|
Jij hier? |
Hij is de laatste socialist en de eerste vijand van de zakkenvullers. Maar wat wéét Jan Marijnissen eigenlijk van de wereld van het harde werken, het grote geld en het snelle spenden? Een cursus kapitalisme voor beginners. ‘In Oost-Europa hebben jullie het geprobeerd en werkte het ook niet.’
Citaat uit ‘Eerste weg links’, het verkiezingsprogramma van
de Socialistische Partij: ‘Onredelijke inkomensverschillen dienen
geen doel en moeten worden tegengegaan. Schrijnende armoede en zinloze
rijkdom zijn beide uitwassen van het huidige marktdenken.’ En op
zijn laatste partijcongres waarschuwde Jan Marijnissen (50) voor ‘de
bazen en bobo’s die schaamteloos hun zakken vullen’ en ‘de
Bende van Balkenende’ waarvoor niemand veilig zal blijken. ‘Tenzij
je héééél rijk bent, dan kun je opgelucht adem halen.’ ‘Gerrit
Zalm,’ hield de socialistische voorman zijn linkse parochie voor,
‘ontlast de rijken en belast de armen. En zijn lijflied is al geschreven,
de ouderen onder u kennen het wel: ik ben Gerrit...’
Jan Marijnissen maakte het liedje niet af, maar draaide zijn linksdraaiende
cd foutloos af. Tijd voor een uitdaging aan ‘de echte oppositieleider’,
zoals de media hem na het debat om de regeringsverklaring typeerden. Marijnissen
stemt meteen toe. ‘Een dag leven als een miljonair, dat lijkt mij
wel leuk.’ Passend vervoer is snel geregeld, want was Marijnissen
niet de man die het eerste kabinet-Balkenende vanwege de dwingende aanwezigheid
van Herman Heinsbroek het ‘kabinet Bentley I’ doopte?
Ook de bestemming is snel gekozen: de hoofdstad, waar zelfs in tijden
van recessie het nieuwe geld over straat rolt.
10.03 uur. De Bentley Arnage Red Label arriveert bij de hoofdingang
van de tweede Kamer. Even zoemt het ‘Heinsbroek is terug’ door de portiersloge,
maar de verbazing is groter als gevraagd wordt om de leider van de Socialistische
Partij.
Speciaal voor Marijnissen hebben we een Arnage Red Label geregeld, het
instappertje van Bentley dat al vanaf drie euroton de showroom uitrijdt.
‘Zullen we de stickers even hier plakken,’ zegt Marijnissen,
en bevestigt op de achterportieren enige partijpropaganda. Dan stapt hij
in en laat zijn kloeke schoenen wegzinken in vuistdikke Schotse schapenvachten.
We zoeven naar Amsterdam. Marijnissen vertelt over zijn relatie met geld.
‘Ik verdien als Kamerlid geloof ik elfduizend euro per maand, maar
stort alles in de partijkas. Die betalen mij keurig het salaris van een
hoofdonderwijzer. Zo’n 3.300 netto, in guldens.’ We informeren
voorzichtig of daar van te leven is. ‘Prima, ik kan alles doen en
laten wat ik wil. Ik hou niet van schulden maken, behalve voor mijn huis.
Daar zit een ton hypotheek van ABN Amro op. En mijn auto betaal ik zelf.
Al twintig jaar koop ik steeds een iets betere. Nu is het een Peugeot
406, met notenhouten dashboard en airco. Wat is nou het verschil met deze
Bentley, ik kom toch overal?’ Daar heeft de rode voorman een punt.
Wat hem brengt op de zucht naar meer die de vaderlandse bedrijfselite
lijkt te teisteren. ‘Veel topmannen zijn volgens mij de gevangene
van hun ambitie om veel geld te verdienen. Toen ik nog lasser was repareerde
ik wel eens een fiets van een buurman. Dan wilden ze betalen en vroegen
wat het kostte. “Joh, laat maar zitten, ik ben onbetaalbaar.”’
Volgens Marijnissen zijn veel topmensen geobsedeerd door geld. ‘En
dan vertrekken ze naar Brasschaat. Dat is het toch ergste wat er is? Wat
een eenzaamheid.’ ‘De verhouding tussen loon en prestatie
is zoek,’ poneert Marijnissen plechtig. ‘Michelangelo, Van
Nistelrooij, Bono – dat is ondernemerschap, die hebben kwaliteit
en mogen van mij verdienen wat ze willen. Maar wat heb je aan die hypocriete
mensen die geen flikker presteren en er met een handdruk vandoor gaan?
Dat zijn gewoon ambtenaren-zakkenvullers.’
11.15 uur. De Bentley wringt zich door de Cornelis Schuytstraat, waar
de BMW’s dubbel staan en Oud-Zuid cappuccino drinkt. Headhunter
Frank van der Linden wacht ons op.
‘Wat een heerlijke straat,’ verzucht Marijnissen, als hij
voor brasserie De Joffers uit de limo stapt. Koffiekopjes worden neergezet,
brillen opgezet. Is de revolutie soms uitgebroken? Frank van der Linden,
die bekendstaat als de beste geklede headhunter van Nederland, kijkt meteen
even naar het binnenwerk van Marijnissens blazer. ‘Zo-ho... een
Zegna.’
‘De markt is moeizaam, maar we mogen niet klagen’, zegt Van
der Linden, die partner is bij Interlace Executive Search. ‘Maar
alleen de incassobureaus hebben het echt makkelijk.’ Zijn neef zou
hij tippen een baan als salesmanager te zoeken. ‘Goeie salesmensen
zijn schaars, die kunnen vragen wat ze willen, want er moet weer gewoon
verkocht worden. Het gaat niet meer om strategische vergezichten, maar
om keiharde expertise.’ Salarissen van meer dan een ton zijn dan
zeker niet ongebruikelijk, weet de headhunter. ‘En als je dat dan
vergelijkt met wat de overheid betaalt. Honderdtwintigduizend euro voor
de minister-president. Tsja, dat moet gewoon omhoog.’ Marijnissen
is niet overtuigd. ‘Maar komt er dan een betere? Het probleem is
niet het geld, maar het gebrek aan leiderschap.’
11.33 uur. Een zwarte Bentley rijdt bijna over de tenen van de mensen
aan de voorste tafeltjes. De man achterin zwaait minzaam naar Marijnissen.
‘Ach, Bentleys onder elkaar’, zegt de SP-baas. Harry Mens
stapt uit, schuift aan en steekt van wal.
‘Jan, jij snapt toch ook dat die ministers veel te weinig verdienen?
Halveer het aantal Kamerleden en verdubbel van het geld dat je bespaart
de ministerssalarissen naar tweeënhalve ton.’ ‘Guldens, ja,’
plaagt Marijnissen. ‘Misschien verdienen de ministers niet te weinig,
maar het bedrijfsleven wel te veel. Harry, wat is in jouw ogen eigenlijk
een ondernemer?’ Mens hapert geen seconde. ‘Iemand die dag
en nacht, 365 dagen per jaar met zijn zaak bezig is en risico loopt.’
‘Nou,’ riposteert Marijnissen triomfantelijk, ‘dan ben
ik een ondernemer. De meeste mensen over wie wij praten zijn loonslaven
met een beschermde positie. Dat heeft niets met ondernemerschap van doen.’
Het gesprek gaat naar de volle zakken van KPN-topman Ad Scheepbouwer.
‘Niemand kan honderd keer de bodem waard zijn.’ Van der Linden
verdedigt: ‘Maar Scheepbouwer zat goed bij TPG en wilde helemaal
niet weg. Wat de KPN-commissarissen hem gaven is niet goed te praten.’
‘Hij heeft het goed voor zichzelf geregeld,’ analyseert Mens.
‘En dit is niet het paradijs, Jan. In Oost-Europa hebben jullie
het geprobeerd en werkte het ook niet. En die Scheepbouwer heeft de koers
van KPN wel door de 6 geduwd.’ Marijnissen: ‘Ik ben niet tegen
rijkdom maar tegen armoede. We moeten het wel met z’n allen doen,
en dan constateer gewoon een gebrek aan beschaving bij de top.’
Het mobieltje van Mens bromt. Post van Scheepbouwer. ‘Toeval,’
grijnst Harry, ‘ik krijg een sms dat KPN 5,82 doet. Mijn dag is
weer goed.’
12.10 uur. Singel 373, de dealingroom van daytradersbedrijf Marketwizards.
Directeur Martijn Boon probeert de SP’er de nobele kust van het
speculeren te leren.
‘Kijk, dan pakken we hier even tienduizend Unilevers op 51,25 met een
spread van een kwartje.’ Marijnissen knikt begrijpend, maar is nog niet
helemaal overtuigd van het nut van dit financiële spelletje. ‘Waarom kan
dat niet helemaal geautomatiseerd worden?’ ‘Dat gaat niet,’ zegt Boon. ‘Ergens moeten vraag en aanbod elkaar tegenkomen. Maar het is allemaal
al zoveel killer en zakelijker geworden. Vroeger stonden we in de pit
op de optievloer. Dat was de jungle.’ Marijnissen wil nog steeds weten
wat het nut van deze financiële goochelarij is. ‘Die tequilacrisis maakte
toch veel kapot?’ Boon: ‘Misschien, maar wij voegen toch iets toe, namelijk
liquiditeit in de markt. Daardoor creëer je een stabielere prijsvorming
en een lagere prijs. Als daghandelaar ben je de hele dag op zoek naar
de kruimels die grote partijen als Goldman Sachs en Morgan Stanley laten
liggen.’ ‘Als jij nou voorkennis had gehad van Endemol en Telefonica,’
informeert Marijnissen, ‘wat had je dan gedaan?’ Drie daghandelaren reageren
eensgezind: ‘Dan waren we ingestapt, tuurlijk!’ Marijnissen: ‘En dan ben
je niet bang van Docters van Leeuwen?’ ‘Er is altijd voorkennis in de
markt’, sust Boon. ‘Dagen voor de cijfers komen zie je altijd al beweging.’
13.15 uur. Het terras van Quartier Sud ligt vol in de zon, maar de
vaste klanten van chef-kok Denise Mooy liggen zo te zien allemaal op het
strand. Normaal gesproken vliegen hier de deals sneller over tafel dan
de borden. Marijnissen stapt uit. Een passerende fietser sneert. ‘Hé,
een SP’er in zo’n dure auto, kan dat wel?’
De lamsbout is mals en de Puligny Montrachet koel. Tegenover de leider
van links zitten twee rauwe kapitalisten. Loek Leclaire (31) en Tobias
Hekster (30), respectievelijk een beurshandelaar die al drie maanden ‘in
between jobs’ zit en een begaafde rekenaar die voor het futures-
en optiebedrijf IMC werkt. Beiden hebben economie gestudeerd en kozen
voor de optiehandel. Leclaire: ‘Ik heb in de pit gestaan op Getronics,
Van der Moolen en Fortis. Dat was oorlog, heerlijk. De schermenhandel
is mij veel te afstandelijk.’ Hekster: ‘Ons beroep gaat op
den duur verdwijnen. De spreads tussen aan- en verkoop worden steeds kleiner.’
Marijnissen: ‘Niet zoveel jargon, jongens.’ Er wordt getoost:
‘Op het kapitalisme!’ Leclaire, melancholiek. ‘Wij zijn
allemaal adhd-kinderen. Ze zouden de vloer open moeten houden als sociale
werkplaats.’
Zouden jullie niet de politiek in willen?’ vraagt Marijnissen. Beiden
knikken instemmend. Leclaire: ‘Om de dingen naar je hand te zetten,
want het gaat daar traag.’ Hekster: ‘Een beetje meer economie
zou in Den Haag geen kwaad kunnen.’ Hoorden wij daar het scheenbeen
van Jan Marijnissen kraken? ‘De boekhouders moeten niet aan de macht
zijn,’ vindt de SP’er. ‘Het gaat om een maatschappijvisie.
Wij hebben de afgelopen twintig jaar afgebroken wat we sinds de middeleeuwen
hadden opgebouwd. Neem het onderwijs, dat is abominabel.’ Hekster:
‘Akkoord, de overheid levert geen goede prestatie. Maar gaan we
dat bestrijden met big government of door verstandig te privatiseren?
De NS is een ramp, maar vooral omdat het een geprivatiseerd monopolie
is. Dat werkt niet. In Engeland hebben ze het water geprivatiseerd en
in Schotland niet. Wat blijkt? Het Engelse water is beter en goedkoper.’
Marijnissen: ‘Dat kan ik nauwelijks geloven. Neem de elektriciteit.
Die moeten gaan concurreren, met als gevolg dat de Flevocentrale, een
van de schoonste centrales, dicht moet ten faveure van de Duitse op bruinkool
gewonnen stroom.’ Hekster: ‘De medicijnen, de stroom, er is
helemaal geen vrije markt. Het enige dat we aan Nuon hebben overgehouden
is een veel te duur voetbalstadion (het Gelredrome, red.) en verhoogde
directiesalarissen.’ ‘Precies!’’, roept Marijnissen
triomfantelijk.
Leclaire kijkt de SP-leider vorsend aan. ‘Hoeveel wil jij eigenlijk
nivelleren?’ Marijnissen: ‘Ik wil terug naar twintig jaar
geleden met een toptarief van 72 procent bij inkomens vanaf 225 duizend
euro.’ Leclaire: ‘Dat beangstigt mij. Dan krijgen we een land
van middelmatigheid omdat er geen impuls meer is voor mensen die iets
in hun mars hebben.’ ‘Weet je wat ik middelmaat vind,’
zegt Marijnissen, ‘Marbella!’ De serveerster brengt de rekening.
‘Praten ze hier vaak over geld,’ informeert de politicus.
‘Ongeveer de heft van de tijd, meneer Marijnissen.’ Hekster
snijdt de belastingdruk aan. ‘Pak zo’n Scheepbouwer en Van
der Wielen van Nutreco aan, want waar halen die kerels het gore lef vandaan.
Als je die 72 procent er doorheen ramt pak je ook de goede mensen.’
Marijnissen: ‘Dit land is in verwarring. We produceren geen leiders
meer. We zijn decadent. De accountants, de consultants; ze laten zich
allemaal hoereren.’ Hekster: ‘Het is mis gegaan in de jaren
zeventig, toen er alleen nog maar over rechten gesproken werd.’
Marijnissen heeft zijn gedachten even bij iemand anders. ‘Katja
Schuurman zei tegen mij dat ze best meer wil betalen, maar dan wil ze
wel een betere overheid.’ De auto glijdt weer voor. Hekster fietst
weg op een rammelende mountainbike, Leclaire stapt in de Bentley. Even
later constateert Jan Marijnissen. ‘Zulke jongens zou ik moeten
winnen voor het project ‘Stop de uitverkoop van de beschaving’.’
Een overstap van beursbengel naar SP-lid? Nogal ambitieus. ‘Ik heb
vaak over een naamwijziging nagedacht want Socialistische Partij schrikt
af. Maar je kunt die toch niet zomaar weggooien?’
15.35 uur. Indachtig het SP-verkiezingsprogramma, ‘Eerste weg
links’, zwenkt de 5,40 meter lange bolide na de Honthorststraat
het epicentrum van het snelle geld binnen: de P.C. Hooftstraat. We sluiten
aan in een kolonne Porsches, Mercedessen en SUV’s.
‘Dit is waarschijnlijk de enige file in Nederland waar men graag
in staat,’ merkt Marijnissen geamuseerd op. Dan, bijdehand. ‘Maar
echte Amsterdammers kopen hier toch niet? Die weten dat alles hier 200
procent duurder is.’ Vanaf het moment dat de grote rode voorman
het lichte Connolly-leder verlaat en de kluisdeur van de Bentley openzwaait,
draaien vele hoofden in de P.C. Hooft. Verbazing, ongeloof, onthutsing.
‘Nee toch, jij hier...,’ stoot een gesoigneerde voetganger
uit, en hij loopt hoofdschuddend verder. Eerst maar eens bij de nieuwe
winkel van Shoebaloo kijken. In het gifgroene schoenenpaleis wijst een
strenge bediende ons op de huisregels. ‘Geen foto’s hè?’
Een setje vijftigers – hij een choker, zij een diadeem – reageert
enthousiast. ‘Moedig hoor, Jan.’ Alsof hij zich als vrijwilliger
voor een Himmelfahrtkommando heeft gemeld. Voor de pui van Louis
Vuitton spreken twee Marokkaanse jongens hem aan. ‘Hé man, ik ken
jou,’ gebaart de een. ‘Jij bent top, jij heb charisma’,
valt de ander bij.’ Even is de PC een thuiswedstrijd voor de SP’er.
Hij flaneert als een routinier langs brillenhandel Stoeltie (een montuurtje
van schildpadhoorn à drie mille?) en modehuis Trussardi als hij halt houdt
voor de ruit van Gucci. Een elegant jurkje hangt in een spectaculair decor
van honderden eendeveren. ‘Ik heb mijn assistent beloofd iets leuks
voor haar te kopen,’ merkt Marijnissen enthousiast op. Een blik
op het prijskaartje, 2350 euro, leert meteen waarom creatief directeur
Tom Ford die week het nieuws haalde. Zijn inkomen van 5,5 miljoen euro
moet ergens vandaan komen. Het zal niet van Marijnissen zijn. ‘Maar
die man kan wel iets,’ vergoelijkt Marijnissen genereus, en hij
druipt af naar de volgende etalage.
We lopen verder, langs het terras van Maxi’s. Een derdegraads gebruinde
golddigger biedt aan te poseren. Ze heet Wendy en werkt in een
sportschool. ‘Kom je net uit Marbella,’ gokken we. ‘Nee
hoor, dat was drie weken geleden, we komen net van het strand.’
De tussenstop bij kleermaker Oger komt in zicht, als een passerende ongeschoren
dertiger in een sjofel zwart kloffie de pas inhoudt en de armen ten hemel
houdt. ‘Oh nee hè, u hier?!’, klinkt het vol gespeelde verontwaardiging.
‘Zo diep zijn we dus al gevallen...’ De spinazie tussen zijn
tanden is de stille getuige van een lunch bij Pasta di Mama. Hij stelt
zich voor als Hans Teeuwen, cabaretier. Grappend: ‘Ik woon om de
hoek, maar loop hier natuurlijk met gebogen hoofd door de straat.’
En, terwijl hij met zijn pinknagel een sliert spinazie wegpeutert. ‘Is
je trouwens opgevallen hoe lelijk de vrouwen hier zijn?’
16.05 uur. Kleermaker Marc de Boer staat handenwrijvend in de deuropening
van nummer 75, de flagshipstore van pakkenimperium Oger. Sale-borden hangen
in de etalage, op de gevel prijkt trots ‘Since 1947’.
Marijnissen: ‘Oger, dat klinkt Frans. Jullie zitten hier al sinds
1947?’ De kleermaker lacht. ‘Nee, Oger is gewoon Hollands
en 1947 verwijst naar het geboortejaar van meneer Lusink.’ Oger
en zijn 109 personeelsleden kleden een keur aan BNérs, van presentator
Beau van Erven Dorens tot prins Maurits, van Joop van den Ende tot wijlen
Pim Fortuyn. ‘Wij proberen een stijl te zoeken die bij iemand past,’
legt De Boer uit. ‘Dat hebben we met Fortuyn ook gedaan. Soms was
dat trouwens lastig, als hij z’n bui niet had, moest je niet in
de buurt komen.’
Fortuyn scoorde zijn postume verkiezingszege met een dandygarderobe die
de kleurendoos van een kleuter benadert. Harde krijtstrepen, felle pochets
en blaffende streepjesdassen. Idee voor het SP-gezicht, die na de laatste
verkiezingen bleef hangen op negen zetels? Marijnissen: ‘Die Fortuyn-look
past mij niet. Krijtstrepen, niks voor mij.’ De kleermaker valt
bij: ‘Krijtstrepen spatten van het scherm, maar ik weet niet of
dat werkt met meneer Marijnissen.’ Hij gaat ons voor naar de zogeheten
boardroom, boven de winkel. Binnengekomen in deze ruime en rijk gedecoreerde
paskamer denkt de SP-leider even op Savile Row beland te zijn. ‘Ik
vind dit eerder Brits dan Italiaans.’ De Boer poneert enige textiele
tv-wijsheden. ‘Tony Blair en George Bush lopen altijd in een donker
pak, een wit hemd en een rode das. Daarmee zeggen ze: “I am the
boss”.’ Marijnissen knikt instemmend, maar wijst op zijn maagdelijke
nekvel. ‘Ik ben een trendsetter door als eerste dasloos te blijven.
Daarna zijn Bos, De Graaf en al die anderen het gaan doen.’
’Hollanders’, doceert de kleermaker, ‘kopen Duitse pakken.
Die pakken zijn ruim gesneden, want Hollanders hebben dikke konten. Wij
gebruiken een Italiaanse snit, wat wil zeggen dat we de heup camoufleren
en de torso accentueren. Daar komt u veel gunstiger in uit.’ De
kleermaker trekt wat pakken uit de rekken en toont een blauwe blazer met
een grijze broek. Een combinatie die het midden houdt tussen een trambestuurder
en een botenbezitter. ‘U bent een nuchter type, daar moet je je
naar kleden. Of gewoon een grijs pak en dan spelen met de das.’
Maar hij draagt nooit dassen... ‘Weet ik, maar wissel het af. Dan
is de verrassing veel groter.’
We stellen de politicus een metamorfose voor. ‘Jan, kies een leuk
krijtje uit.’ Hij weigert. ‘Jongens, ik geniet hier enorm
van maar daar begin ik niet aan. Wat kost zo’n pak trouwens?’
‘Het begint rond de zeventienhonderd euro,’ zegt De Boer.
Plotseling friemelt de kleermaker in de kraag van de politicus en tovert
twee plastic baleinen uit zijn boord. Marijnissen is verbaasd. ‘Hé,
wat doe je nou?! Wat zijn dat?’ ‘Deze vervangen we even voor
twee exemplaren van zilver, da’s mooier en steviger.’
17.35 uur. De Bentley houdt halt tegenover het Amstel Hotel, het kantoor
van tv-maker en miljonair Harry de Winter. Marijnissen en hij hebben een
brainstormsessie met het comité ‘Stop de uitverkoop van de beschaving’.
‘Hé Harry,’ wuift Marijnissen naar De Winter, die naar buiten
is gesneld en het hele tafereel op zijn camera willen vastleggen. ‘Blijf
even achterin zitten, dit is compromitterend,’ grapt De Winter,
die zich seconden later gebroederlijk met Marijnissen voor de grille van
de Bentley laat vereeuwigen. Als de heren naar binnen lopen, bedankt Marijnissen
voor het dagje kapitalisme. En, iets geleerd? ‘Volgens mij ben ik
veel gelukkiger zonder geld.’
