Het gevecht om de beste hersens

Op de rekening van paars staat ook haar inzet om, in navolging van Duitsland, actief te werken aan arbeidsmigratie vanuit landen buiten de EU. Ook het CDA en GroenLInks hebben daaraan overigens hun steun toegezegd. De Europese Commissie zit eveneens op deze lijn. Eurocommissaris Vitorino zegt: ‘Het gevecht om de beste hersens is losgebarsten.’ Maar het is volstrekt onnodig, onverstandig en zelfs immoreel om de beste mensen uit derdewereldlanden weg te halen om hier onze luxeproblemen te komen oplossen,.

Voorstanders van een actief arbeidsmigratiebeleid hanteren een scala van argumenten voor hun pleidooi, van ‘Burgers van arme landen moet als gelijkwaardige partners de mogelijkheid geboden worden hun bestaan te verbeteren’, tot ‘Het biedt voordelen voor de betrokken migranten en hun land van herkomst’ en ‘De dubbele vergrijzing maakt dat we er niet aan ontkomen’. Ad Melkert zegt: ‘Ik denk dat er een permanent verkeer zal ontstaan van mensen die hier tijdelijk komen werken. De mensen komen hier toch naar toe, legaal of illegaal’.

Nederland heeft de komende jaren te maken met een ‘dubbele vergrijzing’: gemiddeld worden we steeds ouder en het aantal ouderen als percentage van de totale bevolking zal de komende decennia verder toenemen. Dat kan een niet gering probleem worden voor de samenleving, in het bijzonder voor de ouderen van morgenDat is ook de reden waarom de paarse kabinetten een fors verwijt valt te maken. Zij hebben de populariteit van het werken in de zorg de afgelopen jaren buitengewoon geschaad. Nu er als gevolg van de aanhoudende economische groei spanning is op de arbeidsmarkt wordt het probleem van het personeelstekort in de zorg nog versterkt. Justus Veerman, hoogleraar sociologie, stelt echter: ‘Of er op lange termijn sprake zal zijn van een echt arbeidstekort in ons land, staat voor mij nog niet vast. En als er al sprake zal zijn van een tekort, dan zal dat vooral gelden voor de zorgsector.’ Om het nu al bestaande tekort aan mensen voor de zorg te compenseren, heeft het kabinet bevorderd dat in landen als Suriname, Zuid-Afrika, Polen, de Filippijnen en Indonesië personeel wordt geworven. De eerste ervaringen zijn niet erg positief. Zo gingen Zuid-Afrikaanse verpleegkundigen alweer gedesillusioneerd terug naar hun land. De taal, de cultuur en de medische praktijk bleken te zeer te verschillen, zodat een effectieve inzet niet mogelijk bleek. Inmiddels heeft de Kamer, mede op aandrang van de SP besloten deze wervingspraktijk danig terug te schroeven. Doorslaggevend argument: het is immoreel in arme landen mensen te werven die daar harder nodig zijn dan hier. De werving in de Filippijnen en Indonesië gaat overigens tot op de dag van vandaag gewoon door!

Maar wat doen we dan tegen de spanning op de arbeidsmarkt? Of die aanhoudt staat geenszins vast. De economische groei loopt alweer terug en het vermoeden van het CPB is dat de werkloosheid weer zal oplopen. Bovendien hoeft spanning op de arbeidsmarkt niet erg te zijn, als dit leidt tot investeringen in research en development, om op die manier de arbeidsproductiviteit te verhogen. Spanning op de arbeidsmarkt kan ook leiden tot hogere looneisen. Maar ook daar lijkt mij weinig mis mee. De 4 procent loonsverhoging die de vakbeweging voor volgend jaar eist is nog steeds zeer redelijk, zeker als je bedenkt dat de top van het bedrijfsleven zich jaarlijks gemiddeld een stijging gunt van zo’n 15 procent. Vergeleken met het buitenland zijn de brutoloonkosten in ons land na die van Luxemburg en Griekenland de laagste van Europa.

Maar stel dat dit alles niet afdoende is. Ook dan is nog veel arbeidspotentieel voor handen, volgens minister van Sociale Zaken Vermeend zo’n 700.000 mensen. ‘Maar dat zijn niet de IT’ers die wij zoeken’, hoor ik het VNO/NCW dan zeggen. Dat kan zo zijn, maar dan gaan bedrijven die mensen maar opleiden. Dat is beter dan relatief goedkope arbeidskrachten in het buitenland te werven zonder zich rekenschap te geven van de langetermijngevolgen hier en daar. Laten we beginnen met een vermindering van de instroom in de WAO (door betere arbeidsomstandigheden en -tijden) en de bevordering van de uitstroom (herinvoering van de collectieve Ziektewet en sancties voor bedrijven die niet alles in het werk stellen om 5 procent van hun werknemersbestand uit (ex)WAO’ers te laten bestaan). Eén miljoen mensen in de Arbeidsongeschiktheidsregelingen kan geen enkel land zich permitteren, niet alleen uit economischoogpunt, maar vooral in verband met het recht op werk dat ook voor deze mensen inhoud moet krijgen. Helaas willen noch de commissie Donner noch het kabinet hieraan. Het bedrijfsleven mag immers – naar goed liberaal inzicht – op geen enkele wijze in haar vrijheid worden beknot.De enorme ongelijkheid in de wereld is de belangrijkste oorzaak van migratie. Terecht zeggen sommigen dat het hypocriet is een onderscheid te maken tussen politieke en economische vluchtelingen. Niemand kan immers een ander die arm is en geen perspectief heeft het recht ontzeggen alles te doen om zijn eigen positie en die van zijn gezin te verbeteren. Maar deze begrijpelijke ambitie van individuen moet wel onderscheiden worden van de politieke keuzes die geacht worden rekening te houden met de algemene omstandigheden en de toekomst. Dit is het centrale dilemma in het migratievraagstuk.

Arme landen zijn gebaat bij structurele ondersteuning vanuit het westen, bijvoorbeeld in de vorm van kwijtschelding van hun schuldenlast, toegang voor hun producten op de Europese markt, hulp bij het opzetten van educatieprojecten etc. Zij zijn niet gebaat bij een braindrain, als hun beste krachten worden weggekaapt door westerse bedrijven. Los van het feit dat die mensen nodig zijn voor de opbouw van het land en de vorming van een middenklasse (meestal een voorwaarde voor stabiele ontwikkeling), zien overheden die door middel van scholing in deze mensen hebben geïnvesteerd de revenuen wegvloeien naar de rijke landen. Mij dunkt dat het Suriname van na de onafhankelijkheid (1975) nog steeds het beste en tevens meest afschrikwekkende voorbeeld is. Kaapten wij vroeger voor een grijpstuiver de grondstoffen uit die landen, nu heeft het rijke westen zijn zinnen gezet op de arbeidskrachten. Niet door dáár te investeren en zo bij te dragen aan de ontwikkeling, maar door de beste mensen hier naartoe te halen! De Duitse minister van Binnenlandse Zaken stelt voor de arbeidsmigranten te selecteren door middel van een puntensysteem: ben je jong en goed opgeleid, heb je talent en breng je ook nog geld mee, dan heb je de meeste kans op een vergunning. Deze aanpak maakt een aantal dingen duidelijk. Ten eerste dat het niet om het welzijn van de mensen in kwestie gaat. Was dat het geval dan zou men de echte armen hier een kans geven. Ten tweede dat de belangen van het land van herkomst geen enkele rol spelen. Ten derde dat ook de langdurig werklozen en arbeidsongeschikten in Duitsland het verder wel kunnen vergeten. Voor hen komt een goedkoop alternatief.

Jet Bussemaker, PvdA-kamerlid, spreekt van ‘een redelijk niveau van sociale bescherming’ voor de nieuwe arbeidsmigranten. Dat is niet erg concreet, al geven de gekozen woorden wél aan dat de sociale bescherming minder zal zijn dan voor autochtonen. Dezelfde mevrouw Bussemaker laat tijdens een uitzending van Radio 1 weten dat de PvdA juist níet denkt aan de werving van mensen voor de zorg, terwijl dat volgens demografen nu juist de sector is waar de grootste knelpunten te verwachten zijn. Voor welke sectoren er dan wél geworven moet worden, zegt ze niet precies te weten. Daarvoor moet een commissie in het leven worden geroepen. Ook over de vraag of het hier gaat om tijdelijke danwel vaste dienstverbanden laat Bussemaker zich niet uit, terwijl dat wel een relevante vraag is. Immers, ‘tijdelijk’ betekent: na bewezen diensten, vertrekken. Is dat in het belang van de migrant? En wat als de migrant de illegaliteit verkiest boven terugkeer? Indien het gaat om een permanent verblijf, dan zal geïnvesteerd moeten worden in de integratie. Wie gaat dat betalen, de werkgevers of de gemeenschap? Wat gaat er met deze mensen gebeuren als de gevreesde recessie onverhoopt toch toeslaat? Wint hún belang het dan nog van óns belang, zoals vele voorstanders ons willen doen geloven? Kunnen deze nieuwe migranten hun gezin laten overkomen? Het is opmerkelijk dat al deze vragen onbeantwoord blijven, temeer daar we nog dagelijks worden geconfronteerd met de integratieproblemen als gevolg van de vrijheid-blijheid-aanpak van de arbeidsmigratie in de jaren ’60. Zou het niet van zorgvuldig beleid getuigen om eerst die problemen op te lossen? Bijvoorbeeld door de werkloosheid onder deze groep, die significant hoger ligt dan die onder autochtonen, actief te bestrijden.

Voorstanders van verruiming van het immigratiebeleid merken tenslotte op dat dit zal leiden tot minder asielzoekers en minder illegalen. Dat valt echter zeer te betwijfelen. Asielzoekers (legaal of illegaal) beantwoorden qua opleiding en ervaring in merendeel niet aan de behoeften van het bedrijfsleven aan hoogopgeleide mensen. De instroom van asielzoekers zal nauwelijks minder worden. Ook de Belgische premier Verhofstadt wees hier al op, evenals het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. De Nederlandse regering moet daarom het bedrijfsleven geen vergunningen geven om onnodig migranten hiernaartoe te halen. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft tegenwoordig de mond vol van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Laat hen dat dan ook waarmaken, om te beginnen door mensen uit ontwikkelingslanden scholingsprogramma’s en stageplaatsen aan te bieden. Laat men in die arme landen investeren en werknemers daar een eerlijk loon geven. De globalisering, die nu voor veel landen slechts negatieve kanten kent, zou dan een menselijker gezicht krijgen. Dat zou de beoogde migranten en de landen waar zij wonen écht vooruit helpen.