Van paars naar pimpelpaars

Na Pim Fortuyn’s overdonderende verkiezingswinst in Rotterdam op 6 maart lijkt hij nu op weg om het hele land, op 15 mei, te veroveren, met 29 zetels in de laatste NIPO-peiling. Fortuyn’s optreden slaat aan – maar hoe staat het met zijn inhoud? Wat wíl Fortuyn – en weet de kiezer dat? Zijn standaardopmerking ‘leest u mijn boek maar!’ als reactie op iedereen die vraagt naar zijn plannen met stad én land kan het beste serieus genomen worden – in plaats van hooghartig meesmuilen zoals VVD-er Hans Dijkstal of PvdA-voorman Melkert. Mijn advies gaat nog verder: lees ál zijn boeken, columns en interviews*. Dan krijg je een samenhangend en helder beeld van de ambities, de missie en de politieke bedoelingen van het fenomeen Fortuyn. Dan kan hij ook, niet op de vorm, maar op de inhoud, bestreden worden.

Ik wil niet ijdel klinken. Maar het is waar: ik schreef al over ‘paarse puinhopen’ toen Fortuyn nog in de paarse zegeningen geloofde. Door in 1996 ‘Tegenstemmen, een rood antwoord op paars’ te schrijven heb ik er veel medestanders maar ook tegenstanders bij gekregen. En dat is fijn. Terecht zeiden mensen na onze entree in de Tweede Kamer in 1994: jullie zijn wel tegen… maar tegen wat? En waar ben je voor? Zij – of ze nu pro of contra waren – hadden recht op een antwoord. Dat heb ik gegeven, en ook later, als er vragen waren, heb ik geprobeerd die niet alleen in oneliners te beantwoorden maar ook in uitgewerkte vorm. Over het optreden van een oppositiepartij onder Paars, over onze betrokkenheid bij nieuwe oorlogen. Politici die schrijven geven kiezers meer keuze. Dus mij hoor je niet als Dijkstal zeggen over Fortuyn: Nee, dat boek ga ik voorlopig niet lezen, ik heb werk te doen’. Lezen, analyseren wat concurrerende politici zeggen ís werken voor een politicus. Hooghartig kritiek op jouw visie en jouw aanpak afwijzen is kenmerkend voor de a-politieke opstelling die mensen als Melkert en Dijkstal nu kiezen. Laat het maar langs je afglijden, het beklijft toch niet zie je ze denken. Ik hoop – met Fortuyn – dat die hoogmoed op 15 mei voor de val komt! Ik hoop – met Fortuyn – dat de kiezers een de heersende politiek een brevet van onvermogen uitdelen en met hun stem eisen dat er anders over problemen in de samenleving gesproken gaat worden. Over de vervreemding in de samenleving, over arme en rijk, over zwarte en witte scholen, over de sociale zekerheid, over criminaliteit en veiligheid, over onze opstelling in internationale conflicten, over cultuur en culturen. Dát zijn de thema’s waarover de Nederlandse burger zich druk maakt en waarover hij voorstellen van de politiek wil, die niet van het soort ‘pappen & nathouden’zijn maar werkelijk tot verandering leiden. Het zijn thema’s waarover ik graag – met Fortuyn – in debat wil. Want er is immers niet één antwoord mogelijk. De paarse politiek lijkt vast te lopen, de hype dat het allemaal beter ging dankzij het monsterverbond tussen liberalen en sociaal-democraten is voorbij. Het was veel meer de internationale economie – en in de eerste jaren de afwezigheid van de eeuwige regenten der christen-democratie – die de samenleving stuurde. Op de keper beschouwd was de paarse politiek de voortzetting van Lubbers 1,2 en 3 met andere mensen. Paars was qua inhoud neoliberaal (zoals Bolkestein ook steeds fijntjes wist te zeggen: ‘Behalve Marijnissen is inmiddels iedereen neoliberaal’ – mooi genoeg om op de cover van ‘Tegenstemmen’te zetten vond ik). De vlag op de neoliberale schuit, Wim Kok, wordt er nu afgehaald. Met Melkert of Dijkstal in top ziet iedereen wat het eigenlijk is: een modderschuit waar steeds minder mensen mee willen varen.

Op de golven van de burgerlijke boosheid – we zijn rijker dan ooit, en toch loopt het gierend uit de klauwen in zieken- en verpleeghuizen, op scholen en in volksbuurten – vaart Pim Fortuyn nu full speed mee. Ongekend is zijn aanhang in peilingen, en dat niet alleen: in zijn eentje zorgde hij voor een Rotterdamse Revolutie. Hij kan daar nu de baas gaan spelen, iets wat hij naar eigen zeggen al van kindsbeen af wilde (zie zijn autobiografie ‘Babyboomers’). Fortuyn is hot, kiezers lopen met hem weg. Vraag is: waar naar toe? Zijn boeken geven het antwoord. ‘De puinhopen van acht jaar paars’ is een beknopte samenvatting van wat hij aan gedachtegoed de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld heeft. Wie, zoals ik, de moeite neemt om dat te lezen en te analyseren, constateert zonder twijfel dat de antwoorden van Fortuyn op de door paars veroorzaakte problemen pimpelpaars zijn. Laten we stoppen met het betitelen van Fortuyn als opportunist, populist en zo meer. Hij is dat wellicht óók maar bovenal is hij pimpelpaars: ultra liberaal. Zijn oplossing voor de door een rechts kabinet veroorzaakte problemen is: een nog rechtsere politiek. Dát is wat al zijn boeken en columns ons vertellen. De voormalige marxist heeft al zijn vertrouwen in linkse oplossingen verloren en kiest voor radicale en vaak rabiate rechtse maatregelen. Dát is ook precies de spagaat van Pim: hij wil mee met het volk dat zich van Paars afwendt, maar hij moet ze leiden naar een samenleving die nog paarser wordt. Bekijk zijn voorstellen op alle wezenlijke terreinen maar. De problemen in de zorg moeten worden aangepakt – maar Fortuyn’s medicijn is een opgelegde anorexia: geen cent erbij in de eerste twee jaar, schrijft hij in zijn ‘Paarse puinhopen’. De bureaucratie moet worden aangepakt en de managers. Helemaal mee eens. Wij becijferden al veel eerder dat je daarmee pakweg 200 miljoen euro kunt bezuinigen. Da’s veel geld – maar daarmee kunnen we de problemen zoals Fortuyn ze zelf ook signaleert niet oplossen. Daar zijn niet enkele honderden miljoenen maar enkele miljarden euro nodig. Zie daar het levensgrote gezondheidsgat van Pim, open en bloot. Zonder voldoende geld kómt er geen voldoende zorg. Daar hoef je geen professor voor te zijn om dat te begrijpen. Fortuyn’s antwoord: laat in alle sectoren van de zorg daarom het particulier initiatief en het ondernemerschap (‘het zuurdesem van de samenleving’) toe. Waartoe dat leidt is ook eenvoudig te bekijken bijvoorbeeld in Amerika waar deze Fortuyniaanse droom al werkelijkheid is geworden: miljoenen onverzekerden die de particuliere premies niet kunnen opbrengen en een volslagen overconsumptie van gezondheidszorg door degenen die wél het geld hebben om zorgeloos rond te lopen op de zorgmarkt. Ieder zijn eigen therapeut en zijn overvolle huisapotheek. Bovendien, uit onderzoek blijkt dat particuliere ziekenhuizen in de VS gemiddeld 10% duurder zijn dan publieke ziekenhuizen.

De overwerkte onderwijzers en docenten op scholen zullen er ook niet vrolijker van worden als ze Fortuyn’s remedie lezen: gewoon doorwerken, niet zeuren om extra geld – er komt niks bij, meneer! – en boetes voor de school als de leerkracht ziek wordt en het niet meer ziet zitten. De WAO is een probleem. Te weinig mensen komen aan de slag. Daar is iedereen het over eens. Iedereen erkent ook dat Paars finaal gefaald heeft om de instroom te verkleinen en de uitstroom te bevorderen. Maar wat is Fortuyn’s oplossing: mensen die ziek en arbeidsongeschikt zijn, toch botweg de toegang weigeren tot wat ooit het pronkstuk van de Nederlandse sociale zekerheid was. Kanker, aids, een noodlottig auto-ongeluk: helaas,u komt er niet in. Voorstellen over verbetering van de werkomstandigheden, verlaging van de werkdruk (hoofdoorzaak van de grote WAO-instroom) of voorstellen om ondernemers te verplichten eindelijk eens mensen met een vlekje aan te nemen en gebruik te maken van hun vaak grote restcapaciteit in plaats van het gezonde personeel nog meer op te jagen – onderweg naar de WAO, je hoeft er bij Fortuyn niet om te komen. Teveel mensen in de bijstand? Bijstand omlaag, kijk eens hoe snel ze ergens een baantje zullen vinden. Laat al die alleenstaande moeders maar ‘een dienstje’als werkster nemen, of tuinen gaan onderhouden (‘je kunt niet aan een tuinman komen, meneer!’). En trouwens: waarom hebben ze kinderen als ze geen werk hebben – ze wisten toch dat de pil bestond? (zie Het Parool, 8 september 2001).

De bakken van de sociale zekerheid moeten worden leeggeruimd, zegt Fortuyn. Helemaal mee eens. Wie kan werken moet werken, een socialist kan daar geen enkel ethisch bezwaar tegen bedenken. Maar onder welke omstandigheden? Opnieuw zie je dan het geweldige kleurverschil tussen rood en pimpelpaars. Ik zeg: investeer in je personeel, maak ze betrokken, betaal ze naar behoren, zorg voor ze, geef ze prettige en veilige werkomstandigheden, pers ze niet uit, verbruik ze niet, maar gebruik ze tot wederzijds voordeel. Fortuyn zegt: Schaf de bijstand af, schaf de WAO af, maak een week wachtdagen bij ziekte, breek de WW af. Dat móeten ze wel gaan werken. En schaf dan ook het minimumloon af, de algemeen verbindendverklaring van cao’s – als het kan zelfs de hele collectieve arbeidsovereenkomst en daarmee ook de vakbonden. Schaf de dienstbetrekking voor onbepaalde tijd af – na vijf jaar iedereen op straat, tenzij hij of zij zijn baas voldoende weet te plezieren om nog eens – voor bepaalde tijd – te mogen blijven. Schaf de laatste restanten van arbeidstijd- en arbeidsduurbescherming af. Wie Fortuyn’s boeken leest zal het met mij eens moeten zijn dat het een beangstigend ijle jubelzang op het ultraliberalisme is en de volledig flexibele economie. Fortuyn schaft als hij de baas wordt de samenleving af. Hij houdt niet voor niets van mensen zoals de 18de eeuwse Overijsselse edelman Van der Capellen tot de Pol, die het land ook al als ‘vereniging van individuen’ zag. Het klinkt mooi maar in eenvoudig Nederlands is dat toch niet meer dan het gierige ‘ieder voor zich’.

Tot slot: Fortuyn doet graag alsof alles kan en voor zijn plannen de zon voor niks zal opgaan. Maar de werkelijkheid is ook hier anders. Wie globaal doorrekent wat de financiële gevolgen van Fortuyn’s drieste plannen zijn, ziet dat hij het land naast méér inkomensverschillen en andere sociale tekorten ook weer een begrotingstekort bezorgt, van tenminste 0.7% van het bruto binnenlands product – en dat leidt op zijn beurt in 2006 weer tot een staatsschuld die 19 miljard euro hoger is dan bij ongewijzigd beleid. Daarover hebben we Pim echter nog níet gehoord!

Paars heeft een probleem, Paars ís een probleem. Daarover verschillen Fortuyn en ik niet van mening. Wel over de oplossing. Wordt het paars in de vijfde versnelling, pimpelpaars, met sociale én financiële tekorten – of is de eerste weg links, richting rood, met doorgerekende, betaalbare alternatieven voor een samenleving in verwarring?