Onderwijs te koop

Ook het onderwijs is niet veilige gebleken voor de uitverkoopdrang van de afgelopen twe paarse kabinetten. Zo vindt minister Hermans van Onderwijs dat sponsoring van scholen geen kwaad kan. Hij beroept zich op het sponsorconvenant dat door toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Tineke Netelenbos is ondertekend. Deze gedragscode moet voorkomen dat bedrijven scholen teveel beïnvloeden. Uit een recente evaluatie blijkt echter dat dit convenant weinig garanties biedt. Eenderde van de onderzochte basisscholen vindt sponsoring belangrijk voor het primaire onderwijsproces, zoals lesgeven en huisvesting, terwijl dat volgens het convenant niet is toegestaan. Ook werd duidelijk dat slechts 20 procent van de scholen het convenant gebruikt als handleiding en dat eenderde van de scholen de ouders niet informeert over de sponsoractiviteiten. Kortom, het convenant is een papieren tijger, ook al omdat er geen sancties staan op het niet naleving ervan.

Sponsoring van scholen deugt niet. Sponsoring door bedrijven is voor de overheid een reden om zich financieel afzijdig te houden. Onderwijsminister Hermans (VVD) zei niet voor niets dat hij ‘graag’ zou willen dat KPN álle scholen van computers zou voorzien. Het is de vraag wat KPN doet als het economisch even niet meezit. Blijft het bedrijf dan met evenveel gemak de kostbare voorzieningen treffen, of gaat de regering dan weer over op de financiering van de computers? Ik geloof daar niks van. Immers, nu al schiet de rijksbekostiging fors tekort. Een ander bezwaar is dat sponsoring de continuïteit bedreigt van het onderwijs.Het derde bezwaar tegen sponsoring is dat het de onafhankelijkheid van de school aantast. Bedrijven zullen er alles aan doen om hun naam via sponsoractiviteiten de school binnen te loodsen. Een voorbeeld: IT-gigant Cisco leidt docenten op en geeft een Amsterdamse school computers. Die docenten zullen het niet in hun hoofd halen leerlingen uit te leggen dat Cisco deze zaken levert in een poging de Europese markt te veroveren. De vleesindustrie verspreidt op scholen gratis ‘werkboeken’, waarin vegetarisme wordt afgedaan als een raar verschijnsel dat door slechts een paar duizend mensen wordt aangehangen.

Dan is er een bezwaar van pedagogische aard. Kinderen kunnen, zeker als ze nog onder de twaalf zijn, niet goed onderscheid maken tussen feiten en fictie. Omdat reclame vaak gebruik maakt van overdrijving vormt sponsoring in het onderwijs een bedreiging voor de ontwikkeling van onze kinderen. Billboards en andere vormen van schreeuwende reclame horen daarom niet thuis in schoolgebouwen. Nu al worden we belachelijk veel geconfronteerd met steeds indringender vormen van reclame. Mijn advies: laten we de scholen gewoon commercievrij houden. De Verenigde Staten lopen altijd voor als het gaat om vercommercialisering. Laten we van de ontwikkelingen daar dus leren. Zo werd daar een school gesponsord door Coca-Cola. De school zou een heleboel geld ontvangen mits dat zou leiden tot verkoop van een bepaalde hoeveelheid colablikjes, gemiddeld twee blikjes per leerling per dag. Toen de school het afgesproken aantal niet dreigde te halen, ging de directie over tot een waar Coca-Cola-offensief. Op elke hoek werd een automaat geplaatst en drinken tijdens de les was ineens toegestaan. Iedere leerling zou moeten drinken. Het vijfde bezwaar tegen sponsoring ist dan ook de tegenprestatie die de sponsor per definitie van de school zal verlangen.

Het laatste bezwaar is de tweedeling die in het onderwijs als gevolg van sponsoring ontstaat. Niet alle scholen zijn aantrekkelijk voor sponsoring. Waarom voorziet KPN een school in het welvarende De Bilt wel van computers en scholen in de Bijlmer niet? Wat voor school zoekt een bedrijf dat in de leerlingen haar toekomstige werknemers en klandizie ziet? De praktijk leert nu al dat dit niet de meest verpauperde scholen zijn.

Zes redenen waarom ik van mening ben dat sponsoring van scholen niet kan en niet mag. Ik zou willen dat de minister zich inspant tegen de invloed van private middelen in het onderwijs. Helaas doet hij precies het omgekeerde. In zijn beleidsbrief ‘Onderwijs in Stelling’ zet Hermans de deur wagenwijd open voor private investeringen. Ondanks het feit dat hij zegt dat de overheid garant moet staan voor de kwaliteit van goed onderwijs, vindt hij het geen enkel probleem als ouders en bedrijven zich meer gaan toeleggen op de financiering van het onderwijs. Dat kan maar één ding betekenen: de uitverkoop van het onderwijs is definitief begonnen. Als de overheid zich nog meer terugtrekt, voorzie ik een doomscenario waarbij in 2010 een sterke scheiding bestaat tussen rijke scholen die ruimhartig commercieel gefinancierd worden en arme scholen die rond moeten komen van een minimaal overheidsbudget. ‘Hadden ze maar meer sponsors moeten zoeken’, zal er gezegd worden. Op termijn zal sponsoring dan ook bijdragen aan een afnemend draagvlak voor publieke financiering van het onderwijs. Dat is vanuit het oogpunt van gelijke kansen voor kinderen onaanvaardbaar.