Jan Marijnissen

Jan Marijnissen
In de media

  Metaal Journaal
april 2005
door Sylvia Verhulst, fotografie Rob Overmeer
 

Interview Jan Marijnissen

‘We zijn een land van watjes geworden’

Er zijn niet zoveel politici die hun loopbaan begonnen als constructiebankwerker. Jan Marijnissen wel. Hij verlangt nog wel eens terug naar de tijd dat hij aan het eind van de dag kon zeggen: ‘dit heb ik gemaakt’. Techniek verdient in zijn ogen een beter imago dan het nu heeft.

Hij komt nog heel vaak in metaalbedrijven en opleidingscentra. Zeker sinds hij een week per maand het land in gaat. Als Marijnissen een werkbezoek aflegt op een scheepswerf of een ROC dan vragen ze hem wel eens: ‘Kunt u dat echt, lassen?’ En dan mag hij dat even bewijzen. Marijnissen, in zijn kamer op het Binnenhof: ‘Ik heb nog steeds veel met de metaal, dat gaat ook nooit meer over. En lassen verleer je niet, net als schaatsen.’

Wat was nou zo mooi aan werken in de metaal?
‘Het is gewoon een schitterend vak. Ik deed alles wat er in de kleinmetaal gedaan moet worden: zagen, snijden, lassen, boren, hakken en zetten.’s Morgens haal je een paar lengtes uit het rek, je knipt een paar platen en ’s avonds staat er een kozijn met een deur erin. En als die deur dan ook nog eens mooi in het slot valt en het loopt allemaal precies zoals het hoort, dan is dat toch prachtig? Iets maken van eerlijk staal is het mooiste wat er is. Dat is een groot verschil met hoe de dingen hier in de Kamer gaan: alles wat je voor elkaar wilt krijgen duurt hier zó lang! Niet dat de arbeidsomstandigheden overal zo goed waren trouwens. Zo heb ik bij betonbedrijven gewerkt waar we mallen moesten lassen. Veel slijpwerk dat vervelend stof gaf. Ik ben nog van de generatie die moest vechten voor een slijpbril. Dat vonden ze toen nog maar luxe.’

Kon u niet goed leren, dat u in de metaal belandde?
‘Dat lag niet aan mijn intellectuele vermogens, maar op de hbs was ik in heel andere zaken geïnteresseerd dan in crediteuren, debiteuren en buitenlandse boeken. Ik had meer belangstelling voor filosofie en vooral voor politiek. En ik stortte me ook steeds meer in het actiewezen. Nadat ik de hbs voor gezien hield, ging ik aan de lopende band werken. Maar na een paar jaar dacht ik: mijn hele leven op één tegel staan, dat is toch niks. Toen ging ik cursussen volgen: bemetel, autogeen en elektrisch lassen. Waarom ik toen gekozen heb voor de metaal? Ik vond het heel intrigerend: dat vloeibare staal en lassen en solderen. Het was buitengewoon stoer en macho natuurlijk.’

Een mooi verhaal, maar toch is techniek tegenwoordig niet erg populair.
‘Dat is waar. Geen enkel beroep waarmee je met je handen moet werken is nog populair in Nederland. We zijn een land van watjes geworden, vind ik persoonlijk. Daar heeft de politiek erg aan bijgedragen en de werkgevers ook. Omdat ze veel te weinig campagne gevoerd hebben voor die beroepen. Het negatieve beeld zit hem vooral in de hoofden van mensen. Dat allochtone jongeren nu massaal voor ambtelijke functies kiezen, heeft bijna alles met imago te maken.’

Het is vast niet voor niets: dat slechte imago van technische beroepen.
‘De arbeidsomstandigheden zijn niet meer zo slecht als in mijn tijd, maar het imago is nog wel uit die tijd. Dat het op scheepswerven nog steeds vies en stoffig is, dat hoort erbij. Daar moet je tegen kunnen als je daar gaat werken. Maar veel werkplaatsen, zeker in de kleinmetaal, zijn niet meer te vergelijken met vroeger. Hoe schoon het daar is bijvoorbeeld, zou men veel meer moeten laten zien.’

Witte en blauwe boorden

Marijnissen kan er zich nóg over opwinden. Dat de Nederlandse industrie begin jaren tachtig een gouden toekomst leek te hebben, als ‘we’ maar volop waren gaan vernieuwen en niet al onze kaarten hadden gezet op de dienstverlening. Want dat is wat er volgens hem gebeurd is. Al die ouders die hun kinderen liever met een ‘wit boord’ dan met een blauwe zagen! Daarbij zijn de lonen in de industrie ook veel te laag, vindt de SP’er: ‘Voor het imago is dat heel slecht. In de jaren tachtig zijn de salarissen in de Duitse industrie fors omhooggegaan; daar bleven de lonen in Nederland sterk bij achter. Dat zal wel veranderen, want hoe moeilijker er lassers te krijgen zijn, hoe meer ze natuurlijk gaan verdienen. Dat is uiteindelijk ook in het belang van de werkgevers.’

Dit lijkt een opeenstapeling van gemiste kansen.
‘Ik moet eerlijkheidshalve ook zeggen dat er veel bedrijven zijn die erg hun best doen. Laatst was ik op een ROC in Enschede dat nauw samenwerkt met het bedrijfsleven. Die bedrijven verlenen ruimhartig steun aan het ROC. Ze geven die leerlingen echt een kans om iets te leren. Daar was ik wel van onder de indruk, dat is toch niet meer zoals vroeger.’

Enig idee van de arbeidsverhoudingen in de kleinere en middelgrote metaalbedrijven?
‘Dat is voor mij moeilijk te beoordelen. Als ik op werkbezoek kom, staat de directeur vooraan en dan denken de werknemers: die komt vast voor de baas. Dus dan moet ik moeite doen om even met die werknemers te praten. Maar ik heb de indruk dat het lang niet meer zo hiërarchisch is als vroeger. Bazen zijn nu toch vaker meewerkende voorlieden.’

Wat kunnen werknemers in de metaal eraan doen om zelf hun positie te verbeteren?
‘Ik was lasser en heb alle lasdiploma’s gehaald die er te halen waren. Dat vond ik vanzelfsprekend; dat deed ik in de avonduren en die cursussen moest ik deels zelf betalen. Volgens mij zijn de meeste werkgevers tegenwoordig niet zo kortzichtig dat ze daar niet aan mee zouden willen betalen.’

Heeft de metaal nog een beetje toekomst?
‘De metaal zal altijd nodig zijn, net als de bouw. In die zin is er een grote toekomst. De scheepsbouw is gelukkig voor Nederland behouden, de offshore ook en de kleinmetaal blijft onverminderd van belang. Dat zijn typisch van die industriële ‘dienstverlenende’ bedrijven die niet zo gauw naar het buitenland zullen vertrekken en de regio blijven bedienen. Je hoort nu goed nieuws: dat er niches in de markt ontdekt worden: de jachtenbouw, de offshore. De reeks van negatieve berichten over de metaal is al jaren geleden afgesloten.’

© Metaal Journaal 2005 – Alle rechten voorbehouden

Terug naar interviews

 


www.flickr.com
RSS-SP-Flickr