|
‘Het zal mij aan mijn reet roesten wat Marx zegt’
Marx is door de SP ‘de partij uitgeflikkerd’. Toch zegt SP-voorman Jan Marijnissen: ‘Hij maakte duidelijk dat de kwestie niet zozeer is of mensen goed of slecht zijn, maar hoe de samenleving is georganiseerd.’
Ja, hij had de IJzeren Lijst van Filosofie Magazine gezien, en het had
hem al positief verrast dat Marx’ Das Kapital op de achtste plek
in de lijst van belangrijke filosofische werken staat. Heel terecht, merkt
SP-voorman Jan Marijnissen tevreden op. Het opus magnum van de Duitse filosoof
en econoom is weliswaar ‘saai en pittig’, maar tot op de dag
van vandaag zeer relevant.
Om dat aan te tonen vliegen zowel de vorige als de volgende afspraak van
de parlementariër over tafel. Eerder die middag had hij met partijgenoten
gesproken over ontwikkelingssamenwerking. De SP is wat dat betreft fel
anti-kapitalistisch en wil de mondialisering van de economie een politieke
component geven. ‘We zijn samen verantwoordelijk voor de aarde en
de toekomst ervan. Nu zijn het, hoe je het ook wendt of keert, de kapitaalkrachtigen,
verenigd in consortia en multinationals, die de inhoud van de globalisering
bepalen. Dat is uiteindelijk catastrofaal voor de wereldgemeenschap. We
zullen daar een variatie op moeten bedenken.’ En later die dag zal
Marijnissen met enkele prominenten praten over zijn omstreden voorstel
om een ‘Huis der Historie’ op te richten. Bewustwording van
het verleden ziet hij als een belangrijke bouwsteen voor de toekomst, en
die gedachte is terug te voeren op de eerste stap van de dialectische methode
van Marx, waarin historisch inzicht centraal staat – zonder bewustwording
geen maatschappelijke verandering. ‘Als dat geen taak is van de politicus,
wat dan wel?’ Kortom, Marx schemert nog altijd duidelijk door in
de agenda van de politicus, en in het uurtje dat hij vrij heeft praat hij
dan ook met liefde en plezier over zijn wijsgerige overgrootvader.
Marijnissen kwam al op vrij jonge leeftijd in aanraking met Marx. Op de
kostschool ontwikkelde hij een interesse in politiek, filosofie en psychologie.
Die boden de 13-jarige een meer bevredigend antwoord op zijn levensvragen
dan het katholieke geloof van zijn jeugd. ‘Ik vroeg me af waartoe
wij op aarde zijn. De catechismus had daar wel een antwoord op: om gelukkig
te zijn en de hemel te verdienen. Maar ik was helemaal niet gelukkig op
die kostschool. En in de hemel geloofde ik niet.’
De marxistische beweging van die tijd oefende een grote aantrekkingskracht
uit op de jonge Marijnissen. Hij las ook boeken van en over Marx, maar,
zo geeft hij toe: ‘Ik was toen zo jong dat ik daar nog geen hout
van snapte.’ Maar de tijdgeest liet hem toch niet onberoerd. ‘Die
tijd was zwanger van allerlei nieuwe opvattingen. De jeugd beschouwde zich
als de apostels van de vernieuwing. In mijn kostschooltijd was dat voor
mij allemaal nog niet zo uitgekristalliseerd. Ik verbaasde me toen simpelweg
over de honger in de wereld en de oorlog in Vietnam. Dat heeft een politiserende
werking gehad.’
De intellectuele verdieping kwam enige jaren later, toen hij in aanraking
kwam met geëngageerde studenten. ‘In die tijd was Herbert Marcuse
erg populair, en ik las veel van zijn boeken. Marcuse beroept zich zowel
op Freud als op Marx. Dus ben ik ook heel veel Freud en Marx gaan lezen.’
‘Het is met name het dialectisch materialisme van Marx geweest dat
me erg boeide. Het historisch materialisme vond ik naïef. Alsof we
vanzelf in een soort paradijs komen, waarin iedereen produceert naar kunnen
en neemt naar behoefte. De verdienste van Marx is toch de meer wetenschappelijke
analyse van het mechanisme van het kapitalisme. Hij maakte duidelijk de
kwestie niet zozeer is of mensen goed of slecht zijn, maar hoe de samenleving
is georganiseerd.’
‘Het zijn bepaalt het bewustzijn’, parafraseert Marijnissen de
omkering van de hegeliaanse dialectiek door Marx. ‘Dat is ook een essentieel
punt in mijn politieke visie.’ Met die kanttekening dat men deze marxistische
stelregel niet te deterministisch op moet vatten. ‘Wij zijn weliswaar
maaksels van de geschiedenis, maar we zijn ook de makers van de geschiedenis.
Het is nogal mechanisch gedacht: jij bent fabrieksarbeider, dús jij
denkt zo. Het is veel complexer dan dat. Wat je opleiding is, waar je ouders
vandaan komen, of er thuis naar het NOS Journaal of naar GTST wordt gekeken.
Al dat soort dingen bepalen je wereldbeeld.’
Voor die wat bredere blik is in de marxistische traditie weinig ruimte
geweest, vindt Marijnissen. Uiteindelijk heeft die starheid tot de bloederige
onderdrukking van oppositie geleid in communistische landen, wat Marijnissen,
ook vanuit marxistisch oogpunt, onbegrijpelijk vindt. ‘Zij die zich
marxist noemen zijn per definitie dialectisch denkende mensen. Men had
dus moeten begrijpen dat kritiek een soort gratis advies is. Dat is niet
gebeurt. Op het moment dat het effect van jouw handelen het Goelag-archipel
is, dan heb je een grote fout gemaakt.’
Ideologieën zijn slechts de ‘bovenbouw’ van een samenleving,
dat wist Marx al. Vandaar ook dat diezelfde Karl Marx inmiddels met een
amicale schouderklop is geroyeerd uit de Socialistische Partij. ‘We
hebben de klassieken, hoewel ik ze allemaal even goed ken, zo’n twintig
jaar geleden de partij uitgeflikkerd. ‘Marx zegt op pagina 93…’,
hoorde je te vaak in discussies. Het zal mij aan m’n reet roesten
wat Marx zegt. Wat mij interesseert is: wat is de analyse, wat is de kritiek
en wat is het antwoord erop? Ik ben wars van dogma’s. Dogmatisme
heeft al tot grote misverstanden in de geschiedenis geleid.’
