
tekst: Jan Marijnissen foto’s: Suzanne van de Kerk
Veel mensen vinden opvoeden ingewikkeld. Ze stellen zichzelf vragen als: hoe moet ik straffen? Moet ik eigenlijk wel straffen? Wat sta ik toe en wat niet? Micha de Winter, zelf vader, begrijpt dat wel, maar vindt ook dat ouders te veel onnodig bang en onzeker gemaakt worden; niet in de laatste plaats door professionals die beter zouden moeten weten. Zijn motto: opvoeden doe je bij voorkeur samen met anderen.
Het is op een van die stralende dagen van april wanneer ik, geleid door mijn navigator, via binnendoorweggetjes in een idylle terechtkom. Het is een dorpje op een steenworp afstand van de stad Utrecht. Hier woont de man die algemeen achting geniet vanwege zijn bijzondere inzet voor het belang van het kind. Hij heeft vandaag ‘opadag’, dat wil zeggen dat hij en zijn vrouw bij hen thuis passen op hun twee kleinkinderen. De een baddert lekker in een teil en de ander leert op schoot van zijn vader, die er ook is, de toetsen van de piano te bewegen. We trekken ons terug in een tot kantoor verbouwde schuur bij het huis. Twee maal thee; het gesprek kan beginnen.
› Wat dacht je als eerste toen je de leeftijd hoorde van de schutter van Alphen aan de Rijn?
‘Hij was vierentwintig, toch? Het eerste wat ik dacht was: wist iemand dat er iets aan de hand was met die jongen? Dat moet haast wel. Daarom was ik verbijsterd dat hij een wapenvergunning had. Als ik met mijn bootje wil varen moet ik eerst een certificaat halen, daarvoor wordt mijn doopceel gelicht, en hij loopt zomaar rond met een wapenvergunning én wapens. Bizar.’
› Bestaan er wezenlijke verschillen tussen de jeugd van tegenwoordig en ons – we zijn beiden ongeveer even oud – destijds?
‘Die zijn er wel, al zijn er meer overeenkomsten. Maar om eens een in het oog springend verschil te noemen: mijn studenten lezen geen serieuze kranten en slechts heel weinig boeken. Ze zijn wel geïnteresseerd in informatie maar verwerven die op een andere manier, vooral via internet. Ik zie het ook aan mijn zoon: alles gaat via de computer. Ze weten tegenwoordig over heel veel dingen iets, bewonderenswaardig gewoon, maar de diepte in wordt al snel saai gevonden. Ik heb mijn manier van lesgeven daarop moeten aanpassen.’
› Hoe dan?
‘Door goed na te denken over hoe je de stof presenteert, door veel afwisseling te brengen en, vooral, door het uitlokken van debat. Ik heb heel veel gemotiveerde studenten. Maar natuurlijk, er zijn er ook die vallen onder de roemruchte zesjescultuur.’
› Maar sprekende over jouw vak lijken me intelligentie en inzet één ding, maar een mens- en maatschappijvisie lijkt me net zo belangrijk.
‘Klopt. Daarom vind ik de beste studenten ook de studenten die niet alleen goed zijn in ons vak en slim en nieuwsgierig zijn, maar ook een grote belangstelling en betrokkenheid aan de dag leggen voor de wereld om hen heen.’
› We kunnen niet spreken over dé jeugd van tegenwoordig?
‘Nee, net zomin als in de tijd dat wij jong waren. Gisteren was ik nog op een echt zwarte vmbo-school en dan zie je die verschillen tussen leerlingen ook. Je ziet daar jongens hangen in hun stoel, petje op, geen enkele interesse, waarschijnlijk net geblowd, er zit bijna geen leven in. Maar toen ik in een dance-klas kwam, zag ik weer dat de vitaliteit ervan afspat.’
› Volgens de lage schatting worden jaarlijks zo’n honderdduizend kinderen slachtoffer van mishandeling, misbruik en verwaarlozing.
‘Het is een walgelijk getal.’
› Neemt het toe?
‘Dat weten we niet; dat is moeilijk vast te stellen. Maar we kunnen wel vaststellen dat ondanks de toename van het belang van mensenrechten en de enorme toename van de grootte van het zorgapparaat, we dit probleem niet onder controle krijgen. Er is een hypothese die zegt dat het vroeger minder erg was omdat de sociale controle in de kleine, hechte gemeenschappen groter was.’
› Maar de normen waren toen ook anders.
‘Zeker. Een kind een schop geven als het iets verkeerds had gedaan, hoorde er toen gewoon bij.’
› Toch vraag je je af: honderdduizend kinderen slachtoffer. Hoe kan dat?
‘Die vraag stel ik mij ook. Hoe kan het? We wonen zo dicht op elkaar. Ik heb het zelf meegemaakt in mijn buurt. Plotseling hoorde ik overal zoemen dat er ook in mijn straat een kind werd mishandeld, terwijl ik geen flauw benul had. Toen dacht ik: hoe kan dit? Mijn conclusie: de doorgeschoten individualisering. Dat het individu belangrijker is geworden is natuurlijk prima. Maar dat proces van voortschrijdende individualisering heeft ook een schaduwzijde: we bemoeien ons steeds minder met elkaar. Laat staan dat je je bemoeit met de opvoeding door iemand anders. Dat is een groot taboe.’
› Is dat iets van de moderne tijd?
‘Binnen de zuilen was vroeger sprake van sociale controle. Overigens iets waar we toen ook lang niet altijd blij mee waren, maar er was wel meer onderlinge bemoeienis. Door het wegvallen van die verbanden is er een vacuüm ontstaan, en het gevolg is geweest dat er meer en meer individualisme is ontstaan.’
(meer…)