|
Jan Marijnissen tien jaar fractievoorzitter – ‘Er is nog een wereld te winnen
Jan
Marijnissen stond de afgelopen week volop in de belangstelling. Maandag
was het tien jaar geleden dat de 51-jarige socialist werd geïnstalleerd
als fractievoorzitter van de Socialistische Partij. Een paar dagen later
publiceerde Vrij Nederland-journalist Rudie Kagie zijn boek ‘De socialisten’,
dat een kijkje geeft achter de schermen van de SP. Marijnissen blijft er
onverstoorbaar onder en heeft al te kennen gegeven ook ná 2007 nog
fractievoorzitter te willen zijn. Metro in gesprek met Jan Marijnissen. “Het
ongenoegen neemt toe. Het wordt oorlog in de polder.”
Tien jaar in de Tweede Kamer als fractievoorzitter. Er is één iemand die deze functie nóg langer bekleedt en dat is SGP-voorman Bas van der Vlies (sinds 1981). Marijnissen heeft het afgelopen decennium al heel wat meegemaakt. Zijn partij, die begon als een nieuwbakken tweemansfractie, is inmiddels uitgegroeid tot een partij met potentie. Met acht zetels in de Tweede Kamer (eerst negen, maar Ali Lazrak stapte uit de fractie) is de partij een bekend gezicht geworden in Den Haag én in de rest van het land. In de peilingen schommelt de SP tussen de twaalf en dertien zetels. Marijnissen heeft daar een groot aandeel in gehad, genoeg redenen dus voor een feestje, afgelopen maandag? “Nee, we hebben het even gememoreerd met de fractie in een café.” Een opmerking die tekenend is voor de Ossenaar, die bekend staat als één van de hardste werkers in de Tweede Kamer.
Metro vraagt zich af of het huidige kabinet niet een dieptepunt is in de
carrière van Marijnissen. Ongeveer alles waar de partij voor staat,
wordt teniet gedaan door de regering van ‘Bak Ellende’, zoals
Marijnissen de premier ooit omschreef. “Sinds ik in de Kamer zit, is
er nooit een kabinet geweest dat zei: ‘Beste mensen, we gaan er nu
een leuk land van maken’. Nederland gaat al jaren gebukt onder een
VVD-agenda: ‘Het moet minder, het wordt slechter’. We bouwen
niets op, mensen kunnen nergens hoop aan ontlenen Eigenlijk wordt er alleen
maar afgebroken.”
Toch ziet Marijnissen ook een positief aspect aan de harde maatregelen die
het kabinet neemt. “De burger begint in te zien dat niet alles meer
vanzelfsprekend is. Goed onderwijs en een gedegen zorgstelsel waren vroeger
normaal. Nu is dat helemaal niet meer zo standaard. Dat wakkert een soort
strijdlust aan. Dat zie je ook aan het mislukte Voorjaarsoverleg van afgelopen
week. De bonden gooien de kont tegen de krib, FNV-voorman Lodewijk de Waal
voorop. Het kabinet wil de pensioenen overboord kieperen, De Waal past daar
voor. Ik denk dat de bonden maandag tijdens het vervolgoverleg hun poot stijf
houden, ze hebben voldoende ingeleverd. Het ongenoegen neemt toe, de burger
wil een verandering van richting. De cultuur van wegkijken verdwijnt en waarschijnlijk
gaat het nog een hete zomer worden. Het wordt oorlog in de polder.”

Toen Ad Melkert nog fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid was, vaardigde hij het bevel uit dat er nooit en te nimmer groen licht mocht worden gegeven aan SP-voorstellen. Melkert was tijdens de verkiezingen in 2002 de grootste verliezer en besloot niet langer aan te blijven als voorman van de sociaal-democraten. Tegenwoordig staat Wouter Bos aan het hoofd, heeft dat ruimte geschapen voor meer samenwerking? Marijnissen is gematigd positief: “De verhoudingen zijn verbeterd, dat is een feit. Maar ik had er meer van verwacht. Aanvankelijk wekte de PvdA na de verkiezingen de indruk dat er ruimte voor samenwerking was. Helaas geven ze nu geen sjoege. Het is nog steeds een partij van bestuurders, ze willen zo snel mogelijk weer regeringsverantwoordelijkheid. Bos hoort dé oppositieleider te zijn, maar ik merk er weinig van. Hij zou de linkse partijen moeten mobiliseren om gezamenlijk op te trekken tegen Balkenende II. Wat ik in dit opzicht wil, wat Femke Halsema wil, is irrelevant. Het gaat erom wat Wouter Bos wil. Maar hij wenst niet naar links te kijken. Ik heb hem uitgenodigd om samen op te trekken, maar hij doet het gewoon niet, wil het niet. Je weet nooit wat je aan ze hebt. Ze kunnen met links mee, maar net zo gemakkelijk met rechts. Jammer, dan gaan wij alleen verder. Dat gaat de SP overigens uitstekend af.”
Marijnissen heeft de afgelopen tien jaar veel bereikt. Wapenfeiten zijn onder meer de aandacht voor asbestslachtoffers, het onderzoek naar dertig jaar integratie door de commissie-Blok en nog niet zo lang geleden de harde aanpak van fraude in het bedrijfsleven. Er zijn echter nog veel meer zaken die Marijnissen anders had willen zien. “Mijn persoonlijke dieptepunten zijn de bombardementen op Kosovo, de inval in Afghanistan en de oorlog in Irak. Daarnaast vind ik het stuitend hoe twee Paarse kabinetten de sociale zekerheid hebben lopen afbreken en het onderwijs in een chaos hebben doen belanden. Nu kost het weer jaren om dat weer een beetje op orde te brengen.”
Bínnen de SP heeft Marijnissen ook een dieptepunt meegemaakt. In
februari stapte het Kmerlid Ali Lazrak uit de fractie, die bekend staat als
een hechte groep. Lazrak omschreef Marijnissen onder meer als ‘dictatoriaal’ en
ging op eigen titel verder als parlementariër. “Dat is een heel
vervelende tijd geweest. Ik heb geen contact meer met hem, toen overigens
ook nauwelijks. Lazrak had bij zijn aantreden in januari vorig jaar veel
gewenningsproblemen. Dat maakte niet uit, we hebben hem uit de wind gehouden.
Het Kamerwerk is namelijk niet altijd even makkelijk, daar moet je ingroeien.
Zijn eerste debat was echter een ramp. We hebben hem steeds aangeboden te
helpen in de voorbereiding, maar dat wilde hij niet. Uiteindelijk kwam Lazrak
opdagen met een A4’tje, dat was dan zijn inbreng. Daarna ging hij zitten
in de commissie die onderzoek deed naar het integratiebeleid. Dat was zíjn
ding! Hij is begonnen als gastarbeider bij DAF en werd uiteindelijk journalist
en Kamerlid. Hij had de perfecte achtergrond om in die commissie te gaan
zitten. Maar toen stapte hij eruit. Eigenlijk weet ik nog steeds niet precies
waarom. Zoiets doe je niet. Hij zit nu voor zichzelf in de Kamer, dat vind
ik geen verrijking voor het parlement. Zo hebben onze kiezers het niet gewild,
ik zou graag hebben dat hij die zetel aan ons teruggeeft.”
De hele Lazrak-kwestie riep vragen op over het karakter van Marijnissen.
In een documentaire over de Tweede Kamer was te zien hoe Marijnissen collega
Agnes Kant de mantel uitveegde tijdens een – door de regisseur geënsceneerd – gesprek.
Marijnissen heeft geen enkele moeite om toe te geven dat hij wellicht wat
moeilijk in de omgang kan zijn. Maar: “Die documentaire is gemaakt
door een ploeg die negen maanden in de Tweede Kamer rondliep. Het enige wat
ze hebben laten zien is dit gesprek. Dat geeft dus een vertekend beeld.” De
SP-voorman vraagt veel van zijn mensen én van zichzelf. Een gevolg
daarvan is stress: “En dan zijn mensen niet altijd even aardig.”

Toch kan Marijnissen nóg een punt aanwijzen waarom hij niet altijd
even makkelijk is in de omgang: zijn jeugd. “Mijn vader overleed toen
ik tien was. Dat was geen gemakkelijke tijd. Mijn moeder raakte overspannen
en ik werd naar kostschool gestuurd. Vooral het eerste jaar bij de Paters
Carmelieten in Oldenzaal was beroerd. De paters waren streng, eigenlijk was
het gewoon terreur. Ik heb daar nu nog steeds last van, met name in de affectieve
sfeer. Ik ben heel erg op mijzelf, houd altijd een beetje reserve naar anderen.
Ik was veertien toen ik van kostschool kwam. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Als
dit het leven is, dan is het niet de moeite waard’. Dat is inderdaad
een redelijk zware gedachte voor een tiener, iemand voor wie het leven nog
moet beginnen.
Ik vraag mij vaak af wat de invloed van die periode is geweest. Hoe had mijn
leven er uit gezien als mijn vader niet was doodgegaan? Was ik dan ook terecht
gekomen waar ik nu ben? Misschien wel, als jongen was ik al het demonstreren.
Mijn moeder, die onlangs is overleden zei dan: ‘Jan, ga je weer ‘troepen?’.
Ik heb heel vroeg geleerd, eigenlijk te vroeg, wat eigen verantwoordelijkheid
is. Ik voel me verantwoordelijk voor mensen, ontwikkelingen, de partij. Ik
denk dat dit bij mij overmatig is ontwikkeld. Mijn vader was katholiek, maar
het schijnt dat hij stiekem stemde op Marcus Bakker van de CPN. Hij moet
een sociaal bewogen mens zijn geweest. Maar de periode na de dood van mijn
vader was een klote tijd. Ik heb het mijn moeder nooit verweten. Maar terugkijkend,
was het beter geweest als ik niet naar die kostschool was gestuurd.”
Terug naar de politiek, terug naar de SP. “We zijn begonnen met twee
zetels, hebben er nu acht. Het ledental is gestegen van 16.000 naar 43.000.
In de Eerste Kamer zijn we gegroeid van één naar vier zetels,
regionaal zijn we ook groot. Maar dat wil niet zeggen dat we nu op onze lauweren
kunnen gaan rusten, we moeten scherp blijven.
Dit kabinet verkoopt leugens. Kijk naar de ouderen, naar de jeugd. Bejaarden
laten we aan hun lot over, veel kinderen baseren hun wereldbeeld op wat ze
bij TMF of MTV zien. Hun ouders hebben namelijk te weinig geld om de contributie
van de voetbalclub te betalen. De top van het bedrijfsleven gaat gewoon door
met het vullen van haar zakken. De SP ageert daar al tien jaar consequent
tegen en dat schept vertrouwen. Er zijn veel mensen die niet op ons stemmen,
maar de SP toch sympathiek vinden. Nee, we zijn er nog lang niet. Veel dingen
moeten anders en daar maken wij ons hard voor. Er is nog een wereld te winnen.”
Foto’s: FBF.NL Fotografie
