ook in gentechvrije oogsten terechtkomen. Onlangs bleek koolzaad dat in Canada was gekweekt vermengd met genetisch gemanipuleerd koolzaad, en ingezaaid in velden in Europa, mogelijk ook in Nederland. De meeste velden werden vernietigd. Om nieuwe ellende te voorkomen roept Greenpeace, in samenwerking met Natuur en Milieu en Milieudefensie, burgers op het verzet te steunen tegen vergunningen van de regering voor nieuwe proefvelden voor gentechgewassen.

Ook in Nederland zijn inmiddels tientallen vergunningen verleend voor proeven met gentechgewassen in de open lucht en worden genetisch gemanipuleerde bestanddelen verwerkt in voedsel voor menselijk en dierlijk gebruik – buiten medeweten en zonder instemming van het grote publiek. 61 procent van de Nederlandse bevolking weet niet dat ook in Nederland genetisch gemanipuleerde gewassen worden gekweekt; 55 procent weet niet dat voedsel met gemanipuleerde bestanddelen in de winkels wordt verkocht. t is geen desinteresse: 70 procent wil graag meer weten over mogelijke risico’s van gentechgewassen voor natuur en milieu. Uit deze cijfers, afkomstig uit een recente NIPO/Greenpeace enquete, spreekt verontrusting over de huidige gang van zaken, in het bijzonder over de sluimerende wijze waarop de samenleving voor voldongen feiten wordt geplaatst. Dit is geen onterechte zorg. Zetmeelconcern Avebe uit Groningen kreeg twee jaar geleden een vergunning om transgene aardappelen te planten voor industriële toepassingen. De aardappel heeft door manipulatie een verhoogd zetmeelgehalte, maar ook een gen dat resistentie tegen antibiotica kan veroorzaken. Het jaar daarop besloot het ministerie van VROM geen vergunning meer af te geven voor deze aardappel. Avebe had echter, anticiperend op een positieve uitslag, de aardappel al laten poten. Het bedrijf moest de gepote aardappelen rooien en vernietigen (kosten: 15 miljoen gulden). Maar dit jaar bleken aardappelen van vorig jaar toch weer op te schieten tussen de nieuwe oogst. Het totaal verwijderen van deze transgene opslag blijkt niet mogelijk.

Gentechnologie in de landbouwsector is tot op heden geenszins het beloofde wondermiddel tegen honger en voor een beter milieu. Gentech in de landbouw is een verspilling van waardevol wetenschappelijk onderzoek, menskracht en geld, en een bedreiging voor mens en dier, de omgeving en de economische situatie van kleine boeren en arme landen. Voor een breed gedragen en gefundeerd oordeel over de wenselijkheid van genetische manipulatie van landbouwgewassen moeten we ons (bezinnings)tijd gunnen. Niet de technologische ontwikkelingen en de belangen van het bedrijfsleven moeten bepalen waar de grenzen liggen, maar het maatschappelijk belang. Te vaak zijn we overgegaan tot invoering van technologische ontwikkelingen zonder ons vooraf te realiseren wat de gevolgen op langere termijn kunnen zijn. Kernenergie is daar het meest sprekende voorbeeld van. Tijd voor bezinning krijgen we als er nu een moratorium komt op genetische manipulatie in de landbouw. De miljoenen overheidsgeld die nu worden uitgegeven aan ‘technologische ontwikkelingskredieten, kunnen beter worden besteed aan goede, onafhankelijke voorlichting en aan een breed maatschappelijk debat. Niet alleen de politiek, maar vooral de consument heeft recht op informatie en discussie, zodat op goede gronden geoordeeld kan worden over de toekomst van de genetische technologie. Alleen zo kan een einde komen aan het ongecontroleerd knutselen aan de bouwstenen van het leven.